De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

12 minuten leestijd

Wie verre, reizen doet kan veel verhalen. Vandaag geef ik in deze rubriek een drietal berichten door over bezoeken uit 'onze kring', waarbij aandacht werd gegeven aan projecten, die vanuit Nederland elders in de wereld worden gesteund.

Ds. L. J. Geluk en ds. R. J. v. d. Hoef bezochten Sri Lanka, in verband met het feit dat de Gereformeerde Bond in 1981 geld bijeen zamelde ter gelegenheid van het vijf en zeventig jarig bestaan voor de Wolvendaalsche Kerk aldaar. Zij zullen over hun bezoek uitvoeriger in ons blad schrijven. Hier volgt een eerste impressie, overgenomen uit de dagbladpers:

'De offervaardigheid van de leden van de Dutch Reformed Church op Sri Lanka, het vroegere Ceylon, is zeer groot. De 4000 leden van deze kerk houden, ondanks het feit dat zij zelf tot de arme en middengroepen van de bevolking behoren, hun kerk in stand met slechts geringe steun van buitenaf.

Dit is één van de conclusies van ds. L J. Geluk, voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Samen met ds. R. J. van de Hoef heeft hij namens de Bond de DRC op Sri Lanka bezocht. Deze kerk heeft vroeger nauwe banden gehad met de NHK. De eerste gemeenten in 1642 waren het resultaat van het bezoek van Nederlandse zeelieden. De DRC, ook wel Wolvendaalsche Kerk genoemd, houdt zich nog steeds aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Ter gelegenheid van zijn 75-jarig bestaan in 1981 heeft de Geref. Bond een actie gehouden voor deze kerk. De twee Nederlandse predikanten mochten tot hun verrassing de eerste steen leggen van een verenigingsgebouw in Colombo, dat met geld van de Geref. Bond wordt gebouwd. De bijdragen uit de jubileumactie zal de DRC gebruiken voor aankoop van een drukpers voor het drukken van evangelisatielectuur, een uitbreiding van het bejaardentehuis, het werk in het weeshuis van de kerk en de bouw van een kosterswoning in Colombo.

De DRC heeft 9 gemeenten, waarvan 7 in de hoofdstad Colombo. Er zijn vijf predikanten en een emeritus, drie kandidaten zijn in opleiding. Er is geen synode, maar een centrale kerkeraad, waar alle ambtsdragers, ongeveer vijf per gemeente, bijeenkomen. In het binnenland onderhoudt de kerk vier zendingsposten en voorts zijn verspreid zeven evangelisten werkzaam. Deze verzorgen onder meer het godsdienstonderwijs op de scholen. Hoewel de christenen slechts enkele procenfen uitmaken van de bevolking, hebben de predikanten van de Geref. Bond niet de indruk gekregen dat die minderheid wordt gediscrimineerd. De staatsradio zendt zelfs veel kerkdiensten uit. De Geref. Bond zal volgens ds. Geluk ernstig overwegen de steun aan de DRC voort te zetten.'

***

Enkele jaren geleden kwam in het (hervormd-gereformeerde) Bezinnings Comité Israël het plan op om In Nederland aandacht te vragen voor de psychiatrische kliniek Kfar Shaul in Jeruzalem, waar oorlogsslachtoffers worden verpleegd. Na enkele jaren van voorbereiding, waarbij de eerste werkzaamheden voor de vernieuwing van de kliniek konden worden betaald doordat een grote particuliere gift (ƒ 400.000, - ) was ontvangen, zijn thans de werkzaamheden in volle gang. Het hervormd werelddiakonaat stelt vijf jaar een bedrag van ƒ 100.000, - ter beschikking. Er is een stichting van vrienden van Kfar Shaul gevormd, die zich ten doel stelt uit het geheel van de kerken gelden voor dit project bijeen te brengen (voorzitter ondergetekende, secr. ds. T. van Weelie, penn. dhr. J. Haeck). Dezer dagen mocht een nieuwe wooneenheid worden geopend in aanwezigheid van vele genodigden. De heer J. Haeck te Hoevelaken voerde het woord namens de Nederlandse stichting. We ontvingen uit Israël het volgende verslag, opgesteld door drs. G. H. Cohen Stuart:

