De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nieuwe ontwikkelingen in de catechese (3)

Bekijk het origineel

Nieuwe ontwikkelingen in de catechese (3)

7 minuten leestijd

Catechese is dienst aan het Woord.

Nadat we in het eerste artikel een globale indeling gaven van het boekje van prof. K. A. Schippers: werkplaats catechese, en in een tweede artikel enkele positieve aanzetten besproken hebben, willen we in dit derde artikel enkele kritische vragen stellen.

1. De eerste vraag betreft die naar de verhouding van de catechese tot het ambt. Als we prof. Schippers goed begrepen hebben ziet hij geen direkt verband tussen catechese en het ambt. Op blz. 25 schrijft hij: We vinden in de Bijbel geen aanwijzing voor de noodzaak van een ambtsdragercatecheet. De gemeente zelf is catechetische gemeente en de catechetische begaafdheid wordt haar geschonken (Rom. 12:7)'.

Ik vind dat je dit zo niet kunt zeggen. Er zijn andere lijnen in de Schrift aan te wijzen waarin het ambtelijke wel vertegenwoordigd is in het onderricht van de gemeente. Ik denk aan de catechese door de priesters in het Oude Testament. Ik denk aan de apostolische opdracht: 'Leert hen (de volken) onderhouden alles wat Ik u geboden heb' (Matth. 28 : 19). In Efeze 4:11 wordt gesproken over herders en leraars. Dit ambtelijke aspect dient m.i. niet uit het oog verloren te worden. Het is er evenzeer als het charismatische. Op blz. 27 zegt Schippers: 'In de laatste vijftig jaar is catechese van ambtelijk onderricht geworden tot onderricht van de gemeente'. Om dit in het algemeen zo te stellen is niet juist. Nog minder juist is het zich daar bij neer te leggen.

Catechese is dienst aan het Woord. Het Woord heeft een kritische functie. Die kritische functie bedient zich van het ambt. Bij ambt denk ik b.v. aan de formulering van A. A. van Ruler: 'De ambten in de kerk zijn teken, herinnering, analogie van het apostolisch gezag, met het doel de gemeente te bewaren bij en te roepen tot haar apostolisch fundament en karakter' (Bijzonder en algemeen ambt, blz. 63). In het ambt zit een tegenover t.o.v. de gemeente. Dat is ook in de catechese wezenlijk. Wie het ambt uit de catechese verwijdert, devalueert haar. Ze komt dan niet meer op uit het normerende Woord, maar eenzijdig uit het omgaan van de catecheet en catechisanten met dat Woord.

In de praktijk betekent dit, dat er niet alleen een gemeentelijke, maar ook een ambtelijke verantwoordelijkheid bestaat t.a.v. het inhoudelijk gebeuren van de catechese. Beslissingen t.a.v. de doelstelling van de catechese, de leerstof van de catechese, het leerplan van de catechese, het werkplan (zoals voorgesteld voor Schippers), deze alle dienen door de ambten in de gemeente te worden genomen. Maar het charismatische dan? Dit element is er zeker ook en zal alleen tot eigen schade teamverband catechisatie geven, behoeven zij niet allen ambtsdrager te zijn. Maar laat wel het ambt in dat team centraal staan. Behalve de predikant denken we aan een ouderling (met bijzondere opdracht), voor de catechese. Ook in een catechese-commissie (c.q. werkgroep) dient het ambt deze centrale plaats te hebben.

