Tweedelig of driedelig? (2)
Pastorale overwegingen
Het lichaam is even zo bepalend voor het mens-zijn als de ziel.
De afzonderlijke woorden
De vorige keer hebben we in verband met de binnengekomen vraag, of de mens tweedelig dan wel driedelig is, al gesproken over de woorden lichaam, ziel en geest. Gemakkelijk zou men een vrij dikke verhandeling kunnen schrijven over de betekenis van deze drie woorden afzonderlijk als ook in hun onderling verband. Maar dat is de bedoeling natuurlijk niet. Niettemin zullen we er niet geheel omheen kunnen om over deze woorden wat te zeggen bij het licht van de Schrift. Soms blijkt dan hoe woorden een eigen leven kunnen gaan leiden en in gebruik ver buiten de bijbelse betekenis kunnen terecht komen. Zelfs ontmoeten we soms onder Gods kinderen nog wel eens hoe een geheel eigen beschouwing er op na gehouden wordt, die aan de Schrift geen recht doet. Wat hebben we toch meer dan ooit dringend behoefte aan bijbelse christenen, die gegrond zijn in de waarheid der Schrift en de praktijk van de godzaligheid beoefenen!
Het lichaam van oorsprong
Wie om te beginnen zich laat leiden door de boodschap van het Oude Testament, ontdekt dat die nimmer in abstracte begrippen spreekt, maar altijd concreet, duidelijk, voorstelbaar. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat wij mensen ons alles kunnen en moeten voorstellen van God en van Zijn Koninkrijk. Ook dan geldt reeds: hoe groot is het goed dat Gij weggelegd hebt voor die U vrezen. En wij begrijpen van nature de dingen van Gods Rijk en van Gods Geest niet. Maar het Oude Testament is steeds zo concreet. Wordt over een lichaam gesproken, dan betreft dat altijd een lichaam van een bepaald persoon. Het lichaam is even zo bepalend voor het mens-zijn als de ziel. We mogen niet verachtelijk over het lichaam spreken. Het is een stukje wondere schepping van God! Ik schrok destijds van een uitlating van een briefschrijver: 'dominee, als mijn ziel maar behouden wordt en ik weten mag naar Jezus te gaan, interesseert het mij niet wat er met dat hoopje botjes van mij gebeurt. Voor mijn part wordt dat verbrand'. Is dat de taal van een kind van God? Neen, de Heere maakt ons duidelijk, dat ieder mens een lichaam heeft/is met een ziel er in. Wat is een lichaam zonder ziel? Een lijk! En een ziel zonder lichaam hier? De Heere God formeerde eerst uit het stof der aarde met Kunstenaarshand een lichaam. Daarna blies Hij de levensadem in. En dan is er de mens! De Heere begiftigde ons met beide om onze Schepper te dienen en de andere schepselen tot zegen te zijn. Helaas, hoe jammerlijk zijn beide door de zonde aangetast en verdorven. Daarom ook kwam de Heere Jezus als waarachtig rechtvaardig mens, met lichaam en ziel, om die beide van zonde en dood te verlossen. Hij leed naar lichaam en ziel, als mens, niet als God. Wel heeft Zijn Godheid de mensheid ondersteund.
De bestemming van de mens
Is de mens uit het stof der aarde geformeerd, dan maakt dat ook duidelijk hoezeer de mens op aarde thuishoort. Daarmee is niets minderwaardigs bedoeld. Met zijn lichaam heeft hij de opdracht en het voorrecht gekregen om in de schepping zich naar Gods bedoeling te ontplooien. Men kan de vraag stellen, of het juist is te zeggen, dat een mens een lichaam heeft. Want dat zou met zich mee kunnen brengen buiten de lichamelijkheid om mens te willen en te kunnen zijn. Oosterse religies willen de mens leren en helpen boven zichzelf, zijn lichamelijkheid uit te komen. En het is meer heidens dan bijbels om het lichaam als iets vergankelijks, iets minderwaardigs, een omhulsel te beschouwen. Anderzijds gaat men ook over de schreef met de bewering dat de mens alleen maar lichamelijkheid is. Dat leert ons de Bijbel ook niet.
Dubbele blikrichting
Dr. F. J. Pop schrijft in zijn mooie boek ('Bijbelse woorden en hun geheim') dat de mens volgens de Bijbelse beschouwing naar twee kanten ziet. De mens kijkt naar beneden, en om zich heen, want hij is met de aarde, de dieren, en planten en bloemen verbonden. Hij is mede-schepsel. Maar de mens ziet ook op naar boven, want vanuit de hemel, van God, kreeg hij het leven. 'Hij behoort bij de aarde en leeft van de hemel'. Laat de Schrift de mens twee kanten uitzien, en vindt hij daarin ook zijn bestemming, dan leert evenzeer de Bijbel, dat het leven voortduurt, zolang de Heere wil. De dood is aanvankelijk een bedreiging bij het 'proefgebod'. De dood werd verschrikkelijke werkelijkheid door onze van van God af. Wij moeten scheiden van de aarde, onze geliefden, van wat ons lief was, omdat wij van God zijn gescheiden. De dood is soldij, loon der zonde. Wij keren tot stof en aarde weder. We zijn gescheiden van het 'sacrament in het Paradijs', de levensboom. Bij het sterven gaat de dood door. Wij vallen uiteen in deeltjes en elementen, waaruit de grote Kunstenaar ons heeft opgebouwd. De dood doet van ons afgaan, die ons lief waren. We kunnen als levenden met de doden niet huizen! Niettemin: hoe heerlijk is het dat de Heiland lichamelijk opstond en ten hemel voer. Voor degenen, die in Hem geloven is er uitzicht, over dood en graf heen. Dan is de dood en het graf geen laatste werkelijkheid. Hoe troostvol is de belijdenis: ik geloof (ook) de wederopstanding des vleses! Hoe vreselijk zal het zijn voor hen, die geloofden dat er 'niets was'. Al de graven gaan open. De zee en de hel geven hun doden terug. Hoe ontnuchterend de werkelijkheid voor allen, die een schijngeloof bleken te bezitten. Een volgende keer willen we graag bijzonder bij enkele Paulinische noties nog stilstaan die betrekking hebben op het lichaam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's