De betekenis van Luther voor de Gereformeerde Gezindte
Het leggen van een zekere relatie tussen Luther en de Gereformeerde Gezindte is een opdracht die moeilijk ten uitvoer is te brengen.
De relatie
Het leggen van een zekere relatie tussen Luther en de Gereformeerde Gezindte is een opdracht die moeilijk ten uitvoer is te brengen. Was de Gereformeerde Gezindte een eenheid, dan zou het ook moeilijk zijn, maar nog enigszins uitvoerbaar. Dat dit echter niet het geval is, is wel iedereen bekend. Vervolgens: Luther is niet in de directe zin van het woord een vader van het Gereformeerde Protestantisme, maar alleen via de invloed die hij uitgeoefend heeft op Calvijn, Bucer en andere gereformeerde hervormers. Onze geestelijke bakermat ligt niet in Duitsland maar in Zwitserland, het land van Zwingli, Bullinger en Calvijn. Ook is het een feit dat allerlei elementen uit Luthers denkwereld in het Gereformeerd Protestantisme weerstanden hebben opgeroepen en zijn afgewezen. Calvijn en Bucer mogen gedaan hebben wat zij konden om de tegenstellingen te overbruggen, ook zij stonden voor een muur, en ook zij konden toch niet ontkennen dat hier twee reformatorische bewegingen waren, die elk een eigen kant opgingen. Zij groeiden op de duur geheel uit elkaar. Het was niet alleen maar de avondmaalsleer die scheiding bracht. Nauw daarmee verbonden de christologie. Ook de verschillende visie op de verhouding van wet en Evangelie. Ook de eschatologie (o.a. ten aanzien van het artikel over Christus' nederdaling ter helle). Ook de soteriologie, toen Melanchthon ging spreken over de betekenis van 's mensen wil in het ontvangen van het heil, wat resulteerde in een verwerping van de leer der dubbele predestinatie in de Formula Concordiae (1580). Wij denken verder ook aan de op Luthers erf andere fundering van de kinderdoop, dank zij het ontbreken van een uitgesproken verbondsleer. En verder op de verschillende visie op de kerkordelijke vormgeving, en op de verschillende visie op de verhouding van kerk en staat. Calvijns theocratie moge aansluiten bij Luthers tweerijkenleer, zij geeft toch verschillen daarvan te zien.
Andere traditie
Dit alles met elkaar is heel wat. Wij staan als gereformeerden en lutheranen in een geheel andere traditie. En nu moge Luther niet met het lutheranisme vereenzelvigd kunnen worden, een feit blijft toch wel, dat hij in de allereerste plaats de vader van dat lutheranisme is. Er is dus zeker niet zomaar een relatie te leggen tussen Luther en het Gereformeerd Protestantisme en nog minder tussen Luther en de Gereformeerde Gezindte.
Tóch Luther?
Zo kan men de vraag stellen: Maar wat dan? Heeft het voor ons dan geen enkele zin om met Luther bezig te zijn? Staat hij zó ver van ons af, dat wij als gereformeerden hem maar beter vergeten, in ieder geval beter negeren, kunnen? Die vragen meen ik ontkennend te moeten beantwoorden. En wel om twee redenen. In de eerste plaats: Al loopt de lijn die ons met Luther verbindt via andere reformatoren, die andere reformatoren waren althans voor een deel, Luthers leerlingen. Er is in Luthers erfenis dus een deel waarop wij evengoed als de lutheranen aanspraak kunnen maken. Men mag zelfs zeggen dat er in Luthers theologie aspecten zijn te vinden die bij de gereformeerden beter bewaard zijn gebleven dan bij Luthers directe volgelingen. Hierbij denk ik speciaal aan Luthers predestinatieleer en zijn leer aangaande 's mensen onvrije wil. In de tweede plaats: Als wij met Luther bezig zijn, dan zijn wij als reformatorische christenen bezig met ons eigen alleroudst verleden. Niet dat de kerk met Luther pas begonnen is. Hijzelf was zich terdege bewust dat hij stond in de kerk der eeuwen. Walther von Loewenich heeft in 1960 (Die Eigenart von Luthers Auslegung des Johannes-Prologes) op een bepaald punt nog weer eens aangetoond, dat Luther veel meer traditiegebonden was dan men vaak heeft gedacht en gewild. Maar als het gaat over de Reformatie der kerk, dan is Luther onweersprekelijk de eerste geweest. Bij hem vindt men dan ook de frisheid van het begin. Dat is het aantrekkelijke en boeiende in zijn levensgang en theologische worsteling. Wij zien het alles ontstaan en groeien. Er waait ons uit de meeste geschriften van Luther een lentelucht tegemoet. Het is alles nog zo ongekunsteld, zo levensecht. En toch bepaald niet oppervlakkig. Het ging om zaken van het hoogste gewicht. Hel en hemel, duivelen en engelen. God en de heiligen zijn erbij betrokken. Het kostte mensenlevens. Het is alles door Luther zelf doorstreden. Zijn eigen persoon stond in het brandpunt van de beweging die door hem ontketend werd. Zijn eigen persoon, met al zijn aanvechtingen, met zijn diep en rotsvast geloof. Hoe heilzaam om zich te verdiepen in dit begin. Het verwarmt, bemoedigt, stimuleert. Het geeft ons ook de gelegenheid om de weg te overzien die de reformatorische beweging sindsdien gegaan is, en zich rekenschap te geven van wat wij met deze erfenis gedaan hebben. Zie, dat is naar mijn gevoelen het profijtelijke van een bezig zijn met Luther. Het profijtelijke ook voor de Gereformeerde Gezindte, in al haar verscheidenheid.
