De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De hervormde synode over homofilie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De hervormde synode over homofilie

Grote publieke belangstelling

19 minuten leestijd

Het was voor het eerst in de geschiedenis, dat de hervormde Synode zich expliciet bezig hield met het vraagstuk van de homofilie.

Het was voor het eerst in de geschiedenis, dat de hervormde Synode zich expliciet bezig hield met het vraagstuk van de homofilie. Vorige week gaven we in ons blad een overzicht van de inhoud van een nota, getiteld 'Verwarring en Herkenning', opgesteld door een commissie, die een zodanige samenstelling had, dat het onmogelijk een eensluidend standpunt ten aanzien van homosexualiteit kon opleveren. Hier volgt eerst de aanbiedingsbrief van de commissie, die het rapport samenstelde, bestaande uit (mw) ds. M. W. van Beinum (voorz.), ds. W. R. van der Zee, (secr), ds. P. Oussoren, ds. F. R. Brommet, mw. G. Zijlstra, J. Goossensen, G. de Klerk, dr. J. Hoek.

‘In opdracht van uw moderamen is onze commissie ruim een jaar bezig geweest met de vervaardiging van een gespreksnota over gemeente en homosexualiteit. De pluriforme samenstelling van de commissie maakte het werk niet eenvoudig, maar wel boeiend. Van meetaf aan was het onze vaste bedoeling niet met een meerderheids-en minderheidsnota te komen, maar met een geschrift waarin wij zoveel moeilijk samen zouden zeggen. Dat er verschil van inzicht bestond in onze werkgroep komt in het geschrift duidelijk naar voren.

Naar wij menen was één van de aanleidingen voor u om onze commissie in te stellen een beroep dat op u was gedaan om tot een ondubbelzinnige uitspraak over homosexualiteit te komen.

Zijn wij als commissie tot een ondubbelzinnige stellingname gekomen? Ondubbelzinnig zijn wij waar het gaat om de erkenning van het bestaan van homosexuele mensen en van de gelijkwaardigheid van homosexuelen en heterosexuelen. Ondubbelzinnig zijn wij waar het gaat om de bestrijding van vooroordelen en misverstanden, van alle vormen van openlijke en subtiele discriminatie, van liefdeloze veroordeling en onpastorale veronachtzaming. Ondubbelzinnig moeten wij ook zijn in de erkenning dat wij binnen onze commissie niet tot overeenstemming konden komen ten aanzien van de vraag of we in het licht van de Schrift homosexuele relaties kunnen aanvaarden. Hier stonden een ondubbelzinnig ja en een ondubbelzinnig nee tegenover elkaar.

Wat wij u dan ook aanbieden is bedoeld als gespreksmateriaal. Wij willen daarmee niet een 'kerkelijke uitspraak' uitlokken, maar de gemeenten helpen zelf een mening te vormen. De delen die op geel papier zijn afgedrukt zijn voor verantwoordelijkheid van de commissie als geheel. De op groen papier cursief gedrukte verhalen komen uitdrukkelijk voor de persoonlijke verantwoording van de betreffende schrijvers. Ze vertellen iets van de betrokkenheid van de verschillende leden van de commissie bij het onderwerp. Ze laten tevens zien hoe pluriform onze commissie was.

Wij hopen dat wij met ons werkstuk de gehele kerk van dienst kunnen zijn. En wij willen daarbij niet onder stoelen of banken steken dat wij zelf veel geleerd hebben van het bezig zijn met dit onderwerp en van de confrontatie tussen de verschillende meningen en belevingsvormen.

Derhalve werd het geen nota waarin een eenduidig standpunt werd ingenomen ten aanzien van homofilie, maar eengespreksstuk voor de gemeente, waarin de verschillende visies op het vraagstuk als zodanig als ook op de Schriftgegevens, worden verwoord. Ook in de behandeling op de synode bleek hoezeer de standpunten op zowel de benadering van het vraagstuk als met betrekking tot de hantering van de Schrift (gegevens) uiteen liepen.

