De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Angst of vreze des Heeren?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Angst of vreze des Heeren?

N.a.v. een boek over generatieconflicten

9 minuten leestijd

Ouderen zeggen: 'We hebben het geloof helaas niet door kunnen geven.'Jongeren zeggen: 'Ik geloof wel, maar dat kan ik ook buiten de kerk.'

Jaren geleden verscheen een boek van Michel van der Plas en Godfried Bomans onder de titel 'In de kou'. Ze beschreven daarin hun gemeenschappelijke roomse afkomst en de wijziging, die het roomse leven in de loop van de tijd heeft ondergaan. Velen - van huis uit strenge rooms-katholieken - bevonden zich in de kou, omdat datgene wat vroeger móest, wilde je een goed katholiek zijn, nu niet meer hóefde.

Zó vertrouwde me het een keer een oudere rooms-katholieke man toe. Vroeger móest men biechten. Tegenwoordig was dat niet meer nodig. Maar de biechtstoel was voor de betreffende persoon intussen wel een plaats geweest, waar God zélf, om zo te zeggen, aanwezig was. Met knikkende knieën ging je erheen om te vertellen wat je gedaan had. Angst voor God werd via de biechtstoel gekweekt. En toen die biechtstoel wegviel, viel God ook weg.

Hij deed er sindsdien niet meer aan. Het roomse geloof had hij afgezworen.

Nu moeten we niet denken dat dit verschijnsel alleen maar in rooms-katholieke kring voorkomt. Het komt evengoed in protestantse kring voor. Het is misschien wel een algemeen religieus verschijnsel. Gods beelden komen overal voor. God is immers de Onzienlijke, die een ontoegankelijk licht bewoont! Waar Hij woont en troont schouwen onze ogen niet. We moeten het hebben van horen zeggen, met eerbied gesproken. Maar ieder maakt zich toch zo zijn of haar voorstellingen van God. En kerken doen er het hunne ook toe om een beeld van God te scheppen. Rome via de biechtstoel. Protestantse kerken soms ook door middel van dreiging en oordeel, wanneer het om bepaalde zonden gaat of om het niet zijn zoals het móet zijn van mensen.

De lezers beseffen intussen wel dat ik nog bezig ben het probleem algemeen te beschrijven. Maar het probleem bestaat! Van beslissende betekenis is toch wel hoe ouders hun kinderen opvoeden, welk beeld zij hen meegeven van God. Is het een God van wie ze zelf gehoord hebben, met een geoefend oor in het Woord, of is het een God van wie ze Zijn bestaan vermoeden maar die dan ook voor hen een soort 'Boeman' - geciteerd in het hierna te noemen boek - is?

Wat in de kinderjaren wordt gezaaid, wordt in het latere leven gemaaid. Kinderen zijn wel niet helemaal produkt van hun opvoeding - want de almacht Gods gaat daar altijd nog bovenuit. Maar kinderen zijn toch ook wél mede bepaald door hun opvoeding. Wat hebben ze van en over God meegekregen? Een God van oordeel alleen, of ook een God van liefde? Een God van liefde alleen of óók een God van recht?

'Twee geloven in een huis'

Eigenlijk kwam ik tot het thema van dit artikel door lezing van een boekje, dat een beetje in het verlengde ligt van het eerder genoemde boek van Bomans en Van der Plas. Het heet 'Twee geloven in een huis' en beschrijft, wat de schrijver noemt 'het geloof van de tussengeneratie' . Wat daarmee bedoeld wordt? Op de omslag staan twee uitdrukkingen.

Ouderen zeggen: 'We hebben het geloof helaas niet door kunnen geven.'

Jongeren zeggen: 'Ik geloof wel, maar dat kan ik ook buiten de kerk.'

Daar hebt u de spanning in rooms-katholieke gezinnen van vandaag.

Is het in protestantse kring anders? Daar ligt soms ook een spanning tussen de generaties. Ouders hebben verdriet over kinderen, die niet meegaan in het spoor, dat ze zelf gingen. Kinderen - zelf volwassen geworden, laten we ons dat altijd goed beseffen - kunnen soms niet meer in het spoor gaan, dat die ouders gingen.

