Globaal bekeken
Dr. J. H. Gunning Jhz. heeft 'Leven en werken' van zijn vader prof. dr. J. H. Gunning rondom de eeuwwisseling in een aantal lijvige boekwerken uitgegeven (uitgave J. IVI. Bredeé, Rotterdam). In 1889 schreef de zoon een brief aan zijn vader, kennelijk omdat hij onder de bekoring van Kuyper was. In het derde deel van genoemde werken (p. 876) is de antwoordbrief van vader Gunning, na een toelichtende inleiding van de zoon, opgenomen. Het antwoord loog er niet om. In de hitte van de strijd rondom de Doleantie ging het niet zachtzinnig toe. We laten hier de brief van vader Gunning aan zijn zoon geheel volgen:
'(Een voor mij zeer belangrijke brief, die een beslissenden invloed op mijn leven had en welks inhoud hier en daar bijkans profetisch heeten mag. Ik was in Gouda, en de bekoring, door dr. Kuypers optreden lange jaren op mij uitgeoefend, liet mij niet los. Ik tobde over de kerk, gelijk ik eigenlijk mijn leven lang gedaan heb en dacht er ernstig over mij bij de "reformatie" aan te sluiten. Mijn grootste bezwaar was eigenlijk: het Christelijke lied. De gedachte in de kerk nooit meer den lof van mijn Heiland te mogen zingen, was mij ondragelijk. Maar ik had het toch innerlijk zeer moeilijk in mijn eigen omgeving, en heb toen een langen brief aan mijn vader geschreven, waarop het volgende antwoord kwam, en het heeft mij geholpen.)
Mijn lieve Zoon!
Uw uitvoerigen, aandoenlijken brief heb ik herhaaldelijk gelezen. Gij hebt goed gedaan hem mij te schrijven, al behelsde hij voor mij niet veel nieuws. Uw vlugge pen heeft mij vroeger ook wel over uwe moeiten en vragen op de hoogte gehouden, maar ditmaal is er nog een toon van bekommering over uw geestelijk leven bij, die mij treft, en die mij hoop geeft dat het ergste voorbij is.
Ik deel uwe bewondering en instemming ten opzichte van veel wat K. schrijft. Hij is een man van krachtvolie overtuiging, die voor onze kerk ten zegen wezen zal, ofschoon hij naar het zichtbare voor haar een geesel is en nog veel meer worden zal. Hij heeft haar op hare zonden gewezen met niets ontzienden ernst en dingen gezegd, die mij als vuur op de ziel branden. Maar zijn werk is zijn werk, het is niet Gods werk. En het zal daarom ook vergaan. Het is een weerzinwekkende mengeling van politiek en vroomheid, eerlijke vroomheid en wereldsche politiek. Het kan onmogelijk tot blijvenden zegen wezen. Het zal groot succes hebben. Zijn energie is fabelachtig, en wat hij wil zal deze geestelijke Napoleon bereiken, evengoed als de Fransche Napoleon, maar evenals bij dezen zal zijn werk topzwaar worden en vallen.
Hij gebruikt zijn volgers en maakt ze tot zijn slaven. Hij brengt ze niet aan de voeten van Christus, maar aan zijn eigen voeten. Hij is een heerscher, die geen middelen ontziet om zijn doel te bereiken. En dat doel is schoon. De vrijmaking der gebonden kerk, de eenheid der waarachtigen geloovigen, de erkenning van Christus' recht op heel het leven - ook mijne ziel dorst naar dit alles, want onze toestanden zijn op elk gebied droevig, droevig gezonken. Maar hij volgt niet den weg des ootmoeds en der zelfverloochening en der kruisopname achter Jezus. Hij zal het ver brengen in de wereld. Hij zal nog duizenden en tienduizenden achter zich aankrijgen, en ook door zijn sterken geest de wederstrevende Afgescheidenen en allerlei Gereformeerde kringen weten te binden, want er gaat een machtige bekoring van dien man uit, die deze zooveel slappere en min kundige vromen niet zullen wederstaan. Maar hij zal geen geestelijke hervorming tot stand brengen. Daartoe heeft hij wél de roeping, maar zijn heerschzucht, zijn positie als heerscher en partijleider zullen die onmogelijk maken. Hij zal zijn idealen moeten besnoeien, want zijn volgelingen zijn hem toch op den duur te sterk. Daar zal komen een uitwendig-machtige, indrukwekkende vereeniging van duizenden orthodoxen, door hem tot "belijders" en "geloovigen" verklaard; daar zal geweldige geestdrift en offervaardigheid openbaar worden en eene voor ons beschamende werkzaamheid - maar het zai en kan geen geestelijke vrucht dragen, want het ijzer en leem, het is leugen en waarheid, het is kruis en eerzucht dooreengemengd.