'Eind vorige week was het een historisch moment in de geschiedenis van het psychiatrisch ziekenhuis in Kfar Shaui en een bijzonder moment in de verhouding tussen Nederiand en Israël. Tussen de middag werd door de minister van gezondheid E. Shostak samen met de penningmeester van de Stichting "vrienden van Kfar Shaul", J. Haeck, een nieuwe wooneenheid geopend, die door de bewoners van Beth Shalom, huis des vredes is genoemd.

Kfar Shaul (dorp van Saul) is een psychiatrisch ziekenhuis even buiten Jeruzalem. Het is een lang vergeten inrichting. Toen na de stichting van de staat Israël, 35 jaar geleden, bleek, dat niet alle overlevenden van de concentratiekampen geestelijk gezond waren, werd al heel snel de behoefte duidelijk aan een mogelijkheid deze mensen te verzorgen en te verplegen. Er was geen geld. Er was geen geschikte ruimte.

Tenslotte stelde in 1951 de toenmalige regering een verlaten Arabisch dorp ter beschikking, toen nog vrij ver buiten de stad, DeirJassin. DeirJassin was een van de smetten op de jonge staat. Daar had een terreurgroep onder leiding van Menachem Begin, de huidige primier, de bevolking uitgemoord. Er leek dus een smaad op het dorp te liggen. Misschien is het symbolisch dat er na de slachtoffers van lichamelijk geweld nu slachtoffers van geestelijk én fysiek geweld wonen. Indirect immers zijn ook de slachtoffers van Deir Jassin slachtoffers van het allesvernietigende antisemitisme.

IDYLLISCH?

Het dorp was er en bleef er. Het werd een dorp voor een 400 patiënten. Op deze donderdag lag het er schitterend bij. Er was een vriendelijke zon, zoals vaakinhetvoorjaarhier. Alles wat bloeien kon in de tuinen om de pittoreske huisjes stond in bloei. Nederlanders die in de buurt waren en het zo zagen liggen, hadden de indruk van een idyllisch plaatje. Je zou denken, ideaal voor de verzorging en verpleging van deze mensen. Totdat je de gelegenheid gegeven werd om verder te kijken. De Arabische huizen van voor 1948 hadden geen sanitair. Bovenverdiepingen zijn alleen buitenom, met een trap bereikbaar. Er zijn zo goed als geen ingangen zonder drempels. Alle straten in het dorp liggen tegen steile hellingen.' Dat laatste was niet zo erg voor de jongeren, die op bezoek waren, maar veel oudere patiënten kunnen er nauwelijks meer wandelen. Die kunnen soms de trappen nauwelijks op en af. Omdat er geen sanitair was in de huizen en geen geld om ze van binnen drastisch te verbouwen, staan overal op het terrein toiletgebouwtjes, wasgelegenheden. In de afgelopen winter met veel nachten, dat er sneeuw viel, met veel zware regenbuien moesten de patiënten bij nacht en ontij tot 100 meter lopen door de koude om naar het toilet te kunnen.

Centrale verwarming is er ook niet in het dorp. Oliekachels kunnen gevaarlijk zijn, omdat patiënten niet altijd weten wat ze doen. Enkele malen moesten patiënten daarom naar het ziekenhuis gebracht omdat ze op het punt stonden van de kou te sterven.

De omstandigheden zijn mensonwaardig. De staf van het ziekenhuis weet dat en doet naar je gevoel soms meer dan wat in zijn vermogen ligt om dit te doorbreken. Daarom was het een verademing voor hen, toen een vijftal jaren geleden een Nederlandse verpleegkundige die daar werkt, de nood onder de aandacht bracht van enkele mensen uit de Hervormde Kerk die zochten naar een mogelijkheid om echt iets te doen in Israël en een stuk werkelijke nood aan te pakken.

