Lijden aan de wereld
Er gaat een kreun door deze wereld. Bij wat er geschiedt dóór mensen aan mensen voegt zich het nameloze leed tengevolge van de grootschalige rampen.
Toen ik het nog weer eens letterlijk voor me zag vond ik het opnieuw schokkend. Ik bedoel het bekende citaat van Goebbels in de Nazitijd: 'de vrijheid van de duitse natie kan slechts in de strijd tegen de Joden worden verkregen. Zeker de Jood is ook een mens. Maar de vlo is óók een dier, alleen geen aangenaam beest. Voor ons en ons geweten hebben wij de plicht hem onschadelijk te maken'.
Waartoe dit leidde leerde het gebruik van Cyclon-B, het insecticide, waarmee na 1942 zo vele Joden onder de 'douches' in de vernietigingskampen 'onschadelijk' werden gemaakt. De Jood is óók een mens, maar de vlo is óók een dier! Ongehoord, dat de mens, tegenover de medemens tot zulke absurditeiten in staat was. Het normale werd absurd. Het absurde werd normaal. De mens was als nooit tevoren de mens een wolf. Zelfs beneden het dierlijke verlaagde hij zich.
En we schijnen van de geschiedenis nooit te leren. Wie er echter niet van leerde is gedoemd deze opnieuw te beleven. Tot vandaag zien we welke waarde het leven van medemensen heeft. Ze worden; dan hier, dan daar in de wereld, neergemaaid alsof het ongedierte is. Wat een immens leed en lijden zijn er in de wereld, door machtswellust, niets ontziende begeerte naar bezit, misbruik van de ander ten eigen voordeel. En we hebben er individueel helemaal geen greep op. De meest afschuwelijke gebeurtenissen gebeuren gewoon. En je huivert hoe dingen in kóélen bloede gebeuren.
Er gaat een kreun door deze wereld. Bij wat er geschiedt dóór mensen aan mensen voegt zich het nameloze leed tengevolge van de grootschalige rampen. Miljoenen in deze wereld zijn ontheemd omdat ze vluchten moesten, vanwege de politieke situatie in hun land. Evenzovele miljoenen zijn slachtoffer van oorlogsgeweld, hetzij ze zelf de verminkingen in hun lichaam meedragen, hetzij ze door het geweld in hun geest zijn geknakt, hetzij ze diepe schaduwen over hun leven kregen door onherstelbare verliezen. En dan de duizenden en miljoenen kinderen, die geboren worden in een land of een gebied waar geen voedsel is. De wereld kreunt onder honger en - wanneer er natuurrampen toeslaan - onder dorst, zoals in gebieden waar regen al maar uitblijft.
Daarbij kan de diepste nood, die er in de wereld is, ons aanvliegen. Mensen, zóveel miljoenen, die opgroeien en leven zonder besef van God. Die niet weten van de heilbrengende kracht van het Woord Gods, waardoor mensenlevens worden veranderd maar ook relaties worden hersteld, die nooit hoorden van een boodschap van een gans andere orde dan die van deze wereld, waar namelijk onrecht en uitbuiting, discriminatie en macht troef zijn.
Geen oplossing
Men kan het meest lijden aan de nood in de wereld als men eigen machteloosheid beseft. Maar betekent dit dat we de nood van de wereld dan maar weg moeten dringen uit ons leven en we ons maar moeten bepalen tot het eigen kleine wereldje, waar óók al genoeg zorg is, waar óók al genoeg leed en eenzaamheid kan zijn? Me dunkt dat we een dimensie in het leven des geloofs verliezen wanneer het lijden aan de wereld er geen plaats in heeft. Niemand kan het hart van een mens veranderen. Tóch staat de kerk als geheel en de mens daarin afzonderlijk voor de hoge roeping om de wekroep van bekering tot de levende God te laten horen, wetend dat God op onze klacht de hemel zal scheuren, dat het gebed van de rechtvaardige veel vermag.
Niemand kan alleen de wereld winnen voor het Evangelie. Maar dat verhinderde, de apostelen niet uit te gaan, als enkelingen de wereld in, maar met de volmacht van de Heilige Geest En in kleine kracht mochten ze grote werken doen. De kerk des Heeren mocht gevestigd worden, en zich wereldwijd ontplooien.
