Luther, de trooster van aangevochtenen (6)
De aanvechtingen blijven niet in volle hevigheid. Er zijn ook tijden van rust.
Het einde van de strijd
Wanneer houden de aanvechtingen op? Het is duidelijk dat de strijd zo hoog kan gaan, dat er alleen maar redding is als de overwinning niet lang op zich laat wachten. En dan gaat het natuurlijk om de overwinning van het geloof door de kracht van Woord en gebed. Want stel dat de duivel winnen zou, dan zou de strijd beëindigd worden in een totale en machteloze vertwijfeling. Maar gelukkig, de Heere laat Zijn gelovige kinderen niet boven hun macht verzocht worden. Als de nood op zijn hoogst is, is de redding nabij. Het reddende medicijn is Christus' Woord in onze zwakheid als de wondere kracht van het geloof, alleen kan het wel eens gebeuren dat na de toediening van dit medicijn de aanvechting nog in hevigheid toeneemt. Juist omdat het einde van de strijd nadert. Wij hoeven ons dan niet nog meer te laten ontmoedigen, als zou ook dit laatste medicijn niet helpen. Integendeel, Luther zegt: 'Als echter na zo'n medicijn de aanvechting heftiger begint te worden, moet men niets anders doen dan bij de boven gegeven raad blijven. Want deze grote aanvechting is een goed teken dat ze spoedig ten einde zal komen en dat de duivel bijna overwonnen is, alleen al omdat hij nu het hoogste probeert. Immers ook Farao vervolgde de kinderen Israels nimmer heviger, dan aan het einde. Men ziet dat toch ook bij lichamelijke zwakheid: 'als de medicijn werkt en de mens helpt, maakt ze hem eerst het allerziekst. Daarom moet die mens hopen en een goede troost hebben'.
Aanvechtingen blijven
De aanvechtingen blijven dus niet in volle hevigheid. Er zijn ook tijden van rust. En toch zullen er ook altijd aanvechtingen blijven. Dat kan niet anders, dat is met de werkelijkheid van het geloof gegeven. Dus ten diepste houden de aanvechtingen in het strijdperk van dit leven nooit op. Daarom moeten wij niet denken dat wij er zijn als wij in dit leven zonder aanvechtingen zijn. Integendeel zonder aanvechtingen zijn is niet zó'n best teken. Het doel is niet dat wij de aanvechtingen zo te boven komen dat wij in een zelfverzekerdheid terecht komen waarin wij denken dat wij nu de duivel in onze eigen overwonnen kracht wel aan kunnen. Luther waarschuwt daar in een van zijn preken ernstig tegen. 'Vroeger heb ik gedacht, dat ik wel eens met de Heilige Petrus en Paulus erover discussiëren wilde wie van ons de grootste aanvechtingen gehad heeft. Ik heb vaak de duivel zijn inwerpingen niet kunnen wederleggen; maar toen heb ik hem naar Christus verwezen. Als Die ons verlaat is de duivel ons veel te sterk. (...) Daarom zijn de 'Rottengeistêr' en al die zekere mensen arme en ellendige sukkels; als ze een paar gedachten uit de Schrift bij elkaar lezen, zijn ze zo zeker dat ze God verstaan. Daarom richten ze sekten op, omdat ze geen ervaring van deze aanvechtingen hebben. (...) Omdat de duivel hen niet aanvalt staan ze zo vast (Luther bedoelt hier de Dopersen, Münzer c.s.). De ware christenen hebben, als ze aangevochten worden, moeite en nood, en staan in grote angsten, dat ze het Zwaard des Woords niet vast kunnen houden. Het is niet zo, zoals velen zich beroemen: Dat zal mij God niet nemen! Daarom zijn diegenen, die zo onverzettelijk zijn en de duivel wel vreten kunnen, het niet die bestaan kunnen. Als de Heilige Geest er niet is en je helpt, dan ben je direct door de duivel verslonden. Daarom zijn de vromen zwak en klagen als Paulus, dat ze niet het goede doen dat ze willen. Die anderen menen dat ze het al lang gedaan hebben'. Het is dus duidelijk dat het geenszins de bedoeling is dat wij op deze manier de aanvechtingen te boven komen. Ze zullen onlosmakelijk verbonden blijven met het leven van het geloof dat de zaligheid buiten zichzelf vast weet. En al kent het geloof dan tijden van vrede, als het goed gaat en de tegenstander buiten het gezicht is, toch mag nooit vergeten worden dat het geloof tweeërlei uren heeft, naast de uren van vrede ook uren van strijd, waarin het erop aan komt. De strijd zal dan pas definitief voorbij zijn als de jongste dag aanbreekt. Dan zullen zonde en dood er niet meer zijn, dan zijn er geen raadsels meer die twijfel baren, dan klaagt de wet niet meer aan, dan zijn alle problemen en noden opgelost, als God zal zijn alles en in allen. Het spreekt dus vanzelf dat de aanvechtingen steeds sterker zullen doen verlangen naar het aanbreken van die gloriedag. Luther heeft deze dag met vurig verlangen verwacht, en voor zijn gevoel was die ook zeer aanstaande.
