De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Synode van de botte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Synode van de botte

‘Samen op Weg’ en ‘Deelgemeenten’

25 minuten leestijd

Wanneer een synodevergadering achter de rug is realiseert men zich pas goed wat er allemaal is gepasseerd. Tijdens de zittingen hoort men stem en tegenstem. Maar daarna staan de consequenties van wat besloten werd levensgroot voor ons.

Op twee belangrijke punten nam de synode ingrijpende beslissingen. De besluiten van de Combi-synode van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken werden geratificeerd (officieel bekrachtigd), zodat al wat toen besloten werd gewoon doorgaat. Vanaf 1986 moeten de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken een bereidverklaring tot hereniging hebben. En verder de deelgemeenten in de Hervormde Kerk werden in principe van de overgangsbepalingen naar de kerkorde overgeheveld. In principe. Dat betekent, dat er nader uitgewerkte voorstellen zullen komen, die dan eveneens moeten regelen hoe het gaan moet met één centrale kerkeraad, waartoe in die gevallen óók in principe besloten werd. Deze ingrijpende besluiten werden in de synode genomen met een belangrijk deel van de afgevaardigden, voornamelijk de hervormd-gereformeerden, tegen. Ondanks de vele waarschuwingen van die kant ging alles gewoon door.

Samen op Weg

Merkwaardig was - of misschien ook niet - dat het vooral hervormd-gereformeerde afgevaardigden waren, die zich melden voor de sprekersronde inzake de voorstellen ten aanzien van Samen op Weg.

Ds. R. H. Kieskamp, Leerdam, riep de synode als eerste op de voorstellen van de Combisynode niet te aanvaarden. Het werk van de Heilige Geest laat zich niet plannen in jaartallen (1986 met name), zei hij. Als het op deze wijze doorgaat zullen met name de G.B.-gemeenten de bereidheid tot praten verliezen. De Gereformeerde Kerken zijn historisch niet meer die van 1886. Er zijn namelijk de aderlatingen tengevolgde van de Vrijmaking geweest, insnijdingen zó diep (met daarna nog het ontstaan van de Nederlandse Gereformeerde Kerken), dat de gereformeerden daarmee eerst in het reine moeten komen. Als het allemaal in 1986 doorgaat vreesde ds. Kieskamp óf onoplosbare problemen óf 'gladwalsen' van die problemen. Confessionele zaken als die in 1886 speelden zijn in 1986 niet opgelost wanneer we de nu gekozen weg inslaan. In de Gereformeerde Kerken is sprake van ontmythologiserende tendenzen met betrekking tot de belijdenis, onbijbels synthesedenken, visies op ethische vraagstukken, waarin niet meer de Schrift de enige norm is. Als bovendien in de toekomst óók Rome nog mee gaat doen voltrekt zich opnieuw een afscheiding, namelijk van de Confessie zélf. Ds. Kieskamp verklaarde zich ge­heel contra Samen op Weg, zoals zich dat tot nu toe heeft ontwikkeld. Het moet gaan om alle accenten van het gereformeerd belijden. Samen op Weg zou uitnodigend moeten zijn naar andere kerken, die nu echter steeds argwanender worden. Ds. Kieskamp diende tenslotte de volgende motie in:

'De generale synode der Nederlandse Hervormde Kerk in vergadering bijeen, verwerpt de besluitenlijst van de gezamenlijke synodenvergadering van 17 en 18 november 1982 en zoekt naar wegen om Samen op Weg een dermate confessioneel karakter te geven, dat daarin alle facetten van haar belijdenis volop en helder doorklinken, zodat het uitnodigend werkt naar de andere Nederlandse kerken van gereformeerd belijden.'

Deze motie verkreeg bij stemming tenslotte alléén stemmen van hervormd gereformeerde afgevaardigden.

Ds. P. Vermaat, Veenendaal, stelde dat hij het meest indrukwekkende moment van de Combi-synode had gevonden, dat een gereformeerde afgevaardigde had gezegd gereformeerd te zijn geboren en gereformeerd te willen sterven. Waarom zei geen hervormde dat? Er mag toch liefde voor die kerk zijn vanwege de trouw Gods? Belangrijker is intussen door geloof en bekering Christus als Zaligmaker te kennen.