Zo is het ook nu met de noden in de wereld. We kunnen ook vandaag machteloos staan in onze gedachten als we overwegen hoeveel miljoenen niet de weg des levens gaan, omdat ze God en Zijn Christus niet kennen. Als men niet gelooft in een alverzoening, zodat het niet meer gaat om persoonlijke levensomkeer en persoonlijk geloof, wil de mens niet ten dode wankelen, kan men huiveren als men beseft dat er zoveel volkeren, zoveel mensen - in toenemende mate ook onder ons - wankelen ten dode. Het doet de roeping tot zending en evangelisatie onweerstaanbaar op ons af komen. Maar dan nóg is het niet klein te krijgen, dat zovelen in deze wereld (nog) onbereikbaar zijn voor het Woord Gods. Heere waarom? Waarom leven zovelen buiten de kennis van Uw Naam? Waarom worden zovele 'onschuldige' kinderen geboren buiten de grenzen van het verbond?
Maar, me dunkt dat het lijden aan de wereld dan ook in zoverre een plaats heeft in het waarachtige geloof, dat een mens méé kreunt met Gods kreunende schepping en mééklaagt voor Gods Aangezicht. Toegegeven, op de bodem aller vragen ligt der wereld zondeschuld. Maar we zijn er niet met dit te constateren. Net zo min als we vrede mogen hebben met het onbekeerde en onbekeerlijke leven, zó min mogen en kunnen we vrede hebben met de gevolgen van de zonde in de wereld en de verhoudingen onder de mensen. Want op z'n minst zal dan toch doorleefd worden dat waar honger in de wereld is het niet geschiedt om hun zonde (daar) maar om onze zonde, gemeenschappelijk. Dat daar waar oorlog is en oorlogslijden we teruggebracht wórden tot onze gemeenschappelijke nood, namelijk onze afval van God. We zullen ook deze nood niet kunnen oplossen. Maar wie zich schepsel weet voor Gods Aangezicht weet zich ook met de ganse creatuur voor het Aangezicht van de Heere van hemel en aarde gesteld, die ons tevens in Christus zozeer nabij kwam, als Heiland, Heler van zonde en nood.
Zuchten van de schepping
In Romeinen 8 worden we geconfronteerd met het zuchten van Gods schepping. Het schepsel verwacht de openbaring van Gods kinderen. Het ganse schepsel zucht en is in barensnood tot nu toe! En ook wij, die de eerstlingen van de Geest hebben, zuchten in onszelf.
Het verraste mij toen ik las hoe eerlijk Calvijn met deze teksten omgaat. Geen goedkope uitleg. Natuurlijk, Calvijn belijdt - met deze Schriftplaats - in verwondering, dat Gods kinderen op de jongste dag de hemelse heerlijkheid beërven. De heerlijkheid van Gods kinderen zal dan aan het volle licht treden. Maar als het gaat over de hoop, dat het schepsel zélf vrijgemaakt zal worden van de dienstbaarheid van het verderf tot de vrijheid van de heerlijkheid van Gods kinderen, dan trekt Calvijn ook andere registers open. Op hemel, aarde en alle schepselen staat het 'merkteken gedrukt van de verdoemenis van het ganse menselijke geslacht'. Maar aan de andere blijkt hieruit 'tot welke uitnemende heerlijkheid de kinderen Gods moeten worden verheven, daar alle schepselen vernieuwd zullen worden om deze te vermeerderen en luisterrijk te maken'. Wel niet met de kinderen Gods dezelfde heerlijkheid, zegt hij, maar 'op hun wijze zullen ze deel hebben aan een betere staat'. Want God zal de ineengevallen wereld in haar ongeschondenheid herstellen.
Het heeft geen nut, zegt Calvijn, om nieuwsgierig te onderzoeken hoe die 'ongeschondenheid' bij dieren, planten en delfstoffen zal zijn (men weet dat Luther dacht dat zijn hond ook naar de hemel ging). Maar intussen nóémt hij wél die dieren, planten en delfstoffen. Ik citeer letterlijk: 'Mensen, die spitsvondig zijn, maar weinig bezonnenheid hebben, vragen of het gehele geslacht der dieren onsterfelijk zal zijn. Wanneer aan deze speculaties de vrije teugel wordt gelaten, waarheen zullen ze ons dan tenslotte voeren? Laten wij ons daarom tevreden stellen met deze eenvoudige leer, dat er een zodanige harmonie en een zo goed geregelde orde zal zijn, dat er niets wanstaltigs of vergankelijks zal worden gezien'.
