Zo zult gij zalig worden!
'Dit is het woord des geloofs, hetwelk wij prediken. Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft rnen ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid.' Rom. 10 : 8b-10
Met pijn in het hart constateert Paulus bij zijn eigen volk, dat het verder gaat op de opgebroken paradijsweg. En dat is een onbegaanbare weg. Het volk heeft de woorden van Mozes niet goed verstaan en nu voert men zulke onmogelijke opdrachten uit. Men is met zijn woorden op de werktoer gegaan en men maakt een verkeerd gebruik van de wet. En dat doet een mens van nature nu. Deze is het maar niet eens met de weg Gods tot de zaligheid. Men probeert het zelf te doen door in de hemel te willen klauteren of in de afgrond af te dalen. En het zou in feite plaats moeten vinden, het zou verdiend zijn: Aanbrengen van een hemelhoge gerechtigheid van een volmaakte gehoorzaamheid en een hellediepe lijdelijke gehoorzaamheid om de straf voor alle zonden te dragen. Maar wie zou dan nog zalig kunnen worden? Een mens kan dat zelf niet doen. Het mag niet. Het hoeft niet.
Daar is een woord des geloofs, hetwelk gepredikt is en gepredikt wordt. Daar wordt ons een andere weg voorgesteld. Daar wordt ons een ander woord voorgezegd. En dat vraagt nu geloof. U behoeft er niet voor naar de hemel te klauteren, want daarmee zou u Christus' werk miskennen. Christus is eens uit de hemel naar deze aarde gekomen om het voor-de-mensen-onmogelijke werk te doen. En na volbrachte arbeid heeft God Hem opgenomen in de hemel. Hij behoeft het niet meer over te doen en u mag en kunt het niet meer overdoen. U behoeft er niet voor in de afgrond af te dalen, want ook dat zou Christus' werk miskennen zijn. Christus is afgedaald en heeft de smarten des doods en de angsten der hel geleden en heeft de zonde, de dood en het graf overwonnen. Dat behoeft niet meer herhaald en overgedaan te worden. We horen het hier toeroepen: Mensen u zoekt het te ver! Nabij u is het woord! Daar is een Woord des geloofs, een Evangeliewoord, namelijk, indien gij met uw mond zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden. Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met de mond belijdt men ter zaligheid! Twee kanten worden er belicht in deze tekst: hart en mond geloven en belijden uit de doden opgewekt en Jezus is Heere / rechtvaardigheid en zaligheid. En als wij deze volgorde aanhouden, gaan we van de binnenkant naar de buitenkant, van het innerlijke naar het uiterlijke, van het persoonlijke naar de wijde omgeving.
Indien gij met uw hart zult geloven, dat God Jezus uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden, want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid. Op deze wijze wordt er een streep gehaald door ons doen. Wij moeten leren overschakelen van onze aktiviteit op Gods aktiviteit. Het is pasen geworden. God heeft Jezus uit de doden opgewekt. Jezus, de mensgeworden Zoon van God. Jezus, Die de zonde en schuld op Zich heeft genomen. Jezus, Die ervoor is afgedaald in de Godverlatenheid en de straf heeft gedragen. Jezus, Die gestorven is om onze zonde. Jezus, Die genoeg heeft gedaan en de zonde en de dood tot in de wortel heeft aangepakt. Die Zijn werk heeft volbracht. En nu moet Hij leven. Déze Jezus heeft God opgewekt. God spreekt Hem als Borg voor de schuld vrij en spreekt daarmee ook vrij al degenen die van Christus zijn. Dat is nu het woord des geloofs. Dat Woord wordt ons voorgezegd. En dat woord moet nu nagezegd worden, dat is beleden worden. Maar tussen dat voorzeggen en nazeggen staat nu het geloof met het hart. Zonder dat geloof is de belijdenis een wankel geval en heeft deze geen fundament. Dan staat er geen hart achter. En daarom: Indien gij met uw hart zult geloven... En door dit Woord des geloofs wil de Heilige Geest nu het geloof werken. Iets verderop lezen we immers: Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. In de weg van het geloof mogen zondaren delen in de vrijspraak van Jezus, mogen ze rechtvaardig zijn voor God. Dat is nu het Evangeliewoord. En nabij u is dit Woord. U behoeft er niet voor te klauteren en af te dalen. Hebt u deze woorden Gods ingeademd met een gelovig hart? Het is geen onbegonnen werk om rechtvaardig voor God te zijn. Jezus, de Gekruiste, heeft gerechtigheid verworven en als de Opgewekte kan Hij deze uitdelen. In de weg van het geloof leven wij dan niet meer door ons doen, maar door Gods schenkende gerechtigheid in Christus. Niets uit ons, maar al uit Hem, zo kom ik in Jeruzalem. Zo alleen kan ik zonder verschrikken voor God verschijnen.
