De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondom de begrafenis (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondom de begrafenis (5)

8 minuten leestijd

Het is mijn bedoeling om in de komende artikelen aandacht te besteden aan het heden.

Van verleden naar heden

In voorgaande artikelen dwaalden we wat rond in het verleden. We stelden vast dat allerlei begrafenisgewoonten al zeer oud zijn. Soms afkomstig uit een wereld, die niet gestempeld was door een bijbelse visie op het gehele leven. Maar ze waren en zijn een taai leven beschoren, omdat afwijken van gewoonten onmiddelijk wordt opgevat als 'niet piëteitsvol tegenover de overledene'. Bovendien is de niet-christelijke achtergrond van bepaalde rouwgebruiken vaak onbekend of hebben een andere betekenis gekregen. Zo wordt het luiden van de klok tijdens een begrafenis door niemand meer in verband gebracht met 'het verjagen van geesten'.

Eerder horen we daar nu in de oproep 'memento mori' - gedenk te sterven - én zoals bij het klokluiden 's zondags 'gedenk te leven naar Zijn Woord'. In het sluiten van de gordijnen beleeft niemand meer het 'in de war brengen van dwalende geesten', maar het meeleven met een familie, waar rouw is binnengekomen. Uiteraard zijn er ook andere en persoonlijker manieren om aan dit medeleven uitdrukking te geven.

Het is mijn bedoeling om in de komende artikelen aandacht te besteden aan het heden, waarbij ik ook hoop in te gaan op een aantal opmerkingen en vragen, die mij inmiddels bereikten.

Ik begrijp dat we hierbij een bijzonder zeer terrein betreden. Er zullen lezers zijn, die alles overwegend zich zullen afvragen: had ik het toen met die begrafenis toch anders moeten doen? Had ik het dan niet in stilte, wel vanuit het huis enz. moeten doen? Laten we als gebrekkige, zondige mensen samen proberen te luisteren naar het Woord van God. In Jac. 1 lezen we dat de Heere wijsheid geeft en 'niet verwijt'. Dan geeft Hij ook vrede over dingen die we achteraf gesproken misschien toch beter anders hadden kunnen doen. '

Aparte kleding?

Wanneer je als predikant rond een ernstige ziekte in nauw contact met een familie komt, wordt je soms betrokken bij vragen, die naar ik aanneem ook vaak aan de begrafenisbedienaar worden gesteld.

Wat moet de overledene aan? Moet hij of zij 'een apart doodshemd' aan of gewoon nachtkleding, of, wat steeds meer voorkomt 'zondagse kleren', en soms zelfs 'gala-tenue? ' In Amerika is men op dit punt al heel wat 'verder' dan wij. In het boek van ene Jessica Mitford 'Laatste eer naar laatste mode' - een sociologisch onderzoek naar het verband tus­sen begraven en zaken in het huidige Amerika - zijn een aantal opmerkelijke voorbeelden te vinden. De Amerikaanse samenleving, die - evenals de onze - gestempeld is door het Joods-christelijk denken, blijkt rondom de begrafenis-gewoonten in de laatste decennia sterk aan het veranderen.

De oorspronkelijke titel van dit (terecht!) zeer kritische boek - 'The American way of death' - doet vermoeden, dat de 'glitter and glamour' van 'the American way of life' nu ook is doorgedrongen tot 'the way of death' (manier van sterven).

Ik heb dit boek gelezen met in mijn achterhoofd de gedachte 'zal het over 20 of 30 jaar óók onder ons zo gaan? ' Tenslotte is Amerika in heel veel dingen ons voorland. Ik hoop van harte dat we hen op dit punt niet zullen volgen. De manier, waarop men daar probeert de ernst van de dood zelfs in de kleding (en in het opbaren: zittend in een stoel, soms met een boek of een pijp) van de overledene te bedekken of te verzachten, grenst aan het onsmakelijke. Daarbij moet ook het op verven en zelfs balsemen (hetgeen steeds meer voorkomt) worden genoemd. U begrijpt, dat de kleding zich mét deze trend wijzigt. Een laatste ontmoeting met de overledene in de 'sluimerkamer' (die vooral niet 'rouwkamer' genoemd mag worden), moet er een zijn 'in volle glorie' . De ontluistering van het lichaam (inderdaad moeilijk te verwerken, als we het geweldige perspectief niet kennen van 2 Cor. 5) moet blijkbaar zolang mogelijk worden ontkend.

Het doet mij denken aan een jonge vrouw, die ging sterven en die de laatste weken van haar leven geen vriendinnen meer wilde ontmoeten 'omdat ze haar ontsierde lichaam niet mochten zien'. Gelukkig gaf God haar ook andere wensen en verlangens.