Hella Haasse, de schrijfster, verwoordt het - blijkens genoemd boekje - zo: 'U hebt verdriet om mij als om iemand, die door eigen schuld aan een ongeneeslijke ziekte lijdt. Ik houd van u maar ik zal het u nooit kunnen zeggen. Nu ik me tenslotte van u heb vrijgemaakt, houd ik van u, want ik kan uw innerlijke krachten afmeten aan mijn verzet. Ik heb geen ander houvast dan dat ik u uw zekerheden niet benijd.'

Is dit een duistere zin? Het is de realiteit in veel levens vandaag. Ouders met zekerheden van vroeger worden geconfronteerd met kinderen, die die zekerheden zelf opgeven of ze opnemen in hun leven in de vorm van verzet ertegen.

'Maar', zegt de schrijver van het genoemde boekje, 'veel ouders moeten nu tot zichzelf zeggen: 'waar is mijn zekerheid van vroeger gebleven? Zien mijn kinderen nog zekerheden om te benijden?' De vraag is maar - en wat in dit boekje over rooms-katholieken staat is een spiegel voor anderen - wat de aard van onze zekerheden is. Is het 'gebod op gebod' en 'regel op regel' of is het gelegen in 'geloof dat door de liefde werkt'?

Natuurlijk hebben ouders óók hun onzekerheden. Het is echter wél bepalend of dat permanente onzekerheden zijn en ze die (soms) achter harde wetten verbergen of dat het onzekerheden zijn, die ze ook met hun kinderen bespreken kunnen (mogen). Anders zouden kinderen de lijnen van huis uit wel eens door kunnen trekken naar hun eigen leven later, waarbij ze dan van die schijnzekerheden afhaken en onkerkelijk worden. Zoals rooms-katholieken het voor gezien houden nu de biecht is afgeschaft.

Echte generatieconflicten komen wel niet zo vaak meer voor, zegt het boekje. Kinderen gaan gewoon vroeg de deur uit, op kamers wonen. Ze houden het thuis voor gezien, want ze hebben er geen geborgenheid gevonden. 'Het aantal weglopers is drastisch gestegen', zegt het boekje. De ouders zijn dan ook vaak niet eens meer 'lijfelijk aanwezig'. Wat móet je dan als jongere? Moeder werkt en vader werkt. En de 'zekerheid' van de godsdienst blijft over? Dat is natuurlijk geen zekerheid.

Dat is surrogaat. En door dat surrogaat zien jongeren vandaag heen, omdat het geen liefde nalaat en uitwerkt. De uiterste consequentie is: jongeren, die in Amsterdam stuurloos rondzwerven, uit welke milieus ze dan ook komen. Ze hebben thuis (hoogstens nog) een godsbeeld meegekregen, maar geen geloof in God op Wie vertrouwd werd, die meeging in de tijd, ook door de moeilijke perioden heen.

Ik lees weer (mee) in het genoemde boekje. Ouders zeggen: 'We hebben het niet door kunnen geven. Onze kinderen zijn goede mensen, maar ze geloven niet in God en gaan nooit meer naar de kerk. Is goed-mens-zijn wel genoeg? '

Natuurlijk is 'goed-mens-zijn' niet genoeg. Maar wordt zo het christelijke leven toch niet vaak overgedragen en voortgezet? Ik citeer nu maar enkele uitspraken van gewezen katholieke jongeren:

'ik geloof nu bewuster, ik denk er nu over na, in mijn jeugd stond alles vast';

'ik geloof nu minder dogmatisch, ruimer dan vroeger, men heeft ons vroeger van alles wijsgemaakt, wat later overboord is gezet', 'vroeger was het wel erg passief, nu vind ik mezelf een actief christen'.

