Schriftgegevens inzake homofilie (2)
Het zal er om te doen moeten zijn dat een pastorale, liefdevolle houding tegenover mensen die homofiel zijn gepaard gaat met een eerbiedige omgang met de Schrift.
Het eerste hoofdstuk van het gereformeerde Rapport biedt een inventarisatie van argumenten die in het debat over homofilie en homoseksualiteit een rol spelen. Enerzijds zijn er de argumenten van hen die tégen aanvaarding van homofilie en/of homoseksualiteit zijn, anderzijds van hen die pleiten vóór aanvaarding van homoseksualiteit in liefde en trouw. Deputaten merken hierbij op dat zij alleen billijke argumenten die in de discussie telkens terugkeren opsommen. Meer extreme standpunten blijven buiten discussie. Ik begrijp hier uit dat er van meet af aan een afbakening naar twee kanten wordt gemaakt. Aan de ene kant wordt geen aandacht besteed aan allerlei botte vooroordelen die op onkunde en valse voorlichting teruggaan. Bijvoorbeeld dat alle homoseksuelen (of de meesten) kinderverlokkers of verknipte persoonlijkheden zouden zijn. Het is van betekenis dergelijke vooroordelen te signaleren om ze op die wijze mee te helpen opruimen en zo een zinnige en zindelijke bezinning te bevorderen. Anderzijds wordt ook de visie van de radicale homobevrijdingstheologie buiten beschouwing gelaten doordat telkens in het Rapport van homoseksualiteit 'in liefde en trouw' wordt gesproken. Er zijn tegenwoordig homo-theologen die propageren dat de mens een ongeremd gebruik maakt van zijn/haar seksuele mogelijkheden, zonder zich door de binding aan één bepaalde partner beperkingen op te laten leggen. Met andere woorden: zij willen niet alleen een onvoorwaardelijke acceptatie van de homoseksualiteit, maar zien deze tegelijkertijd als een opstap tot de doorbreking van de monogamie. De gereformeerde deputaten zouden van 'progressieve' zijde de kritiek kunnen krijgen dat zij de norm van het monogame huwelijk willen opdringen aan homoseksuelen. Betekent de 'clausule' in liefde en trouw' dat men dan toch niet met meerdere personen tegelijkertijd intieme seksuele betrekkingen mag onderhouden? En als het dat betekent, zal het Rapport dan niet in 'progressieve' kringen een onvoldoende krijgen vanwege deze bekrompenheid? Waaruit dan weer te leven valt dat men goed moet weten waaraan men begint wanneer toegegeven wordt aan de nieuwe moraal. Wie een vinger uitsteekt zal straks de volle hand moeten bieden.
Homofielen die een vrijzinnige opvatting van de Schrift huldigen, zouden kunnen stellen dat zij zich geen 'hetero-norm' van 'liefde en trouw' laten opleggen!
Argumenten tegen
1. Homoseksualiteit wordt in de Bijbel met. zoveel woorden veroordeeld. Hierbij is te denken aan Leviticus 18 : 22; 20 : 13 en Romeinen 1 : 26. Het verbod uit het Oude Testament wordt dus in het Nieuwe bevestigd. In 1 Cor. 6 : 10 en Tim. 1 : 9v. wordt van bepaalde vormen van homoseksualiteit gesproken temidden van andere zonden als afgoderij, geldgierigheid, laster en dronkenschap. Daarnaast wordt ook gewezen op de verhalen van perversie in Genesis 19 (Sodom en Gomorra) en Richteren 19. Hierbij tekent het Rapport aan: 'Tegenwoordig beroept men zich echter niet vaak meer op deze verhalen, juist omdat er van perversie sprake is'. Inderdaad leggen beide verhalen getuigenis af van een totale verwording, een volstrekte chaos in moreel opzicht. Daarom is het onjuist om homoseksualiteit als 'sodomie' te bestempelen. De zonde van Sodom bestond in schending van het gastrecht, geweldpleging en totale bandeloosheid. Wel maakte het belust zijn op homoseksuele handelingen een component van die verwording uit. Ook wat volgens Richteren 19 in Gibea is gebeurd, kan bij een faire beoordeling van homoseksualiteit niet in geding worden gebracht.