Wat Samen op Weg betreft signaleerde ds. Vermaat, dat de 'verspieders' (een eerder gebruikte term voor de pioniers van 'Samen op Weg') niet zulke rijpe en rijke vruchten hebben laten zien dat de aarzelingen verdwenen zijn. In de Hervormde Kerk is de laatste jaren een ontwikkeling terug te zien geweest naar de rijkdom van het Woord, zoals dat in de confessie wordt verwoord. In de Gereformeerde Kerken zie je het omgekeerde. Boeken als van ds. H. Veldkamp en ds. J. Overduin worden thans in de Hervormde Kerk misschien met méér waardering gelezen dan in de Gereformeerde Kerken. Als de besluiten van de Combi-synode zó worden aanvaard zouden we wel eens van twee naar drie kerken kunnen gaan. We moeten schuldbelijdenis doen en ons afvragen of we wel op dé weg zijn. Ds. Vermaat uitte waardering voor de maning tot voorzichtigheid van het hervormd moderamen op de Combi-synode, teneinde de hele kerk mee te krijgen. Ratificatie van deze voorstellen zal die hartelijke wens van het moderamen niet ondersteunen.

Ds. A. Polhuis, Zaandijk, sprak van 'vertrouwensbreuk' en van 'impasse' sinds de Combi-synode. 'Reken maar dat er intussen wat gebeurd is.' We mogen ons nu niet meer laten leiden door zwakte of emotionaliteit (zoals na de Combi-synode toen menigeen de houding van het moderamen gispte) maar ons moeten afvragen of de besluiten van toen werkelijk zo moeten worden uitgevoerd. Ds. Polhuis vond dat er nu maar niet gestemd moest worden maar dat we maar eerlijk terug moeten gaan naar de Gereformeerde Kerken en zeggen moeten: 'we komen er niet uit'. Hij diende de volgende motie in:

'De generale synode bijeen - overwegende dat de besluitvorming van de kombi-synode d.d. 17-18 november 1982 in de Hervormde kerk en haar synode tot grote verdeeldheid leidt,

- overwegende dat de synode zelf aan dat ontstaan van deze verdeeldheid schuld draagt,

- besluit:

- op dit moment niet over te gaan tot ratifikatie van de besluiten van de kombi-synode van 17-18 november 1982,

- op zo kort mogelijke termijn kontakt op te nemen met de gereformeerde synode om in alle openheid over de ontstande situatie te spreken.'

Ook deze motie kreeg niet genoeg stemmen om aanvaard te worden (in totaal 14).

Dr. S. Meyers, Leiden. Het betoog van dr. Meyers is elders in dit nummer integraal opgenomen omdat de volledige tekst beschikbaar was. Hij diende aan het slot een tegemoetgeziene in van de volgende inhoud:

'De synode der Hervormde Kerk, in vergadering bijeen, draagt het moderamen op er namens haar naar vermogen op toe te zien, dat in de tegemoetgeziende verenigingsformule van hervormde zijde tot uitdrukking komt: dat de innerlijke verdeeldheid van de kerk schuld is voor God, zowel in de vorige eeuw als in de onze;

dat het deze schuld is die eens mede aanleiding heeft gegeven tot Afscheiding en Doleantie;

dat wij in het besef van deze schuld, in het heden staan naar de vervulling van onze roeping: gestalte te geven aan de eenwording van het Lichaam van Christus;

dat wij daarbij geen ander houvast hebben dan het Woord van God dat Hij door Zijn Geest krachtig maakt om ons te vernieuwen en te leiden.'

Deze motie werd met vrijwel algemene stemmen aanvaard. Dat gebeurde echter pas nadat alle besluiten van de Combi-synode bekrachtigd waren. Om het eenvoudig te zeggen, toen de spanning al van de ketel was. Dit ondanks het verzoek van dr. Meyers om zijn motie vóór de eindbeslissing in stemming te brengen.

Ds. J. G. van Loon, St. Maartensdijk, vroeg zich af of de bezwaarden wel serieus worden genomen. In de besluiten wordt nu al vastgelegd wat de synode in 1986 moet besluiten. Is er dan nog wel ruimte voor de stem van de classes? Kan de raadpleging van de classes nog anders uitvallen? Hij sloot aan bij het inhoudelijke van ds. Kieskamp en ds. Vermaat en vroeg zich af of de tegenstanders maar moeten worden 'meegenomen'.

