De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther, de trooster van aangevochtenen (5)

Bekijk het origineel

Luther, de trooster van aangevochtenen (5)

11 minuten leestijd

De enige Troost in de aanvechtingen is te vinden in het Woord.

De sacramenten

De enige Troost in de aanvechtingen is te vinden in het Woord. Wij zagen hoe die Troost gevonden werd in het Woord der prediking, het hoorbare Woord, waarin Christus Zelf te vinden is voor het geloof. Daarnaast is er ook het zichtbare Woord van het sacrament. Juist vanwege de zichtbare werkelijkheid, de zekerheid die buiten onszelf waar en vast is, is het sacrament bij uitstek hulp in benauwdheden. Immers, de aangevochten gelovige wordt door het sacrament afgeleid van zijn eigen verwarde voelen en denken om te zien op de zaligheid die buiten hem vast ligt in Christus' zichtbare belofte.

De Doop is het sacrament dat bovenal duidelijk maakt dat Gods genade al ons eigen handelen en denken vooraf gaat. Luther heeft het als een laatste zekerheid ervaren te mogen weten in de hoogste aanvechtingen: 'ik ben gedoopt!' Eenmaal zei hij tot een aangevochtene: 'Ben je niet gedoopt? O, wat een grote gave is de Doop en het Woord Gods! Daarom moeten wij God rijke dank toebrengen, dat wij die hebben. God is het Die ons vastmaakt en Die ons als onderpand de Geest geeft'. Als men aan de doop in de aanvechting vasthoudt, dan mag men ootmoedig zeggen: 'Ik weet heel goed, dat ik totaal geen rein werk heb; maar ik ben gedoopt, en daardoor heeft God, Die niet liegen kan, Zich verbonden, mij mijn zonden niet toe te rekenen, maar ze te doden en te verdelgen'.

Het avondmaal heeft dezelfde troostende werking. Ook daarin vindt het benauwde gemoed de zekerheid der vergeving in de tekenen van brood en wijn, waarin Christus werkelijk gegeven wordt voor het geloof. Juist omdat Luther van de troost van het Avondmaal niets wilde opgeven, heeft hij tegenover Zwingli zo onverkort vastgehouden aan de reële presentie van Christus in Brood en Wijn. Hij heeft dat te massief gedaan in zijn leer van de consubstantiatie, maar dit is duidelijk, dat het echt aanwezig zijn van Christus in de tekenen van het Avondmaal niet kon worden ontkend, zonder dat het troostkarakter ervan verloren zou gaan. Zo zien wij dat ook vanuit het thema van de aanvechtingen gezien licht wordt geworpen op de avondmaalsstrijd. De sacramenten zijn vooral een troost in de aanvechting, waarin de bestredene eraan twijfelt of de belofte hem wel geldt. Mag ik dat geloven, is het wel voor mij? Ik ben het toch niet waard, vanwege mijn zonden? Dan is het sacrament ook daarin een grote troost, dat het de belofte niet in het algemeen geeft, maar persoonlijk. 'Voor u', dat is de kracht van de sacramenten in het bijzonder.

De Naam alleen

Het is dus duidelijk dat Christus alleen de Hulp is in benauwdheden. Zo wordt Hij gegeven in Woord en Sacramenten. Vooral ook in de aanvechtingen met de predestinatie moet de gelovige op Hem alleen zien. Hoe gevaarlijk is het dan om buiten Woord en Sacramenten om te gaan speculeren en redetwisten over de verborgen dingen. Wij hebben alleen te maken met de geopenbaarde dingen in Christus. 'Wij hebben niet met de voorbeschikking te beginnen, maar bij Jezus Christus. Daar hoort en vindt men de Vader. Allen, die "boven" begonnen zijn, hebben hun nek gebroken. De Heere God zegt van Christus: naar Hem zult gij horen! Wij hebben ons te houden aan Gods geopenbaarde wil en Zijn Woord, in plaats van de geheimenissen te willen doorvorsen van Gods verborgen wil.' Dat had Luther van zijn biechtvader Von Staupitz geleerd, en hij heeft dat zijn hele leven vastgehouden. Alleen de Christus der Schriften leert ons Wie God is, wat Hij vraagt en belooft. Er is geen kennis der zaligheid buiten Zijn Naam. Hoe vertroostend is het wat Luther van deze Naam zegt: 'Ik heb de Heere Jezus nooit gezien. Ik ken eigenlijk alleen Zijn Naam. Maar daarvan heb ik dan ook zoveel gehoord uit de Schrift, dat ik ermee tevreden ben. Daaruit heb ik mijn grootste zwakheid en bij de schrik van mijn zondenlast, in angst en vrees voor de dood, in vervolging en nood. Goddelijke kracht ontvangen. Die Naam heeft mij, toen ik van alle schepselen verlaten was, uit de dood gerukt en weer levend gemaakt, mij in de grootste vertwijfeling getroost, en in het bijzonder op de rijksdag te Augsburg, in het jaar 1530. Daarom hoop ik, als God wil, bij die Naam te blijven, te leven en te sterven'.

