De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoreitjes (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastoreitjes (1)

14 minuten leestijd

Van tijd tot tijd zult u onder deze naam in 'De Waarheidsvriend' diverse stukjes aantreffen. Ze betreffen dingen, die soms zo intens droevig kunnen zijn, dat je er alleen om lachen kunt. Een andere keer trachten we de kunst te beoefenen te glim-of grimlachen om onszelf. Dan kan geweldig heilzaam zijn, zoals heel 'De Waarheidsvriend' dat probeert te wezen. We blijven dus in stijl... Maar lachen om jezelf is een goed wapen tegen zelfverheffing en zelfoverschatting. Bovendien tracht men abonnees te werven, maar dan moet je je lezers 'voor elck wat wils' kunnen aanbieden. Wat dat betreft is 'De Waarheidsvriend' net als een snackautomaat. Je gooit er een munt in, oftewel je abbonnementsgeld, en je hebt ruime keuze in hartelijke en hartige hapjes; meditaties; theologische artikelen waarin onlogische dingen worden bekeken; geregeld worden artikelen uit de kerkelijke pers fijn-geperst; 'globale' blikken worden over het wereldrond geworpen; boeken en platen getoetst of ze wel waarlijk roestvrij zijn en wie dat nog niet genoeg vindt, kan z'n hart ophalen aan advertenties, waarin Luther in prachtlederen-band wordt aangeboden.

Maar 'Pastoreitjes' ontbraken tot nog toe. Dat zijn pasteitjes, hartige hapjes die grotendeels uit pastorale ingrediënten zijn gemaakt. Die ingrediënten worden ons aangereikt, als we luistervinkje spelen in een pastorie of op bezoek, en een andere keer zijn de bestanddelen voor een pastoreitje volop aanwezig als uit de consistorie wordt geklapt. Wat zoudt u denken van 'Croquetten in de consistorie!' In de grote Van Dale vindt u de consistorie pal voor 'consolatieprijs', dat is troostprijs. Kennelijk had de vrouw van een der broeders er iets van begrepen. Het gebeurde op een avond, dat de kerkeraad vergaderde. De klok werd al moe van het wijzen, maar de mannenbroeders gaven geen krimp. Het agendapunt was belangrijk. Bij de politie, in de ziekenhuizen en in sommige grote fabrieken was de nachtploeg al aan de slag. En de broeders waren ook niet ver meer van het moment om tot de nachtploeg gerekend te worden. Plotseling ging de deur open en de vrouw van één van hen, waarschijnlijk alleen maar gedreven door deernis en niet door de begeerte in het ambt gesteld te worden, deponeerde een grote zak op de tafel, waarvan de inhoud niet moeilijk te raden viel, gelet op de geur die eruit opsteeg. Als een engel - en wie weet, noemde die broeder zijn vrouw wel eens zo! - zo plots gekomen, was ze ook weer verdwenen. Ze had croquetten achtergelaten, die weliswaar niet op de agenda stonden maar met grote eenstemmigheid verinwendigd werden.

De scriba was de eerste, die sprak: 'Ik denk niet, dat dit onder een van uw voorgangers ooit is gebeurd, dominee!' En alsof hij zich beschuldigd voelde, keek hij naar de foto's van alle vorige predikanten. Was het écht of verbeeldde hij zich dat ze vanaf hun plek aan de muur bedenkelijk keken? Ach, wat doet het er toe? Feit is, dat de croquetten hun uitwerking niet misten: binnen twintig minuten was de vergadering in volle harmonie geëindigd. Zeker, een consistoriekamer is een gewijde ruimte en een croquet een modern ding. Maar het is wél gebleken, dat die twee zaken best te verenigen zijn. En als u ooit eens iemand hoort zeggen, dat ze in een conservatieve gemeente best progressief kunnen zijn, weet u hoe het komt... door croquetten in de consistorie!

P.S. Wat voor u misschien een verzuchting is, is voor mij aanduiding van mijn naam: JHC Olie te Opheusden.

Het moge een goede grondtoon vormen in onze preken, dat wij ons geen schatten op aarde moeten verzamelen, zelfs al zou de mot en de roest ze niet aantasten en al zouden de dieven niet doorgraven en stelen, niettemin kan de kerk de belangrijkheid van het geld niet ontkennen.

