De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Protestsong of geloofslied

Er is heel wat aan de hand rondom de vertolking van de Schrift. Vanuit de eigentijdse ervaringen willen velen de Bijbel lezen. Een voorbeeld daarvan wordt aangehaald in het Geref. Kerkblad van de vrijgem. Geref. Kerken (Overijssel-Gelderland) van 26 februari. De schrijver neemt een gedeejte over uit een artikel over de lofzang van Hanna waarin o.m. gezegd wordt:

‘‘‘Opstaan. Protesteren en het niet langer nemen dat mensen onrecht wordt gedaan. Je stem verheffen en laten horen hoe het ook anders kan... dit vertelt het bijbelverhaal ons over Hanna." Ze geeft dan een bepaalde typering van de tijd, waarin Hanna leefde. Er is niets nieuws onder de zon. Immers, "de praktijk in veel landen ook vandaag wijst dat uit. Het recht van de sterkste heerst dan. Wetten ontbreken die 'het leven van de zwakken moeten beschermen. Een kleine groep machtigen heeft een goed leven en de massa komt tekort, lijdt honger. Hun protesten worden gesmoord, is het niet in de gevangenis dan wel op een andere manier..." Even verder: "Zo zingt Hanna van deze wereld op zijn kop. Zij bezingt een visioen van een wereld waarinde helden en de krachtpatsers met hun wapengekletter ontmaskerd zijn. Ze schrompelen ineen en er blijft niets van hen over. Een wereld waarin recht heerst en vrede, waar het goed wonen is voor ieder".

Door dit lied te zingen, aldus de schrijfster, heeft Hanna zelf een eerste stap gezet op weg naar die toekomst. En velen zijn haar daarin gevolgd. Letterlijk: "Want achter Hanna worden gestalten zichtbaar van de vele vrouwen en mannen die, net als zij, niet verstommen bij het vertoon van macht, heldendom en wapengekletter. Maar protesteren tegen onrecht, tegen honger en onderdrukking..." De moeders uit Argentinië worden met name genoemd. Ze dragen iets van de profetie van Hanna met zich mee - de protesterende vrouwen en mannen. "Opstaan, protesteren en het niet langer nemen dat mensen onrecht wordt gedaan. Je stem verheffen en laten horen hoe het ook anders kan..." Hanna zou ons in haar loflied dus aansporen: "ga er mee door". De schrijfster bedoelt: Dus niet zwijgen tegen onrecht... Het recht zal zegevieren, is het niet vandaag dan morgen. Dat zou moeder Hanna de gereformeerde vrouw van vandaag voorhouden. Deze "soliste" moet een "koorzangeres" worden...'

De scribent in voornoemd kerkblad wijst er in zijn commentaar op dat hier toch een vertekend beeld gegeven wordt van 1 Sam. 2 : 1-10:

'Het grote verschil is toch wel, dat de revolutie-gedachte de mensen oproept het niet langer te nemen. Al die schrijnende maatschappelijke verschillen mogen er niet zijn. ''Het kan ook anders.'' Het juk moet worden afgeworpen. Met een levenshouding, waarin niets meer wordt geaksepteerd, voor wat het eigen gedrag betreft. Dat zou dan Gods revolutie zijn, zo zegt men. En in de lofzang van Hanna, alsook in Maria's "Magnificat", meent men veelszins de punten voor het revolutionair programma van allerlei modern aktivisme te kunnen aflezen. Daarom moeten we aan ontwikkelingshulp doen, vechten tégen het kapitalisme en vóór verandering van de strukturen. Hanna (en Maria), zo stelt men, poneren het ideaal van de socialistische maatschappij-vernieuwing. Hanna en Marx, deze twee zijn één!

