Rondom de begrafenis (naschrift)
Reakties
Naar aanleiding van de artikelenserie 'rondom de begrafenis' bereikten mij een aantal reakties.
Zoals bij een dergelijk onderwerp voor de hand ligt, waren deze reakties van heel persoonlijke aard, en lenen zich dus niet voor een openlijke bespreking.
Toch werden mij telefonisch en schriftelijk óók een aantal zaken aangereikt die zich wel lenen voor een openlijke bespreking en - zeker als een aanvulling op wat ik eerder schreef - mogen worden doorgegeven. Ongetwijfeld zullen er lezers zijn, die er mee gediend zijn.
Rouwcentrum
Er bereikte mij een brief waarin werd uiteengezet dat er vroeger in dat dorp géén rouwcentrum was en dat ieder thuis werd opgebaard, ook al waren de woningen kleiner dan nu. De schrijver van deze brief ervaart het altijd als bijzonder pijnlijk, wanneer iemand, die is overleden 'zo gauw de deur uit wordt gedaan'. Als het dan om allerlei redenen (met name de grootte van de familie en kennissenkring of het niet-beschikbaar zijn van een goede kerkelijke ruimte) toch beter is om de rouwdienst in een rouwcentrum te houden, waarom kan iemand dan niet tóch thuis worden opgebaard?
Een rouwcentrum, hoe functioneel en keurig verzorgd ook, komt altijd killer en onpersoonlijker over dan thuis.
Op weg naar het kerkhof rijdt men dan soms nog wel apart langs het sterfhuis (of men rijdt daar wat langzamer), maar het meest piëteitvol lijkt toch ook hem, om vanuit huis begraven te worden. Daarmee ben ik het eens, zoals ik al eerder uitgebreider schreef. Zijn suggestie geef ik graag ter overweging door. Maar samen met hem wil ik toch ook nog eens onderstrepen: het is niet het belangrijkste van waaruit je wordt begraven, maar wel waarmee je wordt begraven. Als dat mag zijn 'met de enige troost in leven en in sterven' dan ligt er óók over een 'uiterlijk kille begrafenis' de warme gloed van Gods liefde en de rijke troost van Zijn genade!
Kille toespraken
Een heel wat ingrijpender zaak werd aan de orde gesteld in een andere brief. Hierin kwam aan de orde het IKON programma van een aantal weken geleden over begraven en cremeren. De schrijver had er zich zeer aan gestoten, dat er in dit programma niets te horen was geweest van de hoop op het eeuwige leven en ook geen enkele waarschuwing tegen het 'voor eeuwig verloren kunnen gaan'. En zijn tenslotte twee wegen en die moeten in elke begrafenistoespraak worden genoemd.
Maar, gaat hij verder, 'als wij beschuldigend naar die kant kijken, en zeggen, dat daar veel te veel gezwegen wordt over het Woord van God, dan moeten we ook naar ons zelf kijken'. 'Wordt er ook onder ons niet teveel gezwegen?' 'Zijn er ook onder ons niet kille begrafenistoespraken, waarin dogmatisch en theologisch de dingen heus wel verantwoord zullen worden gezegd, maar die mensen niet koud of heet maken'.
Ik vrees, dat ik hem daarin gelijk moet geven. Afgaande op mij zelf (maar ik heb dat ook weleens van collega' s gehoord) moet je er zó voor oppassen dat het omgaan met stervenden en het leiden van begrafenissen niet een al te vertrouwd ambtelijk werk gaat worden.
Dat kunnen we voorkomen door bijvoorbeeld altijd te zoeken naar een tekst voor de meditatie, die we speciaal voor die begrafenis hebben gekozen.
'Bovendien', schrijft hij, 'heb ik altijd begrepen dat men in de Rooms Katholieke kerk niet zeker kan zijn van zijn zaligheid, maar bij begrafenissen denk ik weleens: hoe zit dat eigenlijk in kringen, die zo graag gebruik maken van het woord Reformatorisch?'. Theologisch weten we dat natuurlijk heel goed: 'aan déze kant van het graf moet geleerd worden'. We bedoelen dan bekering en geloof.
We bedoelen dan óók de rijkdom van het kindschap van God. En hij vindt, dat daarover zo weinig gesproken wordt, óók om anderen jaloers te maken.
Hij zou graag willen, dat er meer en openlijker gesproken wordt over Gods werk, daar, waar dat aan ziek-en sterfbedden mag worden gezien en ondervonden.