Het is vooral ook een troost om te mogen weten dat Christus Zelf aangevochten is geweest. Hij heeft de strijd met de grote aanvechter ten bloedens toe gestreden en Hij heeft overwonnen. Het geloof mag weten dat Hij de strijd niet voor Zichzelf streed maar juist om de aangevochtenen zo een Redder te zijn, door voor hen te strijden. Het komt er op aan dat wij zien dat, wat Jezus volbracht heeft, ons ten nutte komt: Hij voor mij, ook in de aanvechting. De bange gelovige heeft niet de taak om in zijn aanvechting Zijn strijd over te doen, maar te zien op Hem, Die ons ervan verzekeren wil, dat Hij de strijd heeft gewonnen om ons in die overwinning te doen delen. En daar waar de aangevochtene Christus alleen overhoudt als enige zekerheid, als de Kracht in eigen zwakheid, daar is de bevrijding van de bestrijding. 'Op deze Overwinnaar Christus moet de aangevochtene de blik werpen en naar niets anders zien of horen. Dan kan de duivel hem wel met alle macht willen overvallen, hij gaat hem vermetel tegemoet: Bedaard! Er is er Een Die Christus heet. Die de duivel van de duivel en de hel voor alle hellen is. Die heeft voor mij de wet de duivel en de dood gedood, die treedt je met de voeten!'

Vrijheid van zonde en dood

Zo is er in Christus de vrijheid van de zonde en de dood. De duivel mag nog zo beschuldigen, het gevoel van de zonde nog zo benauwen, de zonde kan nog levensgroot gezien worden, toch is er vrijheid, om Christus wil. Omwille van Zijn kruis en opstanding. Daarin ligt alles, de bevrijding van de aanklacht der wet, de verlossing uit de banden des doods en de macht der zonde. Deze vrijheid is een zaak van geloof alleen, geloof als de zekerheid van de zaken die niet gezien worden. De vrijheid van de zonde is niet gegrond in ons gevoel, waarin wij ons zo bevrijd gevoelen, die ligt niet daarin dat wij voortdurend onze volkomenheid ervaren, maar deze wondere bevrijding vindt de grond in Christus, dat om Zijnentwille de zonden die wij zien niet toegerekend worden. De mens blijft zondaar, maar hij is tegelijk van zonden vrij als hij door geloof op Christus ziet. Hij blijft in de aanvechting in de angst ondergaan zolang hij alleen voor ogen heeft, wat hij gedaan heeft, en wie hij voor God in zichzelf is, maar Hij komt de strijd te boven, waar Hij op Christus' volbrachte gerechtigheid, volbracht voor hem, de goddeloze, zien mag. Die kunst moet geleerd worden, om van zijn zonde 'over te springen' op de gerechtigheid van Christus. Zo zien wij ook hier dat de rechtvaardigingsleer van Luther geen theoretische beschouwing is, maar de beleving van het hart, dat door aanvechtingen gekweld, Christus overhoudt als de Enige Gerechtigheid. In Hem ligt de overwinning van de zonde, de dood en de angsten der hel. Zo heeft de Vader Hem gegeven tot een Hulp in al onze benauwdheden. En de Geest koml mede onze zwakheden te hulp. Hij maakt ons deze Krachtige Held bekend. Hij brengt het Troostwoord van deze Christus het benauwde hart binnen. Hij, Die voor ons bidden wil met onuitsprekelijke zuchtingen is het. Die ons leren wil in geloof en gebed aan Christus vast te houden, waar alles aan ons rukt en trekt, dat wij Hem zouden loslaten.

