Rondom het levensbegin (1)
Vanuit de huisartsenpraktijk
Medisch en genetisch is geen ander beginmoment aan te geven dan het moment van de bevruchting (conceptie). En toch...
De ethiek komt steeds meer in microscopisch vaarwater terecht. De grens tussen goed en kwaad lijkt steeds meer door de microscoop of andere ultra-gevoelige apparatuur te worden vastgelegd. Vooral als het gaat om absolute zaken als leven en dood. Wanneer begint leven? Wanneer is iemand nu echt dood? Als het hart stilstaat of als de hersenen niet meer werken?
Vaak is er, met name rondom het levenseinde, veel discussie over de grens die getrokken moet worden. Toch lukt het steeds beter met behulp van allerlei medische apparatuur (EEG bijv.) duidelijke beslissingen te nemen. Ook in de re-animatie situatie.
Precies of rekkelijk?
Hoe ingewikkeld het medisch gezien ook rondom het levenseinde moge zijn, rondom het levensbegin lijkt de zaak wat eenvoudiger. Medisch en genetisch is geen ander beginmoment aan te geven dan het moment van de bevruchting (conceptie). En toch is hierover in medische en politieke kringen veel discussie. Spitst de discussie rondom het einde van het leven zich vanuit een (met het blote oog) moeilijk te overzien grensgebied toe naar één cruciaal moment, rondom het begin van het leven ontplooit de discussie zich vanuit zo'n cruciaal moment als de conceptie naar een zo onbegrensd mogelijke ruimte. Het moment van conceptie ligt voor velen te precies. Mensen die die grens aangeven, denken te zwartwit. Het zou best wel eens kunnen dat het leven pas begint op het moment van innestelling van de bevruchte eicel in de baarmoederwand. Ook in de medische leerboeken probeert men enige rek in de definitie te krijgen en gaat men steeds meer in de richting van de innesteling. Want, zo redeneert men, rekent men de periode tussen bevruchting en innesteling ook tot de zwangerschap, dan zou vernietiging of afdrijving van de bevruchte eicel zowel vóór als na het tijdstip van innesteling als verstoring van de zwangerschap ofwel abortus zijn aan te merken. En dat wil men niet. Dus verlegt men vanuit een averechtse redenering de grens. En velen geloven dat. En met 'officiële' definities kan iedere dokter, die met deze leerboeken is opgeleid, kritische patiënten overtuigen of geruststellen.
In het Nederlandse leerboek voor verloskunde en gynaecologie, onder redactie van prof. dr. G. J. Kloosterman is men dan gewoon eerlijk met de opmerking dat 'het belang dat men hecht aan de definitie voor zwangerschap meer ethisch dan medisch is'. Men vindt het niet erg om van zijn medisch standpunt af te stappen, als dat 'ethisch nuttig' is. Bewust gebruik ik hier de term 'ethisch nuttig', er had liever moeten staan 'ethisch verdedigbaar'. Hier botsen twee werelden, met twee opvattingen over wat ethiek is: meer dogmatiek of meer elastiek? Wat wint het: de objektieve wetenschap met zijn microscoop of de praktische toepasbaarheid, die ziet wat voor ogen is?
Wijziging van definitie
De praktische toepasbaarheid lijkt het in de geneeskunde steeds meer te winnen met de politiek in haar voetspoor. Ik citeer uit een artikel van collega mej. G. van Bruggen gepubliceerd in het Informatie bulletin van het Nederlands Artsenverbond (nov. 1982), waar ik ook enkele reeds genoemde zaken uit ontleend heb: 'Wijziging van definitie had men in deze tijd hard nodig. Het spiraaltje wordt bijvoorbeeld veelvuldig aangeprezen als zwangerschapsvoorkomend middel. Handig, goedkoop en ideaal voor ontwikkelingslanden. Als lastige pro-life mensen dan blijven protesteren, dat ze geen abortivum willen voorschrijven, dan wijzigt men de definitie van zwangerschap en abortus. En het ethische probleem is opgelost. Ook de nieuwe Wet op de afbreking zwangerschap loopt met een grote boog om dit probleem heen. In het begin staat een zin, die vele interpretaties toelaat, doch de enige juiste uitleg uitsluit: 'Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder het afbreken van zwangerschap niet verstaan het toepassen van een middel ter voorkoming van de innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoeder. En in het advies van. de Raad van State wordt gesproken, dat men kan uitgaan van twee definities van het begin van de zwangerschap: conceptie of nidatie. Tussen deze beide wordt geen keuze gemaakt'.