De rijke beloften van God, Die in Jezus Christus ja en amen zijn, zouden ook bij begrafenissen meer moeten worden uitgestald.
Terwijl ik dit schrijf, ligt Psalm 16 voor mij open. Mijn ogen vallen op vers vier.
We horen dagelijks van 'de smarten dergenen, die een andere god begiftigen' en hun namen worden dagelijks genoemd. De voetbal, film, sport, radio en t.v. sterren enz. Laten 'hun namen niet op onze lippen zijn'. Maar wél de naam van Hem, Die heeft gezegd 'Ik leef en gij zult leven'. Als bij een begrafenis Christus' werk centraal staat, dan gaat kilte verdwijnen.
De advertentie
Van verschillende kanten werd gereageerd op wat ik schreef over de rouwadvertentie. Sommigen wezen op het heel merkwaardige Nederlands dat soms in advertenties wordt gebezigd. Ik geef daarvan enkele voorbeelden. 'Na een lang doch geduldig gedragen lijden heeft de Heere uit ons midden weggenomen....'
'Na een liefdevolle verzorging in huize X nam de Heere tot Zich...'
Het zijn heel veel voorkomende zinnen, maar ze zijn taalkundig gesproken onjuist. Als je het letterlijk neemt zoals het er staat (en daar hechten wij toch aan? ), dan staat er eigenlijk dat 'de Heere langdurig en geduldig gedragen heeft geleden', en dat 'de Heere een liefdevolle verzorging heeft gegeven'.
Taalkundig is het inderdaad juister om te schrijven 'na een liefdevolle verzorging, langdurig lijden enz. werd door de Heere uit ons midden weggenomen, tot Zich genomen enz'.
Mensen, die niet al te taalgevoelig zijn, zullen dit misschien niet als zo hinderlijk ervaren, maar het is wel juist om dit eens op te merken. Er was iemand, die wees op een andere inconsequentie. 'Tot onze grote droefheid nam de Heere op in Zijn heerlijkheid...'
Hier worden heel kort na elkaar twee woorden gebruikt, die elkaar uitsluiten.
Je zou eigenlijk moeten schrijven 'hoewel wij bedroefd zijn, dat wij hem/haar moeten missen, mogen we geloven/hopen/weten, dat God in Zijn eeuwige Heerlijkheid heeft opgenomen...'
Iemand anders schreef: kan dat wel in een christelijke rouwadvertentie 'dankbaar voor alles, dat hij/zij voor ons betekend heeft...' Als wij (terecht) hóóg opgeven van 'alle roem, die is uitgesloten' dan moet er inderdaad eigenlijk staan 'dankbaar voor wat God ons in hem/haar heeft geschonken...'
En zo zijn er wel meer gebruikelijke formuleringen voor rouwberichten, die we eigenlijk eens wat kritischer zouden moeten bekijken.
De begrafenisformule
Een mevrouw uit Assen maakte mij op het volgende attent. Het wordt steeds meer gebruik om op het moment van het begraven de woorden uit te spreken, die in het dienstboek worden genoemd. 'Aangezien het God behaagd heeft onze thans gestorven broeder/ zuster tot Zich te nemen, zo bestellen we zijn/ haar lichaam ter aarde - aarde tot aarde, as tot as, stof tot stof - ziende op Hem, Die gesproken heeft...'
Zij viel over de woorden 'as tot as'. Zij hoorde daarin een soort kerkelijke goedkeuring voor cremeren. Ik denk, dat deze formule (om andere redenen) in een nieuw dienstboek niet meer zal worden opgenomen.
In zijn boekje 'de kerkelijke begrafenis' schrijft dr. L. G Wagenaar dat deze formule afkomstig is uit het Engelse Book of Common Prayer' en bij ons pas sinds het Ontwerpdienstboek in gebruik is.
Het is een duidelijke herinnering aan Gen. 3 : 19 'totdat gij tot de aarde weerkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof en gij zult te stof wederkeren',
Inderdaad wordt daar wel over 'aarde en stof' en niet over 'as' gesproken.
Het lijkt mij dan ook onjuist (én tot misverstand aanleiding gevend) om deze woorden over te nemen.
In stilte begraven
Indringende reakties kreeg ik op wat ik schreef over het helaas steeds meer in gebruik komen van het 'in stilte begraven'.
Een begrafenisbedienaar uit het midden des lands, die al meer dan 4.000 begrafenissen heeft verzorgd, wees mij op een aspect, dat óók nog aandacht behoeft.
Hij merkt eveneens die tendens op en is vaak aanwezig bij de argumentatie.
