De steen is afgewenteld
Graftekenen herinneren overal aan de dood, waardoor het leven altijd weer omvangen was.
Graftekenen herinneren overal aan de dood, waardoor het leven altijd weer omvangen was. Waar men ook ter wereld komt treft men graftekenen. Grafstenen houden de herinnering levend aan mensen die heengingen. De vorm ervan mag van tijd tot tijd, van cultuur tot cultuur, en van plaats tot plaats wisselen, maar mensen hebben van vroegste tijden af de behoefte gehad om de plaats, waar hun geliefden werden neergelegd, aan te duiden.
Hoe cru is het in feite niet, dat de moderne mens in enkele seconden de laatste herinnering wegvaagt aan de overledenen in de crematoria, die met name in de naoorlogse jaren her en der verschenen zijn! Het lichaam wordt niet meer aan de schoot der aarde toevertrouwd, wachtend tot de jongste dag. Géén opgericht teken meer, dat herinnert aan mensen, die de Schepper ooit deed leven en die Hij op de door Hem bepaalde tijd weer wegnam. Bliksemsnel als het moderne leven is moet ook de dode worden weggedaan. Wie daarover dieper nadenkt wordt te meer bepaald bij de decadentie van onze cultuur. Geen tijd meer voor de dood. Geen teken meer ter herinnering. Een handjevol as dat overblijft en verstrooid wordt.
Alle evangeliën
Alle evangeliën melden ons bij het bericht van de Opstanding des Heeren de steen, de afgewentelde steen.
Mattheüs meldt dat er een grote aardbeving geschiedde. 'Want een engel des Heeren, neerdalend uit de hemel, kwam toe, wentelde de steen af van de deur en zat daarop.'
Bij Marcus lezen we dat de vrouwen, gaande naar het graf, zich afvroegen wie voor hen de steen zou afwentelen. 'En opziende zagen zij dat de steen afgewenteld was.' In het voorafgaande hoofdstuk wordt opgemerkt dat Jozef van Arimathea het lichaam van Jezus in een graf legde, in een steenrots gehouwen, en een steen tegen de deur van het graf wentelde. In Lucas 24 staat ook eenvoudigweg dat de vrouwen de steen afgewenteld vonden.
En het Johannesevangelie tenslotte merkt op dat Maria Magdalena zag dat de steen van het graf weggenomen was.
Het is duidelijk dat de evangelisten eenstemmig zijn als het gaat om het bericht van de Opstanding: de steen afgewenteld! Geen getuige was er weliswaar bij toen Christus uit Zijn graf verrees. Maar de afgewentelde steen markeert een leeg graf, markeert de Opstanding uit de dood van Hem, die in dat graf was neergelegd.
Vrouwen mochten de eerste getuigen van die Opstanding zijn. Zij waren de eersten die de steen afgewenteld vonden. Ze mochten dan met andere verwachting dan die van de Opstanding naar het graf gegaan zijn - in de bedoeling om het dode lichaam te zalven - hén viel de grote eer te beurt de hemelse boodschap te horen: 'Hij is hier niet. Hij is opgestaan!' Calvijn merkt op dat Christus hen daarin een grote eer bewees 'omdat Hij aan de mannen voor een korte tijd het ambt van Apostel ontnam en het haar opdroeg'. Hij voegt daaraan het volgende toe: 'Op deze wijze heeft Hij toegepast hetgeen Paulus zegt (1 Cor. 1 : 27), dat Hij namelijk het dwaze en zwakke der wereld verkiest om de hoogheid des vleses te beschamen. Nimmer zullen wij ook recht geschikt zijn om dit zo gewichtige geloofsstuk te verstaan, zo wij onze trots niet afleggen en ons kinderlijk door deze vrouwen laten leren'.
We mogen het met het eenvoudige getuigenis van de vrouwen doen: de steen was afgewenteld. Zij hebben als eersten het getuigenis van de Opstanding van de hemelse bode mogen vernemen. En sindsdien hebben velen - het éérst de apostelen - het op hun woord mogen geloven. Zo letterlijk als de steen afgewenteld werd gevonden zo feitelijk is Christus uit de doden opgestaan. Die boodschap mag door de tijden heen, tot op vandaag, op allerlei wijzen vervormd, ontkracht, ontkend zijn, de boodschap van de vrouwen over de afgewentelde steen is ons genoeg.
Het ongehoorde
Achter de mededeling over de afgewentelde steen ligt intussen het ongehoorde, dat Eén uit de doden terugkwam. Van het feit dat dit geschieden zou was eerder op indrukwekkende wijze een teken gegeven. Toen Jezus de geest gaf en het voorhangsel van de tempel scheurde beefde de aarde en de graven werden geopend en 'vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt'. Terwijl het ogenblik aanbrak dat hij zelf in het graf gelegd ging worden, deed Hij de graven van anderen opengaan. Calvijn merkt op dat het onzeker is of die graven vóór Zijn opstanding geopend zijn. Want de heiligen zijn pas na de Opstanding van Christus Zelf uit de graven gegaan en het is onwaarschijnlijk dat ze daar, na opgewekt te zijn, drie dagen levend zijn blijven liggen. Hij houdt het ervoor dat de graven terstond bij Christus' dood zijn opengegaan en dat de doden na Zijn opstanding tot leven kwamen en uit hun graf gingen. Want Christus is immers de Eerstgeborene uit de doden, de Eerste die opgewekt is! (1 Cor. 15 : 21). Maar feit is dat uit dit alles blijkt hoezeer Christus 'de kerker van de dood binnentrad, niet om er in opgesloten te blijven, maar om er allen, die gevangen gehouden werden, uit te leiden.' (Calvijn).