Dr. W. Balke, Den Ham, stelde dat het op grond van de Schrift wat betreft de voorstellen geen kwestie was van ja of nee. Hoe wordt alles straks ingevuld? Het Evangelie geeft hartstocht tot eenheid maar evenzeer hartstocht om de waarheid. De één mag niet met een andere waarheid weglopen dan de ander. Groeien we thans niet toe naar een 'genootschap van richtingen', waarin alle particuliere inzichten recht van spreken hebben? Of gaat het om de ene kerk van Christus, die zich stelt onder haar hemels Hoofd? Meer diepte en hoogte is nodig dan thans het geval is. Het was b.v. ongehoord dat een motie over schuldbelijdenis op de Combi-synode niet haalbaar was. Dr. Balke citeerde vervolgens de Handelingen van de synode van 1947, waarin ds. Hendrik de Cock werd gerehabiliteerd.

'De Generale Synode is van oordeel, niet alleen op grond van het door adressanten genoemde werk van dr. W. Volger "De Leer der Nederlandse Hervormde Kerk", Franeker 1946, maar ook van oudere kerkhistorische onderzoekingen, dat in de kerkelijke procedure tegen ds. De Cock ernstige kerkrechtelijke fouten zijn begaan, en de toenmalige reglementen uitzonderlijk partijdig zijn gehanteerd, terwijl geen gehoor gegeven werd aan zijn beroep op de H. Schrift en de Belijdenis der Kerk.

Toch meent de Generale Synode als haar oordeel te moeten uitspreken, dat een posthuum rechtsherstel als door adressanten gevraagd te kort doet aan het wezen ener Christus belijdende Kerk. Een dergelijke rehabilitatie is onvoldoende, omdat ds. De Cock daarmede allerminst recht wordt gedaan. Het was immers veel meer zijn ernstig streven om met Schrift en Belijdenis dan met de geldende reglementen in overeenstemming te zijn. Zij is bovendien onmogelijk, omdat zulk een rechtsherstel te kort zou doen aan datgene wat van de 'huidige Generale Synode verwacht mag worden. Deze zou dan eveneens de kwestie van "recht of onrecht" in het kerkelijk handelen niet naar Schriftuurlijke, maar uitsluitend naar reglementaire maatstaf gaan beoordelen. Zij dankt God, dat Hij aan de Hervormde Kerk onder de Werkorde van 1945 een beter leidend beginsel in alle kerkelijk handelen geschonken heeft, nl. de gehoorzaamheid aan de H. Schrift en het staan op de bodem der Belijdenisgeschriften. Een volledig-kerkelijke rehabilitatie moet getoetst worden, niet alleen aan de reglementen der Kerk, maar veeleer aan de Waarheid Gods. In het bijzonder zijn die stukken van de Waarheid in het geding, welke het wezen der Kerk en haar positie in het publieke leven tegenover Overheid en volk betreffen.

Met beschaamdheid erkent de Generale Synode, dat de Hervormde Kerk meermalen gehandeld heeft in strijd met het wezen der Kerk van Christus. Met ootmoed belijdt zij, dat zij ook onder de huidige tijdelijke Werkorde haar roeping op gebrekkige wijze vervult. Met droefheid neemt zij waar, dat de kerken door scheuring tot stand gekomen, hoezeer ook terecht opkomend voor de heiligheid van het Verbond, te kort hebben gedaan aan het katholieke en apostolische karakter ener Gereformeerde Kerk.

In gehoorzaamheid des geloofs zoekt zij naar wegen en middelen om ook met deze kerken te komen tot gemeenschappelijk schuldbesef en tot gemeenschappelijke bekering.

De Generale Synode wil, overeenkomstig haar opdracht en gedachtig aan het uitzicht, dat de Acte van Afscheiding of Wederkering biedt, alles in het werk stellen om het gesprek der Kerken te bevorderen, opdat in eendrachtige worsteling om de Waarheid, naar het oordeel der liefde de eenheid van het Lichaam van Christus meer tot openbaring kome en wij niet schuldig bevonden worden in het vervullen van onze roeping ten aanzien van heel ons volk.'

Dr. Balke riep opnieuw op tot schuldbelijdenis. Uit de diepte mogen we ons oprichten naar de hoogte. Als we alleen een pluriforme kerk willen handhaven we 'de erfzonde van de kerk'.

