Uit de pers
Jeugd en kerk
Onlangs verscheen de tweede druk van een door J. Jonker geschreven boekje onder de uitdagende titel: Gaan uw kinderen nog naar de kerk? Gesignaleerd wordt het verschijnsel dat veel jongeren de kerk verlaten. Waar liggen de oorzaken? Het kerkblad voor de Herv. en de Geref. Kerken van Driebergen publiceerde in het nummer van 20 januari een verslag van gesprekken met jeugdouderlingen en een pastoraal medewerker daar ter plaatse over de betrokkenheid van de jongeren bij het kerkelijk gebeuren. Gesteld wordt dat de animo onder jongeren in de leeftijd van 16-26 jaar uiterst gering, is. Een percentage van 16% deelnemers uit de doop-en belijdende leden aan enige vorm van kerkewerk wordt aan de hoge kant genoemd. Het traditionele jeugdwerk behoort tot het verleden. Men probeerde afgelopen najaar een nieuwe opzet van de gespreksgroepen:
'Vraag aan Piet van Houwelingen of de nieuwe opzet van de gespreksgroepen de alom waarneembare tanende belangstelling van jongeren yoor de kerk een halt kan toeroepen. "Zekerheid daaromtrent bestaat er allerminst. Ik hoop natuurlijk van wel. Soms ben ik wel eens jaloers", zo vervolgt hij, ''op de struktuur van de jongerenorganisatie in bijvoorbeeld de Christelijk Gereformeerde Kerk. Ik zeg er tegeljk bij, dat het op dié manier van mij niet hoeft. Er moet geen sociale controle op jongeren worden uitgeoefend. Men moet gemotiveerd zijn om aktief deel te nemen aan kerkelijke activiteiten. De sfeer binnen de kerk móet wel zodanig zijn om ook gemotiveerd te raken. Ik denk, dat het daaraan schort in onze kerk". Terlouw en Van Houwelingen wijzen erop dat, naar hun waarneming, bij veel jongeren de kerk als een onpersoonlijk instituut wordt beschouwd. "Velen tonen zich onverschillig jegens de kerk en dat heeft niets te maken met de eigen geloofsbeleving. Die kan vaak heel intens zijn", zegt Van Houwelingen. Wijst erop dat het hoog tijd wordt, dat de gereformeerde kerk haar bakens verzet. "Veel jongeren ervaren de kerk als een strukturen-en gewoontekerk. Als daar geen verandering in komt, dan is de kerk een aflopende zaak". Van Houwelingen vult aan met de opmerking dat hij een dergelijke ontwikkeling nog niet eens als zo erg zou ervaren.''Men stapt uit het instituut kerk, maar er komt iets anders voor in de plaats en met dat 'iets' bedoel ik de mensen zelf." In dit verband wijst hij op de in Driebergen niet onbekende organisatie van de "Navigators", in welke organisatie, volgens hem, geen sprake is van gekunstelde structuren. '"Naar mijn oordeel kan de kerk veel leren van de 'Navigators'. Daar is, zowel bij jong en oud, enthousiasme aanwezig omdat men veel meer betrokken is bij de organisatie en ook veel meer verantwoordelijkheden heeft. Kortom, gewoon een veel natuurlijker organisatie dan de kerk", aldus Piet van Houwelingen.
Jeugdouderling Simon Essenburg, zoals gezegd als zodanig werkzaam in Wijk I van de Hervormde Gemeente, erkent dat de hierboven geschetste problematiek niet veel afwijkt van die in "zijn" gemeente. "Ook bij ons is het Jongeren Pastoraat een moeilijke zaak. Daar moeten we eerlijk in zijn".