Enkele elementen
Ik wil nu verder in deze lezing enkele elementen uit Luthers theologie en prediking naar voren brengen, die, naar mijn gevoelen, tot op de dag van vandaag voor ons van betekenis zijn. Ik ontken niet dat sommigen daarvan bij Calvijn en andere reformatoren beter te vinden zijn. Maar men vindt ze bij Luther in zulk een elementaire vorm en kracht, dat wij er toch niet aan kunnen voorbijgaan. Vanzelfsprekend doe ik maar een greep, maar naar ik hoop zal het mij gelukken wel enkele zeer wezenlijke dingen naar voren te brengen. U zult ook ontdekken dat al de elementen die ik noem met elkaar samenhangen en in elkaar ingrijpen. Luther was ook theologisch een man uit één stuk. Hij moge in een onvoorstelbaar rijke verscheidenheid zijn gedachten hebben ontwikkeld (daarin overtreft hij naar mijn gevoelen, Calvijn), de bron waaruit deze gedachten vloeien was één en ongedeeld. De zaken waarvoor ik uw aandacht vraag zijn: het Woord, Christus, het Evangelie, de verhouding wet en Evangelie, de verhouding geloof en werken.
Christus
Ik wil beginnen bij Christus. Wie weten wil hoe Luther over Christus heeft gesproken, kan ik in eerste instantie verwijzen naar zijn grote commentaar op de Galatenbrief. Daarin treffen wij aan het beeld dat Luther wel meer gebruikt als hij over Christus sprak; hij noemt Hem het juweel. De eigenschap van het geloof is dat het op Christus ziet. Op Christus en niemand en niets anders. Luther polemiseert hier met Rome. De scholastieke theologen van de middeleeuwen hebben geleerd dat het niet zozeer het geloof is dat rechtvaardigt alswel de liefde; niet de fides maar de charitas. Daardoor hebben zij de ogen der mensen afgetrokken van Christus en gericht op eigen werken. De liefde immers openbaart zich in de wérken. Wat Rome het geloof noemt is niet meer, zegt Luther, dan een mening (opinio). Christus is niet object der geloofs bij Rome. Daarom is ook het geloof geen gelóóf meer. Wie Christus uit het oog verliest, heeft geen waar geloof, maar slechts een opinie.
Christocentrisch
Niet alleen hier, maar overal bij Luther vindt men een zeer sterke concentratie op Christus. Niet alleen in zijn commentaren maar ook in zijn preken is hij Christocentrisch. Christus het juweel! Dat juweel had Luther gevonden. En hij heeft het zijn studenten en hoorders steeds weer getoond. Alleen in het geloof kan dat juweel worden gevat. Ergens zegt Luther: Het geloof is de ring en in die ring is Christus als de edelsteen, als het juweel. En weel elders zegt hij: het geloof is de monstrans en in die monstrans bevindt zich Christus als het heilige. Luther heeft hiermee tegelijk Christus én het geloof willen eren. Christus kan men niet anders hebben dan in het geloof. Christus zelf geeft waarde aan het geloof. Zonder Christus zou het geloof zijn waarde verliezen. Neem Christus weg, en de kerk houdt niets meer over dat enige waarde heeft. De middeleeuwse kerk had volgens Christus verloren. Door het geloof in te ruilen voor de liefde en de werken, had zij haar juweel verspeeld. Luthers levenstaak is het geweest aan de kerk terug te geven wat zij verloren had: Christus, het Woord, het Evangelie, het geloof.