Ik waarschuw u: blijf van dit alles verre! Waarlijk, het niet zingen van gezangen is het eenige niet, dat gij in die wereld missen zoudt! Ik deel met u de liefde voor het Christelijk lied, ik acht het niet alleen een "dwaasheid" zooals gij schrijft, maar een groot, ernstig onrecht der Gemeente aangedaan den naam des Heilands uit haar kerklied te bannen. Maar de atmosfeer is daar vergiftigd, uwe ziel zou er krank worden en zij zouden er u ook niet duiden, mijn zoon! Gij zijt een veel te vrije geest om u onder dat juk te krommen. Ik raad u daarom die samenspraak met... ten dringendste af. Begeef u niet in de kronkelwegen deze onware, kerkelijke politiek. Het onheilig vuur komt u uit elk nummer van "De Heraut" tegen. Ware reformatie begint anders en openbaart zich anders. Na vijftig jaren zullen de vruchten openbaar zijn, en van al die hervormingen, die gij ten opzichte van liturgie en kerklied en belijdenis zoo "stellig verwacht", zal niets komen. Na vijftig jaar zullen zij even onwillig zijn gezangen te zingen en andere formulieren voor belijdenis en liturgie te aanvaarden, en als Kuyper daar schoone gedachten en wenken over geeft (wat hij wellicht doen zal) laat men hem eerbiedig of spottend praten en schrijven, maar volgen zal men hem niet. Daartoe heeft hij de zijnen altijd te veel ontzien en gevleid. Ik roep u in den Naam des Heeren toe: blijf van hem verre, blijf bij uwe studie, blijf bij uwe arme, kranke, zondige Kerk, blijf bij uw God bovenal, en wees nog eens voor wijder kring dan Hervormde en Doleerende Kerken tot zegen. God roept u tot beter werk dan dit armzalig menschenwerk, mijn zoon!
In onvergankelijke liefde, uw voor u biddende Vader. Van huis. Dinsdagmorgen.'
***
'Stikken van het Niet lachen', zo luidt het sprekende opschrift van een artikel van de bekende schrijver Cornelius Lambregtse (Grand Rapids) in een nummer (al van 1971) van het Amerikaanse blad 'De Wachter'. De schrijver gaat in op de betekenis van lachen en huilen. Hier volgt het stuk, dat voor zich zelf spreekt:
"k Was nog maar heel klein, toen ik midden in een huilbui (ik weet niet meer waaróm ik huilde, maar 't zal wel geweest zijn omdat ik een pak slaag gekregen had, of me ergens mee bezeerd had - in elk geval huilde ik van de pijn plotseling ophield en mezelf afvroeg: Waarom huil ik nou eigenlijk? Ik wist wel: van de pijn, maar, zo vroeg ik me af, waarom huilt een mens, of althans een klein mens, als hij pijn of verdriet heeft? En toen begreep ik zomaar: huilen verzacht de pijn. Het is een soort ingeschapen genees- of bescherm-middel. En meteen vergeleek ik dat met lachen (en vergat daardoor verder te huilen), en ik ontdekte dat dit eveneens een ingeschapen iets is, een soort veiligheidsklep om een zekere inwendige emotionele hoogspanning lucht te geven. (Als ik daaraan terugdenk, dan vind ik dat nogal pienter opgemerkt van een klein jochie. 't Is alleen maar jammer dat van die schijnbaar vroege aanwijzing van een wijsgerige aanleg niets terecht gskomen is!)
Ja, een mens bezit deze twee ingeschapen veiligheidskleppen; en, hoe vreemd dit op het eerste gehoor ook klinken mag, beide gaan gepaard van een zeker gevoel van plezier, van genot, of in elk geval van voldoening en ontspanning. Ja, huilen ook, onverschillig om welke reden men ook huilt. Nu zou men zowel huilen als lachen nader kunnen omschrijven, en beide in verschillende categorieën onderverdelen, maar dat doen we deze keer maar niet. Laat het voldoende zijn dat wij bijv. voor het eerste woord veel synoniemen hebben, zoals schreien, schreeuwen, wenen, weeklagen, lamenteren, enz. Dit bewijst al voldoende dat er vele graden van verdriet en pijn zijn.