Het gebed

Ook het gebed is ons gegeven als een machtig wapen, hoewel het zelf ook voorwerp van aanvechting worden kan. Maar de Heilige Geest wil in onze zwakheid en biddeloosheid de kracht Gods geven. Als wij zwak en machteloos zijn, dan is dat niet het bewijs dat de geest dus geweken is, maar dan leert Hij ons dat onze kracht in de Ander wordt gevonden, Die gezegd heeft: 'Mijn genade is u genoeg'. Ook als wij ons onwaardig voelen om te bidden, vanwege onze zonden, dringt de Geest nog sterker aan om nochtans te bidden: Bidt zonder ophouden. Wij moesten ons door onze onwaardigheid niet af laten houden om een beroep te doen op Gods barmhartigheid. Integendeel: God laat ons ook daarom onze zonden en onwaardigheid zien, om ons juist de weg van het gebed op te drijven. En zo stuurt het gebed de mens in de aanvechting weg naar God om hem zo los te maken uit de macht des duivels. Wat moet de mens doen die in zijn bidden zelf wordt aangevochten? De duivel zal immers alles proberen om dit machtige wapen uit handen te slaan. Laat je van het gebed niet afhouden, niet door andere belangrijke of onbelangrijke dingen, ook niet door een gevoel van lauwheid en biddeloosheid. Hier moet geluisterd worden naar de goede raad die Luther vanuit eigen ervaring geeft. Wat moet je doen bij tegenzin om te bidden? 'Ten eerste, als ik voel, dat ik door vreemde bezigheden of gedachten lusteloos geworden ben om te bidden, zoals toch het vlees en de duivel altijd het gebed weren en verhinderen, dan neem ik mijn psalmboek en loop in de binnenkamer, of, als het de dag en de tijd is, in de Kerk naar de gemeente, en begin de tien geboden, de geloofsbelijdenis, en naardat ik tijd heb, enige spreuken van Paulus of de psalmen, hardop voor mezelf te spreken, zoals de kinderen doen.'

Zo blijft het gebed het voornaamste dat de gelovige doen kan in de strijd. Het gebed waarin hij zich aan de ene kant in Gods hand volledig overgeeft om alle zwakheid en aanvechting naar Gods wil te dragen, maar aan de andere kant de hoop op Gods hulp nooit opgeeft. En in het gebed worden Gods Geest en Woord weer werkzaam in plaats van de boze influisteringen van de duivel. Zo wordt de ziel gered.

Practische raadgevingen

Luther wijst niet alleen de weg naar de Enige Troost in de aanvechtingen, Jezus Christus, hij weet ook altijd practische raad te geven hoe er gehandeld moet worden door de aangevochtenen. Het is heel goed en troostrijk om bij de broeders in het geloof troost te zoeken. Luther heeft zelf ervaren hoe een eenvoudig woord van bemoediging of vermaning, de duisternis in het hart verdrijven kan. Toen hij eens over iets erg bedroefd en treurig was, zei zijn vriend Bugenhagen, hem terechtwijzend: 'Onze Heere God denkt in de hemel zonder twijfel: Wat moet Ik toch met deze mens beginnen? Ik heb hem zo veel heerlijke, grote gaven geschonken, en dan wil hij nog twijfelen aan mijn genade!' 'Deze woorden waren voor mij', zegt Luther, 'een heerlijke en rijke vertroosting en zij bleven in mijn hart vastzitten, alsof een engel uit de hemel zelf zo tot mij gesproken had, hoewel doctor Pommer (Bugenhagen) toen niet van plan was om mij met zijn woorden die troost te bieden'.

Het is heel belangrijk om in de aanvechtingen niet alleen te blijven zitten. Dat verergert de strijd alleen nog maar. Zoek de troost op van het gezelschap van de broeders en zusters. Dan zal men er ook achter komen dat men de enige niet is die deze angsten lijdt, zoals wel gevreesd wordt. De gemeenschap der heiligen is immers een gemeenschap van aangevochtenen. Hoe troostend kan het wezen om te weten: ik ben de enige niet. Er zijn er voor mij en met mij meerderen en er zullen er ook na mij zijn, die op hetzelfde slagveld verkeren. Maar bovenal mag de gelovige weten dat hij niet de enige is als hij ziet, dat ook Christus de strijd gestreden heeft. Niets is Hem bespaard gebleven. Zijn wij dan Hem niet zeer nabij als wij hetzelfde kruis dragen?

Verder zijn er nog vele eenvoudige raadgevingen: Zoek afleiding, word eens echt boos, denk aan een aardig meisje, maak muziek en zing, want aan dat laatste vooral heeft de duivel een gloeiende hekel. Het beste is om ook niet werkeloos te blijven zitten. 'Een goede manier om de duivel te verdrijven is het paard inspannen en mest naar het land rijden.'

Maar boven alles staat: laat de zwakheid en ellende u niet ontmoedigen. Het geldt toch al de bijbelheiligen: als ik zwak ben, dan ben ik machtig. Als wij dit maar zien:

'Met onze macht is 't niets gedaan, wij zijn alras verloren. Voor ons is in de strijd gegaan de Held, door God verkoren. Vraagt gij wie, zo weet, dat Hij Christus heet, de Heer Zebaoth er is geen andere God; Hij moet het veld behouden.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Luther, de trooster van aangevochtenen (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's