Geloof en wetenschap
Niet alleen in medische en politieke kringen vindt deze discussie plaats, er is ook ruimte voor deze discussie in kerkelijke kring. Zo las ik het volgende in de brochure uit gereformeerd vrijgemaakte kring van de hand van ir. K. Mulder, getiteld 'Bijbel en Seksualiteit': 'Begint individueel menselijk leven bij de conceptie of bij de nidatie (de innesteling)? Er zijn mensen die het standpunt verdedigen dat individueel menselijk leven begint op het moment van innesteling van de bevruchte eicel in het baarmoederslijmvlies. Pas vanaf dat moment kan het leven zich gaan ontwikkelen en groeien. Overtuigde aanhangers van dit standpunt hebben dus geen moeite met het spiraaltje of de morning-after-pil. De vraag die zich opdringt, is: is hier op grond van de Bijbel een duidelijke grens te stellen? Staat het op grond van Bijbelse argumenten onomstotelijk vast dat individueel menselijk leven begint bij de bevruchting? Het is moeilijk om in de Bijbel een duidelijk antwoord op deze vraag te vinden; we blijven hier met onzekerheden zitten. Daarom geef ik grote voorkeur aan een anticonceptiemiddel boven het spiraaltje. Maar kunnen wij een echtpaar, dat het standpunt verdedigt dat het individuele menselijk leven pas begint bij de innesteling, en daarom het spiraaltje gebruikt, op grond van Bijbelse argumenten veroordelen? Kunnen en moeten wij tegenover hen volhouden dat zij in feite abortus provocatus plegen? Mag een meisje dat verkracht is, de morning-after-pil gebruiken? Het zijn nieuwe vragen waarvoor we geplaatst worden als gevolg van de ontwikkeling van wetenschap en techniek.'
In analogie aan de redenering van de medici, die het belang van de zwangerschapsdefinitie meer ethisch dan medisch vonden, vindt de schrijver van deze brochure de zaak meer bijbels dan medisch. Hij spreekt meer in 'geloofs'termen dan in wetenschapstermen ('overtuigende aanhangers' van een standpunt, waar 'de Bijbel geen duidelijk antwoord' op heeft). Maar de Bijbel is toch geen leerboek van verloskunde, embryologie of genetica? Wie vanuit de Bijbel antwoord verlangt op zijn 'microscopische' vragen, zal vergeefs zoeken. En het geeft geen vrijheid om te gaan beweren dat de Bijbel meer ethische ruimte biedt, dan we ons op grond van medisch-wetenschappelijke studie kunnen veroorloven. Het is onjuist om objektief wetenschappelijke gegevens in de geloofssfeer te trekken. Geloven is geen aanschouwen en wat aanschouwd kan worden, al is het door een microscoop, behoeft niet meer geloofd te worden. Eerbiediging van menselijk leven vanaf de conceptie behoort daarom geen geloofszaak te zijn (het wordt christenartsen vaak in die zin verweten), maar een puur medisch-wetenschappelijke norm. De grens is meer medisch dan ethisch, en zelfs dan bijbels. De grens ligt microscopisch precies vast, voor velen te akelig precies. Alleen de wetenschapper, de doorvorser van de schepping benadert de dingen zo en dat is zijn opdracht.
Het eeuwige Woord
De Bijbel benadert de dingen anders, het is inderdaad geen medisch leerboek, het Woord van God gaat niet in détail op alles in, doch het omvat wel elk détail. Het is eeuwig, het reikt verder dan het aanschouwen en doorvorsen. Vóór en na overschrijdt het alle wetenschappelijke cruciale momenten, zelfs de conceptie. Als daar geschreven staat: 'Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was'. Dit woord overstemt de discussie over het moment, waarop menselijk leven begint. Wie dit woord niet kent of wil kennen, zal deze discussie in dienst stellen van het maatschappelijk nut en de medische toepasbaarheid. Wie dit Woord wel kent en gelooft, zal de discussie, ondanks alle menselijke moeite, onderwerpen aan de dienst aan God, de Schepper, want: 'Ik loof U, omdat ik op een heel ontzagwekkende wijze wonderbaar gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, ook weet dat mijn ziel zeer wel'. Inderdaad, geloven reikt verder dan aanschouwen, zoals de eeuwigheid verder reikt dan de tijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's