Galaten 2 : 20
Zeer treffend en verheffend is ook wat Luther wat verderop in ditzelfde commentaar, nl. ten aanzien van Gal. 2 : 20, over Christus zegt. In een hele reeks van paradoxale uitspraken verkondigt Luther hier dat de christen dood is en toch leeft, nl. leeft in Christus. Hij verstaat de woorden 'Ik ben met Christus gekruisigd' niet zó, dat zij zien op de navolging van Christus (imitatio Christi), met andere woorden: hij plaatst ze niet in de heiliging, maar in de rechtvaardiging. Wij zijn werkelijk met Christus gekruisigd, gedood. In de zin van gestorven aan de wet en gestorven aan de zonde. Door het geloof in Christus heeft de wet voor mij haar macht en kracht verloren. Eigenlijk, zegt Luther, ben ik niet dood, maar de wet is dood. Als gelovige in Christus heeft de wet voor mij afgedaan. Sinds Christus gekruisigd is, heeft de wet niets meer van mij te eisen. Ik ben dood voor de wet, en de wet is dood voor mij. Dat alles dank ik aan Christus. Paulus zegt: ik leef doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij. In Paulus, zegt Luther, was een dubbel leven (vita duplex). Een natuurlijk leven maar ook nog een ander leven. Als Paulus was Paulus dood, als christen leefde hij. Tevoren zocht hij zijn leven in de wet, hij leefde per legem, dat is: voor de wet. Die Paulus nu was dood. Een andere Paulus leefde, nl. die in Christus was, of liever (zegt Luther): Christus was in hem. Nu kunt u zeggen: Jamaar, Paulus' natuurlijke leven was er toch nog. Hij at toch nog, en dronk nog, enz. Luther zegt: Dat leven hield Paulus niet voor leven. Het was slechts een larva vitae, dat wil zeggen: een masker van leven. Onder dat masker leefde een Ander, te weten Christus! Paulus kon zeggen: Ge ziet mij wel eten, drinken, slapen, enz., maar dat is eigenlijk mijn leven niet. Christus is mijn leven.
Zelfkennis
Ik noem vervolgens nog wat uit Luthers commentaar op Galaten. Bij Gal. 3 : 14 bespreekt Luther de zelfkennis (notitia sui). Wat geschiedt er wanneer men tot zelfkennis komt? Dan gevoelt de mens, zegt Luther, dat hij een zondaar is, heel concreet. Dat alleen maar? Neen, er is volgens Luther nog meer. De zondaar die tot zelfkennis komt gevoelt niet slechts dat hij ellendig is, hij gevoelt zich de ellende zélf. Hij zegt niet alleen maar: ik ben zondig, maar: ik ben zonde! Hij zegt niet alleen maar: ik ben vervloekt, maar: ik ben de vloek zelf! En zie, daar stelt Luther dan Christus tegenover. Christus is zonde, vloek enz. geworden voor ons. En wat moeten wij nu leren? Luther wekt alle christenen die gevoelen dat zij de ellende, de zonde en de vloek zelf zijn op, dat alles over te brengen op Christus. Ik die zonde ben, breng mijzelf over op Christus. Ik die een vloek ben, draag dat over op Christus. En al wat Hij is, dat breng ik over op mij. Hij is gerechtigheid, Hij is leven en Hij is een eeuwige zegening. Zo wordt al wat ik ben overgedragen op Hem en zo wordt, door het geloof, al wat Hij is overgedragen op mij. Zie hier een thema dat Luther waarlijk niet alleen hier, maar ook elders, en vele malen, heeft behandeld. Met grote indringendheid, maar ook met intense vreugde heeft hij verkondigd Wie Christus is, en watin Christus is, om dan steeds op te roepen tot wat hij al in 1516 in een van zijn eerste pastorale brieven, aan broeder Spenlein, genoemd heeft de vrolijke zuil, ook wel genoemd de heilige ruil.
Vragen
Ik ben van oordeel dat de Gereformeerde Gezindte in haar hele breedte hier veel van leren kan. Ik stel hiertoe een paar vragen. Zou niet de royale en indrukwekkende Christusprediking van Luther kunnen wijzen op een manco dat hier en daar in de rechtervleugel van de Gereformeerde Gezindte voorkomt? Zou niet, te beginnen al in de prediking van de Nadere Reformatie, een accents-en aandachtsverschuiving hebben plaatsgevonden van Christus naar de bekeerde en wedergeboren mens, en van het geloof en de rechtvaardiging naar de charitas, de liefde en de heiliging? Vervolgens, en dat raakt meer de linkervleugel in de Gerformeerde Gezindte: Zou niet veel verloren zijn gegaan van de diepe existentiële ofwel bevindelijke betrokkenheid van de christen op het ons in Christus geschonken heil? Lijdt niet veler prediking aan een vervlakking, als wij haar vergelijken met de reformatorische prediking van mannen als Luther, en ook Calvijn? Dit zijn alvast een paar vragen een volgende maal wil er nog meer stellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's