Slavenwerk
Joh. 13 : 5 en 8b: Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmee Hij omgord was'. (...) 'Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij'.
Voor de laatste keer viert Jezus samen met Zijn discipelen het Pascha. In de opperzaal is alles in gereedheid gebracht. De maaltijd is al begonnen, hoewel de slaaf nog ontbreekt. Het wasbekken staat nog onaangeroerd. Elkaars voeten wassen? Nee, dan maar liever met ongewassen voeten aan de tafel. Dat werk is al te min. Zelfs voor Jezus wordt geen uitzondering gemaakt. Plotseling zijn alle ogen op Hem gericht. De discipelen volgen elk van Zijn bewegingen. Rustig gaat Jezus Zijn gang. Hij ontdoet Zich van Zijn opperkleed. Hij omgordt Zich met de linnen doek, doet water in het wasbekken, bukt en begint de voeten van Zijn discipelen te wassen. Er klinken geen verwijten, uit Zijn mond komt geen enkel woord. Maar deze daad zegt genoeg. Daar zit een bestraffing en tevens overvloedige liefde. De drang van Jezus tot deze daad van liefde staat haaks op de neiging van de discipelen om zichzelf voor de ander te laten gelden. De Meester wordt de minste, de Heere Zelf een slaaf. Hij heeft het 'Gode gelijk zijn' geen roof geacht! Dat wil zeggen: Hij heeft dat niet beschouwd als iets dat Hij alleen voor eigen verheerlijking gebruiken mocht. Zo heeft Hij de weg van de zelfontlediging en zelfvernedering gekozen (Filip. 2 : 6vv).
Voeten wassen, bukken, knielen, dat zijn geen dingen waar wij direkt voor klaar staan. Jezus geeft ons hier aanschouwelijk onderwijs. Hij geeft het goede voorbeeld, opdat wij zouden doen gelijk Hij hier doet (vs. 15vv). Maar dat is niet het enige wat Jezus hiermee wil zeggen. De daad die Hij hier stelt, is een duidelijke tekening van heel Zijn levensgang. De slavendienst die Hij aan Zijn discipelen verricht, is teken van Zijn Middelaarsdienst. Heel Zijn leven is één afleggen van klederen geweest. Eén afleggen van eigen heerlijkheid, die Hij bij de Vader had van eeuwigheid. Dat is al begonnen in Bethlehem en dat heeft Zijn dieptepunt gevonden aan het kruis. Daar is Zijn dienstknechtgestalte ten volle openbaar gekomen. Hoé diep dat is gegaan, is niet onder woorden te brengen.
We blijven nog even in de opperzaal van Jeruzalem. Daar zien we Hem gaan. Hij gaat ze allemaal langs: vuile voeten, gekneusde voeten, wankelende en dwalende voeten, zelfs voeten die straks voor Hem op de vlucht zullen slaan en voeten die op Hem af zullen sluipen om Hem in de handen van de soldaten over te leveren. Wat heeft Hem bewogen dat te gaan doen? Wat heeft God bewogen Zijn Zoon daartoe over te geven? Moest Hij daartoe nu de hemelse heerlijkheid verlaten om de voeten te wassen van mensen, die zichzelf in hun hoogmoed op de troon hadden gezet? Hier straalt iets door van de onbegrijpelijke liefde Gods. Wie is daar ooit onder gebroken geraakt? De Meester als dienstknecht! Is Hij ook al in uw leven gekomen? 'Ja maar... moet het dan altijd zo persoonlijk?', hoor ik iemand zeggen. Dat lijkt veel op de reactie van Petrus, hoewel deze nog radicaler reageerde: 'Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid'. Laten we aannemen dat Petrus het goed bedoelde. Jezus achtte hij te hoog voor dat slavenwerk! Maar toch laat Petrus zich hier ook kennen als iemand die het diepste van de komst van Christus nog niet verstaat. Het antwoord van Jezus is dan ook ondubbelzinnig: 'Indien Ik u niet was gij hebt geen deel met Mij'. Een geweldige prediking in enkele woorden. Met dit enkele woord het hoogmoedige 'ik' van de troon gestoten. Met dit enkele woord wordt tegelijk onze vuilheid