De heer H. Noordegraaf, Raad van de Zaken voor Overheid en Samenleving, die zich vanuit de ROS positief opstelde ten opzichte van 'Samen op Weg', vroeg zich af wat de nieuwe kerkstructuur zal worden. Is daar ruimte voor een orgaan als de ROS? Dit orgaan moet namelijk worden gezien als een uiting van zelfverstaan van de Hervormde Kerk. De Gereformeerde Kerken kennen zo'n orgaan niet. De structuur van de nieuwe kerk zal dan ook een uiting zijn van kerkelijk denken. Daarom achtte hij verdieping van 'Samen op Weg' in dit opzicht wenselijk. Stel dat er geen ruimte zal zijn voor de eigen politieke verantwoordelijkheid van de kerk, waaraan de Hervormde Kerk zozeer gestalte heeft gegeven als in geschriften zoals 'Christen zijn in de Nederlandse Samenleving', 'Revolutie en gerechtigheid' , 'De politieke verantwoordelijkheid van de kerk'.

Dr. H. Vreekamp, Epe, merkte op zich te herkennen in wat dr. Meyers had gezegd. We hebben nog geen 'nieuwe naam' zei hij. Die kan ons slechts gegeven worden, op 'een gegeven ogenblik'. Voor de toekomst hebben we die naam nog niet ontvangen. Vanwaaruit is het groeiproces begonnen? Het zaad in de akker gaat al stervende de oogst tegemoet. Het gaat om de groei van het goede zaad, waar altijd kwade wildgroei bij is. Vruchtdragen is alleen mogelijk door het sterven heen. Vruchten worden niet gemaakt.

Daarom verdraagt het groeiproces zich niet met jaartallen. Verder merkte dr. Vreekamp op dat velen met vreugde de dag tegemoet zien, dat de G.B. zich afscheidt vanwege het nu begonnen proces (hij bedoelde met name stemmen vanuit de Gereformeerde Gezindte). Hij waarschuwde daarom de beweging van Samen op Weg niet te doen uitlopen op een 'droef richtingsvraagstuk'. Laten jaartallen alleen dienen als 'teken van hoop'. Maar laat er pastoraal gehandeld worden naar de hele kerk tóe.

Ds. A. W. Berkhof, Raad voor het verband met andere kerken, signaleerde dat, nu het ernst wordt met 'Samen op Weg' er opeens voeten naar de rempedalen gaan. Maar eenheid fs geen hobby. Er zijn bovendien groter kloven in de wereldkerk dan tussen hervormden en gereformeerden.

Prof. dr. E. J. Beker, Amsterdam, vroeg zich af wat er achter de beduchtheid voor 'Samen op Weg' zit. Moeten we tot het laatst toe de zaak zo formeel mogelijk houden? Is de pastorale bezorgdheid slechts een doekje voor het bloeden om de zaak toch tegen te houden. Prof. Beker meende dat de Geest wél met data werkt. Het moet verder uit zijn (met het gezeur);

Prof. dr. J. Dingemans, Groningen, achtte de ratificatie van de besluiten een formele zaak. Dit móét, als begin van een gevecht dat nog geleverd moet gaan worden. Het zou verschrikkelijk zijn als de kerk nu terug ging.

Ds. W. Dekker, Roosendaal meende dat de secularisatie en de ontkerstening nog niet voldoende zijn gepeild. Ons als hervormden is de glorie van de 'grote kerk' ontnomen, de gereformeerden is de glorie van 'de ware kerk' ontnomen. Pleidooi voor eigen kerk miskent de zwaarte van de oordelen Gods. Hij riep daarom, met prof. Beker en prof. Dingemans, op de motie van dr. Meyers inzake schuldbelijdenis te steunen.

Mevr. M. W. van Beinum, moderamen, stelde dat de beweging 'Samen op Weg' niet stop gezet kan worden. Historische processen zijn niet omkeerbaar. Het zal moeten gaan om een kerk waar zorg is om eenheid, ruimte, schakeringen, geboorteleden. De gereformeerde belijdenis mag niet gebruikt worden om zich te onttrekken aan de bezinning. Ieder dient zorg te hebben voor het geheel van de kerk.

Ds. C. Roos, synodepraeses adviseerde tenslotte namens het moderamen de besluiten van de Combi-synode te ratificeren. Toen ds. A. Polhuis daarop vroeg wat de interventie van het moderamen op de combisynode dan te betekenen had gehad merkte ds. Roos op dat de consensus (overeenstemming) inzake de ecclesiologie (kerkleer) er nog niet ligt. In 1986 zou zo'n consensus het wel eens moeilijk kunnen krijgen. Vandaar!