Dat geloven met het hart van de woorden die ons zijn voorgezegd, komt dan ook openbaar. Het gaat van het hart naar de mond, van de binnenkant naar de buitenkant en van het persoonlijke naar de wijde omgeving. Uit het hart zijn immers de uitgangen van het leven. Daaruit komen voort de boze bedenkingen, die uit de mond uitgaan en de mens verontreinigen. Zo ligt het, als we nog ons natuurlijk hart in ons omdragen. Maar als ons hart door de Heilige Geest vernieuwd is en gelovig amen heeft gezegd op de woorden Gods, dan komt het er ook uit. Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over. Onze spraak maakt ons openbaar. Een gelovig hart dringt tot belijden. De opstandingskracht is dan zo groot en geweldig in ons leven, dat we de ingeademde woorden Gods ook willen uitademen. En daarom: Indien gij met uw mond zult belijden de Heere Jezus, zo zult gij zalig worden, want met de mond belijdt men ter zaligheid. Belijden is met de mond nazeggen, wat de mond Gods heeft voorgezegd. En daartussen staat het geloof. We hebben dan een sprekende God ontmoet op onze levensweg. Hij heeft gereageerd op ons doen en het was een zondig doen. We beamen dat in het geloof. God heeft ook gezegd, wie Hij wil zijn voor een zondig mens. Hij heeft de om onze zonden gekruisigde Jezus opgewekt en vrijgesproken. Dat Evangeliewoord dringt zich onweerstaanbaar aan ons hart op en het kan niet anders of onze knieën gaan buigen voor Jezus de Heere en onze tong gaat Jezus als Heere belijden. God heeft Hem tot een Heere en Christus gemaakt. En hij krijgt het voor het zeggen in ons leven. Hij wordt de Eigenaar, de Gebieder en de Machthebber van ons. Wat is dat een bevrijding van alle vreemde machten in deze wereld. O zeker, het zal wel eens botsingen veroorzaken met al die vreemde machten in de wereld. Maar Hij is Heere, de Gekruiste en Opgewekte. Hij breekt ook alle oproerige bewegingen tegen God in ons en dat betekent, dat we Hem gaan gehoorzamen. We kunnen nu eenmaal geen twee heren dienen. En dat is nu belijden de Heere Jezus. We gaan vragen:
Heere, wat wilt U, dat ik doen zal? Als ik eet, drink of iets anders doe, doe ik het dan tot eer van de Heere? Geen neutraal terrein is er dan meer in ons leven. De Heere heeft het voor het zeggen in ons leven in de keuken en de studeerkamer, op het bedrijf en in de fabriek, op het kantoor en op school. We komen onder het beslag van het Woord van de Heere. En het wordt met de mond uitgeademd, wat met een gelovig hart is ingeademd.
Hoe zal dat toch ooit mogelijk zijn? Wij zouden kunnen zeggen: door de beademing van de Heilige Geest. De Heilige Geest is met eerbied gezegd Gods beademingsapparatuur om dat leven voor Gods aangezicht mogelijk te maken. Niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige geest. Het is dan ook deze Geest, Die de Heere Jezus verworven heeft. En door deze Geest doet Hij de Woorden des geloofs horen, leert Hij ze gelovig inademen met het hart en uitademen met de mond. En door deze Geest onderhoudt en versterkt Hij ook deze band met zichzelf. En waar deze Geest des Heeren is, is vrijheid. Door de kracht van deze Geest kunnen de vreemde heren in de wereld afgezworen en afgedankt worden, en Jezus als Heere beleden worden. En dan mag dat alles nog vol gemaakt worden met een rijke belofte: zo zult gij zalig worden! Een zaligspreking! En het staat erbij, voor wie dit geldt. Voor degene die met het hart gelooft, dat God Jezus uit de doden opgewekt heeft en met de mond de Heere Jezus belijdt. Wat ontdekken we dan tot onze schaamte, dat we het vaak zo onmogelijk ver gezocht hebben, wat zo nabij was. En dat te ontdekken is de ontdekking van ons leven, de poort tot het paradijs, zaligheid! Niet meer leven door ons doen, maar door het doen van een ander, de Ander, Jezus de Gekruisigde en Opgewekte!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's