Rondom de begrafenis (7)
De laatste reis de duurste reis?
Het ligt voor de hand om in een artikelenserie als deze óók aandacht de besteden aan de kosten van een begrafenis. Die kosten kunnen nogal sterk variëren, en daarom is het goed om van te voren inzage te vragen in de tarieven. Het lijkt mij onjuist om een begrafenis onnodig duur te maken. Omdat de naaste familie in droeve omstandigheden met deze zaken in aanraking komen, wordt hierin een grote verantwoordelijkheid gelegd bij betrouwbare begrafenisbedienaars. Natuurlijk is 'het beste niet goed genoeg' voor onze geliefde overledene (een dure kist, een duur graf, kostbare bloemstukken, enz.) tóch worden we als christenen geroepen om ook hierin een eigen stijl te hebben. In Amerika wordt geadverteerd met heel dure lijkkisten 'die een langdurige bescherming bieden', maar wie mag weten wat het betekent 'in Gods Handen' te zijn, die zal zich dit soort onnodige kosten besparen. Bovendien leren we in het geloof ook anders aan te kijken tegen uiterlijke dingen. Als er in 1 Petr. 3 gesproken wordt over 'uiterlijk versiersel' en 'de verborgen mens des harten', dan staat dat in het kader van 'het winnen van de ander voor het Woord van God'.
Tijdens één van de synoden in de zestiende eeuw werd besloten, dat over de kist altijd een 'baarkleed' zou liggen, opdat er niet gepronkt kon worden met een kostbare kist.
Enkele weken voor zijn heengaan bepaalde Calvijn, dat hij zou worden begraven in een eenvoudige dennenhouten kist, zoals alle eenvoudige mensen in Geneve.
Het spreekt vanzelf, wat we ons als kerk nooit laten betalen voor onze 'dienst' rond een begrafenis. De aanwezigheid van predikant en ouderling (waarbij ik in een volgend artikel uitgebreider hoop stil te staan) is een aanwezigheid, waarin de dienst van het Woord gestalte krijgt. Daarom is het onjuist om voor dat éne telefoontje, dat de bedienaar heeft met de predikant op een gespecificeerde rekening een aparte post op te voeren onder het hoofd 'geestelijk verzorging' of iets dergelijks.
Ook miskraam begraven
In december is de nieuwe wet op de lijkbezorging in de Tweede Kamer besproken. In dat kader kwam óók aan de orde de vraag wat er gebeurt met een 'niet-levensvatbare-vrucht', waarbij dan meestal de grens van 24 weken wordt aangehouden. Op vragen van de drie kleinere christelijke fracties heeft de minister toegezegd een schrijven te doen uitgaan naar alle beheerders van gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria.
Omdat de nieuwe wet op de lijkbezorging niet geldt voor foetussen jonger dan 24 weken, zal de minister er in dit schrijven op aandringen rekening te houden met gevoelens, die er op dit punt onder ons volk leven.
Door de staatssecretaris voor Volksgezondheid werd toegezegd in het overleg met het Koninklijk Medisch Genootschap aan te dringen op een 'kiese' behandeling van foetussen beneden de 24 weken. Dit laatste ziet vooral op abortusklinieken.
De wetgever heeft het bij een miskraam over 'weken', maar het Woord van God spreekt in psalm 139 : 16 over dagen. In het licht van deze psalm en van andere bijbelgedeelten is Gods bemoeienis met wat wij een miskraam noemen zó duidelijk, dat wij er niet achteloos mee mogen omgaan. Het mag niet zo zijn, dat wat voor God een naam heeft voor ons 'geen naam zou hebben'.
Er zijn in ons land een drietal begraafplaatsen voor huisdieren. Wie dat weet, zal zeker ook ruimte willen inruimen op onze begraafplaatsen voor kinderen, die spontaan of door ingrijpen van anderen wél het leven hebben gehad, maar niet het levenslicht hebben aanschouwd. Waar in het hart van ouders plaats was (én blijft) voor kinderen, die hier op aarde soms naamloos zijn gebleven, daar mag het toch niet zo zijn, dat 'de dokter maar moet zien, wat hij er mee doet'.
'Jij kwam, jij ging een korte weg een enk'Ie voetstap in het zand. Wij weten slechts vanwaar, waarheen van uit Gods Hand tot in Gods Hand.
Bloemen of steentjes?