Daar geloven we niets van. Hanna zingt van God, die handelt, verlossend ingrijpt en de gelovige mens vertrouwt daarop en wacht daarop. Zij prijst, evenals Maria, de stijl van Gods verkiezing. Die is altijd verrassend. Mensen als Hanna zijn van een aksepterende levenshouding. En zeker, je kunt inderdaad teveel aksepteren, maar toch is er bij Hanna uit de Bijbel de geloofshouding! Haar loflied werd niet geboren uit de ijver van de revolutie. Maar uit de smart om de reformatie van de kerk. Hanna zal ook wel niet veel van de wereldpolitiek van haar dagen begrepen hebben. Evenmin als wij. En "sociale gerechtigheid" was toen ook al ver te zoeken. Maar zij kende Gods verkiezings-kracht! En van daaruit, vanuit het geloof spreekt in haar lofzang een brede, maatschappelijke, politieke belangstelling. Geen protest-, maar geloofshouding!

Dat wordt juist vandaag van alle kanten aangevallen. Want je moet helemaal niets meer aksepteren! In de aktualiteiten-rubrieken van de TV bijvoorbeeld zien we telkens allerlei aktiecomité's naar voren komen, die de mensen bewust willen maken van hun rechten. Dan behoor je tot de "helden", die het opnemen voor een leefbare wereld. Dat is: voor vergeten groepen en verdrukte minderheden. Opstaan. Protesteren en het niet langer nemen... Want, zo wordt beweerd, de mensen kennen hun rechten niet. Ze slikken veel te veel, op 't gebied van hun werk, hun huisvesting, hun huishuur, hun rollenpatroon enz. Men is met grote energie bezig de mentaliteit om te turnen. Met luidruchtig en bazig geschreeuw. Om zijn of haar vermeende recht met kracht te laten gelden.'

Natuurlijk sluiten geloofsvertrouwen en activiteit elkaar niet uit. Hanna had ten aanzien van Samuel's opvoeding haar eigen initiatieven. Zij profeteert ongehoorde dingen. Maar niet vanuit een 'ik-neem-het-niet-houding', maar vanuit een gelovig verwachten van wat God doet.

'In het emancipatiewerk van christenvrouwenorganisaties wil men niet "rolbevestigend" zich bij de gegroeide situaties neerleggen. En zeker, als de vrouwen er aanmerking op maken, dat de vrouw zich al te veel laat "invouwen in een vrouwenblad' ', dan hebben ze in dat protest wel gelijk. Ook Hanna's belangstelling was breder dan die van haar gezin. Maar op haar bescheiden plaatsje, in haar gezin met de opvoeding van Samuel, werkte zij aan de publieke zaak. Het is arbeid in Gods koninkrijk. Daarvoor was zij voor de Heere een uitverkoren werktuig!

Hanna spoort ons aan in haar loflied: te blijven zingen van de koning, die Israels God zou geven. Zij zong al van Christus, de Verlosser. Wij kennen Hem uit al de Schriften. Dat betekent ook dat we met de Bijbel in de hand mogen zeggen: niet demonstreren, maar profeteren! Want niet door verwaten taal zijn gereformeerde vrouwen én mannen groot. Maar door de taal van het geloof. We zijn ervan overtuigd, dat de geloofshouding in het aangehaalde blad wel erg is scheefgegroeid! Men roept het vandaag al protesterend van de daken: "Deze wereld is onleefbaar geworden. Kijk maar naar het kapitalisme en naar het oorlogsgeweld. Wij zullen op de puinhopen van de bestaande orde een nieuwe wereld opbouwen''. Dat zijn de kreten van de revolutie. Maar wij maken deze wereld niet "bewoonbaar". Wij zullen Jezus Christus verwachten, die komt om alle dingen nieuw te maken.'

Op zich van harte mee eens. Wel zou ik, sterker dan de auteur doet, willen doordenken over de vraag, wat de verwachting betekent voor ons zedelijk handelen. Verwachting zet immers ook aan tot daden. Wie Christus' koningschap belijdt, gaat inderdaad protesteren tegen alles wat zich tegen de Heere verheft. Maar dat is een ander protest dan de revolutiementaliteit van allerlei maatschappijver-nieuwers waarin nauwelijks meer sprake is van het 'God alleen de eer'.

***

Hoe verdraagzaam is de verdraagzame?

