De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Woord aan het woord laten! (5)

Bekijk het origineel

Het Woord aan het woord laten! (5)

8 minuten leestijd

Allegorese en typologie horen bij elkaar. De allegorese vergeestelijkt de tekst, de typologie ziet in personen, gebeurtenissen en getallen van de Bijbel typen, afbeeldingen van wat later zou geschieden.

In ons vorig artikel maakten wij de opmerking, dat de Voetianen zich doorgaans niet met het vergeestelijken hebben beziggehouden en de Coccejanen dit ernstig kwalijk namen. De Coccejanen op hun beurt wierpen evenwel de Voetianen tegen, dat zij dezelfde methode toepasten als het in hun kraam te pas kwam. Zo wanneer zij Hosea 1 verklaarden waar wij lezen hoe God de profeet beval een vrouw van lichte zeden te trouwen. Om het aanstotelijke daarvan weg te nemen, zeiden de Voetianen dat dit niet werkelijk gebeurd was. Hosea had slechts een visioen gehad. Dat is ook allegorese, vergeestelijken, riepen de Coccejanen en hierin hadden zij gelijk. De Coccejanen beriepen zich inzake het vergeestelijken op de kerkvaders, doch niet minder op de Bijbel. Wanneer hen bv. een verwijt werd gedaan, dat zij de geschiedenissen van Jacob en Ezau, Hagar en Ismaël al te zeer vergeestelijkten dan beriepen zij zich op Paulus in Galaten 4. Het maakt echter een groot verschil of de Schrift i.e. de Heilige Geest een bepaalde zaak geestelijk maakt óf dat de mens met zijn min of meer spitsvondige geest de zaak vergeestelijkt en alle historische verbanden uit het oog verliest. Dit laatste zal men van Galaten 4 in geen geval kunnen stellen!

Typologie

Ofschoon de typologie buiten het kader van deze reeks artikelen valt en een geheel nieuwe reeks zou bevatten, willen wij toch even hier op ingaan, omdat hier ook ontsporingen worden aangetroffen. Allegorese en typologie horen bij elkaar. De allegorese vergeestelijkt de tekst, de typologie ziet in personen, gebeurtenissen en getallen van de Bijbel typen, afbeeldingen van wat later zou geschieden. Ook in de Bijbel is de typologie te vinden. Denkt u maar aan de Hebreeënbrief. De afbeeldingen in die brief wijzen echter allen naar Christus en Zijn heerlijke dienst. Hoe gevaarlijk de typologie kan zijn en de eerbied voor de openbaring Gods wegneemt blijkt uit het volgende voorbeeld. Vitringa (overleden 1722) verklaarde de geschiedenis van de kaalhoofdige Elisa, die uitgescholden werd door 42 kinderen, welke daarop door 2 beren verscheurd werden als volgt: Bij Elisa moet men denken aan Paulus, die immers ook zijn hoofd kaal had laten scheren, bij de kinderen aan de 40 joden die een samenzwering tegen hem hadden gesmeed, de twee beren waren... Vespasianus en Titus, die Jeruzalem hadden verwoest. Ook de psalmen vormen een vruchtbaar terrein. Zo zou bijv. het eerste vers van Psalm 43 een gebed van de kerk der reformatie tegen de vervolgingen van de paus zijn. In een vorig artikel toonden wij aan, hoe het Hooglied vergeestelijkt kan worden. Met de typologie wist men wat het Hooglied betreft ook raad. Het hele Hooglied bleek een schets te zijn van de kerkgeschiedenis, alle keizers, koningen, keurvorsten en graven, en zelfs Arminius en Vorstius werden erin aangeduid. Eenzelfde lot ondergingen eveneens de boeken Daniël, Ezechiël en het boek der Openbaring.

Is het ook geen allegorese/typologie, wanneer het bereiken van de B-status van de E.O. in 52 dagen wordt vergeleken met dezelfde tijd, waarin Nehemia de muur van Jeruzalem bouwde? Wij menen, dat op zulk een wijze de openbaring Gods niet gebruikt mag worden. Daarbij blijven wij de nadruk leggen om toch vooral de kontekst niet uit het oog te verliezen. Want terecht wordt er in Nehemia 6 : 15 gezegd, dat de muur in 52 dagen werd volbracht. Doch achter vers 15 komt vers 16 en daar lezen wij: 'En het geschiedde, als al onze vijanden dit hoorden, zo vreesden al de heidenen, die rondom ons waren, en zij vervielen zeer in hun ogen; want zij merkten, dat dit werk van onze God gedaan was'. Van het eerste gedeelte van vers 16 hebben-wij echter in de afgelopen weken niet zoveel gemerkt. Intussen gunnen wij de E.O. graag haar B-status.

Calvijn en de preek

Calvijn wilde in zijn preken niets weten van vergeestelijken. Wie zijn preken leest bemerkt hoe zij voluit analytisch zijn. Analytisch wil zeggen, dat de tekst voor de preek op de voet wordt gevolgd. De eerbied voor het Woord Gods weerhoudt Calvijn ervan om de tekst in een of ander schema te persen. Hij wil slechts dienaar van het Woord zijn. De gang van zijn preek laat hij van a tot z alleen door de tekst bepalen. Hij kent slechts één hartstocht: zijn hoorders te brengen tot het preciese en zuivere verstaan van wat God in het gekozen Schriftwoord tot de gemeente zegt. Hierbij vergeet hij de concrete situatie waarin zijn hoorders verkeren niet. Hij speelt niet met paradoxen! Hij etaleert geen geleerdheid! Hij pronkt niet met diepzinnigheden noch speculeert hij óp de nieuwsgierigheid van zijn hoorders! Hij past zich ook niet aan bij de smaak of de wensen van allen die naar zijn prediking luisteren. Calvijn verzekert herhaalde malen dat hij allegorieën haatte, paradoxen verafschuwde, vernuftigheden en spitsvondigheden verfoeide. Op zijn sterfbed verklaarde Calvijn, dat indien hij zich daarop had toegelegd hij ook wel scherpzinnige, spitsvondige gedachten had kunnen produceren, maar dat hij alles onderdrukt en zich steeds op eenvoud toegelegd had.