'Als uit het aantal bloemstukken bij mijn begrafenis moet blijken, hoezeer ik gewaardeerd ben, dan benauwt mij dat. Het verwelkt namelijk zo gauw. Geen bloemen bij mijn begrafenis, ik krijg ze liever eerder.' Er zijn al heel wat opmerkingen gemaakt in deze trant. Toch is dit een onderdeel waarover ik liever zou spreken dan schrijven. Zo gemakkelijk worden er opmerkingen gemaakt, die mensen onnodige pijn kunnen doen. Toch mag er niet over gezwegen worden, omdat in onze tijdeen begrafenis meer dan eens gaat lijken op een bloemencorso.
Wie doorgrondt een mensenhart, dat er behoefte aan heeft om het óók bij een begrafenis 'te zeggen met bloemen? ' Is dat een machteloos gebaar om toch iets van waardering te laten blijken? Of is het 'om er van af te zijn? ' (wél bloemen sturen, niet zelf komen is condoleren). Of is het om de ernst en het definitieve van de dood te 'verbloemen?' Of 'gewoon, omdat moeder zelf zo van bloemen hield? '
Het rabbinaat van de Joodse gemeenschap in Amerika heeft onlangs nog weer eens bepaald: 'Elke Jood dient zich strikt aan het voorschrift te houden dat er een eenvoudige houten kist, zonder opsmuk, wordt gebruikt en dat bloemen in of op de kist dienen achterwege te blijven. Pluimen, fluwelen baarkleden e.d. zijn ten strengste verboden en alle tekenen van uiterlijk vertoon en welstand worden ontraden'. Op een Joodse begraafplaats vind je geen bloemen, wel steentjes op het graf. Daar is het de gewoonte om bij ieder bezoek aan het graf een steentje achter te laten als bewijs, dat iemand nog niet vergeten is.
Het lijkt mij, dat een christen het bij een begrafenis mag zeggen met wat er in de bijbel meer dan eens staat 'het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van God blijft'. Als dat Woord opengaat en de troost van dat Woord mag worden beleefd, dan wordt zelfs een begrafenis zonder bloemen geen 'kille vertoning'. Integendeel. Dan worden er van een begrafenis bloemen meegenomen naar huis.
Bloemen voor je hart.
Bloemen, die niét verwelken.
Vergeet-Mij-niet-jes.
Je vindt er niets
Ik denk aan die moeder, die nu al vier jaar komt om een bos bloemen te zetten op het graf van haar verongelukte zoon. Ik probeer me in te denken, waarom zij dat doet, want ik denk, dat ze er iedere keer weer teleurgesteld vandaan komt. Hoevelen is het zo niet vergaan, als ze na korter of langer tijd weer eens op het kerkhof kwamen. 'Je vindt er niets', hoor je dan vaak zeggen.
Een ander uiterste is dat we er nooit meer komen. Dat lijkt me ook niet juist. Van een aantal kerkvaders uit de oude kerk is bekend, dat zij lieten beloven dat de plaats, waar zij begraven werden onbekend zou blijven. Zij vreesden, dat andere mensen hun graven zouden gaan vereren. Dat heeft ook Calvijn gevraagd, en daarom was een paar maanden na zijn heengaan al niet meer precies aan te geven , waar zijn graf op de algemene begraafplaats Plain palais in Geneve was.
Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn, waarom men dit verlangt. Toch lijkt mij een eenvoudige gedenksteen, met de naam en de geboorte-en sterfdatum, en vooral een korte belijdenis van de hoop op het eeuwige leven zinvol. Op deze wijze wordt een begraafplaats (zoals eertijds de catacomben in Rome), een plaats, waar zelfs 'de stenen spreken'. Ook daarom lijkt het mij goed om van tijd tot tijd op een begraafplaats te komen en zoveel mogelijk zélf het graf te onderhouden.
Nogmaals, je vindt er niets, en toch, als ik denk aan die uitdrukking, die we in het Oude Testament vaak tegenkomen 'tot zijn vaderen vergaderd worden', dan heb ik het gevoel, dat ik bij een wandeling op een begraafplaats op één of andere manier dat voorgeslacht in die 'sprekende stenen' ontmoet.
Er is een tendens om zoveel mogelijk de sporen van de dood uit onze samenleving weg te wissen. Wie geloven mag, dat Jezus Christus de dood heeft overwonnen door de angel, de prikkel er uit te halen, die hoeft begraafplaatsen niet te ontlopen.
Wie met het levende Woord van God in het hart over de akker der doden wandelt, behoeft er niet somber en weemoedig vandaan te komen. En door Gods genade is er toch de hoop, ook voor het lichaam:
'Straks roept de Heer Zijn welbeminden in 't licht der held're zonneschijn dan zullen zij elkaar hervinden en zonder einde samen zijn.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's