De aktiviteiten van het Hervormde Jongeren Pastoraat richten zich, voor wat betreft de oudere jongeren, op de zogenoemde "lidmatenkringen". Deze groepjes zijn in de tweede helft van de jaren zeventig spontaan ontstaan en bestaan uit belijdende lidmaten, die te kennen hebben gegeven aktief betrokken te blijven (na beëindiging van de belijdeniscatechisatie) bij de kerk, op welke wijze dan ook. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij medewer king verlenen aan avondmaalsdiensten en in de gespreksgroepen aktuele thema's aan de orde stellen, zoals o.a. het kernwapenvraagstuk. Essenburg beschouwt de binnen de Hervormde Gemeente opererende gespreksgroepen als belangrijk. "Het is heel duidelijk, dat de 'beleving' onder de mensen in de 'kringen' heel anders is dan in de kerk. Men kan zich uiten. Men in zinnig bezig." Ook komt in de gespreksgroepen, zo stelt hij, nog wel eens tot uiting, dat de kerk geen gerichte boodschap (meer) heeft. "Daarom is het ook zo moeilijk om nieuwe mensen te aktiveren voor deze groepen. Een grote meerderheid van door ons benaderde jongeren binnen 'hervormd Driebergen' voelt er niet eens voor om met ons te praten. Dat zegt nogal wat." Essenburg adstrueert die ogenschijnlijke apathie voor de "kerk" nog met een ander voorbeeld: "In Wijk III zijn in 1981 ongeveer 200 jongeren aangeschreven. Resultaat: ongeveer tien reakties. Het spreekt voor zich, dat we konstant bezig zijn om te pogen erachter te komen wat er bij de mensen leeft. Dat moeten we weten, willen we als 'kerk' daar goed op kunnen inspelen".'
Het is geen bemoedigende lectuur als men een dergelijk verslag onder ogen krijgt. Niettemin is het goed een eerlijke diagnose onder ogen te zien. Het probleem is wel, dat de gesprekspartners ten aanzien van de remedie nogal vaag blijven. Veel verder dan structurele verbeteringen komt men niet. Nu zal ik de laatste zijn om, het belang van goede, duidelijke structuren te ontkennen. Analyses, die op dit punt feiten aan het licht brengen, zijn welkom. Maar het trof me toch dat aan het slot gesteld wordt dat de kerk geen boodschap meer zou hebben. Er wordt niet gezegd wat men daar concreet mee bedoelt. Bedoelt men dat de kerk achter loopt op de tijdsontwikkelingen? Bedoelt men dat door de moderne theologie de inhoud van de boodschap vaak verschraald is? Bedoelt men een te traditionele aanpak? In elk geval meen ik dat voortdurende bezinning op het wat en het hoe van de boodschap die de kerk krachtens haar opdracht mag brengen geboden is. Want structurele maatregelen baten niet als onze woorden zouteloos en smakeloos worden. Of als woorden vloeken met daden. Ds. J. H. Velema schreef onlangs 'm De Wekker dat het er in deze tijd om gaat dat we eerlijk kerk-zijn, en geen scheiding aanbrengen tussen leer en leven. Dat dualisme heeft velen, vooral jongeren van de kerk vervreemd. Laten we het aandurven om met het levende Woord in de actualiteit te gaan staan. Ten diepste gaat het om een Geestelijke zaak, nl. de vervulling met en de bezieling door de Heilige Geest. De vermaning de Geest niet te bedroeven noch door modernisme, noch door traditionalisme mag ons in deze tijd veel te zeggen hebben. Dan behoeven we niet naar anderen te kijken, maar dan hebben we te zien op onszelf. En als we terugkeren tot Hem die Heere is en levend maakt, dan is er hoop. Want daar blijft de belofte voor ons en onze kinderen dat de Geest jongeren en ouderen wil maken tot profetische getuigen van Christus' koningschap.
De dreiging van een herlevend fascisme
De gebeurtenissen van 1933, nu 50 jaar geleden, zijn aanleiding tot menig beschouwing waarin niet alleen de historische vraag gesteld wordt: Hoe kon zoiets gebeuren? , maar waarin ook gewezen wordt op fascistische tendenzen die zich hier en daar in de samenleving kenbaar maken. Het blad De Tijd wijdde er onlangs een speciale bijdrage aan, waarin enerzijds gezegd werd dat het heden altijd anders is dan het verleden, dat niettemin waakzaamheid geboden is. Ook dr. A. A. Spijkerboer ging er in de kroniek van Kerk en Theologie op in.