Als er voor de bakker geen droog brood te verdienen is, als de tabakswinkelier de sigaar is en een zware pijp rookt, als de kleermaker de das wordt omgedaan, die hem een strop oplevert, als de slager er geen been meer in ziet, als de houtvester er het bijltje bij neerlegt, als de brouwerijen uit een ander vaatje moeten tappen, als de slijters op de fles gaan, als de zeelui aan lager wal raken, als de vissers achter het net vissen, als de bloemisten op zwart zaad zitten, als de masseurs 'm beginnen te knijpen, als de uitgevers hun inkomsten kwijt raken, als ze bij de PTT een bezorgde postzegel trekken, als ze bij de NS uitgerangeerd raken, zal dat alles in de kerk niet merkbaar zijn? De kerk kan ook deze waarheid niet in het midden laten. Zelfs pacifistische dominees zullen samen met de kerkvoogdijen de kogels door de kerk moeten jagen en bezuinigen. Maar dan blijft er toch iets merkwaardigs: als de economie bloeit, is dat merkbaar in klinkende munt. Voor de kerk is dat tóch vaak een kruis, want het woord houdt haar kracht: Vergadert u geen schatten op de aarde, al is 't ook dat de inflatie ze bederft. De inflatie mag voor velen een kruis zijn, de kerk kan er geestelijk munt uislaan. Dan is het geen kwestie van gokken meer, maar van kiezen: Kruis of munt? !

Recreatie is 'in'. Alle vakantie-folders leggen daar kleurrijk getuigenis van af. Vanuit de gedachte dat recreatie 'herschepping' betekent, heb ik altijd 'n beetje het gevoel dat, als je een dagje recreatief Blijdorp doet, je thuis weer voor aap staat als je in de spiegel kijkt, en dat na een dagje Schiphol het vliegend tuig bekeken te hebben, je Ford een Friendship is waarmee je in je woonplaats (be)landt. Jammer genoeg krijgen sommige recreatieve oorden zoveel aandacht, dat andere in het beruchte vergeetboek staan vermeld. Dat is ongetwijfeld het geval met het Dominarium te Driebergen. 't Is het pretpark van onze hervormde kerk, waar zowel aanstaande als oudgediende dominees worden gedresseerd. Vroeger heette het seminarium, maar dat woord (semi-half en narium-het potjeslatijnse woord voor narigheid) wekt een totaal verkeerde indruk. Wie een dagje het Dominarium op Hydepark bezoekt, bemerkt niets van narigheid. Integendeel! Je loopt kans wat dressuurproeven met enkele domfijnen mee te maken en tussen de bedrijven door mogen ze zich vrij bewegen. Hun zwarte toga's met witte beffen hangen thuis óf aan de wilgen óf aan een waslijn te luchten. Wie in of rond het Dominarium soms een zwarte vogel met een witte bef tegenkomt, kan er daarom zeker van zijn dat het een ekster is. Een domfijn is het beslist niet, want hoewel ze van verschillend modaliteitspluimage kunnen zijn, worden ze biologisch niet tot de vogels gerekend.

Ze behoren tot de zogenaamde 'tweevoetigen', wier tenen zo lang kunnen zijn, dat het geen kunst is erop te gaan staan. Wel is het een kunst om het eerst op die van een ander te gaan staan, zodat die de 'au'-roeper wordt. Verder besteden de dompteurs veel tijd aan evenwichtsoefeningen. Daartoe worden allerlei theologische, politieke en modaliteitsballetjes in velerlei kleur en grootte opgeworpen, die ze moeten trachten op te vangen zonder hun evenwicht te verliezen. Er zijn domfijnen, die gaarne willen zweven en daartoe ook in staat zijn, getuige het feit dat ze altijd en overal op 'Teuge' zijn. Via een atlas moeten ze leren dat ze bij Apeldoorn hun brevet kunnen halen, maar dat ze in het Driebergense Dominarium met twee benen aan de grond moeten blijven.

Een ander kunstje is het lopen in kerkordelijk gareel. Dit woord, samengesteld uit 'ga' en 'reel' (is progressieve spelling), toont dat de domfijnen moeten oppassen niet te ontsporen door te lopen op het spoor van het enerzijds zus en het anderzijds zo. Wie deze kunst verstaat, loopt grote kans nog eens in de synode te komen. Zowel voor de domfijnen als voor de gemeenten, waarin ze straks bivakkeren mogen, is het Dominarium een zaak van vermaak. Toch zou 't de kerk niet misstaan als recreatie weer echt 'herschepping' ging betekenen.

Er zijn in Engeland bijzondere banden tussen kerk en staat. Want waar vind je een land, dat zijn predikanten 'ministers' noemt? Er zijn burgeroorlogen gevoerd, die oorzaak vonden in het willen heersen over elkaar van kerk en staat, maar bij onze overburen losten ze dit zo op.

