De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

Herman Wiersinga, Doem of daad, een boek over de zonde, 208 biz. ƒ 26, 50. Ten Have, Baarn 1982,

In dit nieuwe boek van de bekende studentenpredikant die al vaak in het nieuws is geweest door zijn geruchtmakende visie op de verzoening en het lijden, poogt hij een eigentijdse visie te geven op de zonde, die aansluit bij het denken van mensen van nu. Wiersinga wil het woord niet laten vallen, maar meent wel dat de traditionele visie onhoudbaar is. Inhakend op de kritiek van hen die de kerk vaarwel gezegd hebben (vaak gewezen gereformeerden die in hun boeken soms een felle afwijzing gaven, zoals Biesheuvel, Wolkers, 't Hart), giet de schrijver fiolen van toorn uit over de traditionele Godsvoorstelling die mensen kleineert en angst inboezemt. Ten aanzien van de zondeleer heeft de schrijver twee grieven: er heeft een naturalisering van de zonde plaats gevonden (ik en mijn zonde vallen nagenoeg samen) en er heeft een pnvatisering plaats gehad (zonde als privé-zaak). Daartegenover zet de schrijver zijn eigen visie: zonde is altijd een menselijke daad waarvoor wij kiezen, maar niet behoeven te kiezen. We zijn geen zondaars, we kunnen de zonde aan-en uittrekken. Voorts wordt het begrip nogal horzontaal - relationeel geladen en wordt het vooral politiekmaatschappelijk verbreed. Ten dieptste is zonde tegen de hoop die gebasseerd is op het voorgangersschap van Jezus. Vanuit de hoop kunnen mensen een strategie ontwerpen om de zonde de wereld uit te doen. Schuld kun je kwijt'raken door schuld te belijden. Öok hier blijft de schrijver zich verzetten tegen de plaatsvervanging en ijvert hij voor een alternatieve opvatdng waarin de menselijke daad het een en het al wordt.

Het boek is een grote afrekening met de christelijke traditie vanaf Augustinus tot en met Barth. Erger is het selectieve Schriftberoep waar bij allerlei teksten of onbehandeld blijven of aangepast worden aan het eigentijdse denkschema. Methodisch fout acht ik het dat de Schrift en de op de Schrift gebaseerde theologie nauwelijks aan het woord komt. Van meetaf aan wordt dat geluid overstemd door de kritici. Als je eerst begint met een karikatuur te tekenen van de klassieke erfzondeleer is het vervolgens niet zo moeilijk om de klassieke kerkleer af te wijzen. Sölle is voor Wiersinga het grote voorbeeld alsmede de feminisdsche theologie en de bevrijdingstheologie. Lezing van dit boek maakt je afwisselend verdrietig en boos. Verdrietig omdat een prediking in dit spoor mensen stenen voor brood geeft. Boos, vanwege de simplistisch manier van redeneren. Denkt de auteur werkelijk op deze wijze de mens van nu te bereiken? Hoe veel dieper is door Kierkegaard, Noordmans, van Ruler en Miskotte het gesprek gevoerd op de Areopagus' van het moderne leven. Hoeveel scherper hebben ook Aalders en de Graaff de cultuurkrisis gepeild. Het boek is helder geschreven in een aansprekende stijl. Maar het heeft me diep teleurgesteld. Ondanks kerkelijke uitspraken gaat Wiersinga op het ingeslagen spoor voort. Een spoor dat niet alleen volstrekt ongereformeerd is, maar ook apostolair gezien weinig vruchtbaar is. Een dergelijke aktualisdsche theologie die zich zo los maakt van de kerk der eeuwen, moet wel snel verzanden. Geen wonder dat Runia deze zondelaar oppervlakkig en vreemd optimistisch genoemd heeft en gesproken heeft van voluit vrijzinnige theologie. Waarbij ik dan nog aanteken dat door vrijzinnige theologen als Roessing, Heering, de Graaf het kwaad en de zonde dieper getekend zijn dan door deze gereformeerde predikant. Het is daarom ook een onevangelisch boek. Want als de zonde in haar duisterheid niet gepeild wordt, hoe zal dan het evangelie van de genade en de verzoening ooit tot zijn recht komen?

A. N.

Waarvoor stierf Jezus? Tenminste 3, Kok, Kampen 1982, 121 bIz. ƒ 17, 50.

De ondertitel van dit boekje is: Een bijdrage voor het gesprek tussen katholieken en protestanten. Tenminste is een jaarboek, waarvan dit deel het derde is. De auteurs die aan dit jaarboek hebben meegewerkt zijn o.a. de hoogleraren G. Bouwman (Tilburg) en C. J. den Heyer (Amsterdam, V.U), en verder dr. A. Houtepen en dr. K. Blei. Het thema dat behandeld wordt is dat van de interpretatie van Jezus' dood. De oude verzoeningsleer, die men o.a. verwoord vindt in de Heidelbergse Catechismus wordt door alle auteurs afgewezen. Alleen dr. Blei meent er nog enige motieven uit te kunnen waarderen; maar hij plaatst ze echter in een overigens duidelijk barthiaanse kontekst.

