De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pasen en het gebroken leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pasen en het gebroken leven

7 minuten leestijd

Waarom komen sterke mannen vrijwel rnachteloos in een rolstoel terecht? Waarom worden jonge levens geknakt en spelende kinderen tot hulpbehoevenden?

In onze Gereformeerde Belijdenisgeschriften wordt sterk de nadruk gelegd op de lichamelijkheid van Christus' opstanding. Al heel vroeg is nl. de dwaalleer opgekomen dat het niet Jezus' lichaam was, dat op de Eerste Paasmorgen uit het graf kwam, maar dat Zijn opstanding van spirituele aard geweest zou zijn. Nee, belijden onze vaderen, het graf was leeg! De keurig opgevouwen doeken getuigen dat hetzelfde lichaam dat aan het kruis gedood werd, in het graf gelegen heeft en ten derde dagen daaruit is opgewekt. Dat te belijden is geen bijzaak. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt het in artikel negentien zelfs zo: 'Onze zaligheid en verrijzenis hangen mede aan de waarheid Zijns Lichaams'. Waarom die nadruk op dat lichamelijke? Ongetwijfeld om te doen zien en te belijden welk een volkomen zaligmaker Jezus Christus is. Hij heeft naar lichaam en ziel geleden, omdat Hij met God verzoent mensen die naar lichaam en ziel de gevolgen van de zondeval in zich dragen.

Gebroken leven

Het gevolg van de eerste zonde is niet alleen 'dat onze natuur alzo is verdorven geworden, dat wij in zonden ontvangen en geboren worden' (Heidelbergse Catechismus vr. en antw. 7). Nee, ook het menselijk lichaam is onderworpen aan de dood geworden. Daarmee deden ook de verwanten van de dood - ziekte, handicaps en allerhande verdriet - hun intrede in Gods goede schepping. De ganse schepping verloor de glans van het 'en zie het was zeer goed'. Het Paradijs ging achter ons mensen dicht en wij leven in een gebroken wereld.

Meestal zien wij het als een brandende vraag: waarom moeten er zoveel mensen met een zwaar kruis door het leven? Waarom komen sterke mannen vrijwel rnachteloos in een rolstoel terecht? Waarom worden jonge levens geknakt en spelende kinderen tot hulpbehoevenden? Waarom kan mijn kind niet zien of niet horen? Allemaal vragen waaruit een mens ten diepste nooit uitkomt. Toch is het zo dat, als ik in deze wereld rondkijk en het gebrokene van de schepping in al dit verdriet opmerk, déze vraag nog moeilijker te beantwoorden is: waarom zijn er nog zovelen (betrekkelijk) gezond? Waarom nog zoveel ongeschonden lichamen? Waarom kan ik mijn werk doen? Waarom kan ik wel lopen, zien en horen? Niet omdat ik beter ben! Niet omdat mijn natuur niet verdorven is! Want de zonde is tot alle mensen doorgegaan!

Het minst is van mensenkant echter de vraag te beantwoorden: waarom heeft God Zijn zondeloze Zoon doen afdalen naar deze gebroken wereld? Waarom werd Hij, die geen zonden gekend noch gedaan heeft, onzer één? Waarom wilde Hij delen in het lot van gevallen mensenkinderen? Hun zonden wilde Hij plaatsvervangend dragen aan het kruishout. Hij kreeg de straf die op de overtreding van Gods gebod stond: de dood. Maar Hij droeg op Golgotha meer dan dat alleen. Hij droeg ook en dat mag gehandicapte en zieke christenen diep vertroosten - de 'bijkomende' gevolgen der zonde. Zijn lichaam heeft gebloed onder de slagen. Zijn wonden hebben Hem onzegbaar veel pijn gedaan. Zijn mond hijgde 'Mij dorst'. Jesaja had van Hem geprofeteerd: 'Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen' (Jes. 53 : 4b). Christus is ingegaan in het gebroken leven en in die diepte daalt hij af als Zijn gebroken lichaam levenloos gelegd wordt in het graf.

Hoop

De heerlijke prediking, die van het open graf uitgaat - anderen zullen ongetwijfeld in dit blad het u nader verklaren - is dat er door de Levende verzoening met God mogelijk is. In Hem worden goddelozen gerechtvaardigd. Die boodschap is voor zieken en gezonden, gehandicapten en niet-gehandicapten volkomen gelijk. Na Pasen mag de prediking uitgaan: 'Wij bidden u van Christus' wege, laat u met God verzoenen'. Die prediking mag doden opwekken tot een nieuw leven.

