Kerknieuws
VOORLOPIGE BEZUINIGINGSMAATREGELEN HERVORMDE KERK EN RICHTLIJNEN VOOR DE TOEKOMST
Het breed moderamen van de hervormde synode heeft zich achter een aantal 'overwegingen met betrekking tot uitgangspunten' voor bezuinigingen gesteld die door een door dit college in februari ingestelde bezuinigingscommissie in een interimrapport zijn neergelegd. De synode zal donderdag 9 juni dit rapport tijdens haar vergadering te Doorn behandelen. De opdracht van de commissie was concrete suggesties te doen voor maatregelen, die leiden tot bezuinigingen in de periode van 1984 tot en met 1986 van tenminste 15 procent op basis van 1982 (met mogelijkheden voor eventuele bezuinigingen op langere termijn).
Voorts moest de commissie nagaan, welke beleidspunten daarbij belangrijk zijn en waar binnen het totale personeelsbestand (landelijk en regionaal) wellicht afvloeiingen en verschuivingen zouden kunnen plaatsvinden.
Na behandeling van deze richtlijnen door de synode, zal de commissie haar werk voortzetten. Omdat voor de verdere uitwerking nog geruime tijd nodig zal zijn, zouden, om de begrotingstekorten zo laag mogelijk te houden, op korte termijn maatregelen dienen te worden genomen. Het breed moderamen van de generale synode heeft daarom reeds besloten, dat de bijdragen voor 1984 uit de landelijke kassen en fondsen aan de kerkelijke organen voor het landelijke en provinciale kerkewerk niet boven het peil van 1983 mogen stijgen. Voorts besloot dit college het instellen van een selectieve vacaturestop.
Dit houdt in, dat voor de vervulling van vacatures alleen toestemming kan worden gegeven wanneer kan worden aangetoond, dat de functie, eventueel met een gewijzigde taakstelling, past in de verdere uitwerking van de algemeen vastgestelde prioriteiten.
Het is de bedoeling dat in maart 1984 de synode tot een definitieve vaststelling van de te nemen maatregelen komt. Bij de verdere uitwerking zullen ook de stuurgroep landelijke organisatie (waarover elders in dit bulletin), de studiecommissie gezamenlijk financieringsplan en de werkgroep die zich zal bezinnen over bestuur en beheer in de plaatselijke gemeente (ordinantie 16 en 18) betrokken worden.
Het functioneren van de kerk
De nota begint met een uiteenzetting over uitgangspunten van beleid, waarbij het karakter van de Hervormde Kerk wordt beschreven. De kerk, zo wordt o.m. gezegd, heeft in haar landelijke organisatie tot taak de gemeenten van dienst te zijn. De synodale organisatie moet het de kerk mogelijk maken om in de samenleving op nationaal niveau te functioneren.
Dit leidt tot het onderscheiden van een aantal hoofdfuncties. Deze zijn, kort weergegeven:
- de gemeenten dienen bijstand te ontvangen in hun kerkelijk functioneren door middel van vorming en toerusting.
- de gemeenten dienen gestimuleerd te worden in het onderlinge pastoraat.
- de apostolaire zendingsfunctie van de kerk en de zorg voor wie buiten haar direct bereik haar bijstand nodig heeft (werelddiakonaat).
- het functioneren van de landelijke kerk in het geheel van de samenleving dient te worden bevorderd o.a. door bezinning, advisering en voorlichting. Een belangrijk middel daarbij is het spreken van de kerk.
- de synodale organisatie dient efficiënt en effectief te zijn.zowel wat haar bestuurs-als haar beheersfunctie betreft.
Bestuur
In reacties op de eerste bezuinigingsnota van maart 1982 werd gewezen op de 'luxe van 4 of 5 bestuurslagen': wijkgemeenten, centrale gemeenten, classes, provinciale kerkvergaderingen en generale synode. Zowel beleidsmatig als uit oogpunt van kostenbesparing wil het breed moderamen aan de classes op het gebied van bestuur en beheer een grotere taak geven. Ook het Samen op Weg-proces kan daardoor vergemakkelijkt worden. Op provinciale organen zullen het gemeentewerk vooral op het terrein van de toerusting moeten ondersteunen. Gewezen wordt op het belang van de zelfwerkzaamheid van de leden van de kerk als het aantal professionele medewerkers noodgedwongen moet verminderen. Voor een optimale coördinatie van het algemene kerkewerk vindt ze een centraal adequaat functionerend beleidsorgaan met één daaraan gekoppeld beheersorgaan onmisbaar.
