Doop, avondmaal en ambt
Een zich opdringende nieuwe visie (1)
Ieder gedoopte is zonder meer in Christus begrepen. Alle spanning is uit de doop weggenomen.
Inleiding
Het Gereformeerde deel van de Hervormde kerk is gewoonlijk weinig geïnteresseerd in de werkzaamheden en publieke verklaringen van de Wereldraad van kerken. Wat er in dit opzicht uit Geneve komt, gaat meestal langs haar heen. Zelfs de Nederlandse Raad van kerken trekt zelden haar belangstelling. En toch kan men ervan overtuigd zijn, dat de activiteiten van de Wereldraad en van de Raad van Kerken in ons land niet onbelangrijk zijn. Al zijn wij genoodzaakt ze doorgaans negatief te beoordelen, zij bepalen wel de gang van zaken in de kerk. En aangezien ook wij deel uitmaken van die kerk kunnen wij niet net doen, alsof het ons in het geheel niet aangaat. Na korter of langer tijd zullen wij het ervaren, dat er iets gebeurd is of dat er een beslissing is gevallen. En waren wij wel tijdig hiervan op de hoogte? En hebben wij wel tijdig onze positie bepaald? De gang van zaken in de Hervormde Kerk houdt ons wakker, dient ons in elk geval wakker te houden. Wij kunnen het betreuren, maar het feit ligt er, dat ons weinig rust wordt gegund. Steeds weer is er wat aan de hand, wat het hart van een waarlijk gereformeerd man (en vrouw) in de kerk diep verontrusten moet. Dat ontdekten wij onlangs opnieuw toen wij in handen kregen het geschriftje Doop, eucharistie en ambt. De ondertitel luidt: Verklaring van de Commissie voor Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van Kerken. Wij hebben hier dus te maken met een Verklaring van de Wereldraad; zij het dat zij op naam staat van een van zijn Commissies, en wel een der belangrijkste Commissies, die van Geloof en Kerkorde. Deze Verklaring (waarover straks nog veel meer) is ook uitgegeven in het Nederlands, en wel op verzoek van de Raad van Kerken in ons land. Nu zegge men niet: Och een van de vele stukken, die spoedig wel weer achterhaald zullen zijn, en aan het gemeenteleven in de Nederlandse kerken voorbijgaan! In dit geval is het beslist anders. Deze Verklaring komt nl. te zijner tijd op onze Synode. En niet alleen op de onze, maar ook op de Synode van de Gereformeerde Kerken en op andere Synoden en algemene vergaderingen van andere bij de Raad van Kerken in ons land aangesloten kerken. Mogelijk komt de Verklaring ook op Classicale en andere vergaderingen. Men moet in deze Verklaring zien een onderdeel in het gezamenlijk optrekken van de kerken. Een onderdeel ook in de Samen op wegbeweging.
Vitale punten
Het zijn een drietal zeer vitale punten waarover in deze Verklaring een uitspraak wordt gedaan, nl. over de doop, over de eucharistie (lees: avondmaal) en over het ambt. De voorzitter van de Raad van Kerken in ons land, prof Berkhof, en de secretaris van deze Raad, dr. Fiolet, schrijven in hun Introductie op dit boekje, dat men binnen de Wereldraad al meer dan 50 jaar met deze drie thema's bezig is. In 1982, dus vorig jaar, kwam het tot een afronding. Toen vergaderde 'Geloof en Kerkorde' in Lima, en daar werd de tekst van de hier behandelde Verklaring aanvaard en vastgesteld. Binnen de Commissie Geloof en Kerkorde heeft men hierin iets bijzonders gezien. Eindelijk over deze zo delikate onderwerpen een consensus (overeenstemming) bereikt! Men achtte dit daarom vooral van zoveel betekenis omdat ook afgevaardigden van de rooms-katholieke kerk volledig lid zijn van de Commissie en dus ook volledig praticipeerden in het tot stand komen van de tekst van de Verklaring. En wat is nu de bedoeling? Aan alle kerken die lid zijn van de Wereldraad is deze Verklaring toegezonden. Dat alleen maar? O neen. In Geneve verwacht men van de aangesloten kerken een antwoord op de Verklaring. Aan alle kerken, dus ook de Hervormde Kerk, is her verzoek gericht de Verklaring op een Synode te behandelen en antwoord te geven op een drietal vragen. Die vragen luiden als volgt:1. In hóeverre kan uw werk in deze tekst het geloof van de kerk door de eeuwen heen herkennen? 2. Wat zijn de consequenties die uw kerk aan deze overeenstemming verbindt voor haar relatie met andere kerken? 3. In hoeverre kan uw kerk zich laten leiden door deze overeenstemming in haar liturgie, in haar leven en getuigen? Vóór 31 december 1984 moeten de antwoorden op deze vragen in Geneve binnen zijn. Zullen alleen de synoden zich met deze vragen bezig houden? De bedoeling is dat men de Verklaring ook in gemeenten en parochies bespreekt. Ik vermoed dat dat hier en daar ook wel gedaan zal worden. Maar hóe zal het worden gedaan? Ik vrees dat velen zich vrij kritiekloos stellen op de basis van deze Verklaring, en dan mogelijk van daaruit nog wat 'aanvullingen' of 'opmerkingen' zullen maken. Wat voor mij in eerste instantie belangrijk is, is de basis waarop het geheel rust. Zou aan mij persoonlijk de eerste vraag gesteld worden: in hoeverre kan uw kerk in deze tekst het geloof van de kerk door de eeuwen heen herkennen? Dan zou mijn antwoord zijn: in het geheel niet!