Een bijbels doodskleed

In bepaalde streken van ons land (met name in Friesland en in de Achterhoek) bestaat nog steeds de gewoonte om een speciaal 'doodskleed' te dragen, dat op een niet al te opvallende plaats in de linnenkast wordt bewaard. Zo'n kleed heeft veel weg van een nachthemd; en daar is zeker iets voor te zeggen. Bij het graf van Lazarus sprak Jezus 'hij slaapt'. En we weten hoe in 1 Cor. 15 het sterven voor een christen 'ontslapen' wordt genoemd. Dat geloof mag óók uit onze laatste kleding blijken.

In de bijbel zijn een aantal teksten, die doen vermoeden, dat men werd begraven in gewone, daagse kleding (1 Sam. 28 : 14, Jes. 14 : 8, Ezech. 32 : 27). Maar, zekerheid hebben we daar niet over, omdat het in al deze teksten over heel abnormale situaties gaat. Bovendien is het goed te bedenken, dat er in de bijbelse tijd nog niet zo'n duidelijk verschil was als in onze tijd tussen 'daagse kleding' en 'nachtkleding'.

In de Oude Kerk is er door een aantal kerkvaders op aangedrongen om als laatste kleding een wit doodskleed te dragen, als teken van het 'in Christus ontslapen zijn'. Wij zijn aan deze oproep op een indrukwekkende wijze herinnerd bij de begrafenis van onze oud koningin Wilhelmina.

Calvijn had als laatste wil begraven te worden (zoals de gewoonte was in zijn tijd) in een eenvoudig wit laken.

Wie dit alles overweegt zal zeker aandringen op eenvoud. Ook aan het 'reiskleed' dat Gods kinderen dragen bij hun 'laatste reis' mag blijken over welke klederen in het laatste bijbelboek gesproken wordt. Wanneer we als een laatste herinnering bewaren 'hoe mooi hij of zij er bij lag', dan zal voor het geloof dat 'mooie' in iets anders liggen dan in luxueuze kleding.

In stilte begraven?

Het komt in onze tijd steeds meer voor dat mensen 'in stilte' worden begraven, en dat daarvan dan achteraf mededeling wordt gedaan. Hoezeer het te begrijpen is, dat mensen in hun verdriet alleen gelaten willen worden, toch lijkt het me niet juist om dat te doen. Als we als gemeente werkelijk zo'n lichaam zijn, als waarover Paulus in Efeze 4 spreekt, dan zal dat moeten blijken, óók in dagen van verdriet. Dat geldt óók voor het onnodig vroegtijdig sluiten van de kist, omdat men 'kwetsende nieuwsgierigheid' wil vermijden.

Ik begrijp, dat het soms moeilijk is om hem of haar, die men 'in leven al met zoveel anderen moest delen' ook in die paar dagen tussen sterven en begraven nog met zovelen te moeten delen. Toch denk ik dat het niet goed is om zich daaraan te onttrekken. Ook anderen dan de naaste familie moeten gelegenheid krijgen om heel bewust van iemand afscheid te nemen. Het is heel begrijpelijk dat iemand denkt 'moet nu óók zo'n helemaal uitgeleefd lichaam nog getoond worden? ', maar in het geloof zien we toch méér dan dat? In het geloof zien we toch aan een 'afgeleefd en ontluisterd lichaam' niet alleen 'de bezoldiging der zonde', maar ook zoals bij de bomen in de herfst die onder de dode bladeren al de knoppen hebben zitten van de nieuwe lente. Als na de meest slopende ziekte over een sterfkamer de morgenglans der eeuwigheid valt, dan kan het zelfs daar goed zijn! De dood is de laatste vijand. Een christen hoeft niet 'in stilte' toe te geven, dat we het van die vijand verloren hebben. In Christus kunnen we die vijand zelfs onder ogen komen. Op de vroege morgen van de allereerste Paasdag is deze vijand zelfs verslagen!

In de berijming van de twaalf artikelen achter de psalmen wordt deze hoop aldus omschreven:

'Dat God mijn zonden wil vergeven en dat mijn vlees weer opgewekt dan eeuwig met mijn ziel zal leven volzalig, heerlijk, onbevlekt.'

Kohlbrugge heeft een prachtig gedicht voor op zijn eigen graf geschreven. In dat gedicht heeft ook hij van het ontluisterde lichaam de 'lenteknoppen' beschreven. Voor wie in dat geloof mag leven worden de moeilijkste dagen toch om 'dóór te komen' en die ontvangt kracht om zelfs de 'zwaarste gang' te maken. Daarbij hoeven we ons voor ons verdriet niet te schamen. In heel wat oude Joodse graven zijn de tranenflesjes van Psalm 56 : 8 gevonden. Men schaamde zich ook in Israël niet voor z'n verdriet. Wél worden we in Deut. 11:1 en Lev. 19 : 28 gewaarschuwd, dat on­ze uiting van verdriet niet over bepaalde grenzen zal heengaan. Daar zal aard en karakter ook zeker een rol bij spelen. Maar laat bij ons het pilletje van de dokter 'om je flink te houden' niet gaan verdringen het 'zich sterken in de Heere, mijn God'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Rondom de begrafenis (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's