Het Brood des levens
Joh. 6 : 22vv
Die schare toch! Diep zijn ze onder de indruk van wat Hij, Jezus de Nazarener, gedaan heeft: een grote schare te eten geven van 5 broden en twee visjes en dan nog twaalf korven vol over ook!
Ja, eerst hadden ze enkel aandacht voor hun honger en voor het brood, wat ze voorgezet kregen. Maar, toen hun honger gestild was, kregen ze oog voor Hem! Welk een groot teken had Hij gedaan!
Deze moet waarlijk de Profeet zijn. Die in de wereld komen zou. Mozes heeft van Hem geprofeteerd: 'Een Profeet uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de Heere uw God verwekken'. Had God onder Mozes hen niet wonderlijk gespijzigd, door hen brood uit de hemel te geven? En had Hij, Jezus, gisteren niet hetzelfde gedaan? Als een tweede Mozes? Nu komen ze in beweging: koning zullen ze Hem maken!
Maar... Jezus is ontweken! Geen nood, ze zullen Hem zoeken en vinden: Hij zal hun koning zijn!
Maar, waar is Hij? Waarom is Hij weg? Heeft Hij nu in Galilea niet bereikt, wat Hij in Jeruzalem tevergeefs had gezocht? Daar hadden Zijn woorden enkel weerstand, ja dodelijke haat opgeroepen; hier dringen ze op om Hem koning te maken! Wordt hier Zijn zending dan begrepen en erkend?
Tóch niet! Zij willen Jezus koning maken, van een aards koninkrijk, omdat Zijn wóndermacht hen wel aanspreekt. Hij mag voldoen aan hun verwachtingspatroon! Maar, dat is het tegendeel van wat Jezus, als de gezonden Zoon des Vaders, is en zijn wil: Hij is niet gekomen om gediend te wórden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven als een rantsoen voor velen. Het gaat Hem niet om een aards, maar om een hémels Koninkrijk! En wij, u en ik?
Zeggen wij: 'Die Joden toch'. Schudden wij ons hoofd? Wij wéten immers waartoe Hij kwam? Ja, maar nu de praktijk van elke dag? Wie is Hij dan voor u, voor jou, voor mij? Om deze vraag draait het toch?
Spannen wij Jezus ook niet graag voor ons eigen karretje, volgeladen met onze eigen idealen, wensen, noden en behoeften? De Joden zochten niet Zijn Koninkrijk, maar het hunne! En wij?
En toch, wat wonder van genade, Jezus stuurt hen niet weg, als ze Hem gevonden hebben.
Hij zegt niet: 'Met jullie wil ik niets te maken hebben; jullie zijn zo aards gezind! Neen, ook nu is Hij gericht op het volbrengen van Zijn zending: zoeken en trekken wat verloren is! Hij trekt hun aandacht van het aardse naar het hemelse: Werkt niet om de spijze, die vergaat, maar om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal! Nu, werken, dat willen ze wel! Wat zullen wij dan dóen? Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Die Hij gezonden heeft!
Zo, nu weten ze (we), waar ze (we) aan toe zijn: Hij vraagt van hen (ons)... geloof! Geloof in Hem persoonlijk als de Gezondene des Vaders. Dat werk wil God bij hen (ons) zien! Jezus vraagt vertrouwen in Hemzelf, een zich uitleveren aan Hem, een gehoorzamen van Hem.
Is dat niet tevéél gevraagd? Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien en geloven? Welke garantie geeft U? Ze willen een teken en dan groter dan dat van gisteren: geen gerstebrood, maar brood uit de hemel, zoals Mozes deed! Het ongeloof vraagt altijd om een teken, maar laat zich tevens door geen teken overtuigen: geen wonder is daar groot genoeg voor! Niet een teken brengt tot beslissing, tot geloof. Niet het zien, maar God Zélf werkt het gelóóf in de Gezondene! Daarom klinkt Jezus' stem: Niet Mozes, maar Mijn Vader geeft u dat ware brood uit de hemel: Gods gave geeft léven aan de wereld! Nu lijken ze toch door Jezus' woord getroffen: 'Heere, geef ons altijd dit brood'. Ze noemen Hem, Heere, Kurios, niet enkel meer rabbi!
Is er nu sprake van herkenning? Van volgen? Van geloof, zonder te zien? Nu - dan zullen ze het ook onverbloemd horen: 'Ik ben het Brood des Levens!' Ik ben het. Die de wereld het leven geeft! Alle nadruk ligt op het woordje ik. Ik, Ik alléén! Hij is Zelf het Brood, dat Léven gééft!
Hij is het Léven, en Hij gééft het Léven! Léven, dat niet meer sterft, eeuwig leven! Bij Hém valt de beslissing: toen en nu! Zo is Hij gezet tot een val en opstanding voor velen.
Deze Zelfproclamatie sluit al ónze mogelijkheden uit! Wij moeten Jezus Zelf hebben: buiten Hem sterven we van honger of komen we om van dorst! Hij is water én brood, Hij is lévensnoodzakelijk!
Hoor, Hij zegt: 'Wie tot Mij komt, zal geenszins hongeren en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. Komen én geloven! U wordt genodigd in het heden der genade door Hem en tot Hem!
In de woestijn was er manna genoeg voor het hele volk, in Christus kan de gehele wereld behouden worden! Ook u!
Voor u werd Hij door God gezonden! Voor u heeft Hij, aan lichaam en ziel, gedurende de ganse tijd Zijns levens op de aarde, de toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht gedragen! Zijn leven was lijden voor u en om u!
Voor u liet Hij Zich slaan aan het vloekhout van het kruis: uw zonden waren op Hem, voor u droeg Hij de straf! Voor u heeft Hij gebeden: 'Vader, vergeef het hen!'
Voor u vloeide Zijn bloed, tot vergeving van uw zonden! Voor u, ging Hij in de dood! Voor u! In uw plaats! Zo is Hij Hét Brood des Levens!
De vraag is: Mag Hij u zó van dienst zijn? Of bent u als de schare? Straks roepen ze: 'Weg met Hem! Kruist Hem!
Hij paste niet in hun godsdienstig schema, in hun verwachtingspatroon. Van de joden staat: Van toenaf gingen vele van Zijn discipelen terug en wandelden niet meer met Hem! Niet door het geloof, alléén!
Niet door Zijn lijden en sterven alléén! En wij? U en ik? Is Hij alléén, uw Levensbrood?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's