De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waar begint het...?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waar begint het...?

7 minuten leestijd

'Want het is de tijd, dat het oordeel beginne van het huis Gods; en indien het eerst van ons begint, welk zal het einde zijn dergenen, die het Evangelie Gods ongehoorzaam zijn? ' 1 Petrus 4 : 17

In deze tijd, waarin zoveel bijzondere weersomstandigheden de gehele wereld treffen en in ons land de overvloedige regen vooral de landbouw treft, hoor ik nogal eens mensen in de voetsporen van hun voorgangers zeggen, dat de oordelen Gods laag boven ons land hangen. Ja, zelfs een minister sprak over 'rampzalige gevolgen' voor ons volk. Nu heb ik daar geen moeite mee om te geloven, dat de Heere ook door deze dingen op een bijzondere manier tot ons spreekt. De Zaligmaker heeft over de tekenen der tijden gesproken, die de wereld merkbaar zullen zijn (Matth. 24). De profeten hebben eertijds tot het volk zo vaak geroepen: 'Merkt op...!' Er is zoveel opmerkelijks. Met één opmerkelijke zaak heb ik in ieder geval wél moeite.

Gelijk sommigen peper en zout gebruiken om hun eten te kruiden, gebruiken politieke en kerkelijke predikers nog wel eens 'ach' en 'wee' om hun tijdredes en preken te kruiden. Het oordeel komt over ons land vanwege de hand-over-hand toenemende goddeloosheid en wereldgelijkvormigheid in de kerk. Er is geen waarheid meer...! Althans bij de anderen niet meer! En men slaat zichzelf over.

Dat doet Petrus niet en dat doet niemand die eerlijk is gemaakt door en voor God. Als Petrus op de Pinksterdag de toegestroomde menigte in staat van beschuldiging stelt (Hand. 2 : 23 en 36) en de Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, dan worden ze verslagen van hart. Dan is er geen tijd en geen lust om de schuld bij een ander te zoeken, maar is er iets van het bekende psalmwoord: 'Zo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan? ' En daar is maar één antwoord op: Niemand! Petrus had in zijn brief 'ach' en 'wee' kunnen gaan roepen over het verval van de kerk, van het huis Gods. Waren de apostelen niet gedurig door de Hoge Raad op het matje geroepen en werd hen niet verboden door de kerkelijke en synagogale autoriteiten het Evangelie van Jezus Christus te prediken? Zeker is dat het geval, maar toch vervalt Petrus niet tot kerkelijke hoogmoed. Neen, hij zegt erbij: .. .en indien het eerst van ons begint...'. Het oordeel Gods begint niet in de wereld: noch 'in het boosaardige Amsterdam, waar alles mag' (zoals men wel eens zegt), noch 'in het koude hoge Noorden', maar in dat duistere, harde hart van ons. Wij hebben immers God op 't hoogst misdaan, wij zijn van het heilspoor afgegaan; ja wij, en onze vaad'ren tevens, verzuimend' alle trouw en plicht, vergramden God, de God des levens, Die zoveel wonderen had verricht.

O, als we eens begonnen waar God begint. Dat het oordeel wel-verdiend is. Ik weet ook best, dat wij liever een mooie, lieve, aardige, troostrijke preek horen. Meditaties en preken over het oordeel, , het gericht van God, Die alles doorziet en doorzoekt, staan niet op ons verlanglijstje. O ja, wij kunnen er van genieten dat Paulus die Galatiërs uitzinnig (of zoals in de grondtaal staat 'idioot') noemt en dat de profeten Israel's wangedrag 'hoererij' noemen. Daar weten we zelfs nog een passende psalm bij 'Gij roeit hen uit, die afhoereren en u de trotse nek toekeren'. Maar denken wij wel inclusief-sluiten wij onszelf er wel bij in?

Want wat is het oordeel Gods? Dat is niet wat Paulus elders in zijn brief noemt, dat de elementen brandende zullen vergaan! Dat is wél wat de Zaligmaker heeft genoemd: 'De liefde van velen zal verkillen'. Dat is nog véél erger dan dat eerste. Verkilling van de liefde onder elkander komt daardoor, dat men geen zicht meer heeft op en geen leven meer zoekt uit de liefde Gods, Die daar is in Christus Jezus. Dat is het fundament van de Gemeente en als dat er niet meer is, ontbreekt alles.