We treden bij dit alles in Gods heiligdom. Het is niet verstandelijk aanneembaar te maken. Het is slechts te geloven. Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, wat in het hart van mensen niet is opgekomen.
Er is dezer dagen een boek verschenen onder redactie van de Joodse geleerde prof. dr. David Plusser; getiteld 'De laatste dagen in Jeruzalem'. De ondertitel luidt: 'De paasweek op de voet gevolgd. Een joodse visie op de gebeurtenissen rond het proces tegen Jezus'. Joodse geleerden in Jeruzalem meenden 'dat het nu, met het oog op de nieuwe ontdekkingen en de nieuwe oecumenische geest van verzoening en begrip tussen de christelijke kerken en het Jodendom, mogelijk was om de gebeurtenissen van die Paasweek en Jezus' laatste dagen in Jeruzalem opnieuw te bespreken, juist in het licht van de nieuwe vondsten in de laatste 30 jaar gedaan door historisch onderzoek en opgravingen en door de daardoor ontstane nieuwe inzichten'. Hoewel het boek tal van interessante gegevens biedt proeft men allerwegen het wetenschappelijk afstandelijke. Het boek is niet - hoe zou het ook kunnen - doortrokken van de verwondering over Kruis en Opstanding. We lezen in dit boek dat professor Plusser zegt over de betekenis van Jezus' graf voor de christelijke gelovigen: 'het verhaal over het graf en de gebeurtenissen, die na de begrafenis plaats vonden, is buitengewoon belangrijk voor het geloof dat Hij uit de dood opstond. Als bewijs voor Zijn opstanding voeren de evangeliën niet alleen zijn verschijning aan zijn getrou- wen aan, maar ook het feit dat het graf leeg bevonden werd, hoewel het na zijn begrafenis zorgvuldig gesloten was met een zware rollende steen'. Men proeft - als gezegd - het afstandelijke. Betekenis voor de 'christelijke gelovigen'. Maar intussen is 'het verhaal over het graf voor hen die het geloven mogen inderdaad van onschatbare betekenis. Het christelijk geloof staat of valt er mee. Neem de Opstanding van Christus uit de doden weg en het hart van het Evangelie, de kern van het geloof is weg. Wat zou er nog over blijven van het Kruis, anders dan een symbool van menselijk lijden. Maar het Kruislijden betekent verzoening en het lege graf betekent: opgestaan tot onze rechtvaardiging.
Teken van hoop
Vele graven zijn door de eeuwen gedolven voor hen, die in de Schrift heiligen heten omdat ze geheiligd zijn geweest in Christus. Stenen dekten en dekken de graven toe. Wie zal de steen nog ooit een keer afwentelen? Ieder die verliezen leed en de grafkuil bedekt ziet met een steen weet ervan: die steen gaat hier en nu niet meer weg. De doden keren nu niet meer terug. En toch gaan die stenen weg, een keer als de bazuinen klinken. De eerste tekenen ervan werden al zichtbaar bij de Opstanding, toen mensen uit de graven kwamen. Calvijn schrijft dat dit teken aangeeft dat Christus niet voor zichzelf is gestorven en opgestaan, 'maar om over alle gelovigen de adem des levens te laten gaan'. Onvoorstelbaar perspectief! De adem des levens over alle gestorven gelovigen. 'Ik leef en gij zult leven', zegt Christus.
De graven gaan tóch een keer open. De stenen worden tóch een keer afgewenteld omdat die ene steen afgewentelde. De graven van Gods kinderen liggen daarom ten diepste toch open, naar boven toe, naar de eeuwige toekomst toe.
Ik hoorde dezer dagen een preek van een buitenlandse dominee. Hij vertelde - en ik neem maar aan dat het waar is - dat op bepaalde Spaanse munten stond: there is nothing behind. Daar ligt niets meer achter. Bedoeld zou zijn: achter Gibraltar. Het einde van de wereld dus. Een verhaal waar Columbus, toen hij Amerika ontdekte, in ieder geval al een eind aan gemaakt heeft. Voor velen is dit echter hun levensverwachting: there is nothing behind. Achter mijn dood is er niets meer. Verstrooi de as maar. Uit is uit, weg is weg. Maar de Christen zegt: achter de dood ligt nochtans het leven.
Achter de Steen lag het Lichaam van de dode Jezus. Met Hem verging de verwachting van de discipelen het graf in. Maar nu, de steen is afgewenteld. Een open graf! Een leeg graf! En daarom zal mijn graf ook eenmaal open gaan en leeg zijn. De afgewentelde steen is onuitwisbaar teken van christelijke hoop. Daarom is de begrafenis ook een christelijke zaak. Vanwege de hoop op de opstanding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's