Bespreking op de synode

Mw. ds. M. W. van Beinum, voorzitter van de commissie, sprak van 'een bijzonder moment' . 'U als synode, hebt hen meegebracht, broers, zusters - soms ouders - die te kennen gaven homofiel te zijn'. In de commissie bleek de mogelijkheid aanwezig te zijn dat homofielen en heterofielen met elkaar in gesprek zijn. 'Wij zagen die mogelijkheid ook voor de gemeente'. Mw. van Beinum merkte op dat de commissie koos voor de weg van het gesprek en geen uitspraak (kon) wilde doen over homofilie als zodanig. In het laatste geval zouden de homofielen 'op tafel gelegd zijn', object van discussie geweest zijn inzake de problematiek van het Schriftgezag. 'Zij moeten zich dan verdedigen voor het forum van ónze discussie'. Staat intussen de heterosexualiteit buiten die discussie?

De commissie meende verder dat een uitspraak-op-korte-termijn op lange termijn niets verandert. Het gesprek in de gemeente zou dan ook niet meer nodig zijn. Het rapport geeft geen afsluiting maar een begin. De manieren van 'Schriftlezen' worden naast elkaar gezet, zoals de rabbijnen dat doen', 'de een zegt iets én de ander'. Maar in ieder geval geeft de concrete kwestie, waarom het gaat, aanleiding om met de Schrift aan de gang te gaan.

Mw. van Beinum sloot af met de vraag: 'wilt u het gesprek voeren met inluiting van uzelf? ' Ds. J. G. Ruis, Dronrijp. Ds. Ruis merkte op, dat hij aanvankelijk dacht dat deze nota het gesprek kon dienen. Maar het rapport inventariseert alleen verschillende visies. Het maakt geen keus. Hij signaleert in het rapport intussen wel discriminatie: 'homofielen zijn wel aardige mensen, maar ze zijn toch anders'. En verder, moet het avondmaal het beoordelingspunt zijn voor ons mens-zijn? De kerk moet het 'elkaar veroordelen' veroordelen. Verder stelde ds. Ruis de vraag: hoe mogen we de bijbel lezen en hoe kunnen we (in Christus) mens zijn?

Dr. H. Vreekamp, Epe. Dr. Vreekamp herkende de nota in de 'pastorale grondtoon'. Er is eenstemmigheid in de erkenning  gelijkwaardigheid van homofielen en heterofielen en veroordeling van discriminatie. De naaste wordt aanvaard, zoals die is. Dat gaf hem vreugde. De verwarring komt echter zodra we theologisch het gesprek voeren. Dan gaat het over het Schriftgezag. Dan is er - blijkens de nota - variatie van 'rood stoplicht', tot legitieme beleving van de homosexualiteit vanuit de liefde. Dr. Vreekamp meende dat we de theologische vragen moeten opschorten om deze, in samenhang met andere concrete punten, aan de orde te stellen. Het gaat dan om de bijbeltekst én de concrete mens. Hij noemde in dit verband de doodstraf. We moeten de teksten niet te snel als basismateriaal gebruiken. Liever moeten we uitgaan van een christologische benadering van de bijbelteksten. In dit verband vroeg hij zich af of de woorden uit het begin van de bijbel 'man en vrouw', schiep Hij ze', niet moeten worden weergegeven met 'mannelijk en vrouwelijk, schiep Hij ze'. Dat geeft uitzicht op het 'Ecce Homo', zie de Mens.

Diaken D. G. van Vliet, Wilnis achtte het 'fijn' dat naar elkaar geluisterd is in de commissie. Laat de gemeente er maar op dezelfde wijze op ingaan. Maar intussen: 'wat betekent de Schrift voor ons handelen?’.

Ds. M. Ravenhorst, Muiden. Hij spreekt met beschaamde kaken over wat in de geschiedenis ten aanzien van de homofiele mens fout is gedaan. Hij pleit ervoor te luisteren naar elkaar en naar de Schrift. Op dit laatste punt is er veel verwarring. Maar dat betreft niet alleen de kwestie van de homosexualiteit. Als we met het gezag van de Schrift niet klaar komen, dan komen we op dit punt ook niet klaar.

Als het gaat om wat de Bijbel wil, weten we het op het ene punt goed, en op het andere punt niet. 'Eigen tijd' en 'gevoel' scheiden ons vaak van de Schrift zelf. Ds. Ravenhorst heeft intussen één stem gemist in het geheel, namelijk van hen, die op grond van de Schrift, zélf komen tot afwijzing van hun homosexuele geaardheid.

