Welke weg slaat de synode in?
Op de agenda van de komende hervormde synode staan twee uiterst belangrijke agendapunten: de deelgemeenten en 'Samen op Weg'.
Op de agenda van de komende hervormde synode staan twee uiterst belangrijke agendapunten, die - al zal dat misschien niet zo bedoeld zijn - een onderlinge samenhang hebben, althans kunnen gaan krijgen: de deelgemeenten en 'Samen op Weg'.
In allerlei hervormde gemeenten, waar de plaatselijke kerkeraad aan minderheden geen ruimte toekende wat betreft de prediking en wat daarmee samenhangt, heeft de synode door de jaren heen deelgemeenten in het leven geroepen, gemeenten met een eigen kerkeraad, naast die van de oorspronkelijke gemeente. Op een synodevergadering van enkele jaren geleden werd tot de naam deelgemeenten besloten, omdat de oorspronkelijke benaming 'buitengewone wijkgemeente-inwording' teveel het buitengewone accentueerde. Het college van visitatoren-generaal regelt de kerkordelijk verplichte vijfjaarlijkse gesprekken tussen de kerkeraden van de autochtone gemeente en de deelgemeente. In die gesprekken moet het uiteraard gaan om beter wederzijds begrip en toenadering. Deelgemeenten - dat is het streven - moeten een volwaardige plaats in de hervormde gemeenten krijgen. Hun positie is nog geregeld in de zogeheten overgangsbepalingen van de kerkorde, maar het streven is om ze ook een plaats te geven in de gewone kerkordelijke bepalingen.
In een rapport, dat de visitatoren-generaal opstelden voor de komende synode, wordt gesteld dat de resultaten van de bezoeken, die zij gezien hun opdracht moeten brengen aan gemeenten, die gesplitst zijn in een deelgemeente en een plaatselijke gemeente, om te zien of herstel van de betrekkingen mogelijk is, heel gering zijn. Daarom doen zij suggesties om voor langere termijn de positie van de deelgemeenten te regelen. Daarmee komen zij tegemoet aan de wens - ik citeer het hervormd weekbulletin - 'van de vele deelgemeenten, die als een volwaardige gemeente beschouwd willen worden'. Met name 'in de 36 gemeenten, waar de Gereformeerde Bond de toon aangeeft (is) geen enkele beweging te bespeuren of te verwachten'.
Alléén deelgemeenten
Voor goed begrip van wat de visitatoren-generaal thans voor ogen staat eerst nog het volgende. De kerkorde kent behalve de deelgemeenten ook de buitengewone wijkgemeenten. Deze worden - ten behoeve van minderheden - door kerkeraden zélf in het leven geroepen. De kerkeraad schept dus ruimte voor een andere modaliteit dan in de plaatselijke gemeente aanwezig is en hervormde lidmaten uit de hele gemeente kunnen zich in die buitengewone wijkgemeente laten inschrijven. Als de kerkeraad géén ruimte wil scheppen en geen buitengewone wijkgemeente vormen wil, dan kunnen de bredere kerkelijke organen óver de plaatselijke kerkeraad heengrijpen en een deelgemeente vormen. De buitengewone wijkgemeente is er dus mét instemming van de plaatselijke kerkeraad. De deelgemeente tegen de wil van de kerkeraad in.
In het nu voorliggende rapport wordt bepleit het verschil tussen de buitengewone wijkgemeente en de deelgemeente te laten vervallen. Overal, waar in de kerkorde buitengewone wijkgemeente staat, moet voortaan deelgemeente komen. En al zulke gemeenten worden bij beslissing van de bredere kerkelijke organen gevormd. Dus ook besluiten van de centrale kerkeraad terzake behoeven de goedkeuring van het breed moderamen van de synode. En als de plaatselijke (centrale) kerkeraad niet mee wil werken dan bestaan, bij beslissing van het moderamen, voortaan toch twee gemeenten naast elkaar zonder binding in een gemeenschappelijke kerkeraad. Moet er tóch in elke gemeente naar het oordeel van de synode één centrale kerkeraad blijven, dan moet dit maar in fasen geregeld worden.
Ingrijpend
Het is duidelijk dat het hier om een diep insnijdende zaak gaat.