Tenslotte geven we ditmaal royaal plaats aan een artikel van dr. K. Veling in De Reformatie over de verdraagzaamheid. Wie de discussies rondom discriminatie en gelijke behandeling gevolgd heeft, ontdekt dat er allerlei invullingen gegeven worden van verdraagzaamheid. Nederland heeft op dat punt een belangrijke geschiedenis. In vroegere eeuwen vonden allerlei vervolgden hier een wijkplaats. Maar wat houdt verdraagzaamheid in? Vanuit welke motieven wordt ze bepleit? Kan een christen die ernst maakt met Gods wetten tolerant zijn? Veling wijst erop dat veel spreken over verdraagzaamheid in onze tijd beheerst wordt door de idee van zelfbepaling, gehuldigd door liberalen en socialisten en soms ook verdedigd door progressieve christenen. Maar de ideologie van de zelfbepaling bergt grote problemen in zich. We geven het woord aan Veling:

'Het modern-humanistische vrijheidsbegrip heeft heel speciale kenmerken. Het is individualistisch en subjectivistisch van aard.

Het recht op zelfbepaling of - met een duur woord - autonomie, zoals dat in de hoofdstroom van de Nederlandse politiek algemeen wordt beleden, geldt individuele mensen. Het zou tegenstrijdig zijn als wel wordt bepleit dat mensen volstrekt het recht hebben hun eigen weg te gaan, om vervolgens toch ook uit te gaan van min of meer vaste, en dus verplichtende relaties met anderen. Daarmee zou met de ene hand worden teruggenomen wat zojuist met de andere is gegeven. Het recht op zelfbepaling van mensen verdraagt moeilijk dat van buitenaf als norm wordt gesteld dat mensen verantwoordelijk zijn voor elkaar. Een verplichtende huwelijkswetgeving of het handhaven van gezag van ouders over hun kinderen zijn in principe niet goed te rijmen met het geloof in de autonomie als een man gedwongen zou worden tot zoiets als trouw jegens zijn vrouw, of als kinderen tegen hun wil zouden worden verplicht zich te schikken naar wat hun ouders willen. Behalve individualistisch is het humanistische vrijheidsidee, zoals dat in het moderne westen algemeen wordt gehuldigd, ook subjectivistisch. Dat wil zeggen dat iemand die van zijn recht op zelfbepaling gebruikt maakt, dat doet in het besef dat hij dat puur vanuit zichzelf doet. Anders gezegd, hij mag niet op één of andere manier zijn eigen, subjectieve levensvisie en levenspraktijk normatief stellen voor anderen. Leven en denken vanuit jezelf is een vrijheid die voortvloeit uit het geloof in de autonomie van de mens. Maar omgekeerd is de subjectivistische overtuiging dat er niets is dat als waarde of norm uitgaat boven eigen beleving ook de grond voor het autonomie-geloof.

In deze twee kenmerken van de moderne ideeën over vrijheid schuilt een probleem in verband met de verdraagzaamheid tegenover etnische en culturele minderheden. Trouwens niet alleen tegenover hen. Het probleem ontstaat als er groepen mensen in onze samenleving niet individualistisch en niet subjectivistisch denken en leven. En dat is in de gemeenschappen van buitenlanders doorgaans het geval. Zij zijn niet bereid te aanvaarden dat hun gemeenschap slechts bestaat uit zelfbepalende individuen; en men gelooft ook niet dat hun leefwijze puur een kwestie is van smaak.

Maar wat betekent verdraagzaamheid? De autonomie-gelovige is bereid individuen te verdragen; hij is zelfs erop voorbereid het recht van individuen op zelfbepaling met kracht te verdedigen. Maar dat betekent dat hij natuurlijk niet verdraagzaam kan staan tegenover verhoudingen die naar zijn besef indruisen tegen die zelfbepaling. Wat moet hij met een verhouding tussen een Marokkaanse man en zijn vrouw, waarin naar zijn overtuiging het recht op zelfbepaling van die vrouw wordt tekort gedaan. Wat moet hij met de harde hand waarmee islamitische vaders hun kinderen opvoeden. Is die niet in strijd met het recht van de kinderen op autonomie? Dezelfde vragen rijzen waar blijkt dat in gemeenschappen van culturele minderheden de bereidheid ontbreekt om in modern-westerse stijl religieuze en ethische overtuigingen te presenteren als puur subjectieve zaken. Hoe kan iemand vanuit een autonomie-ideologie tolerant zijn tegenover mensen die zelf wel 'hun' waarden normatief stellen voor anderen? Hoe is de onverdraagzame te verdragen? Blijkbaar stuiten we hier op de grenzen van de verdraagzaamheid vanuit de zelfbepalingsgedachte.