Kerkvoogd C. Vonk, Olst, merkt op dat veel mensen de Bijbel 'verwensen'. En wij aanvaarden de Bijbel 'met vreugde'. Maar twintig eeuwen christendom bracht het niet verder dan 'tekstuitleg' en 'etikettenplakkerij'. Het gaat echter om het geluk van mensen. Hij is blij met het 'open stuk'. Vraagt zich echter af of het zó ook voor de jeugd moet gaan verschijnen.

Ds. H. J. Ponsteen, Oosterbeek spreekt over de nota als een weerspiegeling (in verband ook met Schriftinterpretatie en Schriftgezag) van opvattingen die in de gemeenten leven. De weerstanden in de gemeente ten opzichte van homosexualiteit zijn echter groot.

Zijn homosexuele relaties minder blijvend, zijn ze gegeven met de cultuursituatie of zijn ze van biologische aard? Ds. Ponsteen doet een beroep op begrip van de homofiele medemens, omdat hij zelf ook - komend uit een bepaalde achtergrond - zoveel heeft moeten leren.

Ds. A. Polliuis, Koog a/d Zaan vecht het 'ondubbelzinnige "neen" tegen discriminatie' in de nota ten opzichte van homofielen aan. Is er geen discriminatie? Geen weigering van ambt en avondmaal? Het rapport discrimineert niet? Het discrimineert niet ten aanzien van opvattingen, wél ten aanzien van mensen.

Het laatste hoofdstuk in het rapport - terzake van de Schriftgegevens - interpreteert hij in die zin: 'jammer, dat we nog een Bijbel hebben, het ging zo goed' (in de vorige hoofdstukken nl. v. d. G.). In de nota is weggelaten dat de homosexuelen wel terdege een bedreiging zijn, Polhuis vroeg zich echter af: 'hoe leren zij ons de bevrijding? ' Een discussie over het Schriftgezag leidt af - zo meende hij - van het probleem waarom het gaat, namelijk discriminatie. Verder trok hij een parallellie met de kwestie van de kernwapens. 'Je mag ze wel hebben, maar ze niet gebruiken'. Je mag wel homofiel zijn, maar het niet praktiseren. Polhuis diende tenslotte een motie in, waarin werd gevraagd homofielen niet van ambt en avondmaal te weren.

Oud. J. H. Vos, Wageningen constateerde dat we, gezien het pluriforme karakter van onze kerk, kennelijk niet tot een Schriftgebonden uitspraak kunnen komen. Hij vindt dat jammer. Moeten we alles onder de 'mantel der liefde' bedekken? Of moet ons leven liggen binnen 'de oevers van Gods geboden? '. Elke homofiel - zo stelde hij - is nog géén homosexueel. Hij noemde in dit verband het woord van Christus tot de overspelige vrouw 'ga heen en zondig niet meer'. Bij de 'stoornis homofilie' wilde hij graag ook het woord zonde noemen. Er zijn ook andere stoornissen: kleptomanie, pyromanie, overspel, 'gedreven worden tot het kwade'. Het wordt ons 'van boven' opgelegd om neen te zeggen tegen deze stoornissen.

Drs. R. H. Kieskamp, Leerdam, stelde voorop, dat er geen sprake mag zijn van discriminatie van homofielen. Maar wat hij wilde zeggen is wel op de Schrift gefundeerd. Het rapport stelt dat de Bijbel homosexuele geaardheid niet kent. Is dit zo? Moeten we de geesten niet onderzoeken of ze uit God zijn? Moeten we dan ook vanuit Romeinen 1 geen verband zoeken tussen ontkerstening en homosexualiteit? De bijbel noemt homosexuele 'lustgevoelens' zonde.

Intussen zijn we voor de heilige God allen goddelozen. Maar niet de goddeloosheid wordt gerechtvaardigd maar de goddeloze. Intussen blijft de wet de leefregel der dankbaarheid. Anders wordt de liefde het ideaal van de zonde. Het gaat om gebondenheid aan het Woord van God.

Vandaag is er echter sprake van het cultiveren van het ongebonden mens-zijn, van het ónherschapen menselijke bestaan. Drs. Kieskamp signaleerde een 'nieuwe Aufklarung', ingespeeld op een nieuwe heidense tendens in onze samenleving. 'Gelijkwaardigheid' achtte hij intussen geen bijbels woord. Wel moet vanuit de woorden zonde en zondaarsliefde het gesprek gevoerd worden in het licht van Gods barmhartigheid.

