Rondom de begrafenis (4)
(...) 'een lijkrede is een aanspraak tot de levenden bij de doden, uit Gods Woord vermanende tot overdenking van de algemene sterfelijkheid der mensen'.
Lijkpredikaties
Een punt van heel wat kerkelijk strijd in de zestiende en zeventiende eeuw is geweest de kwestie van de lijkpredikaties. In de loop van de eeuwen was er rondom het begraven zoveel bijgeloof en bombast gegroeid, dat de reformatoren oorspronkelijk geprobeerd hebben de begrafenissen 'in stilte' te doen geschieden. Bij zijn promotie in 1665 had Balthasar Bekker als één van zijn stellingen 'hoewel lijkredens bij sommige kerkelijke resolutiën in sommige plaatsen verboden zijn, mogen ze volgens Gods Woord en het gebruik der oudste kerken wel bestaan'.
Later heeft hij een nog wat scherpere definitie gegeven 'een lijkrede is een aanspraak tot de levenden bij de doden, uit Gods Woord vermanende tot overdenking van de algemene sterfelijkheid der mensen'.
Als u deze definitie goed leest, dan begrijpt u ook, van waaruit het verzet oorspronkelijk voortkwam. Vóór de hervorming werden niet alleen de levenden, maar óók de doden 'aangesproken'. Maar u zult weten, dat deze merkwaardige gewoonte ook nu nog voorkomt.
Een luie dominee
Verschillende synodes in de zestiende eeuw hielden zich met de kwestie van de lijkpredikaties bezig. Zo oordeelde de synode van Dordrecht van 1578, na rijp beraad, dat lijkpredikaties wel mochten worden gehouden, 'mits de doden niet zouden worden geprezen' en als in zo'n lijkpredikatie ook zou worden gewezen op de dwalingen van 'vagevuur, slaap der zielen, verdiensten der werken, bewaken der doden, zoals bij Pausgezinden en Mennisten voorkomen'.
Mogelijk heeft bij deze uitspraak ook nog de brief van een principiële predikant uit Gorkum een rol gespeeld, die vaststelde: 'zó hardnekkig houdt Satan zelfs vrome mensen in hun bijgeloof vast, dat hier nog steeds lijkpredikaties voorkomen. En weiger ik, dan word ik door de Gorkummers van luiheid beschuldigd'.
Alle roem is uitgesloten
Tenslotte vond men ook in reformatorische kringen vrede rond het houden van lijkpredikaties. Een tekst, die telkens in de discussies vóór en tegen weer opdook was Jes. 40 : 6: Een stem zegt: Roep en hij zegt: Wat zal ik roepen, alle vlees is als gras'.
Toch heeft de lange aarzeling rondom deze gewoonte wel wat opgeleverd. Nadrukkelijk werd begrepen, dat bij een begrafenis niet het werk van mensen, maar Gods werk centraal moet staan. Dat is op een indrukwekkende wijze naar voren gekomen bij de begrafenis van Willem van Oranje. Tekst bij de rouwdienst was Openb. 1 : 13: 'Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen'.
Het is voor ons heel moeilijk te schatten welke diepe indruk het gewelddadige heengaan van de Vader des Vaderlands in die tijd op ons volk heeft gemaakt. Wij kunnen ons er ook bijna geen voorstelling van maken hoe groot de plaats was, die hij onder ons volk innam. Ook daarom was de prediking tijdens deze begrafenisplechtigheid zo indrukwekkend. Eerst was er een korte en duidelijke uiteenzetting over de betekenis van de tekst. Vervolgens werd er gesproken over de dood van een christen. En pas helemaal aan het eind 'hierom heeft God ons ontnomen die Prins van wiens lof het beter is te zwijgen dan weinig te spreken. Zoveel moeten wij bekennen, dat hij is geweest een voortreffelijk instrument van God, waardoor Hij in deze landen veel goeds gewrocht en in het wegnemen van hem Zijn gramschap tegen ons bewezen heeft'.
Datheen
Eén van degenen, die zich in de begintijd van de hervorming in ons taalgebied met liturgische zaken heeft beziggehouden was Datheen. Hoe jammerlijk zijn politiek verschil met de Prins ook is geweest, en hoe somber de laatste jaren van zijn leven, als kerk der hervorming hebben we aan hem veel te danken. Naar een voorbeeld van a Lasco heeft hij zich ook met de liturgie voor de begrafenisdienst beziggehouden. Als hoofdlijnen gaf hij aan, dat 'niets van heidens of papistisch bijgeloof' tijdens de rouwdienst te vinden zou zijn. Hij drong aan op grote eenvoud 'het gaat niet om de doden, maar om de levenden'. Hij stelde voor, dat de kist onder psalmgezang der gemeente zou worden neergelaten. Verder gaf hij nog een voorbeeld voor een gebed, dat toch wel zeer indrukwekkend is. 'Wij smeken U, dat Gij ons allen bij ons leven met Uw Vaderlijke erbarming wilt omvangen, al onze daden en al ons bedenken door Uw Heilige Geest wilt besturen, opdat wij onze ogen aftrekken van de zorg voor de aardse dingen, en ze richtende op Uw hemels Koninkrijk, U Goedertieren Vader en Uw werk voor ons beschouwen, en U door heilig en rechtvaardig leven dienen kunnen; opdat wij ook eenmaal door het geloof in Uw Zoon uit het leven scheidende met U mogen zijn in eeuwigheid'.
Aansprekers
In de zestiger jaren was het bijvoorbeeld op Flakkee nog gewoonte om iemands overlijden schriftelijk aan het hele dorp te laten weten. Er werd dan door de 'bedienaar' overal een kaartje in de bus gestopt, waarop het overlijdensbericht stond. Zoals u weet, is dit in de plaats gekomen van de mondelinge mededeling door de 'aanspreker'. Lange tijd is het de gewoonte geweest, dat werd 'aangezegd' huis voor huis en deur voor deur, wie er overleden was. Daarvoor werden vaak plechtige formules gebruikt. Iets van die plechtigheid vindt men nu nog terug, als de overledene is uitgedragen en de rouwstoet wordt geformeerd. Al heel wat verschillende bedienaars heb ik op zulke momenten horen zeggen 'u wordt verzocht te luisteren naar het aflezen van de namen'. Bepaalde formuleringen hebben een lang bestaan. Dat blijkt uit het volgende rouwbriefje, dat bij velen naar het overlijden van Joost van den Vondel werd bezorgd.
'Tegen woensdag 8 februari 1679. Uw edele wordt gebeden ter begrafenis van Joost van den Vondel, oud 92 jaar, om half drie precies te zijn in de Nieuwe Kerk.
Uw naam zal gelezen worden'.
Zelfs in woordkeus blijven we de eeuwen trouw.
P. Vermaat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's