Toen de synode ging stemmen bleken 13 synodeleden tégen ratificatie te zijn en 36 vóór, terwijl 6 leden zich van stemming onthielden.

Conclusie

Concluderend moet worden gezegd dat éénderde deel van de synode geen ja heeft gezegd tegen de voorstellen om in 1986 de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in staat van hereniging te doen zijn. Dat is niet gering, zeker niet als we bedenken welk deel van de kerk de tegenstanders vertegenwoordigen.

Buiten de hervormd-gereformeerde afgevaardigden hadden intussen kennelijk weinig synodeleden behoefte meer aan een inhoudelijke discussie. Signalen van grote zorg waren of niet opgevangen of werden bewust genegeerd. 'Samen op Weg' móét, koste wat het kost. Ook al kost het een groot deel van de eigen kerk? Is men zo bevangen in de roes van eenheid dat de schade, die aangericht gaat worden, niet meer telt?

De trein moet kennelijk verder, ook al zouden bepaalde wagons loskoppelen. Diegenen, die grote zorg hebben om wat de toekomst hier brengen zal, hebben in bewogenheid en ernst gesproken. Het mocht niet baten. De besluiten zijn duidelijk.

Of het dan moeilijk gaat worden als het om een ecclesiologische consensus gaat? Tot nu toe zijn alle hindernissen genomen. In een tempo, waarvan gezegd moet worden dat de toekomst leren zal of we onszelf voorbij gelopen zijn. Eerlijk gezegd was de grote meerderheid, waarmee de synode besloot nu de motie Meyers te steunen ook niet erg overtuigend. Er was al te véél besloten, zonder inhoudelijke discussie van de kant van diegenen, die menen dat Samen op Weg gewoon door moet gaan en daarom volstonden met vóór te stemmen. Op datgene wat Meyers ter ondersteuning van zijn motie had gezegd werd niet of nauwelijks meer ingegaan. Dan kan men zich afvragen hoe diep zo'n schuldbelijdenis steekt, als we namelijk tevens een weg opgaan, die voor hen, voor wie 1834 en 1886 vandaag nog bewust en uit overtuiging (vanwege de confessie) zwaarwegende jaartallen zijn, ongeloofwaardig is. Schuldbelijdenis vraagt ook om bekering. Samen op Weg, is nog niet gebleken te zijn: Samen op dé weg.

Deelgemeenten

Ten aanzien van de kwestie van de deelgemeenten (zie wat de problematiek betreft mijn artikel in de Waarheids vriend van 24 februari) was het niet anders. Staat boven dit artikel de misschien niet zo leuke titel 'Synode van de botte bijl', met name bij dit punt kwam dat ook tot uitdrukking. De synode besloot dat deelgemeenten niet langer een plaats in de overgangsbepalingen van de kerkorde mogen hebben', omdat dit te veel de aparte plaats van die deelgemeenten markeert (het woord overgang zegt dat al). Ze moeten een plaats gaan krijgen in de gewone ordinanties van de kerkorde en op één of andere manier moet er één centrale kerkeraad zijn, waarin de deelgemeente ook participeert. Op voorstel van ds. P. v. d. Heuvel, Harmelen, zullen er wél ook dispensatiebepalingen komen voor als het (te) moeilijk ligt. Maar feit is dat de synode intussen de zaak van de deelgemeenten naar de centrale gemeenten toe heeft opengebroken. Het zal moeten worden: gelijkwaardige hervormde gemeenten in één plaats en (uiteindelijk) één centrale kerkeraad. Niet goedschiks dan maar kwaadschiks.

Aan de discussie over deze kwestie namen overigens liefst 24 afgevaardigden deel. Door de spreektijdbeperking tot drie minuten kreeg deze discussie echter iets heel onbevredigends. Tot de eigenlijke kern van de zaak kwam het niet. Uit de discussie volgt hier slechts een greep.

Ds. R. H. Kieskamp, Leerdam, stelde dat de kwestie van dwang bij hem heel moeilijk was overgekomen. Het is een inbreuk op de mondigheid van de gemeente en de ambtelijke bevoegdheid. De synode heeft zelf gekozen voor de deelgemeenten en draagt daarin schuld. Nu krijgen de oude hervormde gemeenten vaak de schuld toegeschoven. Maar anderzijds is het probleem vaak begonnen als nieuw-ingekomenen de oude gemeente niet voldoende serieus namen. Meerdere gemeenten kozen op goede gronden soms voor een bepaalde oplossing, die werd afgewezen. Intussen heeft niet het ene kerkelijke college gezag over het andere. Het Woord heeft gezag.

