De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schriftgegevens inzake homofilie (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schriftgegevens inzake homofilie (3)

8 minuten leestijd

Het tweede hoofdstuk van het geref. rapport is getiteld: 'De teksten en hun betekenis'. Twee vragen komen daarbij aan de orde: wat staat er en waaróm staat het er?

Het tweede hoofdstuk van het geref. rapport is getiteld: 'De teksten en hun betekenis'. Twee vragen komen daarbij aan de orde: wat staat er en waaróm staat het er? Die laatste vraag richt zich op de cultuur-historische situatie waarin het bijbelse gebod toen heilzaam kon functioneren. Wij zijn er niet werkelijk achter wat de tekst voor de mensen van toen betekende, als we niet op zoek gaan naar dat heil dat er mee beoogd werd. Gods Woord is ingedaald in de geschiedenis en daarom dient bij de uitleg van de Bijbel het volle pond te worden gegeven aan de toenmalige historische werkelijkheid. Dat betekent dus dat we teksten niet mogen losmaken uit de literaire kontekst, maar evenmin uit de cultuur-historische kontekst. De opstellers van het Rapport (deputaten Kerk en Theologie) verwijzen hierbij naar een ander werkstuk van hun hand - het bekende rapport over het schriftgezag 'God met ons'. Daar was op blz. 91 betoogd dat ieder bijbels gebod toegesneden is op een bepaalde historische situatie. Verandert die situatie, dan is dat ook al binnen de Bijbel zelf aanleiding tot opheffing, opschorting of wijziging van het gebod. In het 'Rapport Homofilie' - zoals we het in het vervolg zullen aanduiden - wordt op één bepaald punt een praktische uitwerking gegeven van de in 'God met ons' aangegeven principes in de omgang met de Schrift.

Homoseksualiteit in het Oude Testament

Ten aanzien van Leviticus 18 : 22 en 20 : 13 wordt gesteld dat men ten onrechte heeft getracht de betekenis van deze teksten af te zwakken door aan te nemen dat het hier om cultische wetgeving zou gaan. Het ging niet slechts om zuiverhouding van de tempeldienst, maar om de volstrekte afwijzing van het in seksueel opzicht als abnormaal beschouwde. Er is een normale omgang tussen man en vrouw. Zó is het blijkens Genesis 1 en 2 ook door de Schepper bedoeld. Lev. 18 : 22 en 20 : 13 gaan er van uit dat het normale normatief en het abnormale verboden is. 'Het is dan ook helemaal geen wonder, dat men de eeuwen door gemeend heeft op grond van deze teksten homoseksuele omgang te moeten verbieden. Dat lijkt namelijk de volstrekt duidelijke strekking van deze beide teksten te zijn' (blz. 12). Het is wel waar dat strikt genomen alleen één bepaalde, typisch manlijke vorm van seksuele omgang wordt verboden, maar het ligt voor de hand dat de veroordeling ook op de lesbische vorm van toepassing is. Op dit punt is het Rapport onduidelijk. Er wordt gesteld dat voor een veroordeling van homofilie als zodanig onvoldoende grond te vinden is in Lev. 18 en 20. Dat kan alleen gezegd worden als men daarbij denkt aan een invulling van het begrip homofilie die enigerlei vorm van seksuele omgang volstrekt buitensluit. Anders zie ik geen mogelijkheid om op grond van de letterlijke betekenis van deze teksten enige ruimte te laten.

Maar behalve de vraag 'wat staat er?' Komt nu ook de tweede vraag: 'waaróm staat het er?' aan de orde. Gods geboden berusten niet op een gril of een aan de tijd ontheven rechtvaardigheidsprincipe. Gods wet was bedoeld om leven en vrede te stichten in een boze wereld. Een begaanbare weg te wijzen in een beklemmende situatie. Tegen welke achtergrond die­nen we nu Lev. 18 : 22 en 20 : 13 te lezen? De Kanaänitische cultuur werd gekenmerkt door een sterke nadruk op de seksualiteit. Hetero- en homoseksuele tempelprostitutie nam daarbij een ruime plaats in. De seksualiteitswetten van Lev. 18 en 20 richten zich tegen de seksualisering van het leven, tegen allerlei als heidens beschouwde excessen op erotisch gebied. Het 'anders zijn' van Israël - juist ook omdat de God van Israël geheel anders is dan de zich in allerlei erotische avonturen stortende Kanaänitische goden en godinnen - moest niet in het minst ook op seksueel terrein tot uiting komen. 'Heilig zult gij zijn - want Ik ben heilig' - dat is in deze hoofdstukken het typerend refrein. Israël verontreinigt zich door abnormaal seksueel gedrag. Verder zou afwijzing van homoseksualiteit ten dele samenhangen met de overheersende nadruk op de voortplanting, de procreatie. De 'verontreiniging' door abnormaal seksueel gedrag zou samenhangen met de religieuze huiver die men had voor de geheimzinnige levenskracht in het zaad van de man. Loutere aanraking ervan maakte iemand al onrein.