Calvijn én de voorbereiding

Om allerlei spitsvondigheden en vernuftigheden te voorkomen én zich te hoeden voor 'vergeestelijken' legt Calvijn alle nadruk op de voorbereiding van de preek. Hij acht het een grove onbeschaamdheid om zonder een degelijke voorbereiding de kansel te beklimmen. Wie zo iets waagt is 'een verwaande kwast'. Bij het lezen van het boekje 'Transponeren' viel ons op, 'dat dr. A. van Brummelen in navolging van de hervormer hierop eveneens zo'n sterke nadruk legt. Terecht! Hoezeer wij reeds in de Heilige Schrift onderwezen mogen zijn, zo schreef Calvijn eens, het is noodzakelijk dat wij tot het einde leerlingen daarvan zijn en dat wij God bidden dat Hij van dag tot dag ons geloof doet toenemen. 'Voorwaar het zou een te grote verwaandheid zijn van een mens indien hij de preekstoel beklom en zich het ambt van in Gods naam te spreken aanmatigde indien hij niet terdege geoefend was in de Heilige Schrift. Maar zoveel is zeker dat wij alleen op deze conditie dagelijks de kansel mogen opgaan, dat wij zelf leren terwijl wij anderen onderwijzen. Wanneer ik hier op de kansel sta spreek ik niet alleen opdat men naar mij luistert, neen, ik moet ook van mijn kant zelf een leerling van God zijn en het woord dat uit mijn mond voortkomt moet ook mij zelf tot profijt zijn. Anders: Wee mij' (Opp. Calv. XXXII, 501).

Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn, dat een gedegen voorbereiding op de prediking dringend noodzakelijk is. Een dienaar van het Woord zal zich de tijd hiervoor moeten gunnen, maar ook de gemeenten zullen hem die tijd moeten geven en niet verlangen, dat hij van hot naar her rent. Een grondige bezinning hierop is dringend noodzakelijk!

Calvijn contra allegorese

Met een voorbeeld willen wij duidelijk maken Calvijn's weerzin tegen het vergeestelijken. In de Institutie, boek IV, hoofdstuk XVI, 31, kruist hij de degens met Servet. Servet beweerde dat de sacramenten van Christus, evenals ze volmaakt zijn, ook volmaakte mensen eisen, of misschien die tot de volmaaktheid in staat zijn. Na aangetoond te hebben, dat de doop een volmaakt sacrament is en dat naar behoren gedoopt dienen te worden degenen, die door hun leeftijd nog niet in staat zijn zichzelf te onderzoeken, verwijt Calvijn Servet dingen in de tekst te lezen die er niet staan. Volgens Calvijn komt Servet met een allegorie tevoorschijn, wanneer laatstgenoemde in verband met de doop stelt, dat David toen hij de burcht Sion beklom, geen blinden, noch kreupelen, maar volmaakte, flinke soldaten met zich gevoerd heeft (2 Sam. 5:8). Scherpzinning als Calvijn is stelt hij hier tegenover de gelijkenis van het grote avondmaal (Lukas 14 : 15-24), waarin God tot de hemelse maaltijd de blinden en kreupelen nodigt. Fijntjes merkt de hervormer op: 'hoe zal Servet zich uit deze knoop losmaken?' Er is in dit verband nog een allegorie die Calvijn verwijt aan Servet. De apostelen waren volgens deze tegenstander van Calvijn vissers van mensen, niet van kleine kinderen. Maar - zo vraagt Calvijn - wat is dan de bedoeling van de woorden van Christus, dat in het net van het evangelie allerlei soorten van vissen worden samengebracht (Matth. 13 : 47). Worden er geen groten en kleinen, volwassenen en kinderen samengebracht? Letterlijk schrijft Calvijn dan: 'maar daar het mij niet behaagt met allegorieën te spelen, antwoord ik, dat toen de apostelen de taak werd opgedragen om te onderwijzen, hun toch niet verboden werd de kleine kinderen te dopen. Trouwens ik zou ook wel eens willen weten, daar de evangelist spreekt van het vissen van mensen (onder welk woord zonder uitzondering het menselijk geslacht begrepen wordt), waarom Servet loochent, dat kleine kinderen mensen zijn'. Uit een enkel voorbeeld hebben wij u Calvijn's aversie tegen het allegoriseren willen aantonen.

Diepere zin

Uit alle voorbeelden van vergeestelijken die in dit en voorgaande artikelen zijn gegeven, hebben wij kunnen opmaken, dat men aan veelal eenvoudige en doorzichtige woorden van de Schrift een andere - doorgaans een diepere - zin heeft zoeken te geven. Hoe aan­ trekkelijk dit ook moge zijn en hoezeer het verlangen van sommigen in het heden hier nog steeds naar uitgaat, het is een tekort doen aan de volle waarheid. Wfè een waarheid achter de waarheid van de openbaring Gods zoekt, gaat, hoe scherp het wellicht moge klinken, ongeestelijk met de openbaring om en kan daardoor de Heilige Geest bedroeven. Doch over het tekort doen aan de volle waarheid graag in een afsluitend artikel de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Het Woord aan het woord laten! (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's