Uit de pers
Wie het verschijnsel van het anti-semitisme ter sprake brengt ontdekt dat hij zeer snel in een aantal centrale theologische vragen met betrekking tot Israël betrokken is.
Anti-semitisme
Wie het verschijnsel van het anti-semitisme ter sprake brengt ontdekt dat hij zeer snel in een aantal centrale theologische vragen met betrekking tot Israël betrokken is. De Raad van Kerken heeft in mei 1981 een verklaring uitgegeven waarin opnieuw gewaarschuwd is tegen het verschijnsel van het anti-semitisme, en tevens het verschil naar voren is gehaald tussen dit verschijnsel en kritiek op de regering van de staat Israël. Diepste wortel van de afwijzing van het anti-semitisme is het geheimenis van Israel's verkiezing, een verkiezing die tegelijk roeping en dienst insluit. Verbondenheid sluit, zo meende de Raad, kritiek niet uit. Toch heeft de verklaring naast instemming ook felle afwijzing opgeroepen. Binnen de kerken zijn er die de staat Israël als een gewone, wereldse staat zien. Op Joden maakt de kritiek op de politiek van Begin c.s. een moraliserende indruk. In het blad Ter Herkenning (jan. '83) wordt uitvoerig aandacht gegeven aan de verklaring, haar inhoud en voorgeschiedenis, en haar uitwerking. Diepe theologische verschillen inzake verbond en verkiezing komen dan ter sprake. Moeten wij over Israël primair denken vanuit noties als 'roeping en opdracht' waarbij moralisering van het verbond dreigt (Gods trouw als loon op gehoorzaamheid), of moeten we primair uitgaan van Gods genadige trouw jegens zijn volk? Moeten we anti-semitisme beoordelen en veroordelen vanuit de gedachte van de mensenrechten, zoals b.v. remonstrantse theologen willen, of moeten wij theologisch over dit verschijnsel oordelen? En hoe valt de indruk weg te nemen dat we met onze kritiek op politieke beslissingen Israël opnieuw lijden aandoen? Mij trof een Joodse stem van dr. J. Z. Baruch, voorzitter van het Portugees Israëlitisch Kerkgenootschap, die in genoemd nummer o.a. zegt:
'Het Jodendom proclameert de inter-menselijke gelijkheid, "je zult je medemens liefhebben, hij is een mens zoals je zelf". Dat gezegde, deze opdracht vanuit de Tora is de jood en het Joodse volk eeuwen geleden meegegeven en deze opdracht naar betere inter-menselijke verhoudingen is doorgedrongen tot in het bewustzijn van de jood, door generaties heen. De staat Israël als Joodse staat is dan ook niet los te denken van deze verheven opdracht, maar dan in het volkenrechtelijke vlak overgebracht: met andere volken en andere staten om te gaan als gelijkberechtigde volken en staten. De niet-Joodse, heidense wereld is tot het Christendom, althans in het westen overgegaan, zonder daarmee zijn praktisch anti-Joodse, in wezen tegen God zelf gerichte karakter te verliezen of zich bewust en duidelijk van dit anti-Joodse karakter te ontdoen.
Elie Wiesel merkt op, dat als in het Westen de laatste 1900 jaar Joden vermoord werden, de beulen dan Christenen waren. Dat is ook een traditie die niet vanzelf verdwijnt, blijkbaar ook niet in 1900 jaar en die ook niet gemakkelijk in woord én daad overboord gezet wordt.
Verklaringen of verhalen van christelijke, kerkelijke zijde(n) doen aan de praktijk van deze anti-Joodse en daarmee anti-goddelijke gedachtenwereld niets af. Het zijn soms goedwillende pogingen zich in geest, woord en daad van het anti-semitisme te ontdoen en soms wordt dan, verhuld of onverhuld, dan toch een anti-Israël houding ingebracht. Soms is men verbaasd hoe snel men van diverse kerkelijke, christelijke zijde kan reageren op daden in en door de staat Israël, bijvoorbeeld dadelijk na het begin van de Israëlische acties in de Libanon in juni '82 terwijl het blijkbaar onmogelijk was of overbodig leek, dergelijke verklaringen van verontwaardiging te uiten als Joden of de staat Israël het slachtoffer waren. Zeker, als de Joden dood zijn, zoals met miljoenen joden het geval was na de tweede wereldoorlog, kan er berouwvol over geschreven worden, als nog levende Joden, in strijd met wat men algemeen als Joodse levenshouding aanvaardde, terugslaan als ze geslagen worden, soms vóórdat ze geslagen worden is men verontwaardigd. Het spreekwoord: "de eerste klap is een daalder waard'', is blijkbaar niet van toepassing voor Joden. Vanuit Joods standpunt gezien is echter het blijven leven van Joden met het tegelijkertijd bestaan van oneindig veel kritische begeleiding in woord en daad (steunen van anti-Israël en anti-Zionistische verklaringen in de Verenigde Naties, boycot van Israël etc.) belangrijker en aantrekkelijker dan het dood zijn en vermoord worden van joden, al gaat dit dan gepaard met woorden vol medeleven en begrip achteraf en ergens in de wereld een of meer vlaggen halfstok. De wereld, ook de Christelijke wereld van het Westen, meet ten aanzien van Joden nog altijd met twee maten, daar doen de goede bedoelingen van een aantal Christenen, al of niet in georganiseerd verband, niets aan af.'