en onreinheid bloot gelegd. Het is een diep ontdekkend woord. Geen deel met Christus zonder reiniging. Petrus had een ogenblik de schijn mee. Hij gaf blijk van een zekere hoogachting voor Jezus. Maar intussen had hij Jezus niet nodig. Daar ligt de oerzonde! Hoogmoed gecamoufleerd met mooie woorden. Jezus ziet er dwars doorheen. Hij ziet ook u en mij aan. We hebben soms de schijn mee. Het lijkt soms heel wat. Mooie woorden soms in de kerk en onder elkaar. Maar Jezus hebben we dan niet nodig. We kunnen onszelf nog wel opknappen. We werken liever zélf voor onze zaligheid, dan dat we ons laten zaligen. De natuur van Petrus is de natuur van Adam, van u en mij. Verzet in plaats van onderwerping. Ongehoorzaamheid in plaats van gehoorzaamheid; ongeloof in plaats van geloof. Wantrouwen in plaats van vertrouwen. Hoogmoed in plaats van ootmoed. Het Woord van Jezus ontmaskert ons echter als vijanden van vrije genade. Zijn daad is een daad van liefde vol evangelie, maar tevens worden we op onze plaats gezet, opdat het komen zou in ons leven tot de bede: Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel nu gans melaats, zal rein zijn en genezen.
'Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij'. Er hangt nogal wat van af. Geen deel met Christus, als we ons niet door Hem laten reinigen. Dat betekent geen deel hebben met Hem in het Koninkrijk Gods. Geen deel hebben aan het eeuwige leven. Geen deel aan de eeuwige erfenis, door Christus verworven en bewaard. Petrus gaf zich niet zomaar gewonnen. Het was zijn aard niet en het is van nature ook onze aard niet. 'Daar is genade voor nodig', zegt iemand. Dat is waar. Maar u blijft toch niet bij woorden? ! We zien hier op welke wijze de Heere deze genade schenkt. Jezus spreekt tot Petrus het woord: 'Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij'. Daar is Petrus niet meer onder vandaan gekomen. Groot is dat, als we niet meer onder het Woord uit kunnen. Als we er onder buigen mogen. We raken uitgepraat. Alle tegenspraak wordt opgeheven. Het Woord ontdekt onze schande en onreinheid, wanneerhet door de kracht van de Heilige Geest doordringt in ons leven. Onze 'ja-maars' houden het niet meer in het krachtenveld van de Geest. Roept daar iemand? 'O Heere buiten U kan ik niet langer leven!' U hebt niets meer over waarmee u uzelf zou kunnen reinigen? U weet niet hoe u verder moet? Zie eens op Hem! De dienstknecht-gestalte van Christus, Die Zich bereid heeft getoond om slavenwerk te doen, predikt ons genade. Alles in Hem, alles uit Hem! Daar is gelóóf voor nodig. Dat is: van onszelf afzien om alles in Hem te mogen zien. Dat geloof is een gave Gods, waarom de Heere ook gebeden wil zijn. Dan blijven we niet bij woorden, maar buigen onder het Woord! De Meester als dienstknecht. De Koning op de kruisweg. Het Licht der wereld aan het hout der schande in de duisternis van de Godverlatenheid. Het laat u toch niet allemaal koud? ! Wie zichzelf niet meer kan laten gelden krijgt een 'nieuw' gebod te horen: 'gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt. Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander'. Dat is een nieuw chapiter, merkt iemand op. Dat schijnt zo. Maar één en ander hangt nauw met elkaar samen. Wie zich door genade door Christus liet reinigen, is op de weg gekomen achter Hem aan. Dat betekent: voeten wassen van elkaar. De ander uitnemender achten dan onszelf. Dat werkt beter dan al onze woorden. Daar gaat een goed getuigenis vanuit naar de wereld. Daardoor wordt onze naaste voor Christus gewonnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's