Ds. Kieskamp pleitte voor het behoud van de oude situatie maar met intensivering van de verplichte gesprekken tussen de kerkeraden van de plaatselijke gemeenten en de deelgemeenten (b.v. één maal per jaar onder leiding van de PKV). Tenslotte vroeg ds. Kieskamp nog of in bepaalde gevallen bij nieuwe regelingen de 'oude G.B. gemeente' deelgemeente gaat worden.

Ds. A. Pothuis, Zaandijk, ook inhakend op het artikel in de Waarheidsvriend van 26 februari, sprak van kerkelijke ongehoorzaamheid van de zijde van de Gereformeerde Bond. In 1951 koos de Hervormde Kerk voor 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen', terwijl de Gereformeerde Bond 'in overeenstemming' bleef willen. Ds. Polhuis ontkende het recht van de G.B. tot deze kerkelijke ongehoorzaamheid niet maar vroeg hoe deze kerkelijke ongehoorzaamheid verschilt van burgerlijke ongehoorzaamheid, b.v. als straks toch in Nederland kruisraketten worden geplaatst.

Dr. K. Blei, Haarlem vond dat visitatoren het te onschuldig deden voorkomen wat betreft het overhevelen van de deelgemeenten naar de kerkorde. Het vormen van een gemeente is immers een zaak van de plaatselijke gemeente? Kan het moderamen van de synode over de kerkeraad heengrijpen? Kan zoiets een plaats hebben in het kerkrecht? Dat komt toch neer op tuchtoefening naar de kant van die plaatselijke gemeente? Dr. Blei pleitte dan ook voor handhaving van de oude toestand: de deelgemeenten in de overgangsbepalingen.

Ds. M. Ravenhorst, Muiden sprak van 'verdriet en schaamte', over onze kerk, die 'mijn kerk is'. Er wordt weinig meer gesproken over het ideaal, waaruit onze kerkorde is geboren. We zitten in een situatie, die erger is dan voor de Tweede Wereldoorlog. Het eerste wat ons te doen staat is schuld belijden, omdat we elkaar zo weinig meer verstaaan. Ligt de schuld van de deelgemeenten bij de G.B. kerkeraden omdat die niet willen weten van 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen? '. Ligt in die gemeenschap het 'in overeenstemming' soms niet ingebed? Maar dan moeten we over deze zaken eerst eens gaan praten.

Verder signaleerde ds. Ravenhorst ook andere factoren in de kwestie van de deelgemeenten: angst voor de nieuw-ingekomenen bij de oude gemeente, gebrek aan bescheidenheid bij de nieuw-ingekomenen. Intussen zijn deze problemen niet kerkordelijk op te lossen. Slechts mogelijkheden moeten worden geschapen om het gesprek open te houden. De Heere belooft toch te doorbreken wat bij ons vast loopt?

Ds. P. Vermaat, Veenendaal signaleerde bij het college van visitatoren-generaal een verschuiving ten opzichte van wat twee jaar geleden in het vijfjaarlijkse visitatierapport nog werd geschreven. De problematiek moet worden doordacht vanuit de belijdenis dat we één Koning hebben. De pijn van de gescheidenheid ligt niet alleen bij de deelgemeenten, die ligt net zo goed bij de oude gemeenten. Als verder gezegd wordt dat in de kring van de G.B. de Waarheid wordt gemonopoliseerd dan kan daartegenover worden gesteld dat in andere delen van de kerk een bepaalde interpretatie van artikel X van de kerkorde ('in gemeenschap met de belijdenis') wordt gemonopoliseerd.

'Wij lijden eraan dat het gesprek om de belijdenis uit de weg wordt gegaan'.

Ds. J. G. van Loon, Sint Maartensdijk, stelde dat er in de praktijk ook andere opvattingen zijn aangaande artikel X dan vanwaaruit meestal wordt gedacht. Hij vroeg zich af waarom het nodig is om nog één Centrale Kerkeraad te hebben als er meer gemeenten in één plaats zijn. Hij pleitte vóór opnemen van de deelgemeenten in de ordinanties van de kerkorde maar dan zonder één Centrale Kerkeraad.