De doop
Wij zullen in dit artikel nu verder ons bezighouden met wat in de Verklaring gezegd wordt over de doop. Al terstond valt op, dat de doop niet gefundeerd wordt in het doopbevel (Matth. 28, 19). En dat is nu juist, meen ik, het feit waarop de kerk van alle eeuwen zoveel nadruk heeft gelegd. Dat de apostelen doopten was op grond van het bevel dat Christus zelf hen daartoe gegeven had, zijn goddelijke opdracht. De reformatoren van de 16e, eeuw hebben dat nog weer eens extra onderstreept. In de Verklaring wordt (II) het doopbevel wel even genoemd, maar dan alleen in de trant van: 'Mattheüs verhaalt dat de verrezen Heer zijn leerlingen, toen Hij ze de wereld in zond, de opdracht gaf om te dopen'. Een grond voor de christelijke doop ziet men er evenwel niet in. Die grond wordt elders gezocht. Waar zij gezocht wordt, dat komt straks aan de orde. Nauw hiermee verbonden is dat in heel dit stuk ontbreekt de functie van het Woord Gods. Sprak niet reeds Augustinus over het sacrament als het zichtbare Woord (verbum visibile)? Maar dat is hier wèg. En wat het verbond betreft, dat wordt zelfs niet eens genoemd. En hoe zou ooit iemand die werkelijk staat in de gereformeerde traditie over de doop kunnen spreken zonder het verbond te noemen? Hiermee hangt weer samen dat heel het Oude Testament afwezig is. Geen woord over de besnijdenis. Als het over het avondmaal gaat, dan wordt er tenminste nog even over het paasmaal (pasche) gesproken, maar als het over de doop gaat doet men alsof er geen besnijdenis ooit heeft bestaan. Wat doet men dan wél in dit stuk? Men legt een regelrechte verbinding tussen de christelijke doop en Christus' doop en opstanding. De eerste zin luidt: 'De christelijke doop gaat terug op het optreden van Jezus van Nazaret, op zijn dood en opstanding'. Men ziet de doop als rechtstreeks 'inlijving in Christus'. Alle bemiddeling is weg, in ieder geval de bemiddeling door het Woord en de belofte Gods. En wordt er dan nog over de Geest gesproken, dan is dat een Geest zónder Woord. Het resultaat is een typisch (rooms-) katholiek sacramentalisme. Ieder gedoopte is zonder meer in Christus begrepen. Alle spanning is uit de doop weggenomen. Het lijkt eeen onmogelijkheid te zijn om tot de gedoopten te behoren en toch buiten Christus te zijn. De interesse van de Verklaring ligt trouwens vooral bij de ethische implicatie van de doop. Alle gedoopten moeten gezamenlijk getuigen van het Evangelie van Christus, de bevrijder van alle mensen (III .10). Men moet elkaar als gedoopten erkennen. Doen de kerken dat, dan ligt de weg naar eenwording open. Op basis van dit sacramentalisme vindt dan vervolgens een vermenging plaats van gave Gods en menselijk antwoord. De prioriteit der genade Gods is in dit stuk compleet afwezig. Daarom kan men de doop op belijdenis (met verwerping van de kinderdoop) rustig laten staan naast de praxis van de kinderdoop. Enig besef van onze verdorvenscheid en schuld, die alleen door het bloed van Christus kan worden weggenomen, waarvan de doop teken en zegel is, zal men tevergeefs zoeken. Een enkele flauwe opmerking over 'reiniging' (II. 4), dat is al. De gereformeerde belijdenis aangaande de christelijke doop is in deze Verklaring niet alleen afwezig, deze Verklaring is ermee in strijd. Het is eigenlijk geen wonder dat ook oosters-orthodoxen en zelfs rooms-katholieken deze 'consensus' hebben kunnen ondertekenen. Wat de rooms-katholieken betreft, die hebben behalve een paar scholastieke termen niets behoven in te leveren. De hervormers, Calvijn voorop, maar ook Luther met zijn regel dat het Woord Gods het water van de doop tot sacrament maakt, schijnen, als wij deze Verklaring lezen voor niets te hebben geleefd. Vraagt u mij hoe ik dit stukje waardeer, dan is mijn antwoord: het is een mengelmoesje van katholiek en modern denken, meer niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1983
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's