Laat ik voorop stellen dat de functie van het college van visitatoren-generaal geen benijdenswaardige is. Men zal maar gesprek tot gesprek moeten leiden zónder dat er enig resultaat geboekt wordt. Jarenlange uitzichtloze gesprekken zijn weinig bemoedigend en inspirerend. Maar dit mag uiteindelijk bij de beoordeling en bij de beleidsvorming geen rol spelen. De synode heeft hier immers te maken met 'koekje van eigen deeg'. De synode zélf heeft de deelgemeenten in het leven geroepen en zich verplicht tot de genoemde gesprekken.
En dat nu opnieuw de 36 gemeenten, waar de Gereformeerde Bond de toon aangeeft, de zwarte Piet krijgen toegespeeld is ver buiten de orde. Het zij namelijk nóg eens gezegd, dat minderheden van Gereformeerde Bondssignatuur de weg van de deelgemeenten vrijwel nooit hebben gekozen, maar de noodbehuizing van een evangelisatie zochten of toch de weg bleven gaan van de vaak al even uitzichtloze gesprekken met de plaatselijke kerkeraad, in sommige gevallen mét resultaat (na jaren), in andere gevallen met geen enkel resultaat.
In die 36 gemeenten van Gereformeerde Bondssignatuur werden de deelgemeenten intussen soms maar al te gemakkelijk gevormd. Met de invoering ervan heeft de synode zich een monstrum op de hals gehaald, een kerkelijk gezien wanstaltig lichaam. Het feit dat de synode de plaatselijke kerkeraad laat voor wat die is en eigenmachtig óver die kerkeraad heen grijpt en beslist is strijdig met de autonomie van de plaatselijke gemeente, maar bovendien zeer ongeestelijk, omdat een wettig gekozen kerkeraad toch ook het 'door de gemeente en mitsdien door God zelf geroepen' in zich heeft.
Respect voor het ambt, vanwege het goddelijke van de roeping, is ten allen tijde nodig. Maar in het geval van de deelgemeenten stelt de ene (meerdere? ) ambtelijke vergadering zich tegenover de andere. De synode tegenover de kerkeraad. Dat heet synodocratie, om het maar scherp te zeggen. Als de synode nu de voorstellen accepteert, zoals ze door de visitatoren zijn voorgelegd, dan is een nog weer verdere stap gezet in de richting van centralisatie van beleid. Op het oog zal er in de praktijk voorlopig weinig veranderen omdat deelgemeenten deelgemeenten blijven, terwijl buitengewone wijkgemeenten het wórden. Maar de voorstellen om - als de synode dat wenst - in fasen tot een gezamenlijke centrale kerkeraad te komen, kunnen verregaande consequenties hebben in de toekomst.
Fiat
Het punt is dat we méér en méér in een situatie komen dat feitelijke minderheden synodaal fiat krijgen en als gelijkwaardig naast de oorspronkelijke gemeente worden erkend. Waar moet deze weg eindigen? Is de vraag naar het rechte belijden en het toezicht houden op de leer door de kerkeraad hier niet geheel naar achter gedrongen?
Een synode, die zich op deze weg begeeft, staat vroeg of laat voor de consequenties van wat zij zelf verder heeft los gemaakt. Gesteld, er is een gemeente waar, naast de plaatselijke gemeente, een deelgemeente functioneert en er ontstaat een groep, die zich als (maatschappij-kritische) basis-gemeente wil gaan ontplooien. Oók maar weer erkennen dan, naast de twee gelijkwaardige gemeenten? Op deze manier groeien we naar een kerkelijk leven waar de gemeenten worden uitgehold. Daar waar nu nog gemeentelijk leven met respect voor het ambt is worden in principe door de nieuwe regeling - die uiteindelijk de centrale kerkeraad kunnen gaan raken - de fundamenten ondergraven.
In dit verband mag ik de vraag niet meer stellen: wat doet de synode dan met al die minderheden, die tot heden geen officiële kerkelijke status hebben gekregen? Ik bedoel de evangelisaties. Want wat we in het geheel van de kerk ten principale, want als ambtsondermijnend, moeten afwijzen, moeten we voor 'eigen' minderheden niet willen vragen, Daarvoor moet het respect voor het ambt te groot zijn. Dan liever blijven lijden aan een noodsituatie dan het kiezen van eigen wegen, die zich niet verdragen met de hoogheid van het ambt.