'na mijn 33e ben ik minder rooms, maar beter gelovig geworden';

'er is zo weinig eenheid meer, ieder moddert op zijn eigen manier';

'het gevoel van een grote gemeenschap is bij mij weg';

'vroeger had ik een geloof dat vooral gebaseerd was op angst voor en straf van God. Ik 'geniet' nu meer van m'n geloof';

'als je nu gelooft is het uit overtuiging en vroeger was 't meer dwang';

'vroeger werden we geleefd';

'het geloof werd met de paplepel ingegeven';

'vroeger liep het geloof als een rode draad door mijn leven, nu is het afstandelijker;

'ik geloof bijna niets meer, heb alleen nog hoop en liefde over';

'ik zou niet meer de katholiek kunnen zijn, die ik als kind was.'

Men zal zeggen: stemmen uit rooms-katholiéke kring. Ze worden zo echter ook gehoord bij jongeren, die afhaakten in soms kerkelijke, protestantse gezinnen. De vraag is intussen: wat kreeg men mee, angst voor God of vreze des Heeren?

Vreze des Heeren

Wie de vreze des Heeren (van huis uit) meekreeg, raakt er nooit meer van los, ook niet als hij afhaakt. Niet alléén maar 'gebod op gebod' en 'regel op regel', maar verbintenis met God, in tafelgebeden, in gebeden, die op afgezonderde plaatsen werden opgezonden, in omgaan met de Schriften, in heenwijzingen naar de toekomst, waar God alles en in allen is, en dan ook - na dit alles - in wegwijzers, want Geboden van God voor het heden.

Mensen zeggen vaak: we laten onze kinderen vrij. Dat is de grootste misdaad, die men aan kinderen kan bewijzen. Want men laat ze vrij vanuit een liberaal beginsel of vanuit een wettisch beginsel, beide buiten de vreze Gods om. Wie z'n kinderen echt vrijlaat, laat ze vrij in de vreze Gods, die men zelf beoefent en betoont.

Er zijn generatieconflicten die nog niet gelijkstaan met verschillen in de beleving van ouderen en jongeren. Want die laatsten die mógen er zijn. Ik bedoel echte generatieconflicten, die te maken hebben met diep verschillend verstaan van de geestelijke dingen door ouderen en jongeren. Waardoor jongeren op hun ouders afhaken, of schijnen af te haken.

Er is wat dit betreft echter een geloof in God, dat geen geloof is, links en rechts. Het is een angst voor de 'Boeman-God', waarover het genoemde boekje spreekt. Tegengesteld aan de vreze des Heeren. Zoals drs. A. de Reuver het op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond zei, namelijk dat vreze des Heeren is - hij verwoordt het altijd zo naar zijn catechisanten toe - 'ontzaglijk en vreselijk veel houden van God'.

God is vreselijk en ontzaglijk. Maar in het 'houden van' ligt de omslag. Zó hebben mensen het door de tijd heen ervaren. Ze hebben gehoopt op God, óp hoop tégen hoop. Ze hebben God lief gehad, omdat Hij hen eerst had lief gehad. Ze zijn daardoor niet verstrikt in banden van biecht of gebodsregels. Maar ze hebben in vrijheid voor Gods Aangezicht ge­ staan. Zó ook hun kinderen (be)geleid. Niet in angst voor God. Maar in Zijn vrees.

Met eerbied en diep ontzag.

Of we dan altijd onze kinderen vasthouden? Niet altijd, vaak ook wel. Tekenen ervan zijn gelukkig tóch telkens weer aanwezig, namelijk als ook jonge mensen heen kunnen gaan met de belijdenis van de Naam nog op de lippen. Gelopen de loopbaan, die hen was voorgesteld!

Het boekje uit rooms-katholieke kring was me als het om positieve opvoeding in de vreze des Heeren gaat toch te vrijblijvend, te beschouwelijk. Het echte geloof breekt ook vandaag door onze onzekerheden heen. De voorbeelden liggen om ons heen, als een 'wolk van getuigen' (Hebr. 13).

N.a.v. 'twee geloven in een huis', uitgave Ambo, Baarn, 159 pagina's.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Angst of vreze des Heeren?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's