De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Over de dialoog

De vraag naar de benadering van de mensen die een andere godsdienst aanhangen blijft ons bezighouden. Dat is niet verwonderlijk, gezien het feit dat we in onze Nederlandse samenleving hoe langer hoe meer in contact komen met religieuze minderheden en bovendien de ontkerstening voortgaat. Daar naast worden er vanuit de praktijk van het zendingswerk steeds weer vragen gesteld in dit opzicht. Veel discussies cirkelen om de dialoog en dan met name de vraag of deze dialoog een getuigende spits moet hebben. Prof. dr. D.C. Mulder, de nieuwe voorzitter van de Raad van Kerken zegt in Missionaire gemeente dat velen geneigd zijn nogal negatief te denken over mensen met een andere godsdienst. Moet de dialoog een missionaire spits hebben? Mulder zegt dan:

‘Achter dat standpunt kan een respectabele bezorgdheid steken, namelijk over de vraag of de ander niet verloren gaat als hij of zij niet in Jezus gelooft.

Maar wat gebeurt hier? We nemen dan aan dat God mensen alleen maar helpen en redden kan langs de weg van onze evangelieprediking. Is dat wel zo zeker? Het lijkt me beter om twee gedachten tegelijk vast te houden. Er is aan de ene kant de gedachte dat God op een heel bijzondere manier aan Israël en in Jezus Christus zich bekend heeft gemaakt. Dat verhaal moet verteld worden. Het is een getuigenis over de weg van God naar de komst van Zijn Rijk. Maar de andere gedachte is ook belangrijk. Alle mensen zijn naar Gods beeld geschapen en God houdt van mensen. Daarom heeft Hij zich ook buiten Israël en Jezus Christus en de kerk niet onbetuigd gelaten. Ook daar strekt zich Zijn barmhartigheid uit. En dat is een reden om de andersgelovige niet louter en alleen te zien als een voorwerp van ons getuigenis maar minstens zo zeer als een medemens die vaak op zijn manier met God in aanraking gekomen is.’

Ik zou op drie dingen willen wijzen: a) Wie de ander zoekt te benaderen zal op zijn minst moeten pogen door te dringen in wat de ander ten diepste beweegt. Ik denk aan de fijnzinnige wijze waarop destijds dr. J. H. Bavinck de wereld der Javaanse mystiek zocht te verstaan.. Zonder dat dit bij hem betekende een verzwakking van het Christusgetuigenis. Als we dit invoelingsvermogen niet op kunnen brengen laden we inderdaad de schijn op ons van een onzuiver negativisme, b) Stellig laat God Zich niet onbetuigd in de wereld van de volken. Men zie Hand. 14 en Rom. 1. Maar en dat is c) - : Dit betekent bij de apostelen nooit een verzwakking van het getuigenis aangaande Jezus Christus als de ene weg tot redding. Mulder geeft niet aan wat hij bedoelt met 'op zijn manier met God in aanraking gekomen zijn'. Suggereert hij toch dat er meerdere wegen tot het heil zijn?

Syncretisme

Mocht dat laatste het geval zijn, vervallen we dan niet in een syncretisme dat tekort doet aan de volstrekte ernst van de Schrift ten aanzien van de noodzaak van het geloof in Christus. Over het gevaar van syncretisme schrijft ds. H. Amelink in Opbouw van 27 mei:

‘Omdat onze samenleving steeds meer een gemengde samenleving wordt, van christenen, mohammedanen en andere niet-christenen, wordt er momenteel vrij veel aandacht besteed aan de wijze waarop we in dit land met elkaar dienen om te gaan.