In een volgende paragraaf van het Rapport Homofilie wordt er op gewezen dat Lev. 17 : 26, een gedeelte bekend als de 'Heiligheidswet', een aantal stringente voorschriften bevat die wellicht nooit letterlijk zijn toegepast (sabbatsjaar, jubeljaar). Daarbij komt dat wij als christenen geen énkele wet van het Oude Testament zomaar in praktijk mogen brengen. Bekend, en ook hier weer naar voren gehaald, is het voorbeeld van de bloedworst. 'Niemand onder ons zal er overwegend bezwaar tegen maken, wanneer een ander bijv. bloedworst of biefstuk eet. Toch wordt in Lev. 17 : 10-14 en 19 : 26 het eten van bloed uitdrukkelijk verboden en evenals homoseksuele gemeenschap met de dood bestraft.' Op het 'apostelenconvent' werd met name dit voorschrift tegen het eten van bloed gehandhaafd (Hand. 19 : 20). Wat geeft ons het recht Lev. 17 : 10-14 en 19 : 26 - en bijv. ook Lev. 18 : 19 en 20 : 18, waar geslachtelijke omgang met een menstruerende vrouw wordt verboden - vrij gemakkelijk terzijde te schuiven, terwijl men zich voor veroordeling van homoseksualiteit wél blijft beroepen op Lev. 18 : 22 en 20 : 13!? Is dat geen willekeurig omgaan met teksten en wordt zo het Schriftberoep geen wassen neus? Ik kom uiteraard op deze vraagstelling terug, maar geef nu alleen de tendens van de betreffende paragrafen in het Rapport Homofilie aan.

Vervolgens wordt betoogd dat het Oude Testament zich niet uitspreekt over homofilie in de moderne zin van het woord. De 'Heiligheidswet' heeft het alleen maar over de geslachtelijke omgang tussen mannen. Met allerlei lichamelijke uitingen van de genegenheid voor mensen van hetzelfde geslacht, had het Oude Testament niet de minste moeite. Allerlei blijken van hartelijke verbondenheid als mannen of vrouwen onder elkaar hadden een geaccepteerde plaats (zie David en Jonathan!). Er is in het Oude Testament 'weldegelijk enige ruimte voor een zekere lichamelijke uiting van genegenheid tot iemand van hetzelfde geslacht, maar zulke uitingen vereisen steeds een bijzondere relatie van trouw en vertrouwen... Er is echter geen enkele reden om aan te nemen dat, in tegenstelling, tot het verbod in de Heiligheidswet, innige vriendschap tussen mannen ook wel seksueel verkeer mocht omvatten. Het is, gezien de opvattingen die in die tijd bestonden over de seksualiteit, eerder onwaarschijnlijk dat men zoiets zelfs ook maar oogluikend toegestaan zou hebben' (blz. 17).

Commentaar

Ik breek hier de samenvattende weergave van het Rapport even af om puntsgewijs wat commentaar te geven.

-(1) Nadat men eerst de teksten eerlijk overeind heeft laten staan en heeft laten uitspreken, volgen een aantal overwegingen die duidelijk de tendens vertonen om de teksten toch weer te relativeren. Nu gaat het om in onze tijd bijzonder onpopulaire teksten en het gevaar is dus levensgroot dat ze wat worden aangepast aan onze smaak. Dat moet ons extra waakzaam doen zijn tegen pogingen om de teksten toch weer op een subtiele wijze 'weg te moffelen' en 'onder de tafel te werken'. Wel dient ruiterlijk te worden erkend dat er juist in orthodoxe kringen nogal eens van selectief Schriftgebruik sprake is. Sommige teksten worden klakkeloos als eeuwige waarheden geciteerd, terwijl anderen eenvoudig genegeerd worden.

-(2) Staan de seksualiteitswetten in Lev. 18 en 20 tegen de achtergrond van een erotisch overprikkelde Kanaänitische cultuur, dan zullen ze juist in onze tijd en cultuur opnieuw bijzonder aktueel zijn. En vandaag de dag zal het 'geheel anders' zijn van de gemeente van Christus niet in het minst tot uiting komen in een reine levenswandel, waarin de seksualiteit aan het Woord genormeerd is.

-(3) Het Rapport suggereert dat de sterke nadruk op procreatie tijdgebonden was. Nu die klemtoon op voortplanting is weggevallen - zo ligt in de lijn van het betoog - kan er ook meer openheid zijn voor niet op voortplanting gerichte vormen van seksuele omgang, dus ook voor homoseksualiteit. Genesis 1 en 2 bieden ons echter geen tijd- en cultuurgebonden uitspraken. Het gaat daar om fundamentele grondlijnen van Gods plan met de mensen. Kort gezegd: het huwelijk is méér dan de seksualiteit. De seksualiteit is méér dan de voortplanting. Maar huwelijk, seksualiteit en voortplanting horen principieel bij elkaar!

-(4) De vergelijking met de teksten over bloed mag ons best eens aan het denken zetten. Maar ik vind het wat beneden de maat om het te laten bij de suggestieve vraag: 'waarom wél gehoorzaamheid eisen aan Lev. 18 : 22 en 20 : 13, maar niet aan 18 : 19 en 20 : 18?' Hier spreekt immers het getuigenis van het Nieuwe Testament een beslissend woord mee. Daar wordt het verbod op homoseksualiteit bevestigd, maar over het eten van bloed wordt naast en na Hand. 15 nog wel het een en ander gezegd dat in de richting van de nieuwe christelijke vrijheid wijst. Dr. W. G. de Vries schreef in Wapenveld van september/oktober 1981 (themanummer: Christenen en sexuele ethiek): 'God als Levende haat de dood en alles wat met de dood in aanraking brengt of daaraan herinnert. Bloedverlies bij menstruatie en na bevalling herinnert aan dreigende dood, immers het bloed is het leven...! Dat geldt vandaag, nu we de bedeling van de 'schaduwen' teboven zijn, in deze vorm niet meer'. Het gaat dus in die bloedteksten om een blijvende boodschap, gehuld in een cultureel bepaalde vorm. Sinds bloed onder de microscoop bestudeerd werd, heeft het nu eenmaal niet meer die mysterieuze meerwaarde voor ons die het voor de mens in de oudheid had.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Schriftgegevens inzake homofilie (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's