Medicijnverslaving
Het grootste probleem brengen die medicijnen met zich mee die niet werkelijk genezing brengen maar allerlei zaken verdringen of onderdrukken.
Het is nu bijna twee jaar geleden dat ik de eerste letters van het eerste artikel over medicijnverslaving op papier zette. Daarna heeft het nog een aantal maanden geduurd alvorens ik het artikel stuurde aan de redactie van de Waarheidsvriend. De reakties op het artikel waren allemaal erg positief. Er sprak dankbaarheid uit omdat nu eindelijk eens iemand het probleem onder de aandacht bracht. Vanwege die reakties voelde ik mij verplicht om een vervolg te schrijven. Ik ben er dan ook nu aan begonnen, maar het heeft meer dan een jaar geduurd. Aan hen die uit gezien hebben naar een vervolg, maar de hoop er op reeds opgaven, wil ik mijn verontschuldigingen aanbieden. Het is niet alleen het tijdgebrek geweest of de wisseling van standplaats. Er zijn meer redenen geweest waardoor het zo lang heeft geduurd. Ik hoop dat u in het volgende duidelijk te maken.
Motieven
1. De eerste reden was: Wat haal je aan? Met het eerste artikel heb ik het één en ander losgemaakt. De vraag was en is nog: Hoe nu verder? Ik zou graag een netwerk van adressen hebben waar medicijnverslaafden een eerste opvang zouden kunnen krijgen. Maar dat geeft zo veel werk, dat het niet naast een normale werkkring kan worden gedaan. De vraag is: Wie kan zo'n netwerk coördineren? Feitelijk zou elke predikant en elke kerkeraad deel uit moeten maken van zo'n netwerk.
2. Maar, geen enkele predikant heeft een positieve reactie laten horen. Wanneer ik eens met collega's over medicijnverslaving sprak, dan zeiden ze: O ja, jij hebt daar een artikel over geschreven. Je voelde dat hun interesse niet verder ging, zij wilden zich er niet verder in verdiepen. Ik kom hier verder in dit artikel nog op terug.
3. De onwetendheid. Op het gebied van medicijnen ben ik een leek. Wat doe je nu wanneer iemand om hulp vraagt? In een tien minuten durend telefoongesprek krijg je geen zuiver beeld. Je kent de persoon niet en noem maar op. Een advies en goede raad kunnen o zo gemakkelijk verkeerd worden opgevat of uitgelegd. Gezien de grote problemen die bij een ontwenningskuur naar voren komen, kun je op afstand maar zo weinig doen. Hulp geven doe je dan maar zo vee! mogelijk door te luisteren en te verwijzen. Gelukkig heeft ook een arts gereageerd die op beperkte schaal wel mee wil helpen.
Korte samenvatting
In het artikel over medicijnverslaving heb ik geconstateerd dat er, naast de bestaande ernstige verslavingsvormen als drugs en alcohol, een nieuwe vorm van verslaving is ontstaan, namelijk: medicijnverslaving. Verslaafd aan medicijnen raakt iemand die jarenlang steeds weer dezelfde medicijnen inneemt. De gevolgen van deze verslaving zijn:
a. Je kunt en wilt er niet meer stoppen. Mogelijk vraagt het lichaam om meer.
b. Het kan leiden tot medicijnvergiftiging, waaraan een mens bij niet tijdig ingrijpen kan sterven.
Het voorkomen van medicijnverslaving is een taak van de patiënt en de medicus. Een patiënt kan zich op allerlei manieren op de hoogte stellen van de bijwerkingen van medicijnen. Een arts dient zich bewust te zijn van hetgeen voorgeschreven wordt (en al voorgeschreven is) en wat mogelijk door een andere arts (meestal een specialist) is voorgeschreven. Een verslaafde van zijn verslaving afhelpen is iets wat jaren kan duren en met enorm veel spanningen gepaard gaat. Een verslaafde dient zeer intensief te worden begeleid, maar genezing is goed mogelijk.