Vanaf het eerste moment dat ze er kwamen hebben ze begrepen wat de nood hier was, hoe schrijnend, hoe schokkend. Vanuit dat eerste bezoek is een hechte samenwerking gegroeid tussen de Stichting Vrienden van Kfar Shaul in Nederland met de commissie Werelddiakonaat van de Ned. Herv. Kerk en bestuur en staf van Kfar Shaul.

RENOVATIE

En nu was het zover, dat de eerste stap gezet kon worden op de weg naar renovatie van het ziekenhuis. Een kleine stap. Een juweeltje van een wooneenheid voor tien patiënten. Voor mensen die minimaal 25 jaar in "het ziekenhuis" waren. Eén van de patiënten, die met zware depressies uit het concentratiekamp gekomen is en sinds die tijd geleefd heeft op grote "slaapzalen", zonder enige privacy heeft eindelijk een normaal bed en een kast op een kamer met drie andere patiënten. Na ruim 40 jaar eindelijk weer in menswaardige omstandigheden.

Deze wooneenheid is helemaal zelfstandig. Alleen het feit al, dat ze er voor de opening een zes weken woonden, blijkt therapeutisch te werken.

Maar daarmee is de nood nog lang niet gelenigd. Integendeel. Nu blijkt hoe het zou kunnen en hoe het zou moeten, is de ontevredenheid over de bestaande toestanden alleen maar gegroeid. Er is alleen nog maar meer reden om al het mogelijke te doen om mee te helpen en mee te werken aan het scheppen van een menswaardig bestaan voor deze mensen.'

De Nederlandse Stichting 'Verpleegkundigen voor Israël' beijvert zich al jaren voor hulp in Israël, door verpleegkundigen met behulp van geld uit de Nederlandse kerken uit te zenden naar Israël. Met name de, heer H. Meindert te Gouda is in deze zaak zeer actief. Dezer dagen werd de heer Meindert ontvangen door de minister van gezondheid in Israël. Over deze ontmoeting het volgende verslag:

'Aanwezig zijn: de Minister voornoemdZ. E. Eliezer Shostak en zijn secretaresse, dhr. dr. Barel, psychiater district Jeruzalem, dhr. en mevr. Meindert en dhr. F. v. d. Kolk, lid moderamen van de Synode Ned. Hervormde Kerk. Tolk: mevr. Noömi Kohn-Bonéh.

De minister heet het gezelschap hartelijk welkom. Hij zegt op de hoogte te zijn gesteld van het werk van de stichting en dat van dhr. Meindert in het bijzonder. Hij heeft grote waardering voor dit werk. Het is zeer indirect gericht en vooral de gekozen ziekenhuizen heeft zijn instemming. Het kan ten voorbeeld worden gesteld voor andere landen. Hij wil dan ook graag zijn grote dank hiervoor betuigen en hij mag dit ook doen namens de regering.

De heer Meindert krijgt vervolgens gelegenheid uiteen te zetten hoe het werk tot stand is gekomen en wat het nu geworden is sedert 1977. Hij legt er de nadruk op, dat de stichting zorgvuldig nagaat in hoeverre hulp dringend noodzakelijk is. Ook heeft ten aanzien van de besteding der gelden een doelmatige controle plaats. De hulp wordt verleend in de vorm van betaling van salaris, pensioen, sociale lasten en dienstkleding van twaalf Israëlische verpleegkundigen in negen ziekenhuizen, alsmede het bekostigen van de voor deze verpleegkundigen noodzakelijke instrumentaria en apparatuur, zulks ter verlichting van hun taak. De hulp wordt verleend aan ziekenhuizen, kinderafdelingen en couveuse-afdeling, nierdialyse, hartbewaking, bejaardentehuizen, geestelijk gestoorden, kinderen welke suikerpatiënt zijn, revalidatie-centra enz. De gelden worden voor ongeveer de helft bijeen gebracht door Prot. Chr. kerken en overigens door particulieren, instellingen, verenigingen en scholen.