Huisvesting
Wat betreft huisvesting van de landelijke bureaus vindt het breed moderamen dat het handhaven van de huidige vestigingsplaatsen: Den Haag, centrum des lands en Oegstgeest is aan te bevelen. De consequenties van verplaatsing van de Haagse organen naar het centrum van het land (circa 90 personeelsleden) wordt onaanvaardbaar, geacht o.a. omdat in het licht van de arbeidssituatie het onverantwoord is om gedwongen ontslagen te geven in die gevallen waarin personeelsleden de sociale mogelijheden niet hebben om een andere woonplaats te accepteren. Tevens wordt opgemerkt dat het voor het beleid van de Hervormde Kerk belangrijk is, dat haar landelijk bestuurs-en beleidscentrum in de omgeving van de regeringszetel gevestigd blijft.
Aandachtsvelden
In de nota wordt niet concreet ingegaan op eventuele bezuinigingen bij vorming en toerusting, pastoraat, zending en werelddiakonaat, overheid en samenleving. Met deze organen zal nader worden gesproken. Uitvoerig wordt wel ingegaan op bestuur en beheer wat betreft wijzingen van het toezicht op het financieel beheer van de gemeenten. Deze zouden kunnen betekenen, dat de goedkeuring van begrotingen, rekeningen en beheersdaden van gemeenten en diakonieën zouden komen te vervallen. Voor het plaatselijke beheer zou dan een accountantscontrole verplicht moeten worden. Het toezicht op het beheer van de gemeenten door de classes zóu beperkt kunnen blijven tot de huidige autorisatie en approbatie bij het beroepingswerk, aangevuld met een bepaling, dat de gemeenten moeten aantonen, dat zij kredietwaardig zijn om de lasten van de betreffende predikantsplaats op zich te kunnen nemen. De classis zou zich voor deze taak kunnen laten bijstaan door een classicale financiële commissie. Zowel gemeenten als classes zouden een beroep kunnen doen op adviezen van professionele landelijke medewerkers, die regionaal ter beschikking staan. Het rapport wil het inschakelen van de Bouw-en Restauratiecommissie bij de zorg voor de monumentale kerkelijke gebouwen inschakelen, ook in verband met de landelijke coördinatie naar de Rijksdienst voor Monumentenzorg.
Taken van beheer maar ook bestuurlijke zaken zouden moeten worden overgebracht naar de classis, waardoor de rol van de provinciale bureaus beperkt zou worden tot een provinciaal centrum voor toerusting van de gemeenten.
Financiële en administratieve organen
Criteria voor het beleid betreffende de landelijke financiële en administratieve organen zouden volgens het rapport kunnen zijn:
- het voeren van één centrale administratie voor het gehele landelijke en provinciale kerkewerk, bij voorkeur in één administratieve unit in de vestigingsplaats Den Haag.
- centrale geldwerving van de Centrale Financiële Raad, de Generale Diakonale Raad en de Raad voor de Zending.
- het functioneren van de kassen voor predikantstraktementen en - pensioenen bezien in Samen op Weg-verband.
- overbrenging van het synodale archief naar het rijksarchief ter beperking van het werk van de Commissie voor de Archieven
- de dienstverlening van de SMRA zou tegen zo laag mogelijke kosten moeten worden uitgevoerd. Een verdere behandeling zal echter pas mogelijk zijn nadat de studie naar decentralisatie dan wel deconcentratie van de werkzaamheden van de SMRA voltooid zijn.
De bezuinigingscommissie bestaat uit de heren drs. J. Traas, Amsterdam; F. v. d. Kolk, Amersfoort en drs. D. van Vliet in Den Haag. Als adviseurs zijn toegevoegd dr. R. J. Mooi, scriba synode en secretaris-generaal Hervormde Kerk en de heer CD. Hamelink, directeur Generale Financiële Raad. Secretaris is mevrouw P. J. Koetsier.