Die aandacht is terecht. Maar ik heb de indruk dat politieke tolerantie ten aanzien van anders denkenden iets heel anders met zich mee draagt. Prof. dr. J. Verkuyl heeft er gelukkig op gewezen niet zo lang geleden, dat we het gevaar lopen te vervallen in de zonde van het syncretisme en van relativisme. Het gaat in de dialoog - zo zegt men dat tegenwoordig - er maar niet om dat een christen christen blijft, een orthodoxe Jood orthodox blijft en een mohammedaan mohammedaan blijft. Het gaat erom dat we mensen trachten te winnen voor Jezus Christus. Dat geldt van de Joden, die zo zeer van ons geleden hebben, dat geldt ook voor mohammedanen. Niet alle godsdiensten zijn gelijk. Het afstaan van een kerk aan een mohammedaanse samenleving is niet iets dat we maar gewoon moeten vinden. Het omgekeerde vindt ook niet plaats. Joden denken er niet aan hun synagogen tot christelijke kerkgebouwen te laten veranderen, mohammedanen denken er niet over een moskee tot kerk te laten worden. En het Evangelie gebiedt ons niet het omgekeerde wel te doen. De politieke vrijheid van godsdienst, die iedereen behoort te hebben, mag niet leiden tot relativisme. Toen dr. H. Kraemer in 1937 hoogleraar werd in Leiden heeft hij een rede gehouden onder de titel "De wortelen van het syncretisme". Hij maakt daarin duidelijk dat syncretisme in wezen heidendom is. Ghandi, die tegenwoordig zo veel geprezen wordt, vergelijkt Kraemer met Celsus. Celsus was een bestrijder van de christelijke kerk in de eerste eeuwen na Christus. Hij was zeer geërgerd aan dat wat het Evangelie tot blijde boodschap maakt nl. dat Jezus Christus door Zijn dood en opstanding de enige weg tot God is en de enige weg tot behoud. Celsus zei tegen de christenen: "denk wat je wilt, maar conformeer je aan de maatschappelijkegodsdienstige gebruiken''. Ghandi zegt het Celsus na. Hij blijft Hindoe, niet omdat het Hindoeïsme de waarheid is, maar omdat het de godsdienst is van het land van zijn vaderen. Ghandi kwam ook tot diep-agnostische uitspraken.

Als Jezus Christus dé weg, dé waarheid en hét leven is, dan is alles wat niet van Jezus Christus niet-waarheid, dus leugen. Dat schreef Luther al naar Erasmus. Hoor Israël de Heere is onze God; de Heere is één! Daarom is elk waarachtig christelijk denken er steeds weer op uit tot het afstoten van alles wat maar riekt naar relativisme en tot syncretisme.'

De figuur van Ghandi maakt m.i. duidelijk waar het om gaat. Men zal niet negatief mogen doen over de levensworsteling van deze strijder voor zijn volk, sterker gezegd: Wie wordt niet met respect en eerbied vervuld voor de geweldloze weerbaarheid die Ghandi gepredikt en geleefd heeft? Maar tegelijk zullen we in alle eerlijkheid moeten zeggen dat Ghandi, hoezeer hij ook de Bergrede bewonderde, toch de essentie van het Evangelie niet verstaan heeft en niet heeft willen verstaan. Ik verwijs naar het nog altijd lezenswaardige opstel over Ghandi van ds. A. Pos in Pioniers van het nieuwe Azië. Juist in een eerlijke ontmoeting zullen we de waarheid geen geweld mogen aandoen. Wel blijft het zaak dat we in bescheidenheid en ootmoed spreken. De geschiedenis van Ghandi laat immers zien dat christenen door hun praktijken zo vaak het Evangelie in opspraak gebracht hebben.

***

Luther in de DDR

De vijfhonderdste geboortedag van Maarten Luther biedt kerken en christenen in de DDR gelegenheid tot contact met geloofsgenoten uit het Westen. En contact wordt bijzonder op prijs gesteld. De Luther-herdenking zal immers velen uit het Westen tot een bezoek aan de DDR uitnodigen. Om allerlei redenen hecht de staat aan deze herdenking, zij het ook dat de politici daarvoor hun eigen opzet hebben. Daarover schrijft Gonnie v. Dullemen in Vandaar van juni-juli:

‘De christenen in de DDR zijn vrijwel allen lutheranen en derhalve voelen ze zich zeer verbonden met de viering van de vijfhonderdste geboortedag van hun grote leraar en voorganger. Zijn voetsporen liggen vrijwel alle aan de oostzijde van Duitsland en de Luther-reizen voeren derhalve naar Wittenberg, Torgau, Eisleben, Mansfeld, Erfurt, Halle en Eisenach, van waaruit de Wartburg kan worden bezocht.
Toen het Luther-herdenkingsjaar in zicht kwam hebben de politici in de DDR zich er ernstig op beraden, hoe dit zou worden aangepakt. Bij toeval bleek deze herdenking namelijk samen te vallen met de viering van het Karl Marxjaar, ter gelegenheid van diens honderdste sterfdag. Men besloot tot een Martin-Luther-Ehrung, ter “Bewahrung und Pflege des progresiven Erbes in de Deutschen Demokratischen Republik”. Er werd een Martin-Luther-Komitee der DDR opgericht en op 29 oktober 1982 werd het herdenkingsjaar plechtig geopend. Als eerste spreker trad op Erich Honecker, zowel voorzitter van de partijraad van de DDR als van het Martin-Luther-Comitee(!). Daarna volgden nog vele anderen, waaronder Gerald Götting (vice-voorzitter), Hans-Joachinm Hoffman (minister voor cultuur), prof. dr. Gerhard Engel (plaatsvervangend minister van onderwijs) en nog vele andere hooggeplaatste DDR-politici. Namens de Lutherse kerken was er Obenkirchenrat Helmut Zeddies.
Opvallend is de roe die de “mijnwerkerszoon en boerenneef” Maarten Luther postuum oogstte met zijn acties tegen de “hiërarchische verharding van de feodale pausenkerk”. Herr Erich Honecker sprak zelfs deze woorden: “De DDR, de eerste staat van arbeiders en boeren op duitse bodem, is de rechtmatige erfenis van de revolutionaire strijd van de arbeidersklasse en van andere democratische krachten tegen kapitalisme en oorlog, van het revolutionaire handelen van boeren, ambachtslieden, geestelijken, intellectuelen en kunstenaars, diegenen die bij de burgerij horen, kortom allen die maatschappelijke ontwikkeling hebben voortgebracht”.
Luther wordt hier duidelijk gebruikt als voorbeeldig socialistisch burger, strijdend tegen het kapitalisme. Over zijn theologie geen woord. In een officieel bulletin van het Reisebüro der DDR, dat de Lutherreizen binnen de DDR verzorgt (overigens op uitstekende wijze) volgt dan nog de loftuiting: “Wij eren Maarten Luther niet alleen, we kunnen ons voor over hem verheugen, want hij was een van de krachtigste persoonlijkheden uit de wereldgeschiedenis. Bezeten van een opdracht, tot uitputting toe onvermoeibaar werkend, heeft hij tegelijk ook met volle teugen van het leven genoten. Werk en strijd, humor en levensvreugde, standvastigheid en overredingskracht karakteriseren hem”.
En nog steeds over zijn theologie geen woord.

Kerk gebruikt voor propaganda
Er wordt dit jaar geen woord kwaad van Luther gezegd, integendeel. Maar er wordt ook met geen woord gerept over zijn bijbelvertaling in de volkstaal (toch ook belangrijk voor arbeiders en boeren) en ook niet over de miljoenen volgelingen die nog steeds op DDR-bodem zijn confessie belijden.
Het doet allemaal sterk denken aan wat prof. dr. J. de Graaf en dr. J. A. Hebly schrijven in “Kerk, staat en samenleving in Oost-Europa”, een uitgave van het Algemeen Diakonaal Bureau van de Gereformeerde Kerken: “Men streeft dus duidelijk naar een herleving van het idee van een confessionele staat, zoals we die in het verleden van Europa hebben gehad, maar waar nu niet het christendom, maar het marxisme de alleenheersende ideologie van is. Terwijl wij een pluralistische samenleving willen verwerkelijken, wil men daar een marxistische eenheidssamenleving. De kerk wordt daarin nu  nog wel geduld, men poogt haar evenwel te verdringen naar de rand van de samenleving, men wil haar waar mogelijk gebruiken voor eigen propaganda als aangepast orgaan”.
Niettemin, wie hier doorheen kijkt en eens letterlijk in Luther’s voetsporen wil treden, heeft dit jaar een unieke gelegenheid, want de staat werkt volop mee, ook wat betreft visa (liefst groepsvisa) en hotels. En het is ook dé gelegenheid om in contact te komen met geloofsgenoten van daar, die erg graag de dialoog met christenen uit West-Europa aangaan.
Tenslotte nog enkele marxistische leuzen, zoals die in de DDR worden toegepast aan het Lutherjaar: “Wir ehren Marx durch die Werke, wir ehren Luther durch den Glauben” en “Proletariërs aller landen verenigt u, in Gods naam”.’

Bij dit alles rijst de vraag: Wie is de echte Maarten Luther? In elk geval niet de marxistisch geïnterpreteerde Luther! We zullen de propagandistisch opgezette herdenking dan ook met gemengde gevoelens moeten beoordelen. Niettemin blijft het feit dat er allerlei mogelijkheden zijn om met Luther’s levenswerk in contact te komen op de plaatsen die de sporen van zijn arbeid tonen. De kerkelijke herdenking van Luther zal haar eigen program hebben. Verblijdend was het klare getuigenis bij de opening van het Lutherjaar op de Wartburg n.a.v. Ex. 20 : 1: “Ik ben de Heere uw God. Gij zult geen ander goden voor Mijn aangezicht hebben”. Luther’s uitleg van dit gebod bleek volop actueel, ook voor de situatie daar. Moge de Lutherherdenking daartoe dienen dat de broeders en zusters in de DDR op die wijze in de gelegenheid gesteld worden uiting te geven aan de hoop van het Evangelie en in het contact met christenen uit het Westen bemoedigd te worden en bemoediging te geven. Naar de regel van Rom. 1 : 11 en 12.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's