De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schriftgegevens inzake homofilie (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftgegevens inzake homofilie (1)

8 minuten leestijd

Deputaten Kerk en Theologie hebben hun opdracht zo verstaan, 'dat van hen geen conclusies verwacht behoefden te worden, die rechtstreeks leiden naar afgeronde ethische uitspraken (...)

In september 1982 werd door deputaten Kerk en Theologie aan de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland (Bentheim) een rapport aangeboden over gebruik van Schriftgegevens bij vragen rondom homofilie 1). Om zo'n behandeling van de teksten en zo' n brede bezinning op de uitleg en de toepassing daarvan, was nadrukkelijk gevraagd. Immers de synode van Delft 1979 had bepaalde aanbevelingen gedaan die binnen de Gereformeerde Kerken én daarbuiten (onder meer bij de Gereformeerde Oecumenische Synode) aanleiding waren tot ernstige bezorgdheid en verontrusting. Is het wel in overeenstemming met de Schriftgegevens, betekent het geen ondergraving van het Schriftgezag, wanneer de oproep wordt gedaan:

'ook bij de verschillende visie op de betreffende Schriftgegevens, in het oog te houden, dat het - in eerbied voor elkaars levensgeheim, met respect voor de eigen verantwoordelijkheid tegenover de Heer en in het licht van Gods rechtvaardiging over ons aller mens zijn - ons niet toekomt medemensen in hun homofiele geaardheid en beleving ervan te veroordelen, daar het laatste woord ook hierover aan de Heer zelf is?' De kritiek op deze pastorale woorden van 'Delft 1979' spitste zich vooral toe op het woordje 'beleving'. Dat niemand om zijn of haar homofiele geaardheid veroordeeld mag worden, wordt algemeen ingezien. Maar in verschillende bezwaarschriften werd aangedrongen op ondubbelzinnige afwijzing van homosexuele praxis. En dat temeer omdat de generale synode van Delft in november 1980, als antwoord op de vragen van de G.O.S., een nadere precisering had aangebracht: onder beleving moest ook de lichamelijk-sexuele zijde daarvan begrepen worden. Het is te waarderen dat in het kader van deze discussie een sterk accent werd gelegd op de vraag naar Schriftgezag en Schrifgebruik. Alleen is het op z'n zachtst gezegd vreemd te noemen - en in een gereformeerde kerk buiten de orde - dat eerst besluiten worden genomen met verstrekkende gevolgen in het kerkelijk leven, terwijl pas daarna onderzocht wordt in hoeverre die besluiten Schriftuurlijk te onderbouwen zijn. Maar nu ligt dan het genoemde rapport ter tafel. De synode van Bentheim sprak uit dat het 'een belangrijke bijdrage is tot de zo noodzakelijke bezinning in de lijn van de besluiten van de synode van delft 1979', alsook dat het kan dienen bij de beantwoording van de ingekomen bezwaren. In enkele artikelen in dit blad wil ik aan het rapport de aandacht geven die het verdient, waarbij kritische vragen niet achterwege zullen blijven.

Geen eenduidige conclusie

Deputaten Kerk en Theologie hebben hun opdracht zo verstaan, 'dat van hen geen conclusies verwacht behoefden te worden, die rechtstreeks leiden naar afgeronde ethische uitspraken in de zin van een "al of niet geoorloofd zijn" of een "al of niet geoorloofd zijn". Het gaat om het zoeken van een weg - met de Schrift in de hand - temidden van de vele uiterst gevoelige en personen rakende vragen, die bij de homofilie aan de orde komen' . Vanuit deze uitgangspositie wordt eerst de probleemstelling onder woorden gebracht. Daarbij wordt gesteld dat er ontegenzeggelijk een duidelijk tekstgegeven tegen homoseksuele praxis is. 'Het probleem is of dit tot de conclusie moet leiden dat een homofiele relatie onder alle omstandigheden in strijd met de Schrift is en dat degene die daarin volhardt daarover het oordeel zal ontvangen, dan wel of ondanks dit Schriftgegeven aan een homofiele relatie - in het bredere kader van andere Schriftgegevens bezien - een zekere ruimte kan worden gegeven, en, zo ja, op grond waarvan?' Hiermee is dunkt mij het vraagstuk op zuivere wijze aangeduid. Zo vervalt men niet in de verleiding om teksten eindeloos in de sfeer van de interpretatie te blijven trekken, zodat men ze uiteindelijk laat buikspreken. De teksten moeten uitspreken en voor zichzelf spreken. Daarna is te bezien op welke wijze en in welke zin ze hier en nu richttinggevend zijn. Hier gingen de wegen van deputaten uiteen. Ze kwamen niet tot een eenluidend gevoelen, maar tot een viertal 'nuances':

a. De Bijbel staat homofiele vriendschap inclusief beleving van de seksualiteit niet toe en dus kan pastoraal gezien samenleven van homofielen slechts gezien worden als een noodoplossing.

b. De Bijbel spreekt zich niet uit over homofilie in liefde en trouw. Op grond daarvan kan men van mening verschillen over de vraag of in zo'n relatie de beleving van de seksualiteit al dan niet geoorloofd is. De keuze van het laatste verdient de voorkeur.

c. Het begrip homofilie zoals wij dat tegenwoordig hanteren komt in de Bijbel niet voor. Het gebod van de liefde tot de naaste hebben we zo ernstig te nemen, dat wij de keuze die homofiele mede-christenen voor het aangezicht van God maken om zich al dan niet gebonden te achten aan het bijbelse verbod, hebben te respecteren als hun levensgeheim. Hoewel de kerk op grond van de Schrift aan alle relaties tussen christenen zekere voorwaarden mag stellen (in liefde en trouw, levensheiliging), dient de kerk zich te onthouden van iedere ethische uitspraak over het al dan niet geoorloofd zijn van homoseksueel samenleven.