Zo en daarom werd aan de Gemeente van Efeze in Openbaringen 2 een heleboel goeds toegeschreven, maar... Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. De liefdegeur in de kerk, die elk ander, ook die van de wereld waren, tot liefde moest nopen, die tot jaloersheid moest verwekken 'Ziet, hoe lief ze elkander hebben' heeft plaatsgemaakt voor stank. Is dat geen oordeel?

Misschien zijn er onder de jongere of oudere lezers van deze meditatie wel, die zeggen: 'Voor mij hoeft het zo niet! Wij zijn (Ver) Bondsgemeente'. Als u daarmee bedoelt te zeggen, dat het u persoonlijk en als lid van uw gemeente niet raakt, dan vraag ik u: 'Hebt u dan God lief boven alles en uw naaste als uzelf?' Durft en kunt u dat met de hand op het hart zeggen? Als u zich verheft op het lid-zijn van de Gemeente, vraag ik u in alle eerlijkheid: 'Weet u wel wat genade is en wat het Verbond inhoudt?'

Petrus heeft het met veel vallen en opstaan moeten en mogen leren. Zaliggesproken door de Zaligmaker Zelf, omdat vlees en bloed het hem niet hadden geopenbaard, dat hij beleed dat Jezus was de Christus, hoorde hij óók 'Ga weg achter mij, satanas, want gij verzint niet de dingen die Godes, maar die der mensen zijn'. Bij de lijdensaankondigingen verzette hij zich en aan de avondmaalstafel heeft Jezus het tot hem gezegd, dat de satan zeer begeerd had om hem en de anderen te ziften als de tarwe. De Heiland voegde eraan toe: 'Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophouden zou. En wanneer ge eens bekeerd zult zijn, zo versterk uw broeders'.

Dat is Petrus nooit vergeten. Zijn brief getuigt ervan en waarschuwt daarom de christenen in de verstrooiing, dat ze aan veel verzoekingen bloot staan. Wie zal dan staande blijven? De rechtvaardige zal nauwelijks, dat is met moeite, zalig worden. Die zaligheid zal er niet zijn voor degenen, die het Evangelie Gods ongehoorzaam zijn.

Je kunt dat van de wereldling zeggen. Die wist in Petrus' dagen niet of nauwelijks wat het Evangelie Gods was. Maar het geldt hier sterker de gemeenteleden, die onder de prediking van het Evangelie hebben verkeerd, maar wier hart nog in de dingen der wereld zat en wier leven dat vroeg of laat ook openbaar deed worden. Ongehoorzaam zijn heeft in Gods Woord altijd de betekenis van niet willen horen en niet willen buigen. Dat betekent dat er op het belijden van Christus geen christelijke levenspraktijk volgde. Dan kan het aanvankelijk wat schijnen, maar het verval komt onherroepelijk.

Zien we dat niet gebeuren vandaag de dag? 'Ik vind, dat wat Petrus predikt voor vandaag niet meer geldt', zegt iemand. 'Wij leven in een andere tijd dan de apostelen en profeten', zegt een synode. Wat is er veel eigen willige godsdienst, dat als een vroom vernisje ons leven moet opsieren. Wat hebben we het zonder uitzondering als kerken, als Gemeenten naar Gods Naam genoemd, nodig onszelf te onderzoeken.

Wordt er onder ons niet veel meer geleefd uit de macht der gewoonte dan uit de overmacht van de Heilige Geest? Laten we toch alstublieft Petrus' woorden niet wegdrukken en zeggen dat het bij ons nog zo slecht niet is. Ook kerkelijke hoogmoed komt voor de val.

't Was toen voor Petrus en nu voor ons niet overbodig dit woord ter harte te nemen, wat hij eerder in het teksthoofdstuk had aanbevolen. 'En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchter en waakt in de gebeden. Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van zonden bedekken.'

Dat geldt voor het eerst en bij vernieuwing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Waar begint het...?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1983

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's