De betekenis van Luther voor de Gereformeerde Gezindte (2)
Christus is hem allereerst genademiddel en dan pas voorbeeld.
Heiland
Ik kom nu tot een ander punt. Het is echter een punt dat direct verband houdt met het zojuist behandelde. Het betreft een bepaald aspect van Luthers Christusprediking, waaraan hijzelf veel waarde heeft gehecht. Ik bedoel zijn benadering van Christus als exclusief een Heiland. Christus was voor Luther zonder meer Heiland, Zaligmaker, Verzoener van de zonden. Het ging er Luther niet alleen maar om Christus te prediken. Ook in de middeleeuwse kerk had men wel Christus gepredikt, doch: op een bepaalde wijze. Het accent had gelegen op Christus als exemplum, voorbeeld. Al in Luthers alleroudste prediking vindt men daartegen verzet. Hij spreekt dan over Christus in tweeërlei zin: als sacramentum en als exemplum, en dan in deze volgorde. Christus is hem dus allereerst genademiddel en dan pas voorbeeld. Later heeft Luthers terminologie zich enigszins gewijzigd. Hij gebruikt dan niet meer het woord sacramentum, maar donum. Christus is allereerst Gods genadegave, en hebben wij Hem als zodanig ontvangen dan wordt Hij exemplum, voorbeeld. Men zou kunnen zeggen: Luther zet nadrukkelijk de rechtvaardiging vóór de heiliging. Niet in chronologische, maar in theologische zin.
Zelf heeft Luther zijn leven lang met deze zaak geworsteld. De middeleeuwse Christusvoorstelling zat hem in merg en been. Hij zag in Christus een andere, nieuwe Mozes. Christus was hem Mozes en Mozes was hem Christus geweest, en hij kon daar moeilijk van loskomen. Als Mozes had Christus voor hem een schrikwekkende gedaante gehad. Voor deze Christus kende hij slechts angst.
Christus als Rechter
Aan de achterzijde van de stadskerk te Wittenberg bevond zich een steenreliëf, daterend uit de 14e eeuw, wat door Luther ettelijke malen moet zijn gezien. In 1931 was het nog intact (Hans Preuss, Martin Luther, Der Kunstler). Dat reliëf bood een afbeelding van de Christusfiguur welke precies overeenkomt met de talloze beschrijvingen van de Christusfiguur in de middeleeuwen, bij Luther. Men ziet daarop een ovale bood, die de regenboog moet voorstellen. En in die ovale boog zit Christus. Boven de boog, aan weerzijden ziet men engelenfiguren, één van hen heeft een bazuin in de mond: De oordeelsdag is aangebroken. De Christusfiguur ziet er grimmig uit. Op zijn gezicht tekent zich af een heilige verbolgenheid. Uit zijn mond gaat, naar twee kanten, een scherp tweesnijdend zwaard, ondersteund door zijn beide handen. Christus de Rechter, meer gelijkend op een Tyran dan op een Heiland (afbeelding in het boek van Hans Düfel), Luthers Stellung zur Marienverehrung, Göttingen 1968). Zo stelde men zich in de middeleeuwen Christus voor. En Luther met zijn hypergevoelig geweten heeft dit beeld van Christus diep in zich opgenomen. Niet te tellen zijn de preken en Tischreden waarin hij steeds weer terugkomt op deze Christusvoorstelling. In 1537 schreef hij: 'Ik geloofde niet in Christus, maar ik hield Hem voor niet anders dan een vreselijke stenge Rechter, zoals men Hem afbeeldt, zittend op de regenboog. En daarom zocht ik andere voorbidders: Maria en andere heiligen. Bij een andere gelegenheid zei hij: 'Wij hebben Christus gehouden voor een toornige en strenge Rechter, die een zwaard in de hand houdt, als wilde Hij ons voor het hoofd slaan'. Bij weer een andere gelegenheid: 'Toen ik nog in het klooster met een kap op mijn hoofd liep, hield ik niet van Christus; als ik een schilderij of beeld van Hem zag, bijv. hangend aan het kruis, dan schrok ik en ik sloeg de ogen neer, en ik zou nog liever de duivel gezien hebben. Op een andere plaats: 'Zij hebben van Christus gemaakt een Rechter, voor Wie men vluchten moet, als wilde Hij ons in de hel werpen; zie hoe men Hem uitgebeeld heeft, zittend op de regenboog'. Weer elders: 'Ik wist niet beter of Christus zit in de hemel als een vertoornd Rechter, want zij hebben Hem uitgebeeld zittend op de regenboog' (zie hiervoor O. Scheel, Dokumente zu Luthers Entwicklung, Tubingen 1929).
Vriend
Wat stelde Luther hier tegenover? Ik citeer: 'Ik kan het kort en goed zeggen, wie Christus is en waar men Hem voor houden moet, nl. niet voor een Rechter of toornig Heer, maar voor een liefdevolle Heiland en een troostvolle Vriend. In het pausdom hebben ze de Heere Christus uitgebeeld als één die ons zou oordelen, het was verschrikkelijk; immers: Hij is juist voor ons gestorven. Waarom stelt men Hem dan zo vreselijk voor, zodat wij onze blik van Hem afwenden. Dat alles doet die ellendige duivel, die Christus op deze wijze tekent met een zwarte kool en ons berooft van al zijn heerlijke kleuren'.
Worsteling
Ik zei al: Luther zelf heeft hiermee geworsteld zijn leven lang. Tegen zijn studenten zei hij eens: Wij ouderen gedrenkt in de verderfelijke leer der papisten, die wij in merg en been hebben opgezogen, hebben van Christus een opvatting gekregen geheel verschillend van die van Paulus. Wij zagen Hem als Tyran en Rechter, nog verschrikkelijker dan Mozes. En dit verderfelijk gevoelen kunnen wij zelfs heden, nu het licht der waarheid zo groot is, niet geheel uit onze harten wegbannen. Zo hardnekkig kleeft het ons aan. Gij, jongeren die nog onbedorven zijt, nog niet besmet met deze goddeloze mening, ge kunt met minder moeite Christus zuiver leren kennen dan wij ouderen deze godslastering kunnen kwijtraken.
Nieuwe Wetgever
Op een ander tijdstip zei hij eens tegen dezelfde studenten: De scholastieke theologen en geestdrijvers maken van Christus een nieuwe Wetgever, die een nieuwe wet heeft gegeven met afschaffing van de oude. Voor hen is Christus een Eiser en Tyran. Doch Hij is geen Mozes, geen Wetgever, maar een Zaligmaker. Het is de hoogste kunst der christenen Christus te kunnen definiëren. Dat is erg moeilijk. Voor mij, die toch geoefend is in deze studie, is het zeer moeilijk; en dat terwijl het licht van het Evangelie thans zo groot is. Deze verderfelijke voorstelling van Christus als Wetgever heeft mij geheel doortrokken. Gij jongeren staat er in dit opzicht veel beter voor dan de ouderen. Ge zijt niet ermee doordrenkt, zoals ik van kindsbeen ben geweest. Al bij het noemen van de naam van Christus verschrikte en verbleekte ik, omdat ik ervan overtuigd was dat Hij een Rechter is. Daarom moet ik mij nu dubbel inspannen. Ten eerste om deze opvatting omtrent Christus die mij nog steeds kwelt, af te leren; en ten tweede om tot een nieuwe voorstelling van Christus te komen, en tot het vertrouwen op Hem als zaligmaker. Jullie jongeren kunt, als je wilt, met veel minder moeite Christus zuiver leren kennen (WA. 40.1.296vv).
Steeds weer keert bij Luther terug: De scholastieke theologen, maar ook de geestdrijvers en ook de wederdopers hebben van Christus een Mozes en van het Evangelie een nieuwe wet gemaakt. Met nadruk zegt hij: Christus is niet Legislator (Wetgever) maar Propitiator (Verzoener) en Salvator (Redder) (WA 40.1.232).
Mozes
Dat Luther zelf het er steeds moeilijk mee heeft gehad om te komen tot wat hij noemt een nieuwe voorstelling van Christus, tot een beter 'definiëren' van Christus, ligt natuurlijk niet enkel in de intellectuele sfeer. Zuiver intellectueel gezien is het zo moeilijk niet. Maar in de aanvechtingen (tentationes) wordt het anders. Dan is er altijd de verzoeking om als schuldig mens met een aanklagend geweten, te vluchten in het beloven van beterschap, in een heiliger leven, in het doen van allerlei werken, in het moralisme, met andere woorden: dan is er steeds de verzoeking het te proberen met de wet. Wij gaan dan de wet misbruiken. Haar taak en functie is ons te brengen tot Christus, maar wij grijpen haar aan als een heilsmiddel. Mozes wordt dan onze redder. En aangezien wij christenen willen zijn, stellen wij ons Christus voor als een andere Mozes, een hogere Wetgever. En zo lopen wij Christus mis, terwijl wij Mozes misbruiken.
Jongeren
Men moet dan ook niet denken dat Luther, als hij tegen zijn studenten zegt dat zij onbesmet zijn en gemakkelijker van de oude en verdoren Christus-voorstelling kunnen afkomen dan de ouderen, daarmee bedoeld heeft dat het voor hen zonder strijd zal gaan. Hij heeft zijn studenten nl. ook voorgehouden: jullie kunnen wel met minder moeite Christus zuiver leren kennen dan wij ouderen, die immers met de oude Christusvoorstelling zijn opgegroeid, maar: Daarmee zijt ge nog niet geheel en al aan de listen van de duivel ontsnapt. Want al zijt ge niet doordrenkt in deze goddeloze mening omtrent Christus als Wetgever, ge hebt wel de materialia daarvoor, namelijk: het vlees, de rede en een verdorven natuur. Vlees, rede en onze verdorven natuur kunnen niet anders dan in Christus een Wetgever zien. En daarom: Houdt Christus in het oog, en doopt uw geweten in zijn bloed! En dan gaat Luther spreken over een zware strijd. Het geloof is geen vanzelfsheid. Het is gave Gods. Het is moeilijk. Ook degenen die opgegroeid zijn in het licht van het Evangelie zullen toch niet anders dan door veel strijd heen Christus kunnen houden voor een Heiland, een Salvator, een Redder, in plaats van een Legislator, een Wetgever.
Tegenwerpingen
Het spreekt wel vanzelf dat Luther op dit alles ook tegenwerpingen heeft moeten incasseren. Zowel van de kant van de kerk van Rome als van de kant der spiritualisten en dopersen, heeft men hem herhaaldelijk erop gewezen dat Christus toch in het Nieuwe Testament ons toch ook wordt voorgesteld als een uitlegger van de wet. En men wees dan vooral op de Bergrede. Zo meende men te kunnen handhaven dat Christus toch ook een nieuwe Wetgever is.
Luther heeft dit zonder meer afgewezen. Het uitleggen van de wet, zegt hij, is nog iets anders dan het geven van een nieuwe wet. En bovenal, wanneer Christus de wet uitlegt, doet Hij niet zijn eigenlijk werk, maar een werk dat Hem vreemd is. Hier past Luther een schema toe dat door Hem herhaaldelijk, ook in andere verbanden gehanteerd is, al vanaf het begin van zijn openbaar optreden. Hij zegt: Christus interpreteert wel de wet, maar dat is niet zijn officium proprium et principale (zijn eigenlijke en voornaamste werk, WA 10.1.92). Luther noemt het Christus vreemde werk (opus alienum). Wat is dan wél Christus' eigenlijke werk? Luther zegt: De zondaar die door de wet schuldig is verklaard, te omhelzen en van zijn zonden te ontslaan, als hij het Evangelie gelooft.
Gevochten
Zo heeft Luther - men kan wel zeggen - gevochten voor een ware, evangelische Christusprediking. In Christus is geen wet, geen dood, geen dreiging. De wet behoort bij Mozes. Het Evangelie is enkel belofte, enkel genade. Christus is enkel Heiland. Eens zal Hij komen als Rechter, maar nu is Hij dat niet. Christus is geen tweede, of nieuwe Mozes. Het was Luthers persoonlijke geloofsworsteling Christus zó te zien en zo op Hem te vertrouwen. Zijn 'reformatorische ontdekking' is geweest dat Christus een andere was dan hem geleerd was. Hij ontdekte de Christus van het Evangelie. En die Christus heeft hij gepreekt!
Vragen
Dat brengt mij ertoe opnieuw een paar vragen te stellen. Zou niet in heel de breedte van de Gereformeerde Gezindte deze Christusprediking van Luther nieuwe aandacht verdienen? Is er niet ook heden steeds weer het gevaar, ter linker-en ter rechterzijde, om Christus te verwettelijken? Is Hij niet hier en daar opnieuw een tweede Mozes geworden? Ik denk nu aan wat men noemt de maatschappijcritische en politieke prediking, waarin alle nadruk valt op het menselijk handelen, dus op de werken en waarin voor een Christus als Propitiator geen plaats meer is, althans niet in de zin waarin Luther (en andere hervormers) erover spraken; maar ik denk ook aan sectoren binnen de Gereformeerde Gezindte waar men de zielen een bepaalde heilsorde als een wettisch juk oplegt, b.v. in de vorm van een bepaald bekeringsschema. Luther brengt ons aan de wieg van de Reformatie. Aan die wieg staat, zoals u nu gehoord hebt, een Christusprediking, waaruit alle wettische elementen weggezuiverd zijn. Ik meen dat wij daar nieuwe aandacht voor mogen vragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's