De Dokkumer Wouden kerkelijk en geestelijk
Het koude hoge Noorden (9)
Slechts enkele andere gemeenten in Friesland behielden ook nog enige tijd min of meer hun gereformeerde signatuur, maar in de loop der tijden verdween ook daar nagenoeg het gereformeerde element.
De Doleantie werd dus door invloedrijke leiders en soms met geweld doorgezet in tal van Friese gemeenten. Zonder intussen de 'synodale' tegenpartij, de Hervormden, in dergelijke gevallen van alle schuld te willen vrijpleiten, moet gezegd worden, dat het geweld voor de dolerenden dikwijls een bewust element in hun kerkstrijd was. Dat blijkt o.a. uit de notulen van de Hervormde Gemeente van Wouterswoude, waar wij in de dagen dat de Doleantie al hoog en breed 'in de lucht zat' nadrukkelijk een voorstel vermeld vinden om de preekstoel 'met geweld' voor de moderne dominees te sluiten. Gelukkig wees de kerkeraad dit gewelddadige voorstel af en besloot schriftelijk toestemming te vragen zich van moderne ringpredikanten te mogen vrijwaren.
Wouterswoude en Driesum
De Hervormde Gemeente van Wouterswoude deed, toen het er op aankwam, trouwens met de Doleantiebeweging bewust niet mee. Het is bekend van de door haar zo geliefde predikant ds. P. J. Hopman (vertrokken in 1881) dat hij in zijn latere gemeente Ouderkerk aan den IJssel beslist weigerde met de Doleantie mee te gaan, omdat de Heere hem daarvan kennelijk weerhield. Zijn opvolger te Wouterswoude, ds. J. P. Eringa, was er wel een voorstander van, maar deze was juist in 1885 van Wouterswoude vertrokken naar Birdaard, waar hij - zonder zijn gemeente - in doleantie ging. Wouterswoude was zodoende juist in de Doleantie-periode vakant en deed niet mee. Plaatselijk was er ook heel geen aanleiding toe. Wel traden er, onder invloed van de landelijke beweging, individueel enkele aanhangers van ds. Ploos van Amstel uit de gemeente.
Ook Driesum deed niet mee. Ds. Woldringh was er in 1883 nog door ds. Ploos van Amstel bevestigd, maar hij wenste hem in dezen op zijn weg niet te volgen. Wellicht had zijn houding mede invloed op Wouterswoude, waarbij in die jaren consulent was. Zo kunnen wij stellen, dat te Driesum en Wouterswoude, waar de Doleantiebeweging nagenoeg geen vat op de gemeenten kreeg, het gereformeerde element in de Hervormde Gemeenten bleef bewaard en door de prediking werd gevoed. Waar uit andere gemeenten om zo te zeggen het 'gereformeerde bloed' grotendeels was weggevloeid, werden zo deze beide Hervormde Gemeenten met het behouden van hun gereformeerde signatuur vanzelf tot een uitzondering in de Dokkumer Wouden.
Slechts enkele andere gemeenten in Friesland behielden ook nog enige tijd min of meer hun gereformeerde signatuur (Suawoude, Tietjerk, Rinsumageest, Wanswerd, Oosternijkerk, Oudemirdum, Koudum, Woudsend e.a.), maar in de loop der tijden verdween ook daar nagenoeg het gereformeerde element.
Achterblijvenden erkend
Intussen staat vast, dat sommige van de leidinggevende figuren in de Doleantie niet zover wilden gaan, dat zij de Ned. Herv. Kerk tot valse kerk zouden verklaren (zoals de Afgescheidenen wel hadden gedaan). Ds. J. J. A. Ploos van Amstel van Reitsum wordt ons getekend als een man, die geen vrede kon vinden op zijn kerkelijke gangen. Hij ging wat rusteloos en onzeker zijn weg. Dat blijkt wel bij kennisneming van zijn eigen uitspraken, de Ned. Herv. Kerk betreffende, na zijn uittreding. Ds. Ploos erkende, dat er in de Ned. Herv. Kerk nog altijd vrijheid was om de Christus te prediken naar de eis des Woords. Zij, die bleven, bleven niet altijd om redenen van zelfbehoud, maar om de Ned. Herv. Kerk nog te kunnen blijven dienen. 'Ons past het niet al de schuld op een ander te werpen en zelf vrijuit te gaan', aldus Vader Ploos. Bovendien, zo meende hij volkomen terecht, niet alles in de strijd droeg een even heilig karakter en niet alle wapenen kwamen uit het tuighuis des Heeren. Hij erkende het volmondig: De Doleantie sloeg kloven tussen broeders en broeders!
Ds. Ploos ging wel uit overtuiging in doleantie, maar niettemin was hij bezet met de vrees: 'Zou de Heere ons nu altijd kunnen laten voortgaan?' Het dolerende triomfalisme deed hem uitroepen: 'Overwinningen zonder verbrijzeling en heiliging des gemoeds leiden tot verhoovaardiging en opgeblazenheid des harten!' En was het zo niet inderdaad? De Dolerenden aarzelden niet om hun beweging een 'Reformatie' te noemen, maar, zo meende Vader Ploos: De vorst der duisternis kan onder de vlag van reformatie ook allerlei sluikwaar binnenloodsen, om misschien straks te laten zien, dat wij in sommige dingen jammerlijk door hem bedrogen waren. Wij kunnen strijden uit reactie tegen personen. En het is volstrekt niet zo zeker, dat men nu ook zal voortvaren op de weg der gehoorzaamheid.
Hoe zag Vader Ploos nu de Ned. Herv. Kerk en hen die er bleven? 'Wij kunnen in onze haastigheid en onkunde', zo zei hij, 'laag nederzien op sommigen die niet aanstonds met ons medegaan, terwijl van velen wel eens zou kunnen gelden het woord van Christus: Vele laatsten zullen de eersten zijn...! Wij moeten niet zo spoedig iemand voor een vijand houden, die toch waarlijk een broeder is'.
Ten opzichte van de Dolerenden sprak hij woorden, waarvan wij nu na bijna een eeuw moeten vaststellen dat zij jammerlijk bevestigd zijn: 'Het is zo mogelijk, dat wij de weg verkeerd inslaan, of dat aanstonds insluipen zonden en dwalingen die van onberekenbare gevolgen kunnen zijn voor de toekomst'. Een andere reeds genoemde leider van de Doleantie in N.O. Friesland was ds. G. H. van Kasteel te Kollum. Maar in 1911 (25 jaren na de Doleantie) schreef ds. Van Kasteel het volgende: 'Men behoort te waarderen de arbeid der Ned. Hervormde broederen, die zoeken het Evangelie te brengen aan zovelen als het hun mogelijk is. Wij mogen op de Ned. Hervormde Kerk niet toepassen het woord: Die vuil is, dat hij nog vuiler worde! Integendeel, wij hebben ons er in te verblijden als Christus er - al ware het ook onder een deksel - verkondigd wordt. Hier en daar is het getal ledige plaatsen - door de Doleantie ontstaan - in de kerkgebouwen der Hervormden meer dan gevuld daar, waar een rechtzinnige prediking gehoord wordt. Ja, in tal van gemeenten waar in de dagen van de Doleantie slechts een liberale of moderne prediking te horen viel, arbeiden nu in de Ned. Herv. Kerk rechtzinnige leraars'.
Tot zover enkele stemmen van leidinggevende dolerenden. Bezien wij een volgend maal enkele plaatselijke situaties uit de dagen na de Doleantie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's