De minister is geïnteresseerd in de wijze waarop kerken in deze meewerken. De heer Van der Kolk memoreert, dat aanvankelijk de giften van meer privé-personen afkomstig waren. Langzamerhand zijn ook de plaatselijke kerkbesturen duidelijker gaan inzien dat zij ten opzichte van Israël mede een grote schuld op zich hebben geladen. Een schuld die niet meer is uit te wissen. De kerken zijn gaan inzien, dat zij misschien nog wat kunnen goedmaken, zodat zij mede hun schouders willen zetten voor deze directe vorm van hulpverlening. De minster heeft er behoefte aan te zeggen, dat huns inziens de kerken in Nederland geen schuldgevoelens hoeven te hebben, omdat juist Nederland één van de landen is, waar het meest voor de joden is gedaan. De minister vraagt of dit alle kerken zijn of een bepaald deel én of het individuele kerkleden zijn of ook de kerk-organisaties.

Dhr. v. d. Kolk zegt, dat het in hoofdzaak de meer orthodoxe kerken zijn, die zich hiervoor inzetten zoals de Ned. Hervormde kerk, de onderscheidene Geref. kerk, de Chr. Geref. kerken, Geref. en Oud-Geref. gemeenten e.a. De giften zijn zowel van individuele kerkleden als bijdragen en koliekten van kerkeraden en diakoniën, gestimuleerd vanuit de vergaderingen van deze kolleges. In dit verband komt ook het werk van ds. Cohen Stuart ter sprake, die o.a. op zijn beurt de kerken in Nederland regelmatig informeert d.m.v. persoonlijke brieven.

De minister weet, dat er ook andere klanken naar voren komen via de nieuwsmedia. Hij denkt, dat de kerken meer hun eigen koers kunnen laten blijken dan de politici, omdat bij laatstgenoemde vooral commerciële belangen (b.v. olie) een rol kunnen gaan meespelen.

Dhr. Meindert wijst er op, dat er naast de nieuwsmedia, die vaak minder positief ten opzichte van Israël staan, ook nog andere kanalen zijn, die corrigerend werken. Hij noemt met name het zeer grote aantal kerkelijke bladen. De minister is daar erg blij mee. Hij wil nog wel onderstrepen, dat naast het belang dat Israël had om Noord-lsraël te vrijwaren van de ondragelijke agressie vanuit Libanon ook de christenen in Libanon op deze wijze zijn gered van een totale vernietiging. Om deze christenen heeft zich namelijk niemand anders dan Israël bekommerd.

Terugkomende op de giften welke door de stichting worden ontvangen - er is per jaar ongeveer een bedrag van f 450.000, - nodig, noemde dhr. Meindert de wijze waarop tal van belangrijke giften totstandkomen en de vele bijschriften welke op de giroformulieren voorkomen. Mevr. Meindert memoreert o.a. een opschrift ten tijde van de Libanonkwestie; dat luidde: 'Is Israël in nood... er zal verlossing komen'.

De minister zegt door dergelijke voorbeelden erg getroffen te zijn en is merkbaar geroerd.

Bijna aan het einde van het gesprek werd de minister aan de telefoon geroepen voor een gesprek met premier Begin. De premier liet ons weten erg geïnteresseerd te zijn in deze hulpverlening en de daaraan verbonden werkzaamheden. Hij dankte de Nederlandse afvaardiging voor hun aktiviteit daarin en deed dit uit naam van de gehele regering.

De minister sloot het gesprek af met een dankwoord, waarna dhr. Meindert hem namens de stichting een boek aanbood met luchtfoto's van Nederland in kleurendruk. Jeruzalem, 26 april 1983

Opgesteld door F. v. d. Kolk,

Hogeweg 85 te Amersfoort'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's