De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Als de dauw...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als de dauw...

7 minuten leestijd

Ik zal Israël zijn als de dauw.' (Hosea 14 : 6a)

De Heere heeft niet alleen in het Nieuwe Testament gesproken door gelijkenissen. Ook het Oude Testament bevat er heel wat. De tekst van onze meditatie is er een van; en dan wel van een bijzondere teerheid. Als de Heere Zelf spreekt: 'Ik zal Israël zijn als de dauw', dan wil Hij in dit beeld niet slechts laten horen maar ook laten zien wat Hij voor Zijn Kerk wil zijn. Laten we echter niet vergeten, dat achter dit tere beeld van de dauw een bittere werkelijkheid schuil gaat, die Israël toen en ons nu raakt.

Hosea is (ook) in dit hoofdstuk bezig het welverdiende oordeel aan te zeggen. O, daar zijn predikers die dat met het grootste gemak doen. Als ik ervan lees of hoor, denk ik wel eens bij mezelf: Man, weet je wel waar je het over hebt?' Jona zat zich - om het maar populair te zeggen - te verkneuteren over het feit, dat de Heere Ninevé zou gaan bezoeken. Toen het niet gebeurde, werd Jona zeer verdrietig, ja zelfs toornig (Jona 4 : 1). De vraag van de Heere was: '' Is uw toorn billijk ontstoken?' Een vraag die ook aan de discipelen gesteld had kunnen worden, toen ze vuur van de hemel verlangden om 'het vlek der Samaritanen' (Luc. 9 : 52vv) te treffen. Neen, als de Heere Zijn knechten uitstuurt om het oordeel aan te kondigen, dan is er bewogenheid om en onder die opdracht, die dan waarlijk last is. Zo merken we aarzeling bij Samuel als hij Eli eerlijk de waarheid moet zeggen. Zo zucht Jeremia en zo sluit Jesaja (hoofdstuk 53) er zichzelf bij in: 'Wij dwaalden allen als schapen'.

Ondertussen: wat 'n zegen als een dienaar des Woords geen dienaar der mensen is en eerlijk met zijn hoorders omgaat. Zo kan en wil ook Hosea niet zwijgen over wat de Heere bij Zijn eigen bondsvolk waarneemt. Het heeft de Heere de rug toegekeerd en is zijn eigen wegen gegaan, beoefent eigenwillige godsdienst en heeft ondertussen nergens last van. Men vergadert zich - om met Paulus in Romeinen 2 te spreken - naar hun hardigheid en onbekeerlijk hart toorn als een schat in de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods.

Roepen we nu ach-en-wee over dat Israël van toen? Of zijn we bereid in breder verband van land en volk, maar ook op het erf der kerk, ja in eigen hart en leven nu de vraag te stellen: is het vandaag beter?

De Heere kijkt dwars door al het onze heen en wil ons nog genezen van onze afkerigheid en daarom laat Hij als therapie prediken: 'Bekeer u, o Israël, tot de Heere, uw God toe, want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid' (vers 2). De Heere wacht om genadig te kunnen zijn; daarom en daartoe zegt Hij: 'Ik zal Israël zijn als de dauw!'

In het land Israël is de duur en de temperatuur van de zonneschijn zodanig, dat alles verwelkt, verdroogt en verdort. De brandende stralen van de zon doen het gewas neerhangen en het is de verdwijning nabij. Hopelijk begrijpt u wat daarmee wordt bedoeld voor het leven van Israël als volk én voor ons. Waardoor is ons leven dor en onvruchtbaar, verwelkt en verdroogd? Sommige verklaarders spreken over de zonde en de begeerte, die ons kunnen doen branden (denk maar aan Paulus' opmerking dat het beter is om te huwen dan om te branden). Anderen wijzen op het verzengende van Gods toornegloed. Ik meen, dat dat geen tegenstelling is, maar dat het een het ander tot gevolg heeft. Zo kan de een verteerd worden door de zucht naar geld, de ander door de verslavingen en weer een ander put zich uit om zichzelf een goeie naam te bezorgen en verder zoudt u kunnen invullen egoïsme, jaloersheid, sexualiteit, enz. Ja, ook wanneer geleerd is wat genade is, dan kan er een geweldige verdorring en verachtering optreden. Denk maar aan David na de dubbele zonde van overspel en moord; Simson na het verraad van zijn nazireeërschap en Petrus na het onder vloeken en eedzweren verloochenen van zijn Meester. En nu wil de Heere nochtans onze ondergang niet maar ons behoud. Daartoe gebruikt Hij dit beeld van de dauw.

'Ik zal Israël zijn als de dauw.' 's Nachts vormt zich in Israël dauw, die alles doordrenkt, zodat alles weer herleeft. Wat dor en droog was, is weer mals en fris. Wat geen vrucht meer scheen te kunnen voortbrengen, gaat vruchten dragen. Een schone lelie komt tevoorschijn (vs. 6b). In de werking van de dauw is te zien hoe de Heere door Zijn Heilige Geest werkt. Soms is die werking vergeleken met het zuurdesem, dan weer met de wind, waarvan we niet weten vanwaar die komt en waar die heengaat. In de tekst is sprake van dauw, dat de harde aardkorst week maakt en het verlepte en verwelkte blad weer doet groenen en vruchten doet groeien en rijpen.

Wellicht zijn er onder oudere, maar ook onder jongere lezers zulken, die van hun eigen leven moeten zeggen, dat het één grote, harde en onvruchtbare grond is. Ja, ook anderen, die niet vreemd zijn aan wat de Heere eens in hun leven deed en daarna toch ook weer zo dor en doods en troosteloos hard en onvruchtbaar werden. De vertwijfelde vraag kan opkomen: 'Zou de Heer' Zijn gunstgenoten, dacht ik, dan altoos verstoten? Niet goedgunstig zijn voortaan; nimmer ons meer gadeslaan? Zouden Zijn beloftenissen verder haar vervulling missen; vrucht'loos worden afgewacht van geslachte tot geslacht?' (Psalm 77 : 5-ber.). Of, zoals we in Klaagliederen (3 : 16/17) lezen: 'De kroon van ons hoofd is afgevallen; o wee nu onzer, dat wij zo gezondigd hebben. Daarom is ons hart mat, om deze dingen zijn onze ogen duister geworden'. Vandaar dat de bede volgt: Heere, bekeer ons tot U, zo zullen we bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als vanouds'. Ja, uit mij geen vrucht in der eeuwigheid...!

Wat een wonder dat de Heere, Die hier Zelf spreekt 'Ik zal zijn als de dauw'. Juist u, die dat hebt ontdekt en daarover moet klagen, heeft Hij op het oog. Zie nog eens naar de tekstwoorden: 'Ik zal Israël zijn als de dauw'. Waar is de dauw te vinden? Niet in en bij de boomtoppen, maar het dichtst bij de grond, bij het kleinste en laagste gewas. Datgene wat in de diepte verkeert mag de genade van God door Zijn Heilige Geest ontvangen. Wanneer? Net zoals de dauw komt: 's nachts, als het donker is!

Dat is nu in de aanvang en de voortgang van het geestelijk leven altijd weer het wonder en dat wordt er altijd maar groter op, dat de Heere Zich doet overblijven een arm en ellendig volk, dat niets bij zichzelf meer is en heeft, maar dat Hij met Zijn Geest wil bedauwen en het zo tot nieuw leven, tot verkwikking en tot vruchtbaarheid wil brengen. De Geest wil Uitdeler zijn van menigerlei genade, die door de Zaligmaker in Zijn lijden en sterven én opstanding verworven is. De Geest doet als 'de andere Trooster' (Joh. 14 : 16) trouwens nooit anders dan het uit Christus nemen en het ons verkondigen, dat er genade bij God is voor de grootste der zondaren, dat wil zeggen, dat kinderen des toorns nog kinderen van God kunnen worden, die door die Geest leren spellen: Abba - Vader!'

De Pinksterdagen zijn voorbij, maar de Heere is niet aan onze kalender gebonden. Hij is nergens aan gebonden... Ja, tóch! Aan Zijn eigen Woord en Beloften! 'Wie Mij aanroept in de nood vindt Mijn gunst oneindig groot.' Een vruchteloos volk leert het in die weg - 'Ik zal Israël zijn als de dauw' - belijden en dat is tevens bidden:

Uw volk zal op Uw heirdag tot het strijden gewillig zijn in heilig krijgssieraad; U zal de dauw van uwe jeugd verblijden, geboren uit de vroege dageraad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's

Als de dauw...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983

De Waarheidsvriend | 18 Pagina's