De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

In het blad 'Op weg met de ander', orgaan van de herv. geref. ver. voor gehandicapten, stond een gedicht van de bekende ds. Robert Mc. Cheine, getiteld 'De onvruchtbare vijgeboom' (Luc. 13 : 6-9). In genoemd blad was er boven gezet Biddag. Hoewel het best bij biddag betrokken kan worden is het niet speciaal daarvoor bedoeld. We geven het hier door.

'In 's wijngaards grond, in vruchtbaar land,
stond de eed'le vijgeboom geplant,
verpleegd door zonneschijn en regen;
zijn takken waren breed en groen,
en uit het weeld'ng looffestoen
woei bloesemgeur het windje tegen.

En telkens als de wijnoogst kwam,
weerschitterde die fiere stam,
gewiegd door strelende oosterluchten.
Zijn twijgen waren vol en schoon:
maar hem ontbrak de beste kroon -
zijn bloeisel loog: hij droeg geen vruchten.

"Nu al drie jaren achtereen
zoek ik naar vrucht, en vind er geen".
Dus liet des meesters spijt zich horen:
"Ondankb're, met uw trotse blaan,
de bijl zal u aan splinters slaan;
waartoe de kost'bre grond verloren? "

Daar bad de trouwe gaardenier:
"Och, heer, laat hem dit jaar nog hier,
'k wil hem verplegen, dubbel teder,
één zomer nog, en - 't najaar koom',
indien hij draagt, gij wont de boom -
zo niet, gij houwt hem namaals neer".

Hoelang mijn hart! hoelang mijn geest!
is niet die boom uw beeld geweest?
gij prijkt met groen geblaart' en bloemen;
u blonk Gods vriend'lijk aangezicht,
u schonk Hij dauw en zonnelicht,
maar gij, kunt gij uw vruchten noemen?

Hoe vaak heeft Jezus' smeekgebed
u van de dag des doods gered,
om alle midd'len te beproeven!
Genot en tranen, vreugd' en pijn,
hoelang zal alles vruchtloos zijn?
Hoelang wilt gij uw God bedroeven?

Leer, o mijn ziel, wat Hij begeert:
geen mond, die Hem met klanken eert,
maar vruchtbaarheid van hart en leven
Wie Jezus kent, volge Jezus na!
De Heiland slaat hen zeeg'nend ga,
wier werken Hem getuig'nis geven.'

***

Het Nieuw Israëlisch Weekblad heeft niet onduidelijk misnoegen uitgesproken over de koers, die de Hervormde Kerk thans zou gaan inzake de verhouding met Israël. Als één van de symptomen van koersverlegging ziet men het feit dat de vacature van dr. S. Gerssen als secretaris van de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël nog steeds niet is vervuld. We hebben daarover recent de brandbrief van ds. G. H. Cohen Stuart, theologisch adviseur van de Hervormde Kerk in Jeruzalem, ook geciteerd.

In de tweede plaats wijst het Nieuw Israëlisch Weekblad op een informatiebrief van het hervormd werelddiakOnaat over de situatie in Libanon. Uit die brief geven we voor alle duidelijkheid eerst iets weer:

'Een groot deel van Libanon ligt in puin, de vluchtelingenkampen zijn grotendeels met de grond gelijkgemaakt. De Libanezen en de Palestijnen (vooral vrouwen en kinderen) worden het zwaarst getroffen. Ondanks het massale hulpwerk, ook van de kerken, lijken de problemen haast onoplosbaar. Want wat is de toekomst van de Palestijnse vluchtelingen in een land waar verschillende bevolkingsgroepen elkaar heftig bestrijden, waar zij niet welkom zijn en waar de Israëlische invloed aanwezig is?

Hier en daar mag in de kampen, vooral in Beiroet zelf, weer worden gebouwd. De UNRWA en de kerken helpen met bouwmaterialen. In de kampen in Zuidelijk Libanon mag nog nauwelijks gebouwd worden. Kwesties van eigendom en vergunningen worden gebruikt om dit tegen te houden.

Nu zoveel ziekenhuizen en klinieken verwoest zijn en er zoveel artsen en andere VN-verpleegkundigen nog steeds of opnieuw gevangen zijn door het Israëlische leger, is de gezondheidszorg behoorlijk teruggelopen. Gelukkig zijn er nog geen epidemieën in de overbevolkte schoollokalen uitgebroken.

Via de Raad van Kerken in het Midden-Oosten is en wordt veel hulp verleend. Vanuit magazijnen in Oosten West-Beiroet, Sidon en Tripoli hebben de kerken voedsel, kleding, dekens en andere levensbehoeften gedistribueerd, met name aan instellingen voor blinden, gehandicapten en aan kindertehuizen. Ook worden er medicijnen aan noodklinieken en hospitalen verstrekt.

Een groot medisch team van 88 mensen werd via de Wereldraad van Kerken aangetrokken (18 uit Nederland).

