Het staat er niet hopeloos voor
(over geloofsbelijdenis en hoop)
De openbare belijdenis des geloofs is er een bewijs van, dat het er in de wereld, waarin wij leven niet hopeloos voorstaat.
Boven dit artikel staat een ietwat uitdagende titel: Het staat er niet hopeloos voor. Op het eerste gezicht lijkt dat nl. helemaal niet waar te zijn. Er is tegenwoordig bepaald weinig hoop meer onder de mensen. De wereld lijkt zelfs aan de rand van de zelfvernietiging te leven. En de mensheid verkeert in een panische angst voor machten, die men zelf ontketend heeft en die zich over ons dreigen te storten. Lange tijd leek het excelsior te gaan. Het kon niet op. Ieder had zijn werk en zijn 'verdiende loon', een eigen huis misschien zelfs. Ieder deed zelfs op de duur wat goed was in zijn ogen. Ons bestaan werd steeds zelfverzekerder. Onze vrijheid leek grenzeloos. Alle remmen gingen los. Alle wetten moesten weg. Ni Dieu ni maitre - geen heer noch meester. Maar tegenwoordig ligt er haast een doem over de mensen. Velen zijn eenzaam en erg wanhopig. Velen zien het niet meer zitten en maken er een eind aan. Het leven is uitzichtloos geworden. Absolute macht en absolute vrijheid zijn kennelijk niet alles. Transcendente meditatie, yoga-oefeningen, sensitivity-trainingen en wild-west religieuze ervaringen ten spijt. Veler hoop is aan 't verdwijnen als rook uit een schoorsteen.
Op weg, maar waarheen?
Het staat er bepaald hopeloos voor in de wereld, waarin wij leven. Het is met ons als met die man, die dronken was. Hij zat in de bus. En elke keer, als de bus bij een halte stopte, struikelde hij naar voren en zei: 'Hier moet ik er uit'. Maar dan ging hij weer zitten. 'Nee, toch niet', zei hij dan. Eén van de medereizigers maakte er een opmerking over. 'Die man is wel op weg', zei hij, 'maar hij weet niet, waarheen'. Een andere passagier, die verder doordacht, reageerde: 'Inderdaad, maar van hoeveel mensen, die in deze bus zitten, kan je dat ook zeggen: 'Op weg, maar niet weten, waarheen? ' Zo ongeveer is het tegenwoordig onder de mensen. Wel een reis, maar geen reisdoel. Geen halte ook om uit te stappen vlak bij huis.
Ja en toch is het niet onwaar, wat er boven dit artikel staat. Niet in de zin van: 't komt best weer goed; komt tijd, komt raad. Niet in de zin van: en toch maar blijven we vechten voor een betere wereld; de mensheid is zo slecht nog niet. Langzamerhand wordt het zonneklaar, wat de Bijbel zegt: 'Het einde aller dingen is nabij'.
Geloof en liefde en hoop
Ja en toch... Over enkele dagen staan daar in het midden der gemeente, die naar Gods Naam is genoemd, weer mensen, jonge mensen vooral ook, die zeggen, dat ze er moed op hebben, die niet zonder hoop zijn. Zij belijden hun geloof. Zij spreken van liefde. Zij koesteren hoop. Zo is het hun gezegd. En als zij de God hunner belijdenis persoonlijk hebben leren kennen, staan ze daar in die gewichtige ure, waarin zij zich mogen uitspreken voor Koning Jezus. Belijdenis van het geloof. Een geloof, dat door de liefde werkt en dat door de hoop perspectieven krijgt. De openbare belijdenis des geloofs is er een bewijs van, dat het er in de wereld, waarin wij leven niet hopeloos voorstaat. Er zijn altijd nog mensen, die hoop hebben.
Zijn dat dan soms de doorzetters, die om de donkerste wolk altijd wel een gouden rand zien; die het er niet bij laten zitten en de wereld desnoods met alle geweld het vrederijk tegemoet zullen voeren? Van dat overspannen geloof en die ijdele hoop wensen sommigen inderdaad in de gemeente belijdenis af te leggen. Dat verschilt dan echt niet zoveel van wat mensen buiten de gemeente altijd al hebben geloofd en gehoopt. Zonder het daarin echt te kunnen uithouden. Nee, het zijn maar zwakke mensen, die daar staan.
Het geheim van de hoop
Het is eigenlijk één machtig groot wonder, dat zij er toe kwamen. Want toen de levende God Zich aan hen openbaarde in Zijn hoge Majesteit, toen riepen ze: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben en ik woon temidden van een volk, dat onrein van lippen is (Jes. 6 : 5). Er is geen hoop, zolang mensen zichzelf zien. Zij zijn met de ganse wereld voor God verdoemelijk (Rom. 3 : 19). Het geheim van hun geloofsbelijdenis ligt dan ook niet in sluimerende zielekrachten, die hun door dik en dun doen hopen.