Het geloof als einde van de aanvechting
Hoewel de aanvechtingen dus zullen blijven komen, toch is er in het strijdperk telkens weer een voorlopige bevrijding en in zekere zin een eind aan de aanvechtingen in de overwinning van het geloof. Het geloof is de zekerheid van het komende definitieve einde van de macht van zonde en dood en duivel. En waar de bestredene dat in Christus zien mag, is de strijd dan eigenlijk gewonnen. Eerst werd het zicht op de genadige beloften des Vaders ontnomen. De duivel probeerde allerlei duistere wolken daarvoor te schuiven. Maar waar de hemel opklaart en wij niemand anders zien dan Jezus alleen, in Wie al Gods beloften ja en amen zijn, daar kan, ziende op de komende verlossing het zegelied al gezongen worden. Maar nogmaals, dat alles niet als een zelfverzekerd bezit in de gelovige zelf. Het geloof heeft een principieel eschatologisch karakter. Niet dat ik het alrede gegrepen heb, maar ik jaag ernaar of ik het grijpen mocht. Maar dan ook: waartoe ik van Christus gegrepen ben! En zo blijft gelden: 'Fides est pugna', 'geloof is strijd'. De zaligheid is vast en zeker deel van de gelovige. Luther heeft het als onopgeefbaar gezien, dat de gelovige zeker kan zijn vari zijn zaligheid in Christus. Daar niets vanaf. Maar het is niet de valse zekerheid, de securitas, de menselijke verzekerdheid, die haar rust en onaangevochtenheid ten koste van de nederlaag van de satan gekocht heeft. Dat is een zekerheid die vertrouwt op werken en verdiensten, op eigen gelovigheid. De heilszekerheid, de certitudo, is de zekerheid die de gelovige heeft van God in Christus, van Zijn beloften, die Hij dwars door alles heen waar maakt. Maar die heb je nooit in je hand. Die zijn altijd buiten jezelf vast en zeker. En daarom ook is er toch dat gevaar van aanvechtingen, omdat de blik op die beloften nog verduisterd kan worden door vertwijfeling. Maar de eigenlijke zekerheid buiten de gelovige is nooit betwijfeld, die blijft vast en zeker staan. Die is niet aan te vechten. En daarom wordt de aanvechting telkens weer gebroken op de hardheid van deze Rots des Heils, Die Christus is. En de zekerheid is er, daar waar je met een benauwd hart bij Hem de toevlucht vind. In zoverre de mens zijn vertrouwen op God richt, heeft hij de zekerheid des heils en is hij in de hemel. In zoverre hij dat niet doet, maar op zichzelf ziet, staat hij in gevaar van aanvechting 'Geloof je het, zo heb je het, twijfel je, dan ben je verloren' .
De christelijke bestaanswijze
Uit alles blijkt dat het leven van het geloof hier op aarde dus niet een toestand is, die vast en zeker is in aardse rust en ongebrokenheid. Het leven van de christen is een strijd. De christen ligt zijn ganse leven te velde, hij kan het harnas niet afleggen. De aanvechting heeft er alles mee te maken dat het leven van de christen het leven is uit de rechtvaardiging. Ook hier staat de mens in de spanning van het 'reeds' en 'nog niet'. Hij is verlost, en toch nog niet verlost uit de verstriktheid van vlees, wereld en zonde. Tegelijk rechtvaardige en zondaar, 'simuliustus ac peccator'. Verlost in de belofte en toch nog gebonden in de nood. De spanning blijft. Maar Christus triumfeert. Hij heeft de strijd reeds gewonnen, en daarom zal die voor het geloof ook gewonnen zijn en gewonnen worden. Zo is de gelovige hier nooit in ruste. Hij hangt aan de draad van het Woord boven de afgrond van zonde en dood. Ziet hij naar onderen, en naar zichzelf, zo is de vertwijfeling daar..Maar ziet hij omhoog, ziet hij op de kracht van het Woord, dan is er zekerheid en heil.
Wat nut u de aanvechting?
De laatste vraag die wij stellen is wat het nut en het doel van de aanvechtingen is. In de ure der aanvechting worden de vruchten vaak niet gezien en is er alleen grote nood en strijd op leven en dood. Maar achteraf wordt er geleerd dat het goed is, verdrukt te zijn geweest. De Heere heeft er zijn heilige bedoeling mee om Zijn kinderen door de aanvechtingen heen te leiden en te louteren. Het zijn de edelste gesteenten die onder de hoogste druk ontstaan. In de Schrift blijkt het telkens weer dat de heiligen er niet minder van geworden zijn. Wij horen daar van niemand, dat hij achteraf graag langs een andere weg zou zijn gegaan. Want de weg van aanvechtingen is een weg waarin we zo dicht mogelijk bij God leren schuilen en ervaren wat wij aan Zijn heerlijk Woord mogen hebben in leven en sterven. Denk ééns hoe Abraham in de hoogste nood was, toen hij de zoon van de belofte moest offeren. Hij wist niet meer hoe hij het met zijn God had. Maar in deze weg leerde de Heere Zichzelf kennen als de God, Die het voorzien zal. Denk eens aan Jakob in zijn strijd op leven en dood aan de Jabbok. Hij hield er een ontwrichte heup aan over. Maar ook een nieuwe naam, Israël, strijder met God en vorstelijke overwinnaar. Denk eens aan de kananese vrouw, die Jezus overwon met Zijn eigen Woord en die zo rijk ontvangen mocht naar haar geloof. Uiteindelijk moeten ook de aanvechtingen met alle dingen in het leven van de gelovige tot zaligheid dienen. En dan moet zelfs de duivel, de grote vijand dienstbaar zijn en onderworpen aan Gods heilswil. Dan moet hij Gods knechtje zijn om ons uit onze wankele onvastheid uit te drijven naar de veilige zekerheid van het Evangelie van Christus.
(slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's