EMST
Zondag 5 juni jl. mocht de gemeente van Emst weer een eigen herder en leraar ontvangen door de komst van kand. J. G. den Toom uit Hardinxveld-Giessendam. Geloofd zij God met diepst ontzag. Hij overlaadt ons dag aan dag, met Zijne gunstbewijzen. (Psalm 68 : 10). Zo mocht de gemeente aan het begin van de bevestigingsdienst zijn dankbaarheid en blijdschap uitzingen tot God. In de morgendienst vond de bestiging plaats door ds. E. F. Vergunst uit Ridderkerk. Hij had als tekst gekozen Kolossenzen 1 : 28. Denwelken wij verkonden.... Nu wordt in de bediening van de verzoening een verborgenheid onthuld, de rijkdom van Hem, die wij verkondigen. Alles in de hemel en op aarde staat onder de macht van Jezus Christus. Hij, die het welbehagen van God is, de bron van de prediking, de vervulling van Gods raadsplan. Het kostte Hem Zijn leven. Hij moest afdalen uit de schoot des Vaders naar de moederschoot - Zijn lijdensweg gaan, de volkomen Zaligmaker. Zijn Geest, het is immers Pinksteren geweest, gaat door. Hoop der Heerlijkheid-Christus in u - de Heilige Geest draagt Christus het hart van een zondaar in. Een geroepen dienaar moet niets anders prediken dan die Christus, zodat die verborgenheid Gods wordt gerealiseerd in de prediking. Aan arme zondaren, de rijkdom van Christus verkondigen, als een hamerslag op het geweten, laat u met God verzoenen. Zo mag u de schatten openbaren aan de gemeente. Herder, maar zeker ook leraar zijn, daarvoor hebt u wijsheid nodig, daar mag u zijn aller dienaar, maar niemands knecht. Ernstig, maar ook bemoedigend, vermanend en pastoraal bewogen kwam de prediking tot de gemeente en tot onze nieuwe dominee. Na het: 'Ja, ik van ganser harte', het antwoord van kandidaat den Toom op de aan hem gestelde vragen en het zingen van Psalm 26 : 8, vond de bevestiging plaats. Aan de handoplegging namen de volgende predikanten deel: ds. E. F. Vergunst; de consulent ds. H. Roseboom uit Oene; ds. A. Stekelenburg uit Vaassen (oud-predikant van Hardinxveld-Giessendam); ds. C. van Schoonhoven uit Hardinxveld-Giessendam; ds. J. R. Volk uit Bleskensgraaf; ds. A. J. Schalkoort uit Streefkerk. De gemeente zong de geknielde predikant vervolgens toe Psalm 119 : 9 (gew.) en 22. Vergunst sprak vervolgens nog een persoonlijk woord tot ds. den Toom, zijn vrouw en kinderen, hun ouders en de gemeente. Gemeente, u krijgt een dienaar Gods, een zwak mens, maar door hem spreekt God tot u. Laat oprechtheid en vroomheid u behoeden. Geef hem en zijn gezin een plaats in uw hart en in uw gebed. Aan het einde van deze indrukwekkende dienst zongen we samen uit het Gebed des Heeren 3 en 6.
In de middagdienst mocht ds. den Toom zijn intrede doen in onze gemeente. Zendt Heer Uw Licht en Waarheid neder (Psalm 43 : 3) zo mochten we deze dienst samen zingend en biddend beginnen. De tekst van ds. den Toom was 1 Korinthe 1 : 23 en 24. Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, Gij zult mijn getuigen zijn. Jezus Christus centraal in de prediking. Bij Hem vallen de beslissingen voor tijd en eeuwigheid. De opdracht is mensen brengen aan de voeten van Jezus. Welk een genade dat God Paulus aanstelde in Zijn dienst. Een dienst, waarin geen plaats is voor eigen verdienste in de prediking. Jezus Christus zegt neen tegen alles wat van mij, van ons is. Jezus zegt: 'Ik ben de Deur'. Het evangelie wekt weerstanden. Paulus weet daarvan mee te praten. Gedreven door de liefde van en tot Zijn Meester predikt Paulus alleen de gekruisigde Christus tot behoud van een ieder, die in Hem gelooft. Wie is deze Jezus voor u? Mijn Zender stelt geen voorwaarden bij u, van Hem gaat een wonderlijke kracht uit, die wij zullen ontvangen, wanneer wij afzien van onszelf en het alleen verwachten van Hem, dan zal Hij u de geest van alle wijsheid schenken. Hij wil u ook Zijn genade aanbieden. Om het Evangelie te verkondigen gebruikt God mensen in Zijn dienst. Geen hoogmoed bezielde Paulus, door de dwaasheid der prediking brengen tot het geloof, ondanks tegenwerking en ergernis komen er mensen, die hun zaligheid zoeken en vinden aan de voeten van Jezus. Zo mag een dienaar zijn werktuig in Gods hand, zo moet hij als gezant van Christus, allen, die ongehoorzaam zijn en blijven het oordeel aanzeggen en hen toeroepen, laat u met God verzoenen, opdat u zo Zijn liefde moge melden. Zijn Wijsheid roemen. Zijn Kracht bezingen en zo zoudt leven door Hem. Die gunst heeft God Zijn volk bewezen, opdat het altoos Hem zou vrezen.
Na de prediking sprak ds. den Toom nog een kort woord van dank tot zijn bevestiger en mentor, de kerkvoogdij, de pastorale medewerkers van de afgelopen moeilijke jaren (ds. T. Ouwerkerk uit IJzendoorn, kandidaat S. Jumelet uit Zeist en de heer A. D. Goