Zij zullen het niet hebben
Nationale gedenkdagen
Ooit voegde dr. Ph. J. Hoedemaker dr. A. Kuyper toe: 'Er is voor u en voor mij slechts één, dat is een evenmin hervormd als dolerend, een evenmin kerkelijk als staatkundig, maar een zuiver christelijk, protestants, nationaal belang, het belang dat Da Costa deed zingen: zij zullen het niet hebben, het oude Nederland'.
In deze zinsnede vertolkt Hoedemaker zijn eenheid van gevoelen ten aanzien van kerk en staat. In de historie van ons volksleven zijn kerk en staat ten nauwste met elkaar verbonden, ontstaan in de worsteling om vrijheid en recht in de zestiende eeuw, met de gereformeerde reformatie als dragend beginsel. Er is alle reden om telkens bij nationale gedenkdagen bij de historische wortels van kerk en staat stil te staan en hierin de daden des Heeren in het verleden tot nu toe te gedenken.
De dagen liggen vlak bij elkaar. Op 24 april was het 450 jaar geleden dat Willem van Oranje op de Dillenburg in Duitsland geboren werd. Op 30 april is het koninginnedag, zo gewild door H.M. koningin Beatrix op de verjaardag van haar moeder. Dan volgen 4 mei en 5 mei, dodenherdenking en herdenking van de bevrijding. Allemaal dagen om niet te vergeten. Met in gedachten da Costa's appèl: zij zullen het niet hebben, het oude Nederland!
Willem van Oranje
Aan de geboortedag van Willem van Oranje is betrekkelijk weinig aandacht gegeven. De hervormde Willem de Zwijgerkerkgemeente in Amsterdam organiseerde op zondag 24 april een speciale kerkdienst, waarin getracht werd 'verleden en heden te verbinden, stijlvol omlijst met muziek en zang uit de bewogen periode van de Noordnederlandse opstand tegen Philips II'. Daarna zou er een ontmoeting zijn met groepen vreemdelingen in Nederland, kennelijk vanwege Willem van Oranjes gedachte van tolerantie.
Het GPV had een herdenkingsbijeenkomst in Amersfoort, waar G. J. Schutte heeft gezegd:
'Sommigen zien Oranje als een vrijheidsstrijder, die de weg bereidde voor de onafhankelijkheid der Nederlanden. Zijn strijd staat dan model voor de strijd van bevrijdingsbewegingen in onze tijd, of ook voor het verzet in eigen land tegen overheidsmaatregelen die men verwerpt. Anderen beschouwen de prins als het voorbeeld van verdraagzaamheid in een wereld vol godsdienstige en politieke tegenstellingen.'
Maar Willem van Oranje was strijder voor de vrijheid van geweten, in een tijd dat die vrijheid door de Spaanse overheersers werd aangetast en belijden van het geloof in gereformeerde zin de brandstapel betekende.
Het verhaal is bekend. In de bossen van Vincennes ontmoette koning Hendrik de hertog van Alva. Willem van Oranje hoort hun gesprek en heeft het opgetekend in zijn Apologie. Ik citeer de 'dichterlijke parafrase' van dit 'overbekend verhaal' uit Dispereert niet van dr. H. Algra:
'In 't bosch van Vincennes rijdt Koning Hendrik op jacht. Willem van Oranje nevens hem. Blauwe hemel, groene wouden, zonnegoud in 't loover, frissche boschgeur, zang der vogels... toover der natuur omgeven den gelukkigen gezant, die in zijn harte Juicht om den gewonnen vrede. Hij denkt dat alleen zijn welsprekendheid vol warmte en waarheidszin, zijn persoon ook, het pleit gewonnen hebben. Wat is de wereld goed en schoon! Wat een heerlijkheid te leven! Maar daar rijdt ook de donkere d' Alva als de doodsruiter der Apocalypse over gras en bloemen..Den Koning hoort hij zijn hart openen aan den hertog. Apparent dirae facies! Met bonzend hart hoort hij naar 't komplot van twee Koningen tegen hun onderscheiden onderdanen, hun akkoord tot uitmoorden en vervolgen en uitroeien. Er zal geen ketterij meer zijn als alle ketters tot assche verbrand worden! Lange lijsten namen hoort hij, namen van edele, geleerde, rechtschapen, gelukkige menschen en elke naam beteekent een vonnis tot pijnbank, galg en brandstapel! Dat was dus die schoone vrede! Daarom liep alles als gesmeerd tussen die Majesteiten bij Gods genade! Griezelig! hij kende ze, hij zag ze voor zich, vele van die teweeg geblakerden: blijde, minnende menschen, dwalend wellicht, maar overtuigd! Vaders, moeders, jonge dichters, edele bruiden, geleerden, volksmenschen, waarover die vorsten een Sodoma-vonnis velden. Duizenden, tienduizenden, een heel volk zag zijn starend oog in Europa's velden staan ten doode gemerkt, als een woud van Vincennes met al zijn legers groene boomen, geblekt reeds voor het aanstaande vellen, zagen, branden...
O!... de gouden Vrede was rood geworden. Zijn menschenhart sidderend om menschen, mocht zijn angst niet verwoorden. Het hart verraadt wat het verdedigen wil als het spreekt op het veld der politiek. Hij zou Willem de Zwijger zijn. Maar zijn bloed zwoer een rooden eed tegen dat wreede rood: mensch zou hij zijn en de onmenschelijkheid bekampen, met gulden zegels behangen, met gulden leuzen overschreven. Hij zou politiek voeren om de menschelijkheid. Zijn zegel was zijn eed.
Een eed maakt van één uur een leven. Politiek had hem van politiek genezen; meer: hem doen besluiten politiek door politiek neer te kampen en boven de politiek, die menschen gebruikt en misbruikt, uit te stijgen in de politiek, die menschen dient en eert. Dit zou zijn "luctor et emergo" worden.
Hij heeft trouw dien eed gehouden."
Met dit verhaal is het levensprogram van Willem van Oranje gegeven. Zo staat hij - hoewel als mens niet vlekkeloos, en derhalve bepaald geen heilige - in de annalen van onze nationale geschiedenis. Een man, die streed voor vrijheid en recht. Een strijd voor de vrijheid, om dat geloof te prediken dat harten wederbaart. Ik zeg het met Da Costa als hij zinspeelt op Franciscus Junius, die in de dagen van Willem van Oranje een stichtelijk woord sprak toen de edelen bijeen kwamen om een verbond te vormen ter bescherming van de gewetensvrijheid:
Een wijl nog! en het woord van Vrijheid, 't woord van Heil is door 't geweld gesmoord,
maar niet die liefde, die geen waatren kunnen blusschen, geen graf verslinden, die ook nu de Juniussen
ontsteekt, en drijft om, meer dan immer onvervaard
't geloof te prediken, dat harten wederbaart, in huizen, van den gloed der markt-en martelvuren beschenen.
Bevrijding
In 1574 erfde Willem van Nassau het prinsdom van zijn neef René van Chalon. Door het genoemde verzet van Willem van Oranje tegen Spanje is de geschiedenis van Nederland onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van het Oranjehuis. Die verbinding is er tot vandaag. Prof. dr. H. Smitskamp schreef: 'hoezeer Oranje ook thans nog als symbool van de nationale eenheid fungeert, is overduidelijk gebleken in de bezettingstijd'. Deze uitspraak behoeft dunkt me geen nadere verduidelijking. In diepten van onze geschiedenis werd de band het sterkst gevoeld. En juist in jaren als die van '40-'45 kwam de vrijheidsstrijd van Willem van Oranje in de gedachten terug en werd de eenheid van volk en vorstenhuis diep doorleefd, werd met name de band der religie ook gevoeld.
Oranje, symbool van nationale eenheid, zegt Smitskamp. Ik zou willen zeggen; méér dan een symbool. Levende werkelijkheid van een niet uit te wissen historie. Teken van Da Costa's versregel: zij zullen het niet hebben, het oude Nederland!
In de oorlogsjaren hebben mensen in concentratiekampen en in cellen, op slagvelden en op onderduikadressen maar ook zomaar in huiskamers, in gedichten soms hun gevoelens verwoord vanwege de verstikkende benauwenis, waarin de Duitse bezetter ons volk gebracht had. Vraag niet of het allemaal literair fraai was, maar het was wél levensecht. En hoe vaak is toen juist ook niet de band van volk en vorstenhuis verwoord? In mei 1945 verscheen een bundeltje met een keur van zulke gedichten onderde titel C/Zwox, 'opklimmend in de verdrukking' (uitgave Rayon Barendrecht l.o.). Hier volgt een vers uit deze bundel:
'Zij zullen het niet hebben ons oude Nederland.