Oud. mw. A. Mulder, Middenmeer meende dat woordvoerders van homosexuelen de zaak vaak frustreerden. Ze sprak in dit verband van een overtrekking van het sexuele, met name het genitale. Tegen de versexualisering van het leven moet worden gewaarschuwd, meende zij. Ze dacht in dit verband ook aan weduwen en eenzamen. Sex-idealisten willen echter naar een nieuwe moraal. Dan komt men evenwel te staan voor zaken, die het persoonlijk geweten raken.

De mens moet tot z'n recht komen? Als ieder mens tot zijn of haar recht moet komen dan wordt het een chaos. Zij vroeg zich in dit - verband af of het dienstbaar aan de (eenheid van) de gemeente is als homosexuele relaties worden ingezegend. Ze deed een beroep op begrip bij homosexuele mede-christenen. Als de homosexuele mens gekozen heeft voor een bepaalde praktijk moet hij óók kiezen voor een bepaalde houding ten opzichte van de gemeente, als het gaat om ambt en avondmaal.

Dr. J. Hoek, Veenendaal. Er ontspon zich een tussentijds debatje tussen dr. J. Hoek (lid van de commissie, het minderheidsstandpunt vertegenwoordigend) en ds. A. Polhuis. Dr. Hoek stelde dat er geen pastorale uitspraak zijn kan zonder luisteren naar de Schrift. Als Polhuis dan zegt dat, als we met nóg 'wel tien Schriftplaatsen' de discriminatie (van homofielen) kunnen rechtvaardigen, dit tóch nog niets zegt, dan moet daar tegenover gesteld worden dat de Schriftplaatsen onderscheiden tussen goed en kwaad. Het was een toegespitst moment in de discussie inzake het Schriftgezag, met het al of niet wettige beroep op Schriftplaatsen die homosexuele praktijken afwijzen.

Ds. M. A. Vrijlandt, Assen, vroeg zich af wanneer het licht 'op rood' gaat. Waar komt homofilie aan het licht? Pas bij homofiele predikanten wordt het spannend! Hij pleitte er echter voor predikanten bij het beroepingswerk niet te beoordelen op hun geaardheid maar op hun pastorale vaardigheden.

Ds. W. W. Verhoef, Vlaardingen bracht dank voor de weergave van de 'charismatische visie op homosexualiteit in het rapport. Hij onderscheidde drie situaties: onthouding, genezing en homosexuele praktijk, omdat onthouding en genezing niet mogelijk zijn. Wat het Nieuwe Testament betreft meende hij dat Paulus met name in Romeinen 1 het oog had op homosexuele prostitutie. Hij pleitte verder voor een verstaan van de Schrift niet in letterlijke zin, want 'de letter doodt maar de Geest maakt levend'. Van Abraham nemen we de huwelijksmoraal ook niet letterlijk over, hoewel die er zich wél bij voelde. In de 20e eeuw, aldus ds. Verhoef, hebben we de mens ontdekt, ook de zoekende homofiele mens. Mocht Luther nog zeggen dat het in de Schrift gaat om 'was Christum treibet' nu moeten we zeggen dat het gaat om 'was humanum treibet’.

Hij sloot af met op te merken dat in de meest orthodoxe gezinnen ook het aantal kinderen afgenomen is en dat dit niet 'puur natuur' is. Hier zag hij een verbinding met homosexuele praktijk.

Ds. P. Vermaat, Veenendaal herinnerde aan het zondenregister in het avondmaalsformulier. Daar wordt de homofiel niet genoemd. Wel de heterofiel, die overspel bedrijft. Hij voelt zich er echter niet door gediscrimineerd, in tegenstelling tot de homofiel van nu, die zijn zonde krijgt aangewezen. Intussen achtte ds. Vermaat het stuk, dat nu voorlag, een 'uiting van geestelijke armoede'. De verdeeldheid in dit stuk is iets anders dan wat de Schrift verstaat onder de 'veelkleurige wijsheid Gods'. De notie uit de kerkorde (art. X), dat de kerk leert 'in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift' wordt ook gemist. En verder, wat voor de één mag, mag voor de ander niet. Moeten we dan ook niet beducht zijn voor een 'natuurlijke theologie', waartegen zondag 2 van de Heidelberger waarschuwt? Ook ds. Vermaat vroeg zich af, waarom niet iemand uit de kring van ex-homofielen was uitgenodigd om deel te nemen aan het beraad in de commissie.

