De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waarom woeden de heidenen...?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waarom woeden de heidenen...?

6 minuten leestijd

Psalm 2

Psalm 2

We stonden op de dijk te kijken naar de eindeloze stoet Duitse soldaten, die langs trok. Richting huis! De oorlog was voorbij! Mijn broertje en ik waren naast een Hollandse soldaat gaan staan, die er voor moest zorgen, dat in zijn sector alles goed verliep. We praatten honderuit met hem. Er gebeurde zeker iets, want de soldaat draaide zich plotseling om. Het geweer, dat hij aan de schouder droeg, raakte daarbij met een klap mijn hoofd...

Een andere herinnering, dan deze pijnlijke, heb ik niet aan bevrijdingsdag 1945. Zij liet mij het onvolkomene voelen van de aardse vrede.

Na 1945 zijn er meer dan 50 grote konflikten geweest in de wereld, waarbij tal van doden vielen. Al bleef het bij ons betrekkelijk rustig, met wat voor een prijs moest en moet die rust betaald worden? Een prijs, die veel vragen oproept en velen met angst vervult. Hoe kan dat toch allemaal goed gaan? Hebben we dan niets geleerd? Zijn we dan niets wijzer geworden? Laten de ouderen dan vertellen, wat er gebeurd is en hoe het gegaan is!!

Maar de ouderen hebben verteld, hoe ze gezucht hebben onder het tyrannieke geweld van de bezetting. Hoe ontzet ze waren door de demonie die er stak in een ideologie van ras, bloed en bodem. Wat waren het een donkere jaren, de jaren van de oorlog. 'Wat waren ze blij toen eindelijk de bevrijding kwam! En ze zongen: 'Nooit, nee nooit geen oorlog meer!' En toch leven we ook vandaag nog in een wereld, die kookt. Een wereld in beroering en rumoer. In heftige beweging en felle strijd. Waarom? Waarom is er nog steeds geen vrede? En in die vraag klinkt de aanklacht, het verwijt mee tot God. 'Waarom laat U dit allemaal toe? Al die ellende en narigheid. Dat bloedig gebeuren. Waarom grijpt u niet in?' Psalm 2 geeft ons een antwoord. Een antwoord vanuit een volk, een klein volk, bedreigd door super-machten. En dat door die groot-machten ook keer op keer onder de voet wordt gelopen. Met al de ellende van dien. Ook daar klinkt de vraag: Waarom? Waarom woeden de heidenen, de volken... ? Maar geen aanklacht, geen verwijt klinkt er in die vraag, terwijl God toch, de God van alle volken, Zich op bijzondere wijze met dat kleine volkje verbonden had. Hij zou speciaal hun God zijn en zij Zijn volk. Maar geen verwijt, geen aanklacht, dat God Zich niet gehaast had hen te redden. Maar verwondering, dat de volken zo dwaas deden. En zekerheid, vertrouwen en hoop, dat God allen, die op Hem vertrouwen, niet beschamen zal. Had God niet al lang Zijn vrede aangeboden? !

Hij deed na de zondvloed de geslachten geboren worden. En na de torenbouw van Babel ontstonden de volken, de rijken. In hun onderscheid. In hun nationaliteit. Maar God gaf het geheel niet prijs. Israël maakte Hij tot Zijn eigendom. Om als een teken van hoop voor de volken te dienen. Teken van 'Het Koninkrijk'. 'Het Koninkrijk', waarin God de grondslag wenste te zien van de eenheid van de volken. In Israël ontstak God het licht, gaf Hij Zijn wet. Met de bedoeling, dat Israël dat licht, Zijn wet zou indragen in de volken. En dat de volken zouden komen om in dat Licht te wandelen. En er eenheid en vrede zou zijn. Onder het koningschap van God. Maar de volken wilden die band niet. Zij vochten voor eigen eer en grootheid. 'Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.' En Israël ging op in zijn uitverkiezing. En sloot zich zo af van zijn eigen roeping. Eigen weg, eigen politiek volgde elk. Maar de heerschappij van God werd niet erkend. En wrevel was op de aarde...

En niet anders was het, toen God ten laatste Zijn Zoon zond. Met Zijn aanbieding van vrede. En het Evangelie de wereld in ging. Om de volken op te roepen tot geloof en bekering. 'Kust de Zoon!' Kent en erkent Hem als de Koning der ere! Onderwerpt je aan Hem! Laat je door Hem leiden! Maar ook dan willen we 'eigen meester zijn, niemands knecht'. En omdat we dat willen, daarom is er die wereldwijde onvrede.

En wat in de volken leeft, leeft in het hart van de enkele mens evenzo. Wij willen eigen baas zijn. Wij willen leven zonder God, tegen God. Ons van Hem losmaken. We zijn toch ook nog wel wat en we hebben toch ook nog wel wat. Ongeloof en afkerigheid. De tegenmachten die ons voortstuwen in onze afval van God. Die de onvrede in ons hart steeds groter maken. Die tegenmachten zullen groter en groter worden. Ze zullen verbinding zoeken met elkaar en in dé volken. Totdat heel de wereld, al de volkeren, als één machtig leger van opstandigen, verbonden in één grootste samenzwering tegen God en Zijn Gezalfde zal opstaan. En dan... zullen ze overwinnen?

'Waarom bedenken de volken ijdelheid?' Verwondering is er bij de dichter. Wat een blindheid? Denken ze nu werkelijk...?

'Die in de hemel woont zal lachen; de Heere zal hen bespotten.' God lacht. En al de beraadslagingen, klein en groot, alles wat wij zo belangrijk vinden, blijkt ijdel te zijn. God lacht en... toornt. Over de brutaliteit van de mens. Hij roept hem ter verantwoording. En wie, als de grote dag van Zijn toorn is gekomen, wie zal bestaan?

'Onder Uwe heerschappij, zijn wij zalig, zijn wij vrij!' Dat ga je zingen. Als je door de ontferming van de Geest leert erkennen en kennen dat de heerschappij van satan, van ons hart onvrede betekent, gebondenheid, uiteindelijk de dood. Maar dat als je je gevangen geeft onder de heerschappij van God en Zijn Gezalfde dat dat zaligheid, vrede, vrijheid betekent. 'Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.'

Leg de wapens tegen God opgeheven neer en leer door genade kennen de ellende van je opstandigheid en ongeloof. Dat geeft je geen vrede en vreugde hier.

Bidt de Heere, dat Hij Zich over u ontfermt en u, aangrijpend door Zijn Woord en Geest, u een hart geeft, dat op Hem vertrouwt. Dat op de Heere Jezus ziet. En bij Hem schuilt. Ziende op Hem mogen we zeker zijn van de uitkomst. Eenmaal zal 'Het Koninkrijk' er in volkomenheid zijn. Het land van de belofte. Van de vrijheid. En van de vrede. En van de zaligheid. Tot in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Waarom woeden de heidenen...?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's