Dr. W. Balke, Den Ham stelde dat we bezig zijn de kerkelijke zonde te 'organiseren'. We worden gesteld voor het kwaad van de richtingen. De identiteiten verharden. De kerk wordt tot een verzameling van clubs, groepen, secten. De verscheidenheden zijn geen charismata meer. Zo wordt het geheimenis van de kerk geschonden. Vanuit de ontmoeting met God mogen wij elkaar ontmoeten.

De weg, die nu wordt voorgesteld, aldus dr. Balke, heeft ernstige gevolen voor het functioneren van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. De PKV's dropten eenmaal de deelgemeenten en de plaatselijke gemeenten waren eraf. Thans maken we van de nood een deugd. Verder maakte dr." Balke (onder de druk van de spreektijdbeperking) nog de opmerking, dat hij protesteerde tegen de gedachte als zou in de Gereformeerde Bond gezegd worden dat in de belijdenis 'in principe alles' is gezegd, om daarmee het 'in overeenstemming' met de belijdenis uit te spelen tegen het 'in gemeenschap' met de belijdenis.

Oud. D. G. van Vliet, Wilnis, noemde de kwestie van de deelgemeenten 'een klein Samen op Weg'. De verschillen in de kerk liggen bij de interpretatie van 'in gemeenschap met de belijdenis' ('ik lees dat als in overeenstemming' ). Verder stelde hij dat de gemeente niet in absolute zin autonoom is, maar dat dit slechts voor de Schrift geldt. Hij achtte het gewenst dat over de kwestie van de belijdenis en de verhouding van apostolaat en belijden een nieuwe bezinning kwam in de kerk en diende terzake ook een motie in. Daarin werd ook uitgegaan van de wenselijkheid van het vormen van een commissie, die een rapport op zou stellen over de situatie daar, waar een deelgemeente is. Omdat dit zou betekenen dat zo'n commissie datgene zou doen wat de visitatie al gedaan heeft kreeg deze motie nauwelijks steun. Daardoor bleef tevens ook de vraag om een hernieuwde bezinning op artikel VIII en artikel X van de kerkorde liggen.

Ds. J. Monteban, Zelhem, stelde dat het probleem dieper ligt dan in de gemeenten waar een deelgemeente is. Het gaat erom hoe de Gereformeerde Bond met de anderen omgaat en de andere^n met de Gereformeerde Bond omgaan. Verder meende hij dat de Gereformeerde Bond een interne strijd heeft als het gaat om kerkelijk denken of secte denken. Maar de last van de G.B. mag niet op de hele kerk worden gelegd, zodat anderen zich telkens af moeten vragen 'ben ik niet in de weg van het belijden der kerk? ' Hij wilde de intolerantie niet wettigen en koos daarom voor opname van de deelgemeente in de kerkorde mét een centrale kerkeraad.

Ds. J. Pronk, Rijsoord was geschrokken van de wijze waarop in het rapport van de visitatoren over de G .B. was gesproken. Leer ze mij kennen de Bonders? Kennen betekent dan ook liefhebben. Maar is datgene wat in 1951 in de kerkorde werd vastgelegd wat de interpretatie betreft gelijk gebleven? Er is zowel in de kring van de Gereformeerde Bond als in de kring van de Confessionele Vereniging verontrusting over de koers van de midden-orthodoxie die aan 'het bewind' is. Hij herinnerde aan de Open Briefen het Getuigenis. Die verontrusting zit niet alleen in de G.B.-gemeenten maar in het geheel van de kerk. Daarom knabbelen in veel gemeenten evangelische groepen aan de kerk.

Ds. W. Dekker, Roosendaal, deelde de verontrusting van dr. K. Blei. Hij vroeg of het wijs was de deelgemeenten naar de kerkorde over te hevelen. Is er reële verwachting dat dit een positief effect zal hebben naar de gemeenten? Verder vroeg hij zich af of we niet teveel uitgaan van de gedachte dat alles moet worden opgelost. Hij achtte tenslotte schuldbelijdenis nodig ten aanzien van plaatselijke machtsverhoudingen.