Dr. K. Blei, Haarlem was wel content met het stuk, behalve met dat wat over de Schriftgegevens werd gezegd. De nota is te tweeslachtig om zo de kerk in te sturen. Hij stelde dat niet bepaalde personen 'anders' zijn. We zijn allen anders en behoren daarom bij de Ander. Hij keerde zich tegen een natuurlijke theologie, die homofilie tot zonde of ziekte verklaart of anderzijds uitgaat van het gegeven ‘ik ben nu eenmaal zo’.

Ds. G. Schaap, Poederoyen meende dat we met dit rapport de homosexuele mens niet dienen. Er moet één weg worden aangegeven; niet twee wegen. Het gaat om de boodschap van de Schrift. Daarvan moeten we de consequenties onder ogen zien: homosexuele handelingen zijn zonde! De Bijbel spreekt niet over veelkleurigheid van menselijke gevoelens en belevingen maar over het feit, dat de zondeval diepe sporen trekt, ook in onze sexualiteit. 'Wat heeft het zin nog te luisteren naar de Schriftgegevens, als we het verder niet meer van belang vinden of de Schrift pro of contra is?' Helpen we intussen de mensen als we zeggen dat ze zichzelf moeten aanvaarden? We moeten geen zelfverwerkelijking preken maar de trouw van God. Elke zondaar vindt bij Hem liefde en ontferming. Daarom is strijd tegen de zonde de moeite waard. Die strijd kan zwaar zijn maar nooit te zwaar. En verder, het doopformulier zegt: 'als wij soms uit zwakheid in zonde vallen, behoeven we aan Gods genade niet te twijfelen...’.

Ds. W. L. Dekker, Roosendaal achtte een gespreksnota in onze verdeelde kerk (helaas) het beste. Hij vond een eenstemmige uitspraak (bij meerderheid van stemmen) onjuist. Dat zou 'de onplooiing van de homofiele mens' alleen maar remmen. Toch stelde hij veel verdriet over één en ander te hebben. De Schrift verdeelt ons, terwijl de Schrift er is om de mens maar niet de mens om de Schrift.

Er is een uitspraak geweest 'laat de Schrift geschieden, ook al vergaat de wereld'. Zo worden nu ook homofiele mensen kapot gemaakt met het Schriftgezag. Hij pleitte er daarom toch voor dat de kerk zou uitspreken dat niemand op grond van zijn of haar geaardheid mag worden uitgesloten van welk recht dan ook tot deelname 'aan het volle leven der kerk'. Ds. Dekker vroeg zich intussen ook af welke echte of onechte schuldgevoelens schuil gaan, inzake eigen erotiek, bij alle bitterheid over de onderhavige kwestie.

Dr. W. Balke, Den Ham gaf aan dat de problematiek zich tussen twee polen bevindt. Allereerst de pastorale zorg binnen de gemeenschap van het Lichaam van Christus. Vervolgens het gezag van de Heilige Schrift. Wat het laatste betreft: is de Schrift tijdgebonden? Waarom betrekken we dan overigens de relativiteit van onze eigen tijd er niet bij? We maken zelf deel uit van onze cultuur die ook 'betrekkelijk' is. We moeten bijbels gezien echter uitgaan van het huwelijk, dat in het Nieuwe Testament christologisch wordt doorlicht. Het gaat daar om de man-vrouw verhouding 'ziende op Christus en Zijn gemeente'. Met dr. K. Blei kon hij intussen niet zeggen dat de Schepping nog niet af is. Het is goed wat God gemaakt heeft maar de Schepping is geschonden. Daarom gaat het om bevrijding, maar niet tot zelfbeschikking, politieke erkenning of maatschappelijke gelijkwaardigheid maar tot de vrijheid van het kindschap Gods. Daarbij kan het gebod Gods nooit discrimineren. Het gaat om de heerlijkheid van het Kindschap Gods en de vrijheid in Christus.

Ds. J. Monteban, Zelhem, achtte de nota de weergave van een goede gesprekskring, van een modaliteitengesprek. Hij wilde liever een ‘ondubbelzinnige uitspraak’.

Oud. mevr. G. Oorthuys, 's Gravenhage, gaf als moeder van een homofiele zoon een persoonlijk relaas van haar ervaringen wat betreft de verwerking en aanvaarding van één en ander. Het is te persoonlijk om het hier af te drukken.