U merkt hoe uitermate gevoelig deze kwestie ligt. We zullen het ons zeker aan moeten trekken als gezegd wordt dat vaak door christenen (en niet-christenen), met twee maten gemeten wordt. We zullen zeer zorgvuldig hebben te luisteren naar joodse stemmen zelf, en niet voortijdig hen in de rede moeten vallen. Anderzijds blijf ik er toch bij dat er vanuit Wet en Profeten kritiek op een concrete politiek mogelijk is die niets te maken heeft met het antisemitisme. Het gevaar dat anderen deze kritiek kunnen misbruiken dient wel bedacht te worden, maar zal niet kunnen betekenen dat ze daarom geuit mag worden. Beslissend is of wij zelf ook bereid zijn onder die kritiek door te gaan. Beslissend is voorts vanuit welke grondovertuiging de kritiek gegeven wordt.
Zorg over Israël
Een goed voorbeeld van kritische solidariteit vond ik het artikel van dr. A. A. Spijkerboer in Evangelisch commentaar van 11 maart. Spijkerboer memoreert het rapoort van de commissie Kahane over de Libanonkwestie met betrekking tot de vraag in hoeverre Begin en Sharon mede-verantwoordelijkheid daarvoor dragen. De beweging 'Vrede nu' in Israël heeft enkele dagen daarna gedemonstreerd tegen het geweld (ook van Israëlische zijde) en voor recht en wet die boven de regering staan. Spijkerboer herinnert aan het verslag van Shulamit Hareven die in Trouw van 15 febr. meedeelde hoe felle extremisten de demonstranten uit elkaar wilden slaan.
'Waren de demonstranten verlichte, uit het Westen afkomstige, ashkenazische Joden? Nee, dat waren ze niet: er liepen ook oriëntaalse, sefardische Joden mee. Bovendien schijnt "Vrede Nu" op het ogenblik veel aanhang te winnen onder de orthodoxe Joden. De scheidslijn liep tussen Joden, voor wie het recht en de wet boven de regering staan, en Joden die in geweld geloven. De laatsten konden het maar niet verkroppen, dat hun held, Arik Sharon, ter verantwoording geroepen was: "Jullie hebben een commissie tegen Arik gemaakt. Jullie hebben een commissie tegen Begin gemaakt. Wij slaan jullie dood. Wij maken van jullie een holocaust. Vuilnis, vuilnis, vuilnis".
De beklemming van Shulamit Hareven maakt zich van haar lezers meester. Israël is jarenlang van buitenaf met vernietiging bedreigd, maar het zou ook van binnenuit vernietigd kunnen worden. Want als de aanhang van Sharon, die de demonstranten van ''Vrede Nu'' naar het leven stond, het in Israël voor het zeggen krijgt, hoeft het niet meer. Dan zou Israël een terreur-staatje worden zoals Guatemala.
Of zijn er misschien nog excuses te bedenken voor de aanhang van Sharon? Kun je zeggen dat mensen die jaar in, jaar uit, met aanslagen bedreigd zijn, in hun wanhoop wel tot dergelijke excessen móeten komen? Er is toch ook gezegd, dat de methoden van de PLO dan misschien wel niet altijd even fraai waren, maar dat er voor de wanhopige Palestijnen geen andere uitweg meer dan de terreur? Wie dergelijke excuses voor de PLO bedacht heeft, mag ze ook voor de aanhang van Sharon gebruiken, maar ik doe niet mee. Er zijn geen excuses te bedenken voor het vermoorden van deelnemers aan de Olympische Spelen en voor het schieten op synagoges, en er zijn óók geen excuses te bedenken voor het uitdoven van brandende fakkels en sigaretten op de gezichten van mensen en voor het gooien met handgranaten.
Het is een veeg teken voor Israël, dat Sharon de portefeuille van defensie dan wel heeft moeten afstaan, maar dat hij toch minister gebleven is, zij het dan zonder portefeuille, maar naar het schijnt wel in een positie waarin hij nog heel wat in de melk te brokkelen heeft. Zal het de Israëli's, voor wie het recht en de wet boven het volk en de regering staan, nog lukken om Sharon voorgoed uit de politiek te verwijderen?
Het Zionisme is zo een hoopvolle beweging geweest. Het was een lichpunt na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en het gaf weer hoop aan het Joodse volk. Het gaf ook ons weer een beetje hoop, want het zou toch mogelijk moeten zijn dat het Joodse volk weer in vrede in zijn eigen land leeft, en verrichtte het geen klein wonder door het dorre land weer vruchtbaar te maken?
Het Zionisme gaat nu door een donkere tunnel, en je houdt je hart vast. Maar ik zou niet weten waar mijn hart anders zou kunnen zijn dan bij Shulamit Hareven en haar geestverwanten.'
Profetische kritiek op volk en staat van Israël zal altijd weer moeten uitkomen bij het protest van de profeten van het Oude Testament die in Gods opdracht gewaarschuwd hebben tegen elke vorm van nationalisme en uitverkorenheidsgevoelens. Of deze kritiek niet het krachtigst 'overkomt' als ze geuit wordt door Joden zelf, is m.i. niet voor twijfel vatbaar. En tegelijk leren juist de profeten ons hoe zij gesproken hebben vanuit een diepe verbondenheid met hun volk. Inderdaad, het Zionisme gaat door een donkere tunnel. Destemeer past ons voorbede in liefde en solidariteit voor Israël, nog altijd een volk dat alleen staat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's