Het blijft, al is 't verslagen geborgen in Gods hand.
Zij zullen het niet hebben de machten van de tijd,
al is ons goede Holland zijn recht en vrijheid kwijt.
Zij zullen het niet hebben ons oude Nederland,
al hebben zij misdadig heel Rotterdam verbrand.
Al hebben zij in Zeeland De Lange Jan vernield,
nooit wordt ons oude Neer land door Hitlers geest bezield.
De Duitsers hebben Holland door overmacht geveld
en trachten het te knechten met leugen en geweld.
Zij zullen het niet winnen voor Hitlers derde rijk.
Wij houden onze liefde voor 't eigen koninkrijk.
Zij zullen het niet hebben, al worden wij geknecht.
Wij blijven toch getuigen voor vrijheid en voor recht.
Geen antisemitisme wordt hier geaccepteerd,
al wordt het door Seyss Inquart bij ons geïmporteerd.
Met al haar schone woorden, met al haar stom Hou-zee,
zij zal ons toch niet hebben de valse N.S.B.
Al tracht zij ons te winnen voor Hitlers volk en staat,
het zal haar niet gelukken. Wij kennen haar verraad.
Zij zullen ons niet hebben zo lang Oranje leeft,
zo lang aan Wilhelmina een volk zijn liefde geeft,
zo lang de jeugd blijft zingen het oud Oranjelied,
zo lang krijgt Adolf Hitler ons oude Holland niet.'
Da Costa's versregel was bron van nieuwe inspiratie!
Koninginnedag
Tussen 24 april - geboortedag van Willem van Oranje - en 4-5 mei - gedenkdagen van bezetting en bevrijding - ligt onze koninginnedag. Oranjehuis, teken van een verleden waarin Gods Hand, hoe dan ook, onmiskenbaar aanwezig was. Teken van nationale eenheid. Teken ook van de gezamenlijke wordingsgeschiedenis van kerk en staat in de zestiende eeuw. Het Oranjehuis heeft tot vandaag de stormen doorstaan. Ook vandaag zijn er groepen in de samenleving die zeggen: wég met de koningin. Wij zeggen toch van harte: léve de koningin! We zeggen het op de dag van de verjaardag van prinses Juliana. Leve de vorige koningin en leve de huidige koningin. We beseffen dat juist ook in deze dagen een schaduw ligt over de viering, vanwege de gezondheidstoestand van prins Claus en alles wat daar omheen in de roddelpers - maar daar niet alleen - wordt gezegd. Vorsten zijn ook mensen, maar hen wordt weinig een gewoon menselijk bestaan met een gewone privacy gegund. Maar juist ook nu is er in de gemeenten de voorbede voor ons vorstenhuis, ook in de moeilijke omstandigheden waarin het zich bevindt. En dat niet alleen omdat de apostel het ons gebiedt om voorbede te doen voor koningen en allen die in hoogheid zijn, maar ook omdat vandaag, met name in de gemeente, nog wordt beseft hoe ons Oranjehuis ons in de geschiedenis van God is geschonken en in tijden van benauwenis deel uitmaakte van het lijden dat het volk overkwam.
Zij zullen het niet hebben
Van de gemeenschappelijke wortel van ons kerkelijke en staatkundige leven is weinig meer zichtbaar. De diepste nood ligt intussen bij de kerk. Wat is over van de nationale kerk, verdeeld als de kerk is, innerlijk verscheurd als de kerk is, en ongereformeerd als de kerken vaak geworden zijn? En als de kerk niet gezond wordt zal de staat ook niet gezond worden. Onze volkskracht is intussen in gevaar, omdat we inboeten aan historisch besef. De zedelijke en religieuze draagkracht van ons volk verzwakt. Daardoor wordt de vraag dringender: zullen ze - de machten van anarchisme, fascisme, marxisme, en welke ismen verder ook - het dan tóch hebben, het oude Nederland?
Zou het echter onmogelijk zijn dat na een periode van diepte een periode van réveil doorbreekt?
Zij zullen het niet hebben! Een ideaalbeeld? Een utopie? Me dunkt een onopgeefbaar ideaal, op z'n minst een appèl op het volk vanwege een historische werkelijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's