De bijbel, die behalve Gods geïnspireerde Woord ook zo'n bij uitstek menselijk boek is, heeft nogal wat te zeggen over huilen en lachen. Eigenaardig genoeg heeft het minstens vier keer zoveel te zeggen over huilen als over lachen. Daar is, in zwaarmoedige kringen, wel eens de conclusie uit getrokken dat daarom lachen zonde is. En als verder bewijs wordt dan aangevoerd dat er van Christus wel staat: "Jezus weende", dat tevens het kortste vers in de bijbel is, maar niet dat Hij ooit lachte. Zulk redeneren houdt natuurlijk geen steek. Het is waar. Hij was bij uitstek de Man van Smarten, maar ik kan me maar moeilijk voorstellen dat, toen Hij de kinderen zegende. Hij hen niet eerst vriendelijk en bemoedigend heeft toegelachen voor Hij hen op Zijn schoot nam, om daarna Zijn handen op die donkere kopjes te leggen. Lachen wijzelf niet - al is het soms alleen maar een beetje nederbuigend - als we een groepje van dat grut zien, met hun grote vraagogen, waarin zo duidelijk te lezen staat dat ze nog zoveel van het leven (durven) verwachten? Hij was Zijn broederen immers in alles gelijk, uitgenomen de zonde?
Om nog eens op dat lachen in de bijbel terug te komen, in de meeste gevallen gaat het daar over lachen in minder gunstige zin: Uitlachen en ongelovig lachen - lachen om te spotten dus. Eigenlijk ken ik maar enkele gevallen van lachen in een gunstige zin: Genesis 21:6, Job 8 : 21, Psalm 126:2 en Lukas 6:21. Dat betekent natuurlijk niet, dat er niet vaak van grote vreugde sprake Is in Gods Woord. Toch zou je zo zeggen dat de bijbel een goede weerslag geeft van het werkelijke leven. Ook wij schijnen meer geneigd te zijn om te schreien (of zuur te kijken) dan om te lachen (of zelfs maar te glimlachen). En waarlijk, als je om je heen kijkt, dan biedt het leven, vooral tegenwoordig, meer reden om te wenen dan om te lachen, of althans baart die aanblik meer zorg dan vreugde. En toch zou ik iedereen willen aansporen om eens een beetje meer te lachen.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er helemaal niet meer gelachen wordt in de wereld. Maar ik heb het uiteraard niet over het oncontroleerbare lachen van mensen die onder de invloed van sterke drank zijn, of het geniepige lachen van leedvermaak om een anders ongeluk, of het gemene lachen om een vuile grap, of het zotte lachen van een nerveus persoon, die geen zin kan zeggen zonder een paar overbodige en irriterende lachgeluiden. Neen, ik heb het over het gezonde, geoorloofde, spontane lachen dat soms een hele kamer met zonlicht kan vullen en zware lasten veel lichter kan doen schijnen. Ja, en desnoods ook het lachen om ware humor (die uit een lach en een traan bestaat).
In het passeren wil ik nog even opmerken dat je dit soort lachen nooit tegenkomt bij onze moderne vagebonden, je weet wel, die gebaarde, langharige, raar uitgedoste jonge mensen, die niets van de establishment moeten hebben en zo moedig een nieuwe wereld aankondigen en tegemoettreden, een wereld van ongebonden vrijheid van de menselijke geest, daarbij geïnspireerd door het ongebreidelde gebruik van drugs en het even ongebreidelde uitleven van hun sexuele impulsen. Maar ook daar hebben we het nu niet over. We hebben het over ons soort mensen, van kindsbeen door en door gereformeerd.
Ja maar, ho even, oefent dat juist geen remmende invloed uit op het gezonde lachen? Gereformeerd zijn is toch bijna synoniem met sober, gedegen, ingetogen zijn? Nu, goed, maar dat wil niet zeggen dat je nooit eens lachen mag! Lachen is gezond. Ja maar, in deze tegenwoordige tijd, met al die ellende op de wereld?
Toegegeven, maar is het misschien ook mogelijk dat wij, als christenen, niet genoeg ons licht hebben laten schijnen in deze donkere wereld? Of, om het anders te zeggen: Hebben wij misschien niet genoeg gelachen?
