De voorzienigheid van God
Alleen door het geloof - alleen door de genade - alleen in de wedergeboorte - alleen in de bekering - alleen in de rechtvaardiging - alleen zó wordt de voorzienigheid van God ten volle evident (duidelijk)!
Met de klassieke traditie én onze gereformeerde vaderen houden wij staande: Er is een algemene openbaring van God. Maar - voegen we hier onmiddellijk aan toe - buiten het geloof doen we hier niet zo veel mee! Buiten het geloof komt de mens (ook de rechtzinnige mens zonder zaligmakend geloof) hooguit tot een vertekend beeld van God, van zijn regering en van zijn voorzienigheid.
K. Exalto noemt dit voorzienigheidsgeloof op z'n best een schaduw van het ware geloof. En wij stemmen hiermee in! Het gehele voorzienigheidsgeloof zonder de levende band met God en zijn Christus - al doet zich dit nog zo rechtzinnig voor - dit hele voorzienigheidsgeloof is meer anthropologisch (vanuit de mens) dan theologisch (vanuit God) gestruktureerd.
Heeft men in de traditie van onze gereformeerde vaderen het zogenaamde historisch geloof niet te hoog aangeslagen? Zeker, de gereformeerde theologie heeft de verkiezing, in haar dogmatische bezinning, vooraf laten gaan aan de voorzienigheid. Hierin onderscheidt ze zich wezenlijk van de Thomistische scholastiek uit de middeleeuwen. Maar heeft zij - en dan met name de Nadere Reformatie - zich in de praktische uitwerking wel helemaal los kunnen maken van dit scholastieke denken? !
Is de trinitarische strukturering (vanuit de Drie-eenheid) en de christologische fundering (vanuit Christus) van het geloof niet vaak een heel eind zoek? ! En dus óók het theologiseren en praktiseren vanuit de praedestinatie? ! En is zó ook het voorzienigheidsgeloof niet steeds meer een eigen leven gaan leiden? En is dit niet de oorzaak van allerlei gefrustreerde en geperverteerde (verdraaide) opvattingen van de voorzienigheid van God?
Een heroriëntatie op de Reformatie zou heilzaam zijn!
Calvijn
In Calvijns voorzienigheidsgeloof is geen plaats voor het Barthiaanse activisme noch voor ultra-gereformeerde (uiterst-rechtse) lijdelijkheid. In zijn commentaar op Gen. 22 : 8 zegt Calvijn: Abraham vlucht in de schuilplaats van de Goddelijke voorzienigheid. In zulke engten is het enige middel om niet te gaan wanhopen, dat wij de afloop aan God overlaten, dat Hij door de woestijn een weg zal banen. Zo krijgt God van ons geen geringe eer, als wij in verwarde zaken toch in Zijn voorzienigheid berusten. Abraham betuigt, dat hij niet tevergeefs de toevlucht genomen heeft tot Gods voorzienigheid. Hij erkent, dat die ram daar niet toevallig dwaalde. Op de berg des Heeren zal het voorzien worden! De naam van die plaats toont aan, dat God niet slechts voor de Zijnen vooruit zorgt, maar ook duidelijk Zijn hulp toont. In volgorde is dit het eerste, dat God met Zijn verborgen voorzienigheid vaststelt, wat voor ons nuttig is, maar daaruit vloeit het andere voort, dat Hij Zijn hand tot ons uitstrekt en Zich door waarachtige ervaringen zichtbaar maakt.'
Het is heilzaam er op te letten, dat Calvijn zeker zo veel nadruk legt op Gods 'voorzien' als op Gods 'vooruit zien'. In Institutie 1, 16, 4 zegt hij: 'De lezers moeten dus in de eerste plaats vasthouden, dat voorzienigheid genoemd wordt, niet dat God uit de hemel werkeloos aanschouwt wat er op de aarde geschiedt, maar dat Hij als het ware het roer vasthoudend, alle gebeurtenissen bestuurt. Zo heeft zij evenzeer betrekking op de handen als op de ogen. Immers, toen Abraham tot zijn zoon zei: God zal het voorzien! wilde hij niet slechts verzekeren, dat God wist wat er zou gebeuren, maar ook de zorg voor die onbekende zaak toevertrouwen aan de wil van Hem, Die in moeilijke en verwarde zaken uitkomst pleegt te schenken. En daaruit volgt, dat de voorzienigheid Gods wordt gesteld in werkzaamheid! Want al te onverstandig bazelen velen, dat ze gelegen is in bloot vooruit zien.' Calvijns conceptie van Gods voorzienigheid is dus veeleer dynamisch dan statisch.
Verzelfstandigd
't Is ook veelzeggend, dat het Bijbelse werkwoord 'voorzien' verzelfstandigd is in de dogmatiek in het zelfstandige naamwoord 'voorzienigheid'. Bovendien moeten we er op letten, dat in Gen. 22 : 8 de voorzienigheid staat in het kader van de verkiezing, getuige de gehele context (verband) van de Abrahamsgeschiedenis.
Het behoeft nauwelijks betoog, dat de Barthiaanse reaktie geen oplossing biedt. In het Barthianisme vallen verkiezing en voorzienigheid samen. En wel zodanig, dat dit leidt tot de leer van de algemene verzoening. In dit raam is er geen plaats meer voor het particuliere van de genade en het particuliere van het geloof. In wezen is de Barthiaanse theologie een ideologie, die, getuige het huidige moderne denken, op haar beurt vele ideologieën gebaard heeft. Wij handhaven met Calvijn de dubbele praedestinatie (verkiezing én verwerping). Maar Gods Raad omvat méér dan verkiezing en verwerping. In de Raad Gods is óók besloten hoe wij tot het geloof mogen komen. En daarmee is dan ook onze eigen verantwoordelijkheid in de Raad Gods opgenomen. Zo gezien duldt de voorzienigheid Gods geen lijdelijkheid, evenmin als aktivisme.
Met de voorzienigheid Gods corresponderen (staan met elkaar in contact) alleen de genade en alleen het geloof.
Zondag 10
Als de gereformeerde belijdenis dan in de Heidelbergse Catechismus Zondag 10 vraagt: 'Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods? ' - dan spreekt zij in het antwoord van Gods 'vaderlijke hand'. En dat, terwijl ze in de vorige Zondag had beleden 'dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus... om Zijn Zoons Christus wil mijn God en mijn Vader is'.
En als we dan de gehele Heidelbergse Catechismus (en dus óók Zondag 10) eens onder de noemer brengen van Zondag 1... Wat is dan onze enige troost - ook ten aanzien van de voorzienigheid Gods? ! Deze: 'Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en in sterven, niet mijns, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben...'
Alleen door het geloof - alleen door de genade - alleen in de wedergeboorte - alleen in de bekering - alleen in de rechtvaardiging - alleen zó wordt de voorzienigheid van God ten volle evident (duidelijk)!
Rom. 8 : 28 'En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn'. En daar hebt u dan de voorzienigheid vanuit de verkiezing... in Christus!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's