Ds. J. Lugtigheid, Hervormde Jeugd Raad, meende dat het stuk de weg van de 'bevrijding' had moeten kiezen. Het rapport moest zó - vond hij - niet de kerk in. De kerk moet bevrijdend spreken. Intussen sprak hij raillerend over 'het rode stoplicht van de God van dr. J. Hoek', daarmee een eerlijke positiebepaling vanuit het belijden van de Schrift als vorm voor ons handelen verachtelijk terzijde stellend.

Dr. S. Meyers, Leiden. Het betoog van dr. Meyers is apart in dit nummer opgenomen. Diaken N. A. de Waal, Alblasserdam, was pijnlijk getroffen door het applaus dat mevr. Oorthuys kreeg, met name over de slogan 'zonder Bijbel, minder heibel'. Hij vroeg zich af of de commissie niet tot een duidelijker standpunt had moeten komen gezien het feit dat de Schrift homosexuele praktijk afkeurt. In bepaalde stukken heerst de ervaring nu over de Schrift. Hij sprak uit dat de nota de gemeente én de homosexuele naaste niet echt dient. Door het Woord v an God, waardoor ons vergeving wordt aangeboden worden ook opgeroepen tot bekering.

Conclusie

Met 29 tegen 22 stemmen besloot de synode de nota als gespreksstuk de kerk in te sturen. Een motie van ds. A. Polhuis dat hij toelating tot ambten en functies en ook bij het Heilig Avondmaal niemand op grond van geaardheid mag worden geweerd werd met 26 tegen 25 stemmen verworpen. De motie van ds. Vrijland dat bij het beroepingswerk slechts de 'pastorale vaardigheden' en niet de geaardheid van de betrokkene in het geding mag zijn werd met 26 tegen 25 stemmen aanvaard.

We zullen de kwestie zelf nu niet nader becommentariëren. De stemmenverhouding spreekt eigenlijk voor zichzelf. Wel wil ik wijzen op een ander punt. Vergaderingen van de hervormde synode voltrekken zich - in tegenstelling tot vergaderingen van synodes van allerlei andere kerken - in de schijnwerpers van de publiciteit. Er zitten persmensen en anderen op de publieke tribune, die vrijelijk kunnen schrijven en uit de eerste hand mogen horen. Bij veel onderwerpen is dat niet schadelijk. Tijdens de behandeling van dit kiese onderwerp echter, waaraan zoveel pastorale kanten zitten, bekroop mij meermalen de gedachte: 'moet dit zo?' Voor het eerst hield de hervormde synode zich met dit delicate onderwerp bezig. Moeten synodeleden - juist waar het om mensen gaat - niet in vrijheid met elkaar kunnen spreken, zonder de hete adem van de publiciteit in de nek?

Op de publieke tribune, waar kennelijk nogal wat direct betrokkenen bij het onderwerp aanwezig waren, werd niét aflatend gereageerd op wat gezegd werd, hetzij afkeurend (wanneer b.v. het gezag van de Schriftgegevens werd benadrukt), hetzij met applaus, zoals na het betoog van mevr. Oorthuys die een ervarings-verhaal hield, met de opmerking dat ze in een bepaald stadium de Schriftgegevens voorbij was. Persoonlijk achtte ik het een dieptepunt, dat uitgerekend dit betoog, hoe levensecht ook maar niet zonder een zekere uitdaging gebracht, applaus kreeg.

Me dunkt dat pers en publiek hier niet bij hadden moeten zijn. Om de vrijheid van een ambtelijke vergadering niet te frustreren (hetzij doordat mensen zich geremd voelen, hetzij doordat ze zich extra uitgedaagd voelen)!

Maar bovendien, mensen die hier hun levensstrijd hebben voor Gods Aangezicht kunnen zich hopeloos geraakt voelen door opmerkingen, die 'rijp en groen' gemaakt zijn. Gegeven het feit echter dat ook deze vergadering publiek was heb ik toch maar geprobeerd om in de verslaggeving zo uitvoerig, als maar mogelijk is, te zijn.

De gespreksnota, die nu vóór lag zal wel een keer tot een ethische standpuntsbepaling moeten leiden. Of die er komen zal? Me dunkt, dan alléén bij meerderheid van stemmen. Zo ligt dat nu eenmaal in onze kerk. Maar we zullen toch moeten blijven worstelen om het verstaan van de Schrift in deze ethische kwestie met zoveel pastorale kanten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De hervormde synode over homofilie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's