'Onze tijd doet mij aan de incubatie-periode van het fascisme denken. Ik geloof niet dat het fascisme, zoals we dat gekend hebben: die enorme massa's die een Führer of een Duce bejubelen, die onafzienbare kolonnes marcherende mensen en de totale overheersing van de maatschappij door één partij, terugkomt. Maar er is in onze tijd zoveel dat ook de oorspronkelijke fascisten fascineerde: het verlangen naar actie, de wil om te léven, de vreugde over de vernietiging, de heroïek tegen een uitermate donkere achtergrond.
Jacques de Kadt heeft in zijn artikelen in "De Nieuwe Kern" en in zijn "Het fascisme en de nieuwe vrijheid" de gevoelswereld van het fascisme prachtig beschreven; het is de ''opstand van het beest in de mens tegen de mens in de mens", "van het leven genieten, dat is in auto's rijden en brullen", het ideaal is ondergeschikt aan de actie en de actie is geen functie van het ideaal; het komt allemaal uit de onderste schachten van ons gemoed naar boven borrelen. Het wil mij voorkomen dat wat er in de jaren twintig door Europa heengierde, en leidde tot de enorme opmars van het fascisme in de jaren dertig, nu ook door Europa heengiert, maar zich individueel, verbrokkeld en fragmentarisch uit. Ik denk ook, dat het individueel, verbrokkeld en fragmentarisch zal blijven. Maar daar is het niet minder gevaarlijk om!
Toen ik zeventien jaar geleden in Amsterdam kwam wonen, ging ik graag naar het stadion: wanneer DWS tegen Ajax speelde, was het er een gezellige boel. Nu ga ik bijna nooit meer: de gezelligheid is weg, en het vooruitzicht een bierfles tegen mijn hoofd te krijgen lokt mij ook niet aan. Niet alleen in ons land, maar ook in Duitsland en Engeland, gaan supporters van elkaar bestrijdende clubs met elkaar op de vuist, en bleef het maar bij vuisten, er worden ook fietskettingen, boksbeugels en gebroken flessen gebruikt, en er vallen doden. Dan worden er tribunes afgebroken en in brand gestoken. Treinen en bussen worden vernield. Nu kun je wel zeggen dat dat maar kleinigheden zijn, maar vroeger kwamen zulke dingen niet voor, en nu gebeuren ze regelmatig en op vrij grote schaal, en ze horen bij onze tijd.
Dan zijn er de knokploegen die uit de "leerlingen'' van "sportscholen" worden gerecruteerd. Tegen een goede betaling willen zij wel een huis ontruimen, of een ander karweitje opknappen, omdat "de politie toch niets doet". Verder zijn er de "punk"-jongeren, die hakenkruizen en SS-runen op hun jakken naaien.
In het midden van de jaren zestig maakte "Ik, Jan Cremer" furore. Men herinnerde zich de omslag van de enorme Jan, met die enorme pet, op die enorme motorfiets. Het boek beleefde de ene druk na de andere, en toen Miskotte het gelezen had, verzuchtte hij, dat we ''een zeer gewelddadige tijd tegemoet gingen": wanneer een boek, waarin een brandende sigaret wordt uitgedrukt op de huid van een kleuter, door het grote publiek "gevreten" wordt, moet je je wel op het een en ander voorbereiden.
Nu zitten er onder vechtende en vernielende voetbal-supporters, onder leerlingen van sportscholen en "punk"-jongens natuurlijk ook goeierdjes, die gewoon meedoen. Maar ze doen wel wat ze doen! Er wordt in deze kringen ook niet veel gefilosofeerd en gearticuleerd maar ik vrees dat hun levensgevoel wonderwel aansluit bij de fascistische onderstromen van onze tijd.