Toch ben ik er trots op, dat wij Nederlanders op 'n punt dat hiermee verband houdt, de Engelsen vooruit zijn. Vele Engelse 'ministers' prediken over 'the Kingdom of Heaven' (-Koninkrijk der hemelen), dat moet komen. Maar wij, Nederlandse kerkgangers, weten beter. Wij hebben een Kingdom, dat er al lang tastbaar is en zo tastbaar en smakelijk als het maar zijn kan. Daar heeft ene meneer Tonnema te Sneek voor gezorgd. Geregeld komt men het tegen in advertenties: 'Natuurzuiver! Houdt monden fris en mensen monter'. Wat bij het Engelse kerkvolk als een verlangen leeft, wordt bij ons al jaren vanuit het bezit beoefend en geproefd. Zodra de preek gaat beginnen en het gescheur en geritsel van papier opklinkt, denk ik ook altijd maar: 'Nu nemen ze er dus een om de monden fris te houden'. Daar kan niemand wat op tegen hebben, en ik verdenk (uit eigen ervaring) de dominees, die er wel wat op tegen hebben, ervan een beetje jaloers te zijn!

Later in de dienst neemt men er graag nog één. Vroeger kon die pepermunt uitmuntend tijdens de tussenzang in de mond gestoken worden, maar sinds die verdwenen is, is het een soort openbare demonstratie geworden. De eerste pepermunt vóór de preek werd immers genomen voor de frisse mond, maar de tweede dient tijdens de preek (wat de reclamesmiechten van Tonnema zeggen) 'de mensen monter' te maken.

Collega's, als u dus uw gemeenteleden een tweede pepermuntjes ziet nemen, weet u dat uw preek niet doet wat King wél vermag: mensen opmonteren.

Misschien is er één middel om onze schapen ervan af te helpen, want dat moet. Zingen, bidden, inzameling der gaven en prediking zijn reeds in de oud-christelijke kerk deel van de liturgie geweest, maar bij mijn weten heeft 'kauwen' daar nooit toe behoord. Dus... moeten we naar wegen zoeken om ervan af te komen en mogelijk wijst m'n suggestie u de weg. U laat de diakenen King kopen, maar dan niet op rolletjes. Uw schapen zullen het u nooit kwalijk nemen als u ook 'ns een King koopt, maar doe het dan in balen van ca. 30 kilo via de veevoederhandel en laat herderlijk op de balen schrijven 'Schapenvoer'. Ik weet niet, of er dan nog fris en monter gekauwd of gezogen wordt tijdens de diensten. 't Lijkt me de moeite van het proberen waard. Er mocht het niet helpen, dan neem ik mijn toevlucht tot de Engelsen en zeg met hen: 'Thy Kingdom come!'

De jonge dominee hield een preek, waar de gemeente het echt van moest hebben en waarop hij gebroed had als een van hen. 't Ging over de opwekking van de zoon van de weduwe in Zarfath door Elia. Het moderne motto voor dit oude verhaal was 'Het teken van de bevrijding'. Hij was er niet ontevreden over en niet helemaal zonder reden. Het had een preek kunnen zijn van een ingenieur, die eerst het Theologisch Instituut aan het Rapenburg in Leiden van een nieuwe elektrische bel had voorzien en nu zijn technisch vernuft uitprobeerde op de theologie zélf. De ene uitvinding na de andere werd in de preek gestopt en het werd dan ook een bijzondere dienst. Merkt u zelf maar op hoe vindingrijk dominees kunnen zijn.