Het heet dat er in het N.T. al verschillende lagen voorkomen, waarin op verschillende wijze Jezus' dood wordt uitgelegd. En elk van deze lagen zou legitiem zijn; zodat wij heden naar behoefte er gebruik van kunnen maken. Het heilsgebeuren, zegt men, wordt gevat in allerlei 'beelden', één van die beelden is: de verzoening, een ander is: de bevrijding, en weer een ander is weer wat anders. De meeste auteurs zijn zeer geporteerd voor een ethicering van de verzoening, zoals Wiersinga beproefd heeft. Berkhof, Wiersinga en Schillebeeckx zijn naast Barth en Moltmann de leidinggevende theologen.

Den Heyer wil het maar liefst aan de Joden overla­ ten om het kruis van Christus te interpreteren. De laatste zin van zijn opstel luidt: 'Wie weet werkelijk wat het lijden en sterven van Jezus betkent: de machtige kerk of de lijdende Jood van alle eeuwen? ' (31). Dit heet theologiseren na Auschwitz! Op een totaal onverantwoorde wijze wordt de Schrift verknipt, en de stukjes tegen elkaar uitgespeeld. Zo krijgt men dan allerlei interpretademodellen, waar ieder in willekeur mee doen mag wat hij wil. Erfzonde is er niet (Houtepen), en de discussies over genade en werken 'kunnen defindef in de theologiegeschiedenis worden bijgeschreven als doodlopende wegen' (72). De Reformatie heeft afgedaan, en Trente eveneens, het 'nieuwe licht' is opgegaan. Of is het duisternis? Dat is een vraag van mij, waarop het antwoord voor mij niet onzeker is.

K. Exalte

J. P. de Vries: Omgaan met het aardse goed, Uitg. De Vuurbaak b.v., Groningen, GSEV-reeks Ie jaargang nr. 1 en 2, prijs ƒ 8, 90 (voor vrienden van De Vuurbaak ƒ 5, 90) 88 pag.

De letters GSEV staan voor het Gereformeerd Sociaal en Econimisch Verband. De schrijver die deze reeks opent met met een dubbelnummer is de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Je zou kunnen zeggen dat hij een soort ethiek van de geldbesteding poogt te geven. Misschien wel wat te voornaam gezegd, zal de schrijver zelf vinden. Toch zet hij wel de nodige lijnen daartoe uit vanuit de Schrift. Hij begint met een overzicht van de verscheidenheid in consumptiepatronen en geeft klank aan stemmen uit verleden en heden over zijn onderwerp. Hierin geeft hij o.a. aandacht aan de actie Nieuwe Levensstijl. Hij zet een aantal overwegingen op papier voor verantwoorde consumptie en schrijft daarna over onze geldbesteding. Om tenslotte na te denken over de vraag in hoeverre de politiek bevoegdheden heeft in het comsumptiegedrag van de burgers in te grijpen. Om aan te geven met welk een ernst hij ingaat op zijn onderwerp, citeer ik hier de ondertitel van het hoofdstuk over 'onze geldbesteding': Zaak van eeuwig wel en wee. De liefde tot God en onze naaste wil uit ons bestedingspatroon blijken. Gebeurt dat niet, dan hebben we alleen maar onszelf lief. Ook het omgekeerde is waar: waar de liefde tot God en de naaste ons leven beheerst, kan de geldbesteding voor ons geen probleem zijn. Zeer concreet wordt ingegaan op praktische vragen die voortvloeien uit onze geldbesteding. Hij blijft niet vaag maar noemt de dingen bij de naam: onderhoud en onderdak, ontspanning, auto, luxe, vermogensvorming. Van belang is zeker ook wat hij schrijft onder het hoofd 'geven geen restpost'. Zeker van belang in een tijd waarin velen in hun dagelijks budget voelen dat er inderdaad ingeleverd wordt. Wie kent dan niet de neiging om vervolgens bv. de kerkelijke gemeente te laten inleveren omdat wij toch onze voorrechten willen vast houden. De Vries onderstreept terecht dat het geven terwille van de gemeenschap der heiligen niet een soort restpost niag zijn in ons bestedingspatroon. 'Een christelijke budgettering heeft de bijdrage aan de kerk niet als sluitpost, maar als eerste noodzakelijke uitgave'. In veel Hervormde gemeenten, ook in de als zeer meelevend bekend staande, komt het er veelal op neer dat 30% de financiële last draagt en 70% zich er van af maakt met een fooi. Dat getuigt niet in het voordeel van het geestelijk gehalte van zulke gemeenten. We hebben eerder ons particulier bestedingspatroon te versoberen dan de gemeente te laten afslanken, zoals dat heet, omdat er minder gegeven wordt. Ik vind dit een boeiende bijdrage aan een zaak die onder ons gemakshalve soms als ongeestelijk wordt afgedaan, maar niettemin voluit geestelijk èn bevindelijk mag heten. Zeer aanbevolen.

J. M.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's