2. De tweede vraag gaat over de zogenaamde huiscatechese. D.w.z. dat er door vrijwilligers in de gemeente in de huiselijke situatie catechese wordt gegeven aan de jongeren van de gemeente. Ik meen te merken, dat Schippers daar positief tegenover staat (blz. 32, 56). Deze vorm van catechese heeft de laatste tijd steeds meer belangstelling gekregen, vooral binnen de gereformeerde kerken. In dec. 1982 verscheen van het catechetisch centrum te Kampen (geweldig, zo'n centrum!) een brochure: 'Een aanzet voor een opzet, handreiking bij het opzetten van huiscatechese'. Als ik het goed zie, signaleren we hierin een beweging van het catechisatielokaal in het kerkgebouw vandaan naar de huiselijke situatie van de gemeenteleden. Daar zijn zeker voordelen aan verbonden, vooral van praktische aard (geen ordeproblemen meer, meer openheid, betere sfeer enz.). En toch heb ik op dit punt mijn grote twijfels. Is deze beweging geen reaktie-houding. Een anti-institutaire, anti-kerkelijke, anti-gezagshouding, waarvan we de gevolgen niet kunnen overzien. We worden in deze twijfels versterkt door hetgeen Schippers schrijft in Evangelisch Commentaar (maart 1983): 'De weerstand tegen "van bovenaf-situaties" groeit. Kerkdienst en catechisatie worden door velen zo ervaren. Aan twee ontwikkelingen kan worden geïllustreerd dat we hier met een belangrijk gegeven hebben te doen. De tweede ontwikkeling, die ik op het oog heb tekent zich af in de snelle groei van de huiscatechese. Men kan hier bijna van een beweging spreken. Duizenden vrijwilligers, die in hun huizen tienduizenden catechisanten ontvangen, doorbreken wekelijks de "van bovenaf" structuur van de catechese'. Kweek je door deze nieuwe vorm van catechese geen voedingsbodem voor het anti-institutaire, het anti-kerkelijke, het anti-ambtelijke? Is het niet onze opdracht om ondanks al het falen van de kerk, toch te trachten bij de jongeren van de gemeente liefde voor de kerk bij te brengen? Is er in de huiscatechisaties ook niet het gevaar van individualisme? Kweken we geen ongewenste pluriformiteit, afhankelijk van iedere huiscatechetische situatie? Schippers pleit voor een werkplaats voor de catecheten. Ik ook. Maar daar behoren de catechisanten ook bij. Een goed catechisatielokaal in het kerkgebouw behoort tot de toerusting van de christelijke gemeente. Ik bedoel het niet denigrerend of hoogmoedig als ik voorzichtig vraag: als deze bewering nu eens een tijdsverschijnsel is? Wat dan? Als er dan geen catechisatielokaal meer in de kerk is? Als de jongeren niet meer weten dat ze daar terecht kunnen? Mijns inziens is het in normale omstandigheden zaak, dat naar de catechisatie gaan betekent: naar de kerk gaan. Daar horen onze jongeren.

3. De derde vraag raakt de relatie catechese - geloofsbelijdenis - avondmaal. Deze koppeling is voor Schippers zinvol, maar niet bindend. Allereerst, omdat hij rekening wil houden met de invoering van de kindercommunie. Deze kan als een gegeven ingebouwd te worden in het catechetisch werkplan van de gemeente (blz. 26 en 60). Behalve principiële bezwaren tegen de kindercommunie, zijn er ook catechetische bezwaren. Een ontkoppeling van belijdenis en avondmaal voert ook tot ontkoppeling van catechese en openbare geloofsbelijdenis. Schippers stelt deze laatste ook facultatief (60-61).

Ik denk dan... we kunnen niet overzien, wat we hiermee losmaken! Dit raakt het wezen van de catechese. Het is één van de grondgedachten van de reformatorische catechese, dat de Heilige Geest de gedoopte kinderen van de gemeente door middel van het onderricht wil leiden tot een eigen geloofsbeslissing t.a.v. de God van het Verbond.

Het is niet in overeenstemming met historische gegevens, als Schippers op blz. 26 zegt: 'Nog omstreeks 1800 geschiedt de toelating tot het Avondmaal op de leeftijd van 14 jaar. In diezelfde tijd wordt het ook een openbare plechtigheid. Zo ontstaat het instituut van de openbare geloofsbelijdenis (de aanneming). Wat de leeftijd van het afleggen van de belijdenis betreft zijn er vanaf de reformatie verschillende varianten. Eén ervan vinden we bij J. van Lodenstein (1620-1677), die spreekt van belijdenis doen op 17-18 jarige leeftijd (Beschouwinge Sions, I, 190).

In Dordrecht is de geloofsbelijdenis al in 1576 een openbare aangelegenheid (Th. W. Jensma. Uw rijk kome, I, 67). Vroeger kan het niet. Het afleggen van de openbare belijdenis is in de reformatorische kerken altijd één van de voornaamste doelstellingen van de catechese geweest. Zij is een noodzakelijk complement van de kinderdoop. Kinderdoop - catechese - belijdenis - avondmaalsgang, zij hangen alle met elkaar samen. Verandering in het één doet de hele structuur veranderen. We dienen goed te beseffen dat we met de ontkoppeling: doop - catechese - belijdenis - avondmaal breken met een oer-notie in de catechese, zoals zij vanuit de Schrift door de reformatie werd en wordt opgevat.

Er zijn nog wel meer vragen te stellen. Ik laat het hierbij. Samenvattend zou ik willen zeggen, dat het boekje van Schippers een wezenlijke bijdrage levert tot hernieuwde bezinning op de catechese. Ook al delen we al zijn opvattingen niet, dat neemt niet weg, dat we hem erkentelijk zijn voor dit boeiend catechetisch materiaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Nieuwe ontwikkelingen in de catechese (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's