'Waarom moet deze zoon sterven? Hij sterft omdat Israël nog zucht onder de machten die het de levensadem ontnemen. Hij sterft dus "plaatsvervangend" als men daaronder verstaat: representatief, pars pro toto. Plaatsvervanging betekent niet, dat Israël bij wijze van spreken van God het afrekeningsstrookje van de bank thuis krijgt en er verder buiten staat. In de dood en opwekking van deze zoon sterft Israël mee en wordt Israël mee opgewekt. Dat geldt ook voor dé plaatsvervanging van dé Zoon des mensen. Waaraan wij bij het lezen van dit stuk reeds moeten denken. Zolang het nieuwe, bevrijde leven dat ons in het Evangelie wordt verkondigd nog in de vervreemde gestalte van de weduwe en de wees in de sociale uithoeken van de wereld, onder ons is, zolang het Baals-regime nog voortduurt, zolang leven wij na Pasen toch óók nog steeds vóór Pasen, in de tijd der verwachting. Wij kunnen in een onverloste wereld geen theologia gloriae bedrijven, dat zou betekenen dat wij de aarde opgaven. De Kerk kan alleen maar, met Elia, zich in alle opzichten identificeren (door God geïdentificeerd weten) met de verdrukten, weten dat het geheim van hun messiaanse gestalte onze tijd ver vooruit is, zich vasthouden aan de tekenen van leven en bevrijding, die God daarin schenkt, dat is tenslotte: zich vasthouden aan de gestalte van de Messias, die de dood achter zich liet. Dat is iets anders dan af en toe een collecte voor de derde wereld. Het betekent een praktisch politiek engagement met iedere beweging die aan de bevrijding der verworpenen deel heeft. In Zarfath, ver van Israël, ver van de Kerk, is het eerste teken van leven doorgebroken en heeft het de dood van allen getrotseerd. Een levende gemeente zal het teken verstaan. Zarfath herkennen in deze wereld en ieder teken van bevrijding dankbaar begroeten als teken van de komende bevrijding van allen.' Er was die morgen geen tandarts in de kerk. Als die er was geweest, had hij na het 'amen' als teken van de bevrijding kunnen opstaan en nu eens niet beroepshalve, maar als kerkganger de dominee kunnen toeroepen: 'Mond spoelen alstublieft'. En zo'n gemeentelid zou wat mij betreft als synodelid best meer dominees mogen aanboren.

P.S. Dit stukje bevat een uitgebreid citaat uit 'Aanwijzingen voor de preek', 12 september 1975. Uit: Postille 1975/'76 - p. 167.

Gedurig worden na kort of lang onderhandelen aan ronde en vierkante tafels CAO's afgesloten. Of er ooit een Collectieve Arbeids-Overeenkomst voor predikanten bij zal zijn? Omdat ons predikantenwereldje niet zo collectief is, denk ik van niet. Trouwens, onze positie is altijd wat ongrijpbaar en onbegrepen. Dat bleek, toen een met beroepsinteresse geladen agent mij vroeg: 'Uw beroep?' Omdat ik nog maar 'n beginneling ben, die kerkordelijk 4 jaar aan z'n gemeente gebonden is om daarna pas eventueel een beroep te krijgen, antwoordde ik naar waarheid: 'Ik heb geen beroep!' De agent concludeerde: 'Dus bent u werkeloos!' Uitleggen dat het tegendeel het geval was, vermocht niets. Wegens fout parkeren had ik een bon en hij een voldaan plichtsgevoel. Maar ik begreep het net zomin als hij: je wordt geroepen on een ambt te vervullen, maar daarvoor moet je eerst een beroep hebben en als je predikant bent oefen je geen beroep uit, terwijl je wel aangemerkt wordt als 'kleine zelfstandige', terwijl je voor je ambtsvervulling een 'totaal afhankelijke' bent.

Kortom: hoe krijg je ons ooit in een CAO? Wij passen ervoor, maar er niet in. Tenzij... CAO het karakter heeft van Christelijke Arbeids-Overeenkomst. De salariëring zou kunnen geschieden volgens de zogenaamde Paulus-schaal in II Corinthe 11: 'Veertig slagen min één, vijfmaal; driemaal met roeden gegeseld; eens gestenigd en driemaal schipbreuk geleden'. Voorts mogen dienaren des Woords gratis overnachten in een Huis-van-bewaring, waar het niet verboden is ook na twaalven lofzangen te zingen. Uitgangspunt zou kunnen zijn, dat alle predikanten van de jongste af aangemerkt werden als e-meritus, dat is letterlijk 'buiten verdiensten'. Dat zou dan geheel liggen in de lijn van wat in Heidelberg enkele eeuwen geleden het principe was en hetgeen loononderhandelingen geheel overbodig maakte. Op de vraag, of onze goede werken geen 'beloning verdienen, werd toen ten antwoord gegeven: 'Deze beloning geschiedt niet uit verdienste, maar uit genade'.

En hoewel ik natuurlijk best weet, dat m'n overpeinzingen voor u wat vreemd aandoen, zou ik toch best willen dat dit Heidelberger beloningsprincipe meer in gedachtenis werd gehouden. Alle Collectieve Arbeids-Overeenkomsten werden dan geheiligd tot Christelijke Arbeids-Overeenkomsten. En met het leven uit genade keerde de tevredenheid weer. Is m'n overpeinzing nu nog zo vreemd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoreitjes (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's