Doop, avondmaal en ambt
Jezus' 'laatste maaltijd' (dus: het avondmaal) wordt als slechts 'een' maaltijd gezet in de rij van allerlei andere maaltijden die de Heere Christus hield tijdens zijn leven, samen met zijn discipelen.
Een zich opdringende nieuwe versie (2)
Avondmaal
De vorige keer bespraken wij het eerste gedeelte van de Verklaring van de Commissie voor Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van Kerken, getiteld: Doop, eucharistie en ambt. Wij hadden het dus over de doop. Nu is het tweede gedeelte aan de beurt, dat over de eucharistie, dat wil zeggen over het avondmaal gaat.
Op dit punt, dat van het avondmaal, de eucharistie of de mis (om maar even de diverse formuleringen over te nemen) liggen in de oecumene, in de verhouding tussen de verschillende kerken, de zaken nog moeilijker dan ten aanzien van de doop. Elkaars doop wordt eerder erkend dan elkaars avondmaalsviering. Ook binnen de Wereldraad aanvaardt men niet zonder meer elkaars avondmaalsleer en - bediening. Zo was het althans tot voor kort. Gaat het nu anders worden?
Verwarring
Ook na herhaalde lezing van hetgeen in deze Verklaring van de Wereldraad gezegd wordt, bleef bij ons een sterke indruk van duisternis en verwarring over. Het stuk is verre van eenvoudig; het is niet helder en klaar. De gedachtenlijnen lijken soms dwars tegen elkaar in te lopen. Het is duidelijk een stukje 'maakwerk', in elkaar gezet door theologen wier opdracht het nu eenmaal was te komen tot een consensus. Slechts een paar dingen zijn duidelijk, die zullen wij straks naar voren brengen. Overigens biedt het stuk soms niet meer dan een zekere inventarisatie. Het volstaat dan met te zeggen dat dit hier en dat daar geleerd wordt. Nu is dit ook geen wonder. De roomse kerk heeft een eigen uitgesproken leer aangaande de mis. Daar kunnen de afgevaardigden van die kerk zich niet zomaar van distantiëren. Van de afgevaardigden der oostersorthodoxe kerken en van de anglicanen geldt hetzelfde. Er moet heel wat gekunsteld worden om de eindjes aan elkaar te breien. De naden zijn in dit stuk nog goed zichtbaar. Hoe op basis van dit stuk nog van een werkelijke consensus (overeenstemming) kan worden gesproken, is mij een raadsel.
Inzetting
Het eerste bezwaar dat wij ten aanzien van de doopleer van deze consensus naar voren brachten, geldt ook de hier verwoorde avondmaalsleer. De inzetting door de Heere Jezus Christus is niet het duidelijke en onomwonden uitgangspunt. Wel worden al dadelijk de woorden uit 1 Kor. 11, 23-25 aangehaald, en op die manier de schijn gewekt dat Christus' inzetting de basis is waarop het avondmaal des Heeren rust, maar in feite blijkt al dadelijk dat dit toch niet zo is. Jezus' 'laatste maaltijd' (dus: het avondmaal) wordt als slechts 'een' maaltijd gezet in de rij van allerlei andere maaltijden die de Heere Christus hield tijdens zijn leven, samen met zijn discipelen. Er wordt over het avondmaal ook niet gesproken als over een sacrament, maar als over een 'sacramentele maaltijd' (LI). Pas verderop, in een ander verband, valt het woord ' sacrament'. De achtergrond van deze spreekwijze is dat hier het avondmaal niet, zoals in de gereformeerde traditie het geval is, allereerst betrokken wordt op Christus' dood, maar ook op zijn menswording, heel zijn leven, zijn dood, de opstanding en de hemelvaart. In het Nieuwe Testament zelf kan ik dat niet vinden; ik lees dat wij aan het avondmaal moeten gedenken Christus' dood. En hiermee hangt weer samen dat de eigenlijke heilsgave van het avondmaal voor deze Verklaring niet is de verzoening en vergeving der zonden, al worden die uiteraard ook wel genoemd, maar de gemeenschap met 'de Heer' en met elkander, en bij 'de Heer' is dan gedacht aan al wat wij zojuist noemden.
Verzoening
Wat de verzoening betreft, die is in deze Verklaring zonder meer algemeen. Er wordt gesproken over 'de wereld die God met zich heeft verzoend' (IL4). Christus' offer is, zo heet het, van kracht voor alle mensen (II. 5).).
Slechts even wordt gesproken over 'persoonlijk geloof, nl. om het lichaam en bloed van Christus te onderscheiden (II. 13). Dat daarom aan kinderen niet het avondmaal kan worden uitgereikt, wordt evenwel niet gezegd.
Anamnesis
Zwaar geladen wordt het begrip 'anamnesis' (gedachtenis). Het lijkt wel of door deze 'gedachtenis' Christus en al zijn gaven nabij gebracht worden. Ik heb de indruk, maar helder is de Verklaring ook op dit punt niet, dat hetgeen in onze gereformeerde belijdenis-geschriften toegekend wordt aan Woord en Geest, hier wordt toegeschreven aan de 'gedachtenis' .