Verdraagzaamheid is mogelijk, maar dan wel onder condities. Slechts wie bereid is de individualistische ideologie van het modern-westerse humanisme te accepteren, mag rekenen op tolerantie. Hij mag vragen om bescherming van zijn eigen individuele rechten, maar niet om respect voor een gemeenschapsordening waarin die zelfbepalingsidealen niet heersen. Slechts wie zijn levensovertuiging en de daarbij horende levensstijl presenteert als een persoonlijke eigenaardigheid en zorgvuldig vermijdt te spreken over normen die universeel zouden zijn, mag rekenen op verdraagzaamheid. Hij mag vragen om bescherming van zijn recht om te denken en te doen wat hij zelf wil, maar hij mag niet op welwillendheid rekenen als hij zelf de indruk wekt niet tolerant te zijn. Progressief Nederland vleit zichzelf graag met de gedachte dat het tolerant is. De onverdraagzaamheid in de samenleving die groeiende lijkt te zijn, is verontrustend en mag zeker geen steun krijgen, zo is de overtuiging.

Maar het is goed oog te hebben voor de verborgen problemen in de autonomie-ideologie, vanwaaruit men opkomt voor tolerantie en tegen discriminatie. De leuze van vrijheid, die zo goed klinkt en die natuurlijk geen fatsoenlijk mens weerspreken kan, is niet zo ondubbelzinnig als ze lijkt. Er worden keuzen gevraagd, of misschien zijn ze allang gedaan, die zich niet simpel laten motiveren met vrijheidsliefde. Wie vasthoudt aan een autonomieideologie moet maar beseffen dat daardoor zijn tolerantie een beperkte moet zijn. Het vraagstuk van een "multiculturele samenleving" vraagt om duidelijkheid. Verdraagzaamheid is geen begrip dat antwoord geeft op alle concrete vragen van beleid. Dat is natuurlijk niet verrassend voor wie gelooft dat God Zijn wetten geeft tot ordening en sanering van de mensenwereld. Maar het is van belang te zien dat christenen door moderne vrijheidsideologen niet mogen worden voorgesteld als geborneerde dwarsliggers die "tegen vrijheid" zijn. Aan toepassing van normen ontkomt ook niet de gelovige humanist. Het is daarom beter om te praten over de inhoud van die normen en over de wijze waarop die zich moeten verhouden tot belangrijke politieke rechten als de vrijheid van godsdienst. Een simpel beroep op de zo gemakkelijk in de mond liggende begrippen "verdraagzaamheid" en "vrijheid" schiet schromelijk tekort.'

Het is niet zo'n eenvoudig artikel, maar het geeft wel een uitermate heldere analyse. Duidelijk blijkthoe ook veel gepraat over tolerantie uitgaat van 'geloofsveronderstellingen'. De toleranten kunnen verschrikkelijk intolerant zijn. Wie de kritiek van de liberalen uit de vorige eeuw op de mensen van de afscheiding en voorstanders van chr. onderwijs op zich laat inwerken, zal dat direct ontdekken. Het is niet eenvoudig in een moderne democratie de verdraagzaamheid te praktiseren. Waar liggen de grenzen? Persoonlijk ben ik er van overgtuigd dat een democratie niet zonder het getuigenis van Gods geboden en beloften kan. Van Ruler moet eens gezegd hebben: de ware theocratie betekent een maximum aan tolerantie. Ik meen dat dat waar is. Want waar de God van Israël geen gehoor vindt, komen we niet op neutraal terrein, maar vullen andere goden de leegte. En deze goden eisen vaak volstrekte gehoorzaarhheid op. Terwijl de dienst aan de Heere God vrijheid en ruimte betekent, voeren de goden van de tijd ons allerlei vormen van slavernij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's