Laat ik eens een paar voorbeelden geven dat we echt nog wel reden hebben om te lachen, en laten we dan die voorgaande vraag nog eens proberen te beantwoorden. Ik geloof dat wij meer moesten lachen om de volgende redenen:
1. Omdat, als we werkelijk christenen zijn, we verlost zijn van onszelf, van de kracht der zonde, van de duivel, en van de hel, en dat we zomaar, geheel onverdiend recht gekregen hebben op het eeuwige leven en de hemel. Moesten we dan niet met Sara uitroepen: "God heeft mij een lachen gemaakt; al die het hoort, zal met mij lachen!"?
2. Omdat je, als je 's morgens wakker wordt, je werk nog kunt en moogt doen, hoe weinig zin je er soms ook in hebt. Zou je dan de nieuwe dag niet met een glimlach begroeten? Of ben je vergeten hoe ontzettend je daar naar verlangde, toen je zo lang ziek en in pijn aan je bed gebonden was?
3. Omdat de zon nog schijnt, en de vogels nog zingen, en de bloemen nog bloeien, in een wereld die zomaar elk ogenblik in vuur en vlam op kan gaan, als God dat zou toelaten, door de vreselijke krachten die de mens aan de natuur ontfutseld heeft.
4. Omdat er nog mensen zijn die blij zijn om je te zien, en die van je houden, niettegenstaande het feit dat je lang geen lieveheersbeestje bent.
5. Omdat er iedere dag nog voedsel voor je is, in een wereld waar het grootste gedeelte van de mensen honger en gebrek lijdt.
6. Omdat je nog over een voldoende mate van redelijkheid beschikt, zodat je niet achter tralies of dikke muren en gesloten deuren van een inrichting zit opgesloten.
7. Omdat God de vele tranen, die je alevel moet schreien, eenmaal van je aangezicht af zal wissen...
Als je nu zelf deze weinige voorbeelden niet met tien of honderd of duizend kan vermenigvuldigen, dan zou ik zeggen: pas maar op dat je niet stikt van het niet lachen!'
***
Hier volgt een hartekreet uit een rondzendbrief van ds. G. H. Cohen Stuart; theologisch adviseur voor de Nederlandse Hervormde Kerk jn Jeruzalem.
'Volgens de statistiek hebben we een winter meegemaakt als in deze eeuw nog niet was voorgekomen. Zo veel sneeuw, kou en regen is erin de 20e eeuw nog niet geweest. Die kou baart ons minder zorgen dan de geestelijke kou, die ons vanuit Nederland tegemoet blaast. Al meer dan een jaar heeft de Generale Synode de benoeming tegengehouden van een nieuwe secretaris voor de Raad voor Kerk en Israël. Bezuiniging, geen geld is het argument. En dat terwijl de Raad uit de opbrengst van de collecten besteen secretaris kan betalen en nodi nooit geld uit de algemene middelen der kerk heeft behoeven te vragen. Begroting en rekening zijn sluitend. De Raad voor de Zending, die al jaren met tekorten werkt, mocht het afgelopen jaar wel twee vacatures vervullen. Op allerlei manieren wordt nu geprobeerd geld, dat door gemeenten voor het werk van Kerk en Israël bestemd is, te gaan besteden voor andere raden, die altijd wel uit de algemene middelen betaald werden. Hoewel er dus geen geld is, lazen we deze week in het "weekbulletin" (17 maart) dat besloten is een nieuwe functionarispost te scheppen (voor een deel uit de algemene middelen) voor het contact met de moslims in Nederland.
Ik kan er niet meer met mijn verstand bij. De enige conclusie, die ik er nog uit weet te trekken, is dat naar het gevoel van de beleidsorganen van onze kerk dat israël-gedoe maar eens afgelopen moet zijn. Blijkbaar doet het er niet toe, dat van alle kanten blijkt, dat in de gemeente, aan de basis van de kerkervaren wordt, dat in de ontmoeting met het Jodendom het Evangelie oplicht en opleeft en bezielt tot vernieuwd gemeente-zijn. De koers die men op dit punt wil varen, is mijns inziens zo heilloos, dat ik geen woorden heb voor mijn verbijstering en verontwaardiging. Daarom doe ik een dringend beroep op.ieder van u - en dan met name op collegea, op kerkeraadsleden, leden van Kerk-en-Israël colleges - om op alle manieren, die ter beschikking zijn, de noodklok te luiden. Het is echt de hoogste tijd!'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's