Transfiguratie
Het oude roomse woordbegrip transsubstantiatie vindt men in de Verklaring niet. Afgewezen wordt het dus ook niet. Als ik het goed begrepen heb laat men voor de transsubstantiatieleer gewoon ruimte. Men prijst haar niet aan, en men keurt haar ook niet af. In plaats hiervan komt men wél tegen het woord transfiguratie. Dat woord ziet dan evenwel niet op de elementen brood en wijn, maar op de gelovigen. Niet de elementen worden veranderd, maar de deelnemers. Daar ligt althans het accent. Het is een gedachte die men met een beroep op oud christelijke schrijvers bij hedendaagse rooms-katholieke auteurs wel meer tegenkomt. Nu is inderdaad de vernieuwing een gave van het avondmaal des Heeren. Maar hoe vindt zij plaats? Toch niet enkel door van het brood te eten en van de wijn te drinken! Zij is een werk van het Woord en van de Geest, die zich bedient van dit genademiddel. Maar dat komt in deze Verklaring niet duidelijk tot uitdrukking.
Offer
Een gevoelig punt is al vanouds de offer-idee. Is het avondmaal, of zoals de roomsen zeggen, de mis een offer van ons, of van de kerk aan God? Op dit punt is de Verklaring zonder meer tweeslachtig. Soms heet het avondmaal gave Gods of heilsgave (II.2) of zelfs 'geheel en al Gods gave' (11.26), maar even vrolijk heet het ook een offergave van óns, welke wij aan de Vader aanbieden (II.4) Ik teken hierbij aan: Rooms-katholieke lezers kunnen gerust zijn!
Eucharistie
De Verklaring gebruikt doorlopend het woord 'eucharistie', letterlijk: dankzegging. Waarom niet avondmaal? Een aansluiting bij het katholiek taalgebruik? Ik moet dat wel veronderstellen.
De wereld
Als er één punt is waarop de Verklaring in haar eucharistie-leer helder is, dan is het het punt van de solidariteit met de wereld. Ja, veronderstel ook eens dat die notie zou ontbreken! Dat is van een stuk van de Wereldraad anno 1982 ondenkbaar. Er staat: De eucharistie is een daad van dankzegging en offerande die geschiedt namens de hele wereld! Ik zou zeggen: Toe maar! Maar waar lees ik dat in de Bijbel? Zeker, er staan af en toe wel bijbelteksten in deze Verklaring, maar doorgaans meer tot 'versiering' dan dat zij een wezenlijke functie hebben. En zo ook hier. Ik lees vervolgens: De eucharistie vraagt om verzoening en solidariteit van allen die elkaar erkennen als broeders en zusters van het ene huisgezin van God en is een voortdurende uitdaging bij het zoeken naar rechte verhoudingen in het sociale, economische en politieke leven. Allerlei vormen van onrecht, racisme, apartheid en gebrek aan vrijheid worden radicaal onder kritiek gesteld, wanneer wij het lichaam en bloed van Christus delen (11.20). En dan wordt verder nog gesproken over het leveren van een actieve bijdrage aan de voortdurende verbetering van de wereldsituatie en de levensomstandigheden van de mens. Er is, aldus deze Verklaring, een verzoenend handelen van God, en daarbij mag ons gedrag niet achterblijven.
Zo wordt, om het met mijn eigen woorden te zeggen, de aandacht verschoven van de genade naar het werk. Geen wonder, de genade hébben wij immers al. Daar behoeft niemand zich meer zorgen over te maken. Wij zijn verzoend. En nu God een handje helpt, die bezig is met verzoenend te handelen in deze wereld. En dat helpen van God ziet dan vooral op de politiek, het bestrijden van racisme, apartheid enz.
Er is trouwens nog iets, dat de wereld uit moet. De Verklaring spreekt van 'onverantwoorde confessionele tegenstellingen' (11.20). Evenals hoogmoed en machtspolitiek vallen zij onder Gods oordeel, wordt gezegd. Zo wordt dus onder bedreiging van Gods oordeel de gemeente gejaagd naar het avondmaal, o neen; de eucharistie! Ik lees hierin, dat alwie deze Verklaring verwerpt zich schuldig maakt aan het maken van een onverantwoorde confessionele tegenstelling. De eenheid moet er komen. Voor dit keer, deze ene keer, onder bedreiging van het allerhoogste gezag, te weten het Oordeel Gods.
Overigens is men in kringen van de Wereldraad uiterst zuinig met het 'oordeel Gods', maar als het gaat om het er doorjagen van eigen ontworpen consensus, dan komt ineens Gods oordeel voor den dag. Ja, en toch wagen wij het om neen te zeggen. Wij weten: Gods oordeel ligt niet in handen van de Wereldraad. Laat de Wereldraad klaar en helder spreken over het Avondmaal, en dan: naar de Schrift!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's