De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De voorzienigheid van God

Bekijk het origineel

De voorzienigheid van God

5 minuten leestijd

K. Exalto vraagt zich af of wij het geloof in Gods voorzienigheid wel op de juiste wijze hebben beleden in de praktijk.

In een aantal artikelen willen we gaan nadenken over de leer van Gods voorzienigheid. Uiteraard willen we dan bezig zijn vanuit de Bijbel en vanuit het erfgoed van de Reformatie. Bij dit laatste denk ik dan in de eerste plaats aan Calvijn, en wat minder aan de gereformeerde vaderen van de 17e en 18e eeuw. Al direct stuiten we op de moeilijkheid, dat het woord 'voorzienigheid' slechts één keer in de Bijbel voorkomt, en dan nog niet eens als zelfstandig naamwoord, maar als werkwoord, nl. in Gen. 22. En in het Nieuwe Testament komt het woord 'voorzienigheid' als zodanig nergens voor. Calvijn spreekt in zijn Institutie slechts summier over de voorzienigheid Gods, nl. in Boek 1 hfst. 16, 4.

En de gereformeerde vaderen juist hebben de leer van de voorzienigheid Gods inhoudelijk het meest uitgewerkt. Wij blijven beslist Bijbels en ook vanuit de Reformatie bezig, als we juist aan die gereformeerde vaderen van de 17e en 18e eeuw enkele kritische vragen gaan stellen, en bij hun theologie, in dit geval over de voorzienigheid Gods, hier en daar een m.i. noodzakelijke kanttekening zullen plaatsen. Dit is daarom noodzakelijk, omdat een groot deel van de huidige gereformeerde gezindte m.i. méér leeft bij de gereformeerde vaderen, dan bij de vaderen van de Reformatie.

Overal in het geding

Niet ontkend kan worden, dat de leer van de voorzienigheid Gods momenteel op velerlei wijze in het geding is. Prof. Berkouwer constateerde in 1950 in zijn dogmatische studie over de voorzienigheid Gods, dat in onze eeuw het voorzienigheids-geloof in een crisis is terecht gekomen. Het optimisme van de 19e eeuw heeft plaats gemaakt voor het realisme (werkelijkheidszin) van de 20e eeuw. En dan acht Berkouwer drie motieven aan deze ernstige crisis schuldig te zijn:

a) De invloed van de moderne wetenschap (met name de natuurwetenschappen). Alles zou uit natuurlijke oorzaken kunnen worden verklaard. Door de wetenschap zou de wereld zijn ontgoddelijkt.

b) De idee, dat godsdienst alleen maar een produkt is van de menselijke geest.

c) Het nihilistisch levensgevoel, wat betekent, dat men nergens meer de zin of waarde van inziet.

Dit laatste punt is in de zeventiger jaren alleen maar verhevigd door een dreigende kernoorlog, uitputting van energie-bronnen, en een dreigende vergiftiging van milieu en atmosfeer.

In de theologie werd na de Tweede Wereldoorlog steeds nadrukkelijker gezegd, dat men na Auschwitz niet meer in de voorzienigheid kon geloven. Althans de vanzelfsprekendheid, waarmee de belijdenis-geschriften de voorzienigheid Gods tot uitdrukking brengen, werd sterk aangevochten. Het is met name Karl Barth geweest, die de klassieke voorzienigheidsleer fel heeft bestreden. De Barthiaanse kritiek wordt momenteel vertolkt door de hoogleraren E. J. Beker en K. A. Deurlo (Amsterdam) in het in 1978 verschenen boekje 'Het beleid over ons bestaan' en in het tweede deel van 'Wegen en Kruispunten in de Dogmatiek' onder reactie van de hoogleraren E. J. Beker en J. Hasselaar. En dan spreken zij van de voosheid van het religieuze beeld van een God, die voor alles zorgt. Ten aanzien van de watersnood in 1953 stellen ze dan de vraag: Waren die van Stavenisse slechter dan die van Scherpenisse? In H.C. Zondag 10 hoort Beker een opvoeding tot atheïsme. Daartoe ook weer niet weinig geïnspireerd door Noordmans, die vond, dat de H.C. te burgerlijk en te optimistisch spreekt over de voorzienigheid Gods.

In dit voetspoor gaat ook weer H. Wiersinga, met name in zijn boekje 'Verzoening met het lijden?' En daarbij weet hij zich weer duidelijk aangesproken door Molmann en Dorothee Sölle. Wiersinga vindt, dat het inzicht in Gods sympathie met het lijden van de wereld vraagt om een herziening van Gods voorzienigheid. Het oude voorzienigheids-geloof zou dan velen van de kerk hebben vervreemd. Hoe kan een relatie aanblijven met een God, die Auschwitz - zo niet beschikte - dan toch toeliet?

Literatuur

In de moderne literatuur is dit denken scherp verwoord door Maarten 't Hart in zijn boek 'Een vlucht regenwulpen'. Hij spreekt dan van de 'God van zondag 10, die met vaderlijke hand mijn moeder een krankheid heeft doen toekomen, een voorsmaak van het lijden in de hel. Zo is god (zegt 't Hart), de god van de H.C., de god, die mensen zó intens haat, dat hij keelkanker voor ze heeft uitgevonden. Zelfs mensen zijn niet in staat elkaar op zo laaghartige wijze te vermoorden als god kan met behulp van deze ziekte'. En als we dan bedenken dat Maarten 't Hart een man is, die is opgevoed in onze kringen, dan mag dit bij ons best vragen oproepen. 't Zal waar zijn, dat hij een karikatuur (vertekend beeld) oproept van het gereformeerde voozienigheidsgeloof. Maar heeft met name het uiterst-rechts gereformeerde denken hiertoe ook geen aanleiding gegeven? !

Ik meen, dat de hoogleraren J. Douma en W. . H. Velema hiertegen terecht in het geweer gekomen zijn.

K. Exalto - in zijn referaat 'Het geloof in Gods voorzienigheid. Kan dat nog?', gehouden op de Bondsdag van de Herv. Ger. Mannenverenigingen te Utrecht in 1979 - vraagt zich af of wij het geloof in Gods voorzienigheid wel op de juiste wijze hebben beleden in de praktijk. En dan wijst hij op het gevaar van een natuurlijke theologie en een fatalistische beschouwing van God. Bij een natuurlijke theologie oordeelt men immers te positief over wat eigenlijk een algemeen geloof is of zelfs een karikatuur van het ware geloof.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De voorzienigheid van God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's