Tot nu toe ging het vooral over de Palestijnse vluchtelingen in Libanon. Zij zijn het meest getroffen. Daarmee willen wij natuurlijk niets afdoen aan het omvangrijke leed dat de Israëlische invasie in juni 1982 de Libanese bevolking berokkende. Het is de zoveelste ramp na een periode van burgeroorlog vanaf 1976. Godsdienstige en politieke tegenstellingen, vaak van buiten aangewakkerd, verscheurden Libanon, nadat Christenen (van verschillende confessies en herkomst) en moslims (Sji'ieten, Soennieten en Druzen) eeuwenlang betrekkelijk vreedzaam en in harmonie samenleefden.'

Uit het commentaar in het NIW daarover nu het volgende:

'Zozeer het de taak en de verdienste van de kerk is dat zij minder bedeelde groepen humanitair bijstaat, zozeer dienen de kerken bijzonder nauwlettend toe te zien op hun formuleringen waar het Israël, dus joden betreft. Aan die vereiste heeft het rondschrijven van het Werelddiakonaat bepaald niet voldaan. Het is niet, omdat te weinig achtergrond wordt gegeven. Het is wel omdat onvolledige informatie wordt gegeven. De nood die de falangisten, de nood die de Syriërs het Libanese volk en de Palestijnen hebben toegebracht, is een veelvoud van die door het Israëlische optreden veroorzaakt. En tegenover de door Israël veroorzaakte nood staat weer de wens van groepen Libanezen dat het Israëlische leger en de Israëlische invloed nog lang in Libanon voelbaar zullen blijven omdat daarmee levensreddend wordt opgetreden.

Van de kant van de kerken wordt veelal benadrukt dat moet worden gezocht naar gemeenschappelijke wortels methet Jodendom. Dat zoeken zullen de kerken nodig hebben. Maar het benadrukken van de gemeenschappelijke wortels en tegelijk als vanouds de beschuldigende beschuldigende vinger heffen, kan niet. De kerken hebben teveel leed over het joodse volkgebracht, dan dat zij met Israël als onderwerp brieven kunnen samenstellen met evenveel gemak als dat over andere landen wordt gedaan.

De christelijke hulpvaardigheid aan de Palestijnen wordt gesteld uitsluitend tegenover de ellende die Israël de vluchtelingen heeft aangedaan. Een bitter beeld. Juist de kerken dienen nauwlettend met Is­ raël om te gaan omdat hun doen en laten alsmede hun formuleringen worden bezien tegen de achtergrond van de geschiedenis en hun wens te proeven van de gemeenschappelijke wortels. Het Werelddiakonaat van de hervormde kerk heeft in zijn brief geen ogenblik blijk gegeven zich daar voldoende van bewust te zijn.'

Mijn commentaar op dit commentaar: Het Is begrijpelijk dat een Israëlisch Weekblad uiterst gevoelig reageert op berichtgeving waarbij Israël betrokken is, juist nu Israël allerwegen opnieuw in de beklaagdenbank wordt gezet en de schanddaden van de PLO in het verleden nauwelijks genoemd worden. Dat is voor Joden terecht niet te verteren. Anderzijds moet men ook oppassen voor overgevoeligheid. Terwille van de gemeente is het goed - want het ging hier om een kerkelijke brief inzake hulpverlening, die toch namens de gemeente geschiedt - om te onderscheiden tussen politieke activiteiten en wandaden van de PLO en de situatie van het Palestijnse volk op zich. We hebben persoonlijk de verwoestingen gezien, die in de kampen van de Palestijnse vluchtelingen (tienduizenden in getal), met name in Sidon en in Beiroet (Sabra en Chatila) gezien. Het gaat hier om mensen! Het gaat om hulpverlening aan mensen in hun uiterst hachelijke leefsituatie. Het gaat gewoon om elementaire levensvoorwaarden. Wanneer het diakonaat van de kerken zich daarvoor inzet dan mag dit niet als anti-lsraèl worden uitgelegd. En het ging in genoemde brief om voorlichting ten aanzien van die nood, daar, op dat moment. Intussen verleent het diakonaat eveneens hulp aan projecten in Israël zelf, tweezijdig dus.

Ik zag de ellende in Libanon. Het heeft mijn visie op Israël (inclusief mijn begrip voor de invasie) niet gewijzigd. Want achter deze ellende ligt een diepere ellende: de haat waarmee volkeren onderling leven en waaraan de PLO ten aanzien van Israël in het verleden op niet mis te verstane wijze uiting heeft gegeven. Maar het heeft mij ook niet in mijn visie gewijzigd op de nood van het Palestijnse volk waarmee het Libanese volk nu al zoveel jaren is belast en wat tevens haar nood uitmaakt. In deze zaak zaken intussen is zorgvuldigheid in formuleringen geboden. Dat mag het commentaar van NIW ons leren. Om elke schijn diakonale (politieke) vooringenomenheid in het geding van Israël en de Palestijnen te vermijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's