Het treft hem het meest, wanneer hij bij mensen, die toch nog als kerkelijk willen worden aangemerkt, te horen krijgt 'nou, tijdens de ziekte wisten ze je óók niet te wonen, dan hoeven ze bij je begrafenis ook niet mooi weer te komen spelen'.
Een heel bitter verwijt
Het in stilte willen begraven kan blijkbaar óók te maken hebben met een verwijt aan de omgeving (aan de kerk!), die er niet was, juist toen je het zo hard nodig had. Mensen zijn moeilijke vertroosters. Job wist er van.
In het Ik-tijdperk hebben mensen steeds meer de neiging om het verdriet, het lijden, de pijn van anderen (én de vragen daarbij) te ontlopen of te verdringen.
Maar zó zou dat toch onder ons niet moeten zijn. De priester en de Leviet (de orthodoxen!) liepen met een wijde boog om de stervende heen (Luk. 10), maar de Samaritaan (de vrijzinnige) zag de stervende en verzorgde hem. Als er aan het 'in stilte begraven worden' vooraf is gegaan een 'in stilte lijden en sterven' , dan is dit een stille aanklacht tegen ons. Dat moeten we ons dan allemaal aantrekken!
Vanuit de praktijk
In een telefonische reaktie vertelde iemand hoe ze als ouders de artikelenserie hadden aangegrepen om over deze dingen met hun oudere kinderen te spreken. Daarna hadden ze met elkaar ook een aantal dingen vastgelegd en afgesproken.
Ook dat lijkt mij een goede zaak. Daarom wil ik op deze plaats óók doorgeven de praktische aanwijzingen, die iemand anders mij deed toekomen. Er behoeft helemaal geen notaris aan te pas te komen om deze dingen te regelen en vast te leggen en er kunnen veel onnodige moeilijkheden mee voorkomen worden.
1. een bijgehouden adressenlijst.
2. welke begrafenisonderneming.
3. wie moet worden uitgenodigd.
4. wensen betreffende de begrafenis
5. persoonlijke wensen van de overledene
6. tekst voor een rouwkaart of advertentie.
Het zou ook aan te bevelen zijn om van tijd tot tijd deze gegevens nog weer eens kritisch door te nemen. De 'ars moriendi' (wel-stervenskunst), zoals daarover door Godgeleerden van naam in onze kringen geschreven is, heeft ook heel praktische kanten!
Over praktijk gesproken. Mag ik op deze plaats een beroep doen op alle begrafenisondernemers? Zoudt u niet eerder de tijd van begraven willen vastleggen dan wanneer u weet, dat het óók de predikant uitkomt? Predikanten zijn in het algemeen heus zeer inschikkelijke mensen, maar ook zij hebben een agenda, waarin soms dingen niet zijn te verschuiven. Bovendien: als er wel gerekend wordt met wat bepaalde familieleden of kennissen het beste uitkomt, waarom dan óók niet met wat de predikant uitkomt? Bovendien, de predikant is de enige in de rouwstoet van wie wordt verwacht, dat hij zich op een begrafenis voorbereidt.
Daar is óók tijd voor nodig!
Tot besluit
In zijn fijnzinnige boek 'Het nooit verloren vergezicht' haalt ds. Jac. van Dijk een aantal pastorale herinneringen op. Hij heeft in dit boek ook een hoofdstukje over stervensbegeleiding, en vertelt daarin over een aantal zeer aansprekende voorvallen. Hij haalt ook aan de spreuk van Thomas a Kempis 'leef elke dag of het uw sterfdag is'!.
Dat hoeft op ons leven geen 'domper' te zetten. Integendeel. Dat maakt ons dankbaar voor alle dagen, die we van God ontvangen. Dat doet ons bewogen meeleven met hen, die gaan door 'het donkere dal' en met hun familie. Dat doet ons ook biddend uitzien naar de dag, waarop er géén rouw en géén moeite en géén verdriet meer zal zijn. Misschien zullen we over allerlei zaken, die ter sprake kwamen, niet op gelijke wijze denken. Als we aan het einde van de baan door de genade van God maar kunnen zeggen:
'Heb dank Heer', voor al Uw zegeningen
voor levensvreugde en voor levensleed
voor weemoed en voor blijde herinneringen
voor stille uren, die ik nooit vergeet
Dank Heer', voor tranen en voor lege handen
voor dagen, zonder warmte en zonder zon,
dank voor Uw licht, dat in het donker brandde
dank voor Uw kracht, waardoor ik overwon'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's