Een facet van het Paasevangelie wil ik hier echter in het bijzonder naar voren halen. Juist degenen die onder de gebrokenheid van de schepping dagelijks gebukt moeten gaan, mogen in dit opstandingsevangelie bijzonder vertroostende klanken vernemen. Denk niet gering van het stille verdriet dat in verpleegtehuizen, op ziekbedden en in rolstoelen geleden wordt. Een christen-meisje dat heel ernstig gehandicapt is, schrijft: 'Soms verlang ik er naar verlost te worden van mijn arme lichaam". Natuurlijk, de Heere geeft door het geloof in Zijn Zoon, bijzondere kracht en doet mensen daardoor opgewassen zijn tegen de zwaarste lasten. Hij geeft, nog steeds, kracht naar kruis. Dat is en blijft waar. Toch hebben juist gehandicapten, die de Borg kennen mogen, vaak sterker dan gezonde christenen een verlangen naar de toekomst des Heeren. Reikhalzend mag dan uitgezien worden naar de plaats, waar niemand meer zal zeggen 'ik ben ziek', waar geen pijn meer zal zijn en geen leed.

Onze Catechismus noemt als derde vrucht van Christus' verrijzenis: 'Ten derde is ons de opstanding van Christus een zeker pand onzer zaliger opstanding'. Christus is de Eersteling uit de doden. Dat houdt een enorme belofte in! Er zal een oogst volgen. Christus' opstanding opent het uitzicht op de opstanding der doden ten laatste dage. Een vreselijke gedachte voor allen die niet door het geloof aan de Paasvorst verbonden zijn. Zij zullen geoordeeld worden en naar lichaam en ziel in de verlorenheid eeuwig lijden.

Een heerlijke tijding echter voor ieder die de Koning liefheeft. Straks zal mijn, nu onvolmaakt, lichaam, zonder enig gebrek bij Hem zijn. Straks mag ik, die niet horen kon op aarde. Zijn stem horen en het gezang der gezaligden. Straks zal mijn, nu blinde, oog Zijn heerlijkheid zien. Straks zal ik, die niet kon spreken, eeuwig zingen. Dat is de hoop, waarvan Pasen de garantie is. Van deze dingen schrijft Petrus: Geloofd zij den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u' (1 Petr. 1 : 3, 4).

Voorbeeld uit Schrift

Niet iedere gelovige is altijd op de hoogte van die Paasblijdschap. Er zijn - en dat zeker als de gevolgen van de gebrokenheid van de schepping gevoeld worden aan den lijve - ook de diepten van de vertwijfeling en bange vrees. Het geloofsleven gaat heus niet altijd over rozen. Ik denk, om een voorbeeld te noemen, aan Job. Wat een ontzettende slagen komen er over hem en zijn vrouw! Hun aardse geluk valt in korte tijd aan scherven. Bezit, geliefde kinderen, alles wordt hen ontnomen. Als Job dan, ondanks alles, toch zijn God blijft grootmaken, wordt hem zelfs de gezondheid ontnomen. Satan laat Job nu heel tastbaar de gevolgen van de zonden ondervinden. Een geslagen hoopje mens blijft er van hem over. Dat alles is voor zijn vrouw aanlei­ding om tegen haar gebroken man te zeggen: 'Zegen God en sterf'. Maar Job mag volharden - dat is genade! - en Gode niets ongerijmds toeschrijven. De Heere houdt zijn kind door - en in het geloof staande. Maar het gaat wel door duisternissen heen. Vooral als zijn vrienden komen. Die moeilijke vertroosters, die menen te kunnen zeggen dat Job zo zwaar geslagen is, omdat hij een groter zondaar zou zijn dan zij. Zij beseffen niet dat het een wonder is dat zij zelf gezond mogen zijn. Zij redeneren hoogmoedig van zichzelf uit en lijden niet echt mee. Job heeft het onzegbaar moeilijk! Juist als hij zich verantwoorden wil en zijn vrienden de mond stoppen. Hij vervloekt zelfs de dag van zijn geboorte. Toch breekt er door al die duistere wolken plotseling een lichtstraal. De Heere laat het voor Job Pasen worden, ver voor de eerste Paasdag. Juichend klinkt zijn geloofsbelijdenis, en dat is een Paaslied! 'Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan; En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen; Dewelke ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot' (Job. 19 : 25, 26).

Zo tilt de Heere God Job boven alle gebrokenheid der schepping uit en doet hem uitzien in het geloof naar de ongebroken toekomst van de Vorst des levens: Jezus Christus. Die God, die eeuwen voor Christus' opstanding paasblijdschap gaf, wil ook nog nu, eeuwen na dit heerlijke heilsfeit, dit vreugdevolle geloof geven aan ieder die Hem daarom bidt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pasen en het gebroken leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's