Waar dat geheim dan wel ligt? Zij leerden zichzelf afschrijven onder de ogen van de hoge God. Zij gaven het op, kapituleerden, geheel en al in 't ongelijk gesteld door God. Zij leerden al hun strohalmen loslaten. En ze werd voor hen het wonder waar, dat zij midden in de dood konden leven. Petach tikwa - deur der hoop, zegt Hosea (Hos. 2 : 14). 'Komt tot Mij, vermoeide en beladene', zei Jezus (Matt. 11 : 28). Het geheim ligt in Hem, Die met Zijn bloed de vuurgloed van Gods brandende toorn wist te blussen. Die met Zijn grote zondaarsliefde het verbrijzelde hart verheugt. Die door Zijn Geest een zondaar zo voor Zich inwint, dat die heel zijn leven lang wel voor zo'n Koning leven wil.
Hoop, omdat er doen aan is, dat mijn geweten wordt ontlast. Omdat er een liefde is, die mij doet roemen in verdrukkingen. Omdat er uitzicht is, zelfs al ligt mijn ontzielde lichaam in het graf. Kohlbrügge zei: 'Wanneer ik sterf - ik sterf echter niet meer - en iemand vindt mijn schedel, zo moge deze schedel hem nog prediken: Ik heb geen ogen, toch aanschouw ik Hem; ik heb geen hersenen noch verstand, toch omvat ik Hem; ik heb geen lippen, toch kus ik Hem; ik heb geen tong, toch zing ik Hem lof met u allen, die Zijn Naam aanroepen'.
De waakvlam
Hoop. Niet omdat mensen, die hun geloof belijden het altijd zo vast in hart en hand hebben. Soms gaan ze langs de randen van vertwijfeling. Soms kunnen ze het helemaal niet klein krijgen, dat er zoveel onbegrepen lijden is in de wereld. Soms is daar alleen maar een schreeuwend 'waarom?'. Een zuchten met al het schepsel (Rom. 8 : 18vv). 'Mijn God, waar is nu mijn hoop, mijn moed gebleven? ' En toch...
Toch is daar, als door een wonder, altijd weer die hoop, die al het leed doet verzachten. Als een waakvlam, dag en nacht. Iemand hoeft alleen maar de kraan open te draaien. En dat kleine vlammetje wordt een groot vuur. Jezus zei: Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude...' (Luk. 22 : 32).
Toen Christen in John Bunyans pelgrimsreis de doodsjordaan overging, kwam hij in grondeloze diepten terecht en dacht in het zicht van de hemelstad Sion nog om te zullen komen. Maar zijn metgezel Hoop hield hem het hoofd boven water: 'Houd moed, Jezus Christus maakt u gezond'. Waarop Christen riep: 'O, ik zie Hem weer en Hij zegt tot mij: wanneer gij zult gaan door het water. Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen' (Jes. 43 : 2).
Er is toekomst
Hoop heeft altijd wat met de toekomst te maken. Ja, ook met de toekomst van de wereld, waarin wij leven. Want daar staat het niet zo hopeloos mee voor, als velen denken. Heeft de Meester niet gezegd: 'Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde? ' (Matt. 28 : 18). Zijn daar niet de barensweeën van een schepping, die kraakt in al haar voegen, maar die inmiddels herwonnen is door Koning Jezus voor de allerhoogste God en waarin straks de kennis des Heeren zal zijn, als wateren op de bodem van een zee?
Hoop. Midden in een steeds donkerder wordend bestaan. Hoop, die doet leven. Zomaar eenvoudig door een (A) ander. Kleine liefdedaden, woordjes teer en zacht. Want de grote dingen in het Koninkrijk van God bestaan allemaal bij elkaar toch uit niet meer dan vele kleine liefdedaden en vele tere en zachte woorden. Daar wordt de wereld door uit zijn voegen getild. Niet door absolute macht. Noch door absolute vrijheid. Maar door kinderlijk afhankelijk en hoopvol leven. 'Ik zal God, mijn God, nog loven'.
Als u daar zó dan maar mag staan, in het midden der gemeente, op Palmzondag. Dan staat u er niet hopeloos bij. En laat die zieltogende wereld om u heen het dan maar weten. Want hoop kan men alleen recht koesteren, als men die deelt met anderen. Of om het nog een keer met Bunyan te zeggen: anderen het hoofd boven water houden. 'Laat ons die onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden. Want die het beloofd heeft, is getrouw.' (Hebr. 10 : 23).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's