Daarom: géén tevredenheid met de bestaande orde! Want de koe en de berin zullen (toch een keer) samen weiden. En er zal geen leed meer zijn op de ganse berg van Gods heerlijkheid. Het zuchten van de schepping, zegt Calvijn, zal toch 'een blijde en gelukkige vrucht voortbrengen' . De schepselen zijn in arbeid als een barende vrouw 'omdat een herstelling in een betere toestand hen te wachten staat'. En als de schepselen in hun zuchten al zoveel eeuwen volhard hebben 'tot op deze dag', dan is onze traagheid niet te verontschuldigen als wij 'in de korte tijd van dit leven dat als een schaduw voorbijgaat, tekort schieten', aldus Calvijn. Bidt en werkt, ook als wij het zuchten van Gods schepping horen! Ook hier is de voorbede van de gemeente geboden.
Verantwoordelijkheid
Wij kunnen géén mensenharten bekeren. Toch staan wij voor de opdracht van gebed en verkondiging.
Wij kunnen géén wereld voor het evangelie winnen. Wij kunnen wél in getrouwheid uitgaan om de wereld voor het evangelie op te vorderen.
Wij kunnen de wereldnood niet lenigen. Wij kunnen wel uitgaan, al is het resultaat een druppel op een gloeiende plaat. Maar wij kunnen en mogen ook meezuchten voor Gods troon om een wereld, die bloedt uit zoveel wonden. Het is niet best als de wereld zelf - in andere betekenis - ons voorgaat in dienstbetoon, in meelijden aan het onrecht in de wereld, aan de vergroeiingen en de verschrikkingen. Ik weet best dat de remedie soms niet deugt, dat men de duivel wil uitdrijven met Beëlzebul, dat het heil van louter politieke maatregelen wordt verwacht.
Maar het is óók niet best als we slechts klagen over de 'remedie' van anderen en zelf niet lijden aan de verschrikkingen zelf in deze wereld. Calvijn zegt dat God van de gelovigen twee 'gemoedsbewegingen' eist namelijk: zuchten vanwege een bezwaard gevoel 'der tegenwoordige ellende' en - niettemin - geduldig verwachten de toekomstige verlossing.
Soms vrees ik dat het eerste, het zuchten om de ellenden in de wereld, het lijden aan de wereld, te weinig een plaats heeft in de orthodoxie. Kopschuw geworden van menige ideologie lijden we méér aan die ideologieën dan aan de toestanden in de wereld, die - wanneer we er vanuit het Evangelie niet heilbrengend en beloftevol op ingaan - die ideologieën juist oproepen. In de Schrift is echter sprake van de gelovige die zelfs het leven van zijn beesten kent. Zullen we dan tolereren, of er koud aan voorbij gaan, dat in deze wereld mensen soms minder dan dieren zijn? De ganse schepping zucht! En als we van dat zuchten iets opvangen, staan we niet met het oog afgewend.
Heere hoe lang nog? Hoe lang zal Uw Schepping nog zo kreunen? Geef ons ook hierin verstand met goddelijk licht bestraald. Tot heil van mensen, van Uw Schepping. Want tenslotte, in het zuchten van Gods Schepping ligt niet Zijn eer maar onze schande. In de uiteindelijke Verlossing, daarin ligt Zijn eer en tegelijk onze heerlijkheid, een heerlijkheid, die toch, voor ons nog onzegbaar, de ganse schepping overdekken zal.
Een mens kan zich schuldig voelen aan het niet genoeg zuchten onder de ellenden en verschrikkingen in de wereld, in onze betrekkelijke rust en welvaart en vrede en veiligheid. Maar het zuchten van de schepping vraagt om een geloofsoor en oog. Omdat de zonde God-onterend is. Omdat een Godloze cultuur geen hoop in zich heeft. Omdat het lijden van de mensheid zo vanaf de oorsprong niet door God bedoeld is. Het markeert onze afvalligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's