En tenslotte - het lijkt een open deur intrappen - het zal toch altijd moeten gaan om de vraag wat en wie recht van spreken heeft in de kerk: de minderheid, de meerderheid, of de Waarheid. De meerderheid heeft niet altijd gelijk. Maar de Waarheid zal moeten zegevieren.
Samen op Weg
De synode staat voor een tweede ingrijpende kwestie. Ze moet beslissen inzake de voorstellen van de Combi-synode over de bereidverklaring tot éénwording van de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken na 1986. Over de zaak zélf is zoveel geschreven, dat er momenteel weinig nieuws aan toe te voegen is. De kaarten zijn om zo te zeggen geschud. De weerstand tegen Samen op Weg is, vanuit onderscheiden delen van de Hervormde Kerk met name, duidelijk gebleken. In een ingezonden stuk in het Centraal Weekblad van de hand van dr. A. E. Schouten - opgenomen in de rubriek 'Globaal Bekeken' van dit nummer van ons blad - wordt gesteld dat juist de gereformeerde denominaties zich tegen 'Samen op Weg' verzetten. Dat is juist. De laatste tijd bereikten mij echter van allerlei zijden diverse verontruste reacties, waarin gesteld werd dat het ook in andere delen van de kerk niet gaat. Daar, waar dus om financiële redenen tot samengaan besloten werd, keert soms ook de wal het kerkelijke schip.
Maar genoeg hierover thans. De synode zal moeten beslissen. Zal ze de weg kiezen, die de Combi-synode heeft aangewezen? Dan is te verwachten dat het schip van de nieuwe kerk, als het eenmaal zee gekozen heeft, zware averij zal oplopen. Tal van gemeenten zullen niet te dwingen zijn en zich niet laten dwingen. Zoals een dominee de mensen niet kan dwingen in zijn diensten te komen of eruit weg te blijven, zó zal kerkelijk samen gaan niet af te dwingen zijn. Laat de synode beseffen dat de situatie hoogst ernstig is. Zij zal nu moeten kiezen of delen. Zal de weg echt onomkeerbaar zijn? Dan kunnen de consequenties wel eens onontkoombaar zijn.
Samenhang
In het begin van dit artikel stelde ik, dat de twee belangrijke agendapunten, namelijk die van de deelgemeenten en van 'Samen op Weg' wel eens een onderlinge samenhang kunnen hebben. De vraag is wat er straks moet gebeuren als een deel van de kerk - en dat zal een belangrijk deel zijn - niet bereid is om zich te voegen binnen de kaders van 'Samen op Weg'. Dat kunnen plaatselijke minderheden zijn. Dat kunnen duidelijke meerderheden zijn. Dat kunnen héle gemeenten zijn. Dat kunnen hele classes zijn. Zullen we dan allen onder het synodale juk door moeten? En zijn dan de kaders met de nieuwe regeling voor de deelgemeenten dan al geschapen? De nieuwe regeling voor de deelgemeente bedoelt immers gelijkwaardigheid van die gemeenten en de plaatselijke gemeenten, die er qua origine zijn? Zal die lijn dan ook doorgetrokken worden na een van boven opgelegde éénwording van beide kerken? Dan zijn de consequenties niet te overzien, al zijn ze al wel te bevroeden. Neem een willekeurig, maar alleszins reëel geval. Een hervormde gemeente heeft vier predikantsplaatsen. Wil niet meegaan in het kader van 'Samen op Weg'. Ter plaatse is een hervormde deelgemeente en verder een Gereformeerde Kerk met drie predikantsplaatsen. Wordt de nieuwe regeling voor de deelgemeente een feit en krijgt 'Samen op Weg' gestalte, dan zijn er opeens twee 'gelijkwaardige' gemeenten naast elkaar, met intussen een drastische wijziging van de verhoudingen. En als dit dan doorgetrokken moet worden naar één centrale kerkeraad? Om dan verder maar te zwijgen over een gemeente met een hervormde kerkeraad, die mét de gemeente niet meegaat met 'Samen op Weg' en dan opeens een 'gelijkwaardige' deelgemeente van de Gereformeerde Kerk naast zich ziet, waarmee men voortaan in één centraal verband moet optrekken.
Welke weg zal de synode inslaan? We staan op een belangrijke tweesprong. Ten aanzien van de deelgemeenten én ten aanzien van 'Samen op Weg'. Laat de tweesprong geen driesprong blijken te zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's