Hoe reageren de kerken op dit alles? Ze reageren eigenlijk helemaal niet. Er zit (en nu kom ik tot het positieve) in de geest van onze tijd ook een echte ethos: het verzet tegen de vervuiling van het milieu, de strijd voor een goede verdeling van de woonruimte, de diepe weerzin tegen de moderne bewapening en de actie voor mensen die om hun politieke of godsdienstige overtuiging gevangen zitten. De kerken sluiten zich bij dit ehtos aan en bevorderen het; dat is in de kerken te prijzen. Maar de kerken hebben geen oog voor wat er uit de fascistische onderstroom van onze tijd naar boven komt en zich wel eens - niet altijd - van dat ethos meester maakt. Als de harde kern van de kraakbeweging of van de milieubeweging met stenen en ijzeren staven tevoorschijn komt, en her en der bommen deponeert, kunnen de kerken wel zeggen dat ze dat niet bedoeld hadden, maar als ze een beetje beter gekeken hadden, hadden ze kunnen zien, dat dit er óók in zat en er dus ook wel eens uit zou kunnen komen.
George Orwell vertelt het prachtige verhaal over socialisten die ontzet zijn wanneer ze ontdekken dat hun kinderen met loden soldaatjes spelen. Ze begrijpen eigenlijk niet dat hun kinderen niet willen spelen met loden pacifisten. Hitler begreep maar al te goed, dat mensen ook willen vechten en zich op willen offeren, en hij was een veel beter psycholoog dan de door Orwell ten tonele gevoerde socialisten. De kerken doen aan die socialisten denken: ze confereren maar door, alsof er niets aan de hand is. Ik ben nog nooit zo een enthousiaste conferentie-ganger geweest en ik loop graag over straat; dan zie ik een diep verlangen naar authenticiteit, en ik hoor een schreeuw om vrijheid, maar beide kunnen geperverteerd worden door een emotionele onderstroom, die doet denken aan de incubatie-periode van het fascisme in de jaren twintig, en tot op zekere hoogte zijn ze al geperverteerd.
Het enige, echte positieve van onze tijd vind ik "Amnesty International". Ik acht me ontslagen van de plicht op, te merken dat Amnesty ook wel eens fouten maakt, maar van deze onpartijdige en doelmatige actie voor mensen die door de staat gemangeld worden, ben en blijf ik zeer onder de indruk.
Nu vind ik een roep om vrijheid en een verlangen naar authenticiteit volstrekt legitiem, en als zij de wezenlijke behoeften van onze tijd zijn, of daar in ieder geval bijhoren, dan is het zaak dat we daar goed op ingaan. Je kunt natuurlijk beginnen met een betoog over vrijheid-in-verantwoordelijkheid, maar in zo een betoog kan de vrijheid al gauw het kind van de rekening worden. Ik althans hoor we! eens over de vrijheid spreken op een manier, waar ik benauwd van word.'
Spijkerboer herinnert dan aan Luther die z.i. de spanning tussen vrijheid en gebondenheid bijbels en trefzeker verwoord heeft: Een christen is een vrij heer over alle dingen en niemand onderdanig. Een christen is een dienstbare knecht van alles en iedereen onderdanig. Vrij worden we door de gerechtigheid van Christus die mij om niet geschonken wordt. Door genade alleen, zonder de werken. Dat bewaart voor valse bindingen. Maar deze innerlijke vrijheid wil gestalte krijgen in het uiterlijk leven, in de omgang met de ander en met je eigen lichaam en leven. Vrijheid heeft dan alles te maken met het leven in de liefde die de vervulling van de wet is. Vrijheid betekent dan ook: Hoe kan ik uit dankbaarheid het belang van de ander dienen. Tegen fascistische tendenzen en totalitaire regiems baat alleen deze evangelische vrijheid die gave en opgave is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's