Prof. dr. E. J. Beker, Amsterdam vroeg, als men aan elkaar geen rekenschap meer gaf in de kerk, of dan de tucht niet moet gaan spelen. Anders worden we een hotelkerk. Hij pleitte ervoor dat, vóórdat beslissingen genomen werden in de synode, eerst 10 vertegenwoordigers van deelgemeenten 10 vertegenwoordigers van de plaatselijke gemeenten in de synode werden gehoord. Hij vroeg verder of het juist was dat de Gereformeerde Bond statisch-formalistisch voor de belijdenis staat. We horen dat hier in de synode toch niet?

Oud. J. V. d. Brugge, Kampen, stelde dat de plaatselijke situaties niet los te denken zijn van de landelijke koers van de kerk. Hij pleitte ervoor de situatie te laten voor wat die is. Ook op andere terreinen wordt in de kerk geen tucht geoefend.

Prof. dr. G. J. Dingemans, Groningen, constateerde in de kerk ecclesiologische verschillen. In dezelfde problematiek staan we verschillend, hetzij in de gang der traditie, hetzij in de gang der secularisatie. Verder vond hij dat de gevechten terzake niet kerkordelijk geregeld konden worden. Overigens zag hij in de functie van de Centrale Kerkeraad weinig. Het echte gevecht speelt zich af in de wijkkerkeraden of in de classes. De Centrale Kerkeraad is functioneel 'een onding'. Hij pleitte voor het voorstel van prof. Beker.

Ds. S. Meyers, Leiden, meende dat het rapport in de registrerende opmerkingen over de G.B. faalt. De hele kerk worstelt met de kwestie van 'in gemeenschap' en 'in overeenstemming' met de belijdenis. Er is vaagheid als het gaat om de grenzen van het belijden der kerk. Dat moét zich ook bij de visitatie wreken. Hij pleitte ervoor nu geen beleidsbeslissing te nemen. Maar als er een nieuwe regeling komt dan kan dat niet zonder een centrale kerkeraad. Als de Heere der kerk Zijn gemeente bezoekt kan het niet zo zijn 'dat Hij twee deuren langs moet'.

Ds. W. R. van der Zee, Raad van de Herderlijke Zorg, zei dat er in de kerk ook nuchterheid moet zijn. We moeten verdragen dat er in de kerk groepen zijn, die geen verantwoordelijkheid kunnen dragen voor een andere prediking. Het is echter van pastoraal belang dat er een gelijkwaardige plaats voor allen in de kerk is. De centrale kerkeraad noemde hij daarbij een 'fantoom'.

Mevr. ds. G. M. v. Wijk, Alblasserdam, namens Samenwerkingsorgaan, wilde de deelgemeenten niet in de Centrale Kerkeraad want daarin blijven ze dan toch een minderheid.

Stemming

Bij de stemming steunden 5 synodeleden de motie van oud. D. G. van Vliet (een commissie in het leven roepen, uitstel tot juni 1984 en nieuwe bezinning over apostolaat en belijden).

Wat betreft het voorstel om de deelgemeenten uit de overgangsbepalingen over te brengen naar de kerkorde stemden 39 synodeleden vóór en 16 tegen.

Toen het daarna ging om de vraag of er dan één centrale kerkeraad komen moet waren 19 leden tegen en 34 voor.

De motie van ds. P. v. d. Heuvel om dispensatie-mogelijkheid open te laten kreeg 45 stemmen.

Met deze principebesluiten is de weg vrij voor nieuwe kerkordebepalingen, die dan opnieuw in de synode komen. Het roer is definitief om. Van de nood is een deugd gemaakt. Daar waar een deelgemeente is, komen de kerkeraden in een dwangpositie. Intussen bleef de vraag liggen wat vandaag de synode bedoelt met 'in gemeenschap met de belijdenis'. Waar liggen de grenzen van het belijden? Een nieuwe generatie weet niet mmer van de discusies achter de formuleringen inzake het belijden over de kerkorde in 1951. De uitdrukking 'in gemeenschap met de belijdenis' kan ook heel gemakkelijk inhoudsloos worden. Weten we nog wat we er mee bedoelen? Of is het een slogan om voor ieder ruimte te vragen in de kerk? Wanneer zal een diepborend gesprek over deze achterliggende vragen, zonder spreektijdbeperking, nog weer eens mogelijk zijn? Nu hanteerde intussen, wat de praktijk betreft, de synode de botte bijl. Hoe men het nl. wendt of keert, de éne ambtelijke vergadering (de synode) heerst over de andere (de kerkeraad). Als dat geen tuchtoefening is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Synode van de botte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's