d. Hoewel het bijbelse verbod van homoseksueel verkeer duidelijk plaats-en tijdgebonden was, doen zich situaties voor die een zodanige overeenkomst vertonen met datgene waartegen de Schrift zich keert, dat de kerk zal moeten zeggen dat het verbod in zulke gevallen zijn geldigheid behoudt. Omgekeerd kan de kerk het zich echter niet meer permitteren te zwijgen over de toelaatbaarheid van datgene waarover de Bijbel zich niet uitspreekt: homofiele relaties in liefde en trouw, waarbij recht gedaan wordt aan de diepste intentie van de verbodsteksten: de levensheiliging. Van zulke relaties zal de kerk moeten uitspreken dat deze, hoewel de Schrift zich daarover niet in directe zin uitlaat, naar haar beste weten geoorloofd zijn.

Méér dan 'nuanceringen'

Vrijwel letterlijk heb ik de vier 'nuanceringen' geciteerd. Het komt mij voor dat het intussen meer dan 'nuanceringen' zijn. Het maakt nogal verschil of men een 'neen, tenzij' dan wel een 'ja mits' uitspreekt. Het is ingrijpend dat in een brandende kwestie als deze zo ver­schillende opinies naast elkaar worden gesteld. Eens te meer een bewijs dat ook de Gereformeerde Kerken modaliteiten-kerk zijn geworden. Bij opvatting a kan de vraag worden gesteld: waar haalt men de openheid vandaan om het samenleven van homofielen als noodoplossing te aanvaarden, wanneer de Bijbel inderdaad het licht zo duidelijk op rood zet? En hoeveel mensen zullen zich gelukkig voelen wanneer ze van zo'n ontsnappingsclausule gebruik mogen maken? Is het dan niet eerlijk om ook in het pastoraat één duidelijke beleidslijn aan te houden, namelijk mensen te helpen van hun homoseksuele kontakten af te komen en zonder obsessie verder te leven? De opvattingen b, c, en d gaan er alle drie vanuit dat de Bijbel ons begrip 'homofilie' niet kent, althans niet in de zin van een relatie in liefde en trouw. De exegese zal die gedachte moeten funderen. De vraag is of hier niet een vooronderstelling wordt ingebracht die het eenvoudig maakt bepaalde 'lastige' Schriftgegevens terzijde te schuiven.

Wat weten we in feite af van de vormen van homoseksualiteit in de oud-testamentische tijd? En kende Paulus niet een veelheid van homoseksuele uitingen in de cultuur van zijn dagen? Vooral bij c is een visie herkenbaar die de laatste tijd nogal eens in progressief gereformeeride kring wordt uitgedragen, onder meer door dr. A. Dekker. Aan de Bijbel zouden alleen ten aanzien van de inhoud, niet ten aanzien van de vorm van een relatie normen zijn te ontlenen. Terecht heeft de heer G. de Klerk er in het Hervormd Weekblad op gewezen dat zo een achterhaald en ondeugdelijk vorm-inhoud schema wordt toegepast, hetgeen het werkelijk luisteren naar de Schrift belemmert. Opvatting d gaat uiteraard het verst. De kerk zal aktief in het krijt moeten treden voor het goed recht van homoseksuele relaties. En dat terwijl tien kundige theologen, deputaten Kerk en Theologie, niet tot eenstemmigheid konden komen in het verstaan van de relevante Schriftgegevens? Ik kan me goed voorstellen dat de 'bezwaarden' teleurgesteld zullen zijn over dit Rapport, tenminste als zij een duidelijke uitspraak hebben verwacht. Anderzijds is het zo dat zij de uitdaging zullen moeten aanvaarden om met behulp van dit Rapport het gesprek in een gemeenschappelijke luisterhouding voort te zetten. Zélf bieden de deputaten dit Rapport ook aan 'als een stadium in de discussie die binnen de kerken over dit tere onderwerp gevoerd wordt'. Het dient gezegd dat ze waardevol materiaal voor die discussie hebben aangedragen, ook al zijn verschillende passages in het Rapport tendentieus van aard en roepen andere meer vragen op dan ze beantwoorden.

Verdere opzet

Hoofdstuk 1 van het Rapport geeft een inventarisatie van de argumenten die voor en tegen aanvaarding van de homoseksualiteit worden gehanteerd. Hoofdstuk 2 gaat in op de teksten en hun betekenis. Met name betreft dit de Schriftteksten waarin homoseksuele handelingen worden veroordeeld tegen de achtergrond van de toenmalige wereld. In hoofdstuk 3 komen hermeneutische vragen aan de orde: hoe gaan we met de Schrift om? De titel van het vierde hoofdstuk is 'het gebod en de geboden'. Hoe is de verhouding tussen het éne grote (liefde-)gebod en de andere geboden? Welke plaats heeft de wet in de navolging van Christus? Het vijfde hoofdstuk wil verkennen hoe een meer concrete invulling van het liefdegebod ten aanzien van de homofiele naaste kan worden gegeven. Op elk van deze hoofdstukken wil ik in het vervolg wat nader ingaan.

1): Het Rapport is te bestellen door over­ schrijving van f 5, - per exemplaar op postrekening 513153 ten name van Dienstencentrum Gereformeerde Kerken te Leusden, met vermelding van ...ex 'homofilieIkerk en theologie'. Ook telefonisch te bestellen: tel. 033-943244, afd. brochureverkoop.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Schriftgegevens inzake homofilie (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's