2. Deze teksten vertolken Gods eeuwige wil. Op dit punt trekken deputaten een vergelijking met nieuw-testamentische woorden over slaven die hun meester gehoorzaam moeten zijn en vrouwen die aan hun mannen onderdanig moeten zijn. 'Toch acht ieder de slavernij verkeerd en spreken velen anders over de vrouw in haar relatie tot de man dan Paulus. Maar, zo zegt men, de veroordeling van homoseksualiteit ligt op een ander niveau. Dit gebod van God geldt voor altijd'. Mijns inziens wordt dit tweede argument direkt ontkracht door de wijze waarop het hier omschreven wordt. Ten onrechte worden vermaningen aan slaven op één lijn gesteld met woorden over de man-vrouw verhouding in het huwelijk. De laatstgenoemde woorden worden immers gefundeerd met een beroep op de schepping (en zondeval) en in verband gebracht met de relatie tussen Christus en Zijn gemeente. Dat is bij de woorden aan het adres van slaven niet het geval - dat zijn praktische raadgevingen die niet teruggaan op een principiële aanvaarding van de slavernij, maar op een principiële afwijzing van een revolutionaire gezindheid. Wie het Nieuw-testamentisch spreken over de man-vrouw verhouding als tijdgebonden ter zijde schuift, verliest het recht om nog te protesteren wanneer met Rom. 1 : 26 V. hetzelfde gebeurt! Door dus de slavernij en de man-vrouw verhouding hier in één adem te noemen, wordt in het Rapport de indruk gewekt dat er op volstrekt willekeurige wijze met het Schriftgezag wordt omgegaan door de tegenstanders van acceptatie van homoseksualiteit. Over het algemeen zal het onder hen zó zijn dat ze heel goed kunnen aangeven waarom de teksten over de man-vrouw verhouding én die over homoseksualiteit samen in een andere categorie thuis horen dan die over slavernij.
3. Homofilie behoort tot de zondige wereld. Het is een gevolg van de zondeval. In de schepping waarvan God zegt dat zij goed is, leven man en vrouw samen. Na de zondeval ontstaan afwijkingen, waaronder homofilie. Daarmee is erkend dat homofilie een aanleg is die mensen niet zelf hebben gekozen en die de meeste mensen niet kunnen veranderen. Het kan dus iemand niet als persoonlijke schuld worden aangerekend dat hij/zij homofiel is. Maar homofiele mensen dienen te strijden tegen de zonden van homoseksuele praktijk. Scherp dient onderscheiden te worden tussen homoseksuele geaardheid ofwel homofilie als aanleg en emotionele instelling - anderzijds homoseksuele praxis, homoseksualiteit in engere zin. Homofiele is sinds de zondeval een gegeven, 'creatuurlijke ontaarding' (J. Douma).
4. Homoseksualiteit is in alle vormen en in alle relaties ontucht, zonde tegen het zevende gebod. Sommigen gebruiken hier met name het woord 'wetteloosheid', met een beroep op Rom. 1. Een zich afwenden van God de Schepper en Zijn wil, een zich toewenden tot zichzelf en eigenwillige regels.
5. Heel de schrift moet spreken, niet slechts enkele geselecteerde teksten. Daarom een beroep op de orde die God in de schepping heeft gelegd: 'man en vrouw schiep Hij hen'. (Gen. 1 : 27:2 : 24). Het huwelijk is een instelling van God. Daarom is homofilie geen variant in de schepping, maar een deviant, een afwijking. Homofilie relaties zijn niet door God gewild. Het huwelijk is het kader waarin de seksuele beleving geoorloofd is.
6. Een beroep op het ene grote liefde gebod sluit het serieus nemen van de vele concrete geboden en voorschriften niet uit. De liefde is de vervulling echter niet de vervanging van de wet.
7. Ten onrechte is beweerd 'wij weten wel beter dan Paulus'. Paulus sprak met de volmacht van een apostel. Daarom moeten wij ons door hem laten gezeggen.
8. Dit alles sluit een pastorale benadering van de homofiele naaste niet uit. In pastoraal opzicht heeft de kerk in het verleden tegenover homofielen al te zeer gefaald. Dat mag en moet ook maar eens hardop gezegd worden. De kerk heeft de taak vanuit de naastenliefde homofielen die tegen hun neigingen strijden te steunen in die moeilijke strijd.
Argumenten voor
1. In de teksten waarin homoseksualiteit wordt veroordeeld, komt 'homofilie in liefde en trouw' nergens ter sprake. Het gaat telkens over perversie en ontucht. Tevens moet men oppassen voor het aanvoeren van losse bijbelteksten. Het getuigenis van de Schift als geheel moet gehoord worden. Leidt de Geest ook niet verder dan de letter van de Schrift, (bijv. afschaffing van de slavernij) en zegt het centrale liefdegebod niet dat op wederkerigheid en trouw gebaseerde liefde het belangrijkste is, of het nu om een hetero-of een homofiele relatie gaat!
2. De Bijbel zegt eigenlijk niets over homofilie. Slechts één aspect, nl. een bepaald homoseksueel gedrag komt voor het voetlicht. In onze tijd heeft men meer inzicht in het verschijnsel van de homofilie. In dat opzicht weten we inderdaad meer dan Paulus.
3. Er wordt op gewezen dat pastoraat aan homofielen vaak neerbuigend verloopt. In de trant van 'we zijn toch allemaal zondaren'! Daarin klinkt door: 'Ik, de heterofiele, die een gewone zondaar ben, wil zover gaan dat ik naast een homofiel, een speciale zondaar, ga zitten'. De verkeerde neigingen gelden dan toch als een extra zonde die anderen niet hebben. Daar protesteren homofielen tegen. Wanneer homofielen in de pastorale praktijk 'vrijgelaten' worden in hun beslissingen met een beroep op 1 Cor. 4 : 4, dan wordt hen een beslissing voor Gods aangezicht opgedrongen die anderen ontlopen. Wie recht wil doen aan de homofiele naaste zal eigen kaarten op tafel moeten leggen in een duidelijke positiebepaling én een bespreekbare verantwoording daarvan. Tenslotte wordt gesteld: veroordeling van homoseksualiteit komt veelal uit onkunde voort. Dan wordt er gesproken over een abstracte problematiek, zonder dat men de mensen die het aangaat van nabij kent. Daarom leert men niet onderscheiden tussen homofiele liefde en ontucht.
Goede invalspoort
Ik gaf in het bovenstaande in eigen woorden en soms in letterlijk citaat de argumenten pro en contra weer, zoals die in hoofdstuk 1 van het Rapport op een rijtje worden gezet. Slechts hier en daar onderbrak ik de weergave met mijn eigen commentaar. Globaal genomen geeft dit eerste hoofdstuk een goede invalspoort voor een gesprek en moreel beraad binnen de gemeente over homofilie. Het zal er om te doen moeten zijn dat een pastorale, liefdevolle houding tegenover mensen die homofiel zijn gepaard gaat met een eerbiedige omgang met de Schrift. Een en ander kan geen tegenstelling zijn. Waar het Woord de volle ruimte krijgt, kan de mens pas echt ademen. Omgekeerd zou een opgeëiste vrijheid zonder binding aan de Schrift in feite tot een vorm van slavernij leiden. Ware vrijheid bestaat in gebondenheid aan Gods heilzame wet, doortrokken als deze is van de Geest der liefde.
Daarom is hoofdstuk 2 van het Rapport: 'De teksten en hun betekenis' van zo'n cruciaal belang. Daarover een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's