Het pastoraat aan verslaafden en hen die op weg zijn hun verslaving te doorbreken is een zaak van geduld en veel luisteren. Zij moeten het weten, er zijn er om mij heen die mee worstelen in het gebed om hulp en uitkomst. Kom daarom, niet met goedkope argumenten aandragen. Door het geschokte vertrouwen van de medicijnverslaafde in allen om hem heen, kost het veel moeite goed pastoraal bezig te zijn. Met de aanhouder wint, met Gods hulp.
Op aanvraag is het eerste artikel bij mij nog te verkrijgen.
Aanvulling
Gezien de vele duizenden die dagelijks een arts bezoeken, en ook de volle ziekenhuizen, is het percentage medicijnverslaafden uiterst gering. Maar juist daardoor bevinden zij zich in een isolement. Een medicijnverslaafde wil per slot van rekening niet als zodanig in het middelpunt der belangstelling staan. Openlijk zullen zij het niet gemakkelijk erkennen. Je zegt niet snel: Ik kan niet meer zonder dat medicijn. Toch zenden zij wel signalen uit om hulp. Maar de omstanders hebben er geen antenne voor.
De overheidsbepalingen aangaande de verstrekking van medicijnen hebben velen in beweging gezet. Nu kunnen we zeggen: die bepalingen tasten de werkgelegenheid aan, en die bepalingen raken veel mensen in hun beurs. Voor bepaalde medicijnen moet nu worden bijbetaald. Toch zitten er ook goede kanten aan die voorschriften.
1. Er is nu een duidelijk handboek over welhaast alle medicijnen. De goede en negatieve zaken staan nu naast elkaar. Voor een arts is het nu mogelijk een goede en evenwichtige keuze te maken.
2. De arts wordt nu vaker dan ooit geconfronteerd met hetgeen aan medicijnen werd voorgeschreven. Ondanks voorschriften werden herhalingen te vanzelfsprekend aanvaard.
3. Nu de patiënt in de beurs wordt aangetast zal het vaker voorkomen dat een gesprek over medicijnen en het gebruik wordt gevoerd. Hopelijk met het gevolg dat men zich afvraagt: Waar ben ik mee bezig? Gezien echter de reacties die landelijk opklinken moeten we onze hoop niet te hoog stellen. Doorgaans zien mensen erg op tegen veel extra werk en zoeken zij de weg van de minste weerstand.
De praktijk
Het grootste gevaar komt niet van de werkelijke geneesmiddelen. De meeste geneesmiddelen kun je zonder enig gevaar jarenlang in nemen. Men zij wel attent op overdosering. Het grootste probleem brengen die medicijnen met zich mee die niet werkelijk genezing brengen maar allerlei zaken verdringen of onderdrukken. Ik zal niet ontkennen dat het soms beslist noodzakelijk kan zijn om een slaapmiddel dan wel een kalmeringsmiddel te gebruiken. Maar wat zien we gebeuren? Deze middelen worden maar al te vaak iemand aangepraat. Bijvoorbeeld: iemand kan niet goed in slaap komen. In de omgeving wordt daarover geklaagd. Het eerste advies dat dan vaak wordt gegeven is: ga naar de dokter en vraag om een slaapmiddel. In negen van de tien gevallen wordt dat middel ook verstrekt. Men doet er goed aan, ook al worden slaapmiddelen gebruikt, te trachten de oorzaak van het niet kunnen slapen op te sporen. Wanneer de oorzaak van het niet kunnen slapen kan worden opgespoord en kan worden opgelost, dan kan men wellicht ook met minder of helemaal zonder slaapmiddelen.
Voorbeeld 2: We leven in een tijd waarin er geen of weinig plaats is voor emoties. We zien het gebeuren dat emotionele mensen, juist omdat zij hun emoties niet kunnen onderdrukken, uit de kerk wegblijven. Meestal door een soort schaamte. Overspannen mensen krijgen veel rustgevende of onderdrukkende middelen. Dit omdat de tijd veel wonden heelt, maar meer nog omdat er geen tijd is om de problemen aan te horen en eventueel naar oplossingen te zoeken.
Ik wil niet verhelen dat in veel gevallen niet anders gehandeld kan worden. Maar toch heb ik een sterk vermoeden dat er te gemakkelijk naar kalmerende en rustgevende middelen wordt gevraagd. Het gebeurt toch dat een rouwdragende familie niet eens de mogelijkheid krijgt om het verdriet te uiten en het sterven van een familielid te verwerken. Maar al te vaak wordt in een periode van rouw het verdriet en de smart verdrongen. Niet zo zeer door de rouwdragende zelf, maar meer nog door de omgeving. Je moet iets vragen aan de dokter, zo adviseren de buren of naaste verwanten. Heel veel doktoren zeggen in zo'n geval: 'ik zal je wel iets geven'. Maar doen we er goed aan om zo ons verdriet weg te stoppen? Hoevelen gebruiken jaren daarna nog dezelfde middelen vanwege het onverwerkte verdriet? Ik weet niet hoeveel, maar ik kom ze wel tegen. Laten we elkaar toch de tijd en de mogelijkheden geven ons verdriet te tonen, er lucht aan te geven, en zodoende te verwerken. Het zou wellicht nuttig zijn wanneer in breder verband hierop eens nader werd ingegaan.
De reakties
In het hiervolgende wil ik ingaan op de reakties die ik kreeg. Zowel telefonische als wel schriftelijke. Dit was voor mij een teken dat het probleem er was, en werd herkend. Wat mij het meeste opviel was de grote eenzaamheid waarin de meeste mensen verkeerden die reageerden. De omgeving nam nauwelijke notitie van hen en had in het geheel geen aandacht voor de problemen waarmee werd geworsteld. Op één punt wil ik hier nader in gaan.
De houding van predikanten.
Het heeft mij diep getroffen dat sommigen van hen, die reageerden, zo vreselijk teleurgesteld waren in hun predikant: Dit blijkt ook wel uit de reakties. Verpleegkundigen herkenden wel vele aspecten van wat door mij werd aangeroerd, maar predikanten kennelijk niet. De vraag komt dan op: komen predikanten dan nooit met gemeenteleden in aanraking die de medicijnverslaving willen doorbreken? Uit de reacties bleek duidelijk dat dat wel gebeurde. Nee, ik denk dat het eerder voortkomt uit de instelling van predikanten ten aanzien van het pastoraat. Maar al te vaak komt het pastoraat in het gedrang. Ik bemerk het ook bij mijzelf, en ik hoor anderen er over klagen, dat, vóór je het weet, te veel tijd in beslag wordt genomen door vergaderingen. Nu zijn er ook predikanten, die menen dat het pastoraat voor hen geen hoofdtaak is. Immers de kerkorde draagt dat op aan de predikant én de kerkeraad. Maar ik dacht dat juist in deze met de vele rand-en buitenkerkelijke mensen, met de vele problemen op allerlei gebied, het pastoraat een grote plaats behoort te hebben op de agenda van predikanten.
Het kan ook gebeuren dat wij de signalen niet opvangen, omdat we ze aan de ene kant niet herkennen, of aan de andere kant niet willen herkennen. Ik kan dat wel begrijpen, want het begeleiden van medicijnverslaafden is een langdurige zaak en vraagt veel tijd en die is er meestal niet.
Het bovenstaande schreef ik omdat uit de reacties zo duidelijk naar voren kwam de teleurstelling in hen van wie steun verwacht kon en mocht worden. Maar die steun werd in vele gevallen niet gegeven. Natuurlijk ligt een deel van de schuld ook bij de verslaafden zelf. Zij zijn, door allerlei oorzaken, vaak terughoudend en bang en uiten zich soms gemakkelijker in een brief of telefoongesprek dan in een persoonlijk gesprek. Tot zo ver de reacties.
Nieuwe ontwikkelingen
Zoals u in het begin van dit artikel kunt lezen, heb ik grote moeite gehad om het begonnen werk voort te zetten. Ik steek daarbij de hand in eigen boezem.
Ik was en ben overtuigd dat het probleem van de medicijnverslaving landelijk diende te worden aangepakt. Er waren dringende brieven, een gesprek met een verslaafde en contact met een werkgroep, voor nodig om aan het werk te gaan.
Op zaterdag 7 mei om 10.00 uur kwamen negen mensen bijeen in het gebouw van de I.Z.B. te Amersfoort óm te bespreken wat we landelijk en plaatselijk kunnen doen. Er waren aanwezig: mensen die verslaafd waren geweest aan medicijnen en er vanaf waren. Er was een dokter en een verpleegkundige bij, een lid van een plaatselijke werkgroep, een stafmedewerker van de I.Z.B. en ikzelf.
Concrete zaken zijn er nog niet vastgelegd, maar wél zijn we allen ervan overtuigd dat we als landelijke werkgroep dóór moeten gaan. Verschillenden van ons zijn met huiswerk beladen naar huis gegaan en het resultaat ervan zal op vrijdagavond 10 juni verder worden besproken. Dan zal ook worden afgesproken hoe we landelijk gaan funktioneren.
Wel of geen medicijnen?
Dit is een nieuwe vraag die ik naar twee kanten wil uitwerken.
De eerste kant is: we zijn geschokt en geschrokken van wat medicijnen kunnen uitwerken. De reactie is: nooit meer medicijnen. Deze reactie wordt nog versterkt door het feit dat nu bijbetaald dient te worden voor elk recept. Er zijn medicijnverslaafden die van hun verslaving verlost zijn, maar die voor andere lichamelijke gebreken toch medicijnen nodig hebben. Zij hebben die medicijnen gewoon nodig en moeten die voor hun eigen bestwil blijven gebruiken. Ook het stoppen van het gebruik om financiële redenen van medicijnen is niet aan te bevelen. Het gaat ons om de strijd tegen de verslavende medicijnen. De tweede kant is: Er zijn mensen die door hun ervaringen met artsen en medicijnen tot de conclusie zijn gekomen: dat nooit meer. Sommigen gaan zo ver dat zij geen arts meer willen raadplegen.
Steunend op Gods woord en gelovig vertrouwend op de Heere willen zij ziekten overwinnen. Wanneer u denkt dat deze gedachte alleen leeft bij Pinkstergroepen of soortgelijke groepen dan is dat niet juist. Ook in onze kringen kom je die gedachte tegen. Er zijn er die zeggen: wanneer je ziek bent of iets mankeert dan kun je genezen worden door in het geloof om genezing te bidden. Sommigen gaan soms nog verder en zeggen: wanneer je niet genezen wordt dan is je geloof niet echt of niet sterk genoeg. Er zijn bladzijden vol te schrijven met teksten uit de Bijbel, die deze mening ondersteunen. Maar zijn we dan wel juist bezig? Ik meen dat ons geloof niet is gebaseerd of enkele bijbelteksten maar op het hele Woord van God. Zo zullen we dan onze principes ook hebben te toetsen aan het hele Woord van God en niet aan enkele teksten, die ons bijzonder aanspreken.
Ik wil eens met u nagaan wat de Bijbel zegt over medicijnen en doktoren. Vervolgens nagaan wat de Bijbel zegt over de door God geschonken gaven en middelen. En tenslotte: hoé gaan we met de door God geschonken gaven en middelen om.
Bij het onderzoeken van Gods woord verleent een concordantie grote bijstand. Het woord medicijn komt 9 keer voor. Zeven keer in Spreuken en dan in beeldende zin. Het betekent: middel tot heling en genezing. De apotheker was in het Oude Testament reeds bekend, niet zozeer als bereider van geneesmiddelen maar als bereider van zalven. In het bijzonder de zalf waarmee koningen, priesters en profeten werden gezalfd. Verder bereidden zij ook de specerijen, waarmee doden werden gebalsemd. 1 Sam. 8 : 13 zegt: 'Uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen'. De medicijnmeester is zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament bekend. Jozef laat de medicijnmeesters het lichaam van zijn vader balsemen (Gen. 50). Koning Asa zocht in zijn krankheid niet de Heere, maar de medicijnmeesters (2 Kron. 16). En Job zegt tot zijn vrienden: Want gewis gij zijt leugenverdichters, gij allen zijt nietige medicijnmeesters' (Job 13). De Heere Jezus wist van het bestaan óók af en gebruikt de medicijnmeesters twee keer als voorbeeld (Math. 9 en Luc. 4).
In Marc. 5 en Luc. 8 kunnen we lezen dat medicijnmeesters veel geld kostten en uiteindelijk niet veel hulp gaven. Zij veroorzaakten soms veel lijden. Jeremia profeteert tegen Egypte: 'tevergeefs vermenigvuldigt gij de medicijnen, er is geen heling voor u'.
Wanneer we het woord genezen en genezing bezien, dan komt dat respectievelijk 76 en 10 keer voor. Zeer opvallend is het, dat het steeds voorkomt in verband met de grote wonderdaden van de Heere. Het is de Heere die geneest.
Afwijzen?
Moeten we nu het gebruik van medicijnen en het consulteren van artsen volstrekt afwijzen, omdat de Bijbel niet spreekt over genezing door medicijnen en hulp van een arts? Ik meen dat we deze conclusie niet te snel moeten trekken. Wel leert Gods Woord ons duidelijk dat genezing van ziekten en kwalen een daad is van God. Hij geneest, en elke genezing mogen we zien als een onverdiend wonder.
Wij mogen, wanneer we ziek zijn, naar genezing zoeken. In het Oude Testament lezen we er van, en in het Nieuwe Testament geneest Jezus vele zieken van allerlei kwalen. Ook de discipelen mogen mensen van hun ziekten en gebreken genezen. Zij deden dat in de Naam van Jezus Christus.
De genezingen door de wonderen stonden niet op zichzelf maar wezen heen, en onderstreepten ook, de genezing van de zonde en de reiniging door en met het bloed van Christus. Voor alles is het een zieke nodig om hulp en steun te zoeken bij de Heere. En dat mankeert er vaak aan. We gaan eerst te rade bij de mensen en eerst wanneer die niet helpen kunnen, komen we op de knieën voor de Heere. Door het geloof mogen we de Heere echter om uitkomst bidden. In de Bijbel lezen we dat de Heere direct geneest: 'En God genas Abimelech'. Maar ook lezen we dat de Heere de weg wijst: 'Ga heen, was u zeven maal in de Jordaan'. Jezus stuurde ook eens een blinde weg om zich te wassen.
Alleen de Heere
Mensen en middelen kunnen van zichzelf geen genezing schenken. Alleen wanneer de Heere er Zijn zegen aan hecht kunnen mensen en middelen hulp bieden.
Daarom moeten we eerst naar de Heere toe en Hem vragen: Heere wat wilt Gij dat wij doen zullen? Dan ben ik ervan overtuigd dat de Heere aan mensen de wijsheid schenkt om anderen te helpen, en dat de Heere door'mensen en door middelen genezing wil bewerken.
Maar de dank komt aan de Heere toe en dat wordt wel eens vergeten. Jozef en Daniël konden uit zichzelf geen dromen uitleggen. De Heere kon dat wel, en hij gebruikte beide mannen in Zijn dienst. Duidelijk zien Farao en Nebukadnezar dat aan de Heere de eer toekomt. De Heere vebiedt Asa niet het gebruik van de medicijnmeester, maar de medicijnmeester komt in de plaats van de Heere, en dat duldt de Heere niet!
Zo is het nu nog, in plaats van de Heere te zoeken in het gebed, wordt er gegrepen naar medicijnen, die de geest doen bedwelmen en uitschakelen. Ik dacht niet dat de Heere Jezus het gaan naar medicijnmeesters afkeurt. Wél wordt duidelijk hoe klein zij zijn, en hoe groot Jezus is als de Medicijnmeester.
De kennis en kunde van onze medicijnmeesters is beperkt en begrensd. Maar aan Jezus' macht zijn geen grenzen gesteld. Hij helpt daar, waar mensen tekort schieten.
Tenslotte, Lucas (de evangelist? ) wordt door Paulus de medicijnmeester genoemd (Kol. 4). En aan Timotheus schrijft hij, dat Lucas alleen bij hem is. Het is niet uitgesloten dat Lucas tot zegen voor Paulus is geweest. De gehele Bijbel door komen we mensen tegen die de Heere gebruikt in Zijn dienst. Van zichzelf konden die mensen niets, maar met Gods hulp stegen zij boven het menselijke kunnen uit.
]]>
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's