De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tweedelig of driedelig? (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tweedelig of driedelig? (3)

Pastorale overwegingen

6 minuten leestijd

Men kan niet de Heere toebehoren en wat het lichaam betreft zelf een eigen leven leiden.

Wat Paulus zegt over ons lichaam

Meer dan eens schrijft Paulus over het dienen van God ook met het lichaam. Bij de apostel heeft dat woord vooral betrekking op ons mens-zijn met nadruk op de aardse wijze van bestaan. Paulus roept ons er toe op ons lichaam in bedwang te houden, 1 Kor. 9 : 27. Evenzeer wekt hij ons op ons lichaam niet dienstbaar te stellen aan de macht der zonde maar tot dienst van God. Niet de wapenen der ongerechtigheid maar als die der gerechtigheid (Rom. 6). Paulus hoopt en begeert zelf, dat Christus in zijn lichaam wordt groot gemaakt (Pil. 1 : 20). Uit deze Schriftplaatsen blijkt wel, hoezeer deze apostel ook het gehele aardse leven van de gelovige doortrokken ziet van de heiliging en vernieuwing van het leven. Men kan niet de Heere toebehoren en wat het lichaam betreft zelf een eigen leven leiden. Ook het lichaam van Gods kinderen is het eigendom van de Heere Jezus geworden. Zelfs heet hij het lichaam een tempel van de Heilige geest (1 Kor. 6 : 19).

De verwachting van een lichameiijke opstanding

Een apart punt in de brieven van Paulus vormt de verwachting, dat Gods kinderen lichamelijk verrezen een verheerlijkt leven met en bij de Heere leiden. Deze verwachting is gegrond in de opstanding van de Heere Jezus op de Paasmorgen. Lichamelijk stond de Heere op uit de doden. Pasen predikt bij een open graf en een afgewentelde steen de overwinning van de Levende op de dood! Hoe uitvoerig gaat Paulus in 1 Kor. 15 in op de opstanding van het lichaam dankzij Pasen. Wat een troost voor Gods kinderen, die juist lichamelijk ook lijden. Denkt u aan kankerpatiënten, aan mensen met rheuma, aan slachtoffers van 't verkeer met een verminkt lichaam. En trouwens ... u kunt soms met verlustiging verkeren onder de prediking van het evangelie en toch... moe worden van het luisteren. Straks heeft Gods kind van het lichaam geen last meer. Het mag bij de wederkomst van de Heere Jezus meedoen aan de volmaakte eredienst. Intussen..., wat een schrik en ontnuchtering zal de wederkomst des Heere brengen voor allen, die dachten en geloofden, dat het met de dood afgelopen was, of, erger, die schijngelovig waren. Want alle graven gaan open. Alle doden worden opgewekt, maar... met welk een verschil! Juist met het oog op de oordeelsdag voor de rechterstoel van Christus, 2 Kor. 5 : 10, waarbij de mens geoordeeld wordt naardat hij in het lichaam gedaan heeft, hetzij goed hetzij kwaad, roept de apostel met alle klem ertoe op het lichaam in de dienst van God niet te laten achterblijven. In verband daarmee staat ook het leven van de gelovige op sexueel gebied. Hoererij is uit de boze, want het lichaam behoort aan de Heere toe (1 Kor, 6). Nog erger acht Paulus de tegennatuurlijke ontucht (Rom. 1 : 24). Daarmee is Paulus geen verachter van het huwelijksleven en de gemeenschap tussen mannen en vrouwen binnen dat raam. Eerlijk, nuchter en met veel liefde schrijft de apostel, gedreven door de Geest, daarover in 1 Kor. 7.

De strijd in Rom. 7

Paulus is er wel eens van beticht een soort dualistische levensbeschouwing er op na te houden. In de christen zit - om zo te zeggen - een goede en een slechte mens. Maar hoe zwaar is de strijd in de lichaamsdelen van de macht der zonde tegen de wet van God. Door het geloof in het kruis en de opstanding van de Heere Jezus wordt de door Hem teweeggebrachte bevrijding ervaren. Maar... alle levensterreinen zijn nog niet van vijanden gezuiverd! Het is in geestelijk opzicht evenals met Israël, toen dit volk het beloofde land had verkregen: er waren nog zoveel Kanaänieten overgebleven! De strijd tegen het inwonend bederf is zwaar en langdurig. De klacht rijst op als een belijdenis en een bede: ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods. Maar de triomf is zeker! De volkomen bevrijding staat voor de deur: doch Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Eens zal ook het lichaam onttrokken zijn aan de greep der zonde. Het geloofsleven van de christen op aarde kent de spanning van het: niet meer in de zonde en nog niet bij de Heere, thuis. Daarom zal Gods kind zich ook nimmer bij de bestaande situatie kunnen neerleggen, hoe kostelijk ook de momenten zijn, waarin de rust in Christus wordt ervaren en de verlossing van duivel en zonde, van dood en hel. En genoeg moeten we ons beschuldigen van verslapping, van geestelijke verachtering in de genade van... toegeeflijkheid tegenover de zonde. Wat heeft het volk Israël er niet de gevolgen van ervaren om de Kanaänieten te hebben geduld! De Heere zou ze stellen tot een valstrik.

Meer het 'dat' dan het 'hoe'

Door de eeuwen heen is er hoop gekoesterd, zijn er gedachten gevormd, zijn er verwachtingen uitgesproken over de toekomst van Gods Kerk. Vragen als: al er herkenning zijn in het hiernamaals; hoe moet ik me één en ander voorstellen; zal er vrij contact zijn tussen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen dan naar voren. Laat ik vóór alles mogen zeggen, dat degene die het dichtst bij de Heere en de hemel hebben geleefd, daarover het minst en het soberst zich hebben geuit. Aan fantasieën hebben we niets, ook niets aan vrome fantasieën. Maar wel heeft Paulus in 1 Kor. 15 met name het dwaze 'hoe kan dat nu' van de dwaalleraars weerlegd. De natuur leert ons al, dat uit een op de akker gezaaide tarwe­ korrel geen roggehlam opschiet. Gezaaide tarwe levert tarwe op als oogst, maar het eindproduct is vele malen rijker:100-80-60-voud vergeleken bij het in de aanvang gezaaide. En soms is het Paulus gemakkelijker om te schrijven hoe het niet is - onsterfelijk, onvergankelijk, niet vlees en bloed - dan hoe het wél is, al blijft hij niet in het negatieve steken. Wat dat laatste betreft: hoezeer ook een ontdekkende prediking nodig is, wat arm is de bediening, waarbij alleen maar verkondigd wordt 'hoe en wat het niet is!' En dat bedoel ik op ander terrein natuurlijk. Maar overigens wordt ons meer het 'dat' dan het 'hoe' geboodschapt.

Wat geen oog heeft gezien, geen oor ooit hoorde, in geen hart opklom... weet u wel? Hebt u dat vooruitzicht door genade ook? Laat ik u met deze vraag ditmaal achterlaten voor Gods aangezicht...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tweedelig of driedelig? (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's