Globaal bekeken
S. Ulfers, de schrijver van het bekende boek Oosfloorn, heeft ook een boek geschreven onder de titel 'Harm Walter' (uitgave D. van Sijn, Rotterdam, 1922). In het eerste boek gaat het over pastorale ervaringen van een dorpsdominee. In het tweede boek over de wederwaardigheden van de dominee in de grote stad. Het boek, historisch van aard, is in romanvorm geschreven. Een fijnzinnig boek, vol pastorale trekjes, vol kennis ook van het leven. Wandelend langs de Boezemsingel zegt een oudere collega tot Walter, die net uit het dorp naar de grote stad gekomen is, het volgende, eerlijk en ontwapenend:
'Ik had opgemerkt en had het zo bij mijzelf gevoeld, Walter, dat jij een zwak ogenblik van moeite en somberheid had. Schaam je er niets over. Caesar en Bonaparte en de Apostel Petrus en Luther hebben allen hun zwakke ogenblikken gehad. Je bent in goed gezelschap dus. En het is beminnelijker om zijn zwakte en zijn dwaasheid aan anderen te laten zien, dan ze te verbergen. Je zult zien dat de mensen meer van je gaan houden wanneer zij je zwakte of dwaasheid zien, dan wanneer je doet alsof je ze nooit hebt. Zelfs als je verder was gegaan dan dit, en als je in je bedruktheid met jezelf was gaan spotten, dan zou het wellicht nóg beter zijn geweest. Heb je wel eens opgemerkt dat er mensen zijn die nooit met zichzelf spotten, en altijd in het gevoel van hun gewichtigheid hun beste beentje voorzetten? Dat is geen goed teken, man! We weten toch ook wel dat zij dwaze dingen doen, waarom verbergen zij ze dan? Wie gelooft het ooit dat iemand altijd waar is, en altijd vroom en goed en zalig en heilig? De mensen, die angstig hun dwaasheden verbergen in deftigheid, moeten niet denken dat wij zo dom zijn om niet beter te weten. Spot maar veel met jezelf en laten anderen het horen. De goeden zullen van je houden, er des te meer om van je houden; en de bozen, nu, die kun je toch niet behagen.'
***
Dr. A. E. Schouten uit Den Haag, zond een ingezonden stuk over 'Samen op Weg' naar het Centraal Weekblad, orgaan van de Gereformeerde Kerken. Daarin werd het ook opgenomen. Hij stuurde een afschrift naar ons. Ter kennisname geven we het aan de lezers door:
'De discussies over "Samen op Weg" tonen aan, dat juist de drie gereformeerde modaliteiten der hervormde kerk het minst gesteld zijn op een fusie met onze kerken. Zij zien scherp hoe op onze synodes de meerderheid poogt onze kerken te drijven op de on-schriftuuriijke wegen van IKON, IKV, pacifisme, concubinaat, homofilie, relationeel waarheidsbegrip en tolerantie jegens midden-orthodoxie en vrijzinnigheid.
In onze kerken signaleerde ds. A. M. Lindenboom in Trouw (24-12-1982) en in Centraal Weekblad (5-1-1983) treffend de dwaasheid van het hele project vanwege:
a. wél eenheid in leervrijheid, maar geen eenheid in leer;
b. eenheidsbeweging, die aan hét fundament der eenheid geheel voorbij gaat. Daar komt echter nog iets bij!
Ik verbaas mij er over, dat niemand attendeert op het kwalijk vermorsen van kerktijd en kerkgeld bij eventuele realisering van SOW. Hoeveel manuren vergaderen van synodes, classes, commissies en deputaten zullen onttrokken worden aan het pastorale werk, waartoe al die vergaderende eerwaarden primair geroepen zijn? Het hart der kerk klopt niet in Lunteren of Leusden, maar in de eigen wijk van de eigen gemeente.
De aandrift tot de vergaderzucht, waarin veler "kerkelijke arbeid" gestalte krijgt, doet mij denken aan die typering van prof. Diepenhorst: "libide congressionalis". Dienstreisjes, vergaderen, samen eten en drinken, rapporten schrijven en distribueren - het is vermorsen van kerktijd en kerkgeld ten koste van wijkwerk en studietijd.
Samen op weg? Welzeker, maar niet onder één dak. Harmonische, lokale samenwerking waar dat mogelijk is. Geen organisatorisch en administratief geploeter naar een mammoetkerk van een grootschaligheid, waarin efficiëntie en eenheidsbeleving niet realiseerbaar zijn. Maanden kerktijd en tonnen kerkgeld mogen daarin niet verspild worden.
Ik verheug mij er in als hervormde dominees als invallers voorgaan in gereformeerde kerkdiensten en omgekeerd. Maar dat zou ook moeten kunnen in samen-op-weg met andere reformatorische kerken. Zo wordt de basis gelegd voor verdere lokale samenwerking.'
***
Enkele weken geleden schreef ondergetekende een artikel in dit blad over het thema van de Werelddiakonaten 'Honger is onrecht'. Van verschillende zijden kwamen daarop reacties, zowel uit de kring van het hervormd werelddiakonaat, als daarbuiten, instemmend en kritisch. Dhr. P. E. R. Oosterhoff, diakonaal consulent van Overijssel, zélf lid van het hervormd werelddiakonaat, zond het volgende stuk ter plaatsing. We nemen dat in deze rubriek op, met daarbij overigens de kanttekening, dat ik er in mijn artikel géén onduidelijkheid over liet bestaan dat, wanneer wij niet alles doen om tot een zo goed mogelijke verdeling van de aardse goederen te komen, er terdege van onrecht sprake is. Maar dat anderzijds, wanneer wij het ganse leven voor Gods Aangezicht stellen - en dat móeten we zeker als kerk! - een dergelijk motto kritisch bekenen moet worden . Dhr. Oosterhoff doet dat te gemakkelijk af door te zeggen dat dit een kwestie van 'theologische discussie' is. Al wat de kerk doet moet (bijbels-) theologisch verantwoord zijn. Anders kunnen we de hulpverlening ook op grond van zuiver humanitaire overwegingen verrichten. Een motto, waaronder de kerk in de wereld werkt, is echter ook van grote betekenis om de bedoeling van de kerk duidelijk te maken. Daar mag geen misverstand over zijn. Daarom zijn op zich de reacties over wat ik schreef dunkt me positief te waarderen.
'Honger is onrecht! Onder deze kop, maar dan met een vraagteken in plaats-van een uitroepteken, stond in "De Waarheidsvriend" van 27 januari een artikai van ir. J. v. d. Graaf. Een artikel dat mijns inziens niet onweersproken kan blijven.
Vooropgesteld: ik ken dhr. v. d. Graaf via ons gezamenlijk lidmaatschap van de landelijke commissie werelddiakonaat als een man met hart voor het werelddiakonale werk, met oog voor de noden van christenen in andere landen en met gevoel voor de verhoudingen en gevoeligheden binnen de hervormde kerk. Hiervoor heb ik zeer veel waardering. Voor zijn artikel onder de titel "Honger is onrecht? " heb ik echter veel minder waardering. Dit zal zijn oorzaak wel vinden in het feit dat we beiden uit een heel ander "deel van de kerk" (om met zijn eigen woorden te spreken) afkomstig zijn.
Ik heb op verschillende punten in het artikel zo'n kritiek, dat het mij goed leek dit ook aan de lezers van "De Waarheidsvriend" voor te leggen.
Ir. V. d. Graaf stelt in zijn artikel dat het motto van de aktie voor werelddiakonaat "Honger is onrecht!" ongelukkig gekozen is. Hij baseert deze mening op de gedachte dat wij ten opzichte van God allen rechteloze mensen zijn. Door onze ongehoorzaamheid hebben wij onze rechten verspeeld. Ik wil de opmerkingen over onze rechten ten opzichte van God maar laten voor wat ze zijn, het zou ons slechts in een vergaande theologische discussie voeren, maar wil wel benadrukken dat het in dit motto hier geenszins om gaat. "Honger is onrecht!" wil zeggen: We leven in een wereld waarin een derde van de mensen overvloed hebben (wij) en twee derde van de mensen tekorten hebben of zelfs honger lijden. Een wereld waarin op dit moment al genoeg voedsel geproduceerd wordt om alle mensen te kunnen voeden, maar waar de verdeling van dit voedsel zo slecht is, dat miljoenen mensen honger lijden. Een wereld waarin veel onrecht is. Een wereld die God niet zo geschapen heeft, maar die gemaakt is door de mensen, door de ongehoorzaamheid van de mensen aan de goede bedoeling van God met deze wereld. Honger komt voort uit een onrechtvaardige voedselverdeling. Honger is onrecht! Zie daar het motto. Geen woord te veel; zeer gelukkig gekozen; to the point.
Weliswaar komt dhr. v. d. Graaf aan het eind van zijn artikel vragenderwijs tot de gedachte of misschien toch honger onrecht is, wanneer wij in het westen eigenlijk niet willen delen. "Dan is honger onrecht, maar dan vanuit ons mensen bezien", zegt hij. Natuurlijk wil dit motto de zaak alleen vanuit de menselijke kant bezien. We zullen God toch niet de schuld willen geven van de scheve verhoudingen, die wij mensen hier op aarde hebben geschapen. God is juist degene die keer op keer ons, via vooral het Oude Testament, wijst op de rechten van onze medemens vooral van degenen die het meest kwetsbaar zijn in de samenleving, die zelf weinig kans hebben om een bestaan op te bouwen; de wees, de weduwe en de vreemdeling. Hen bij te staan bij het opbouwen van een eigen bestaan is dan ook niet een gunst verlenen, maar het is iets waar ze rechtop hebben. Als je het niet doet, doe je ze onrecht.
Zo ook moeten we vandaag de dag inzien dat we aan de armen in de wereld geen aalmoezen mogen geven (alleen f 4, - per hervormde in Nederland, bijvoorbeeld), maar dat we zullen moeten leren af te zien van ons machtsdenken en ons voor hen verstikkende economische systeem ombouwen tot een rechtvaardiger systeem.
Een moeilijke zaak waarvoor we ons wel eerst bewust moeten zijn hoe verstikkend en verarmend dat economische systeem voor die armen in de 3e wereld dan wel is. Daarvoor ook zoeken we via het werelddiakonaat kontakten met de kerken in die landen, opdat zij ons, als gemeenten hier, daarvoor meer en meer de ogen zullen openen.
Een minstens even belangrijke taak voor het werelddiakonaat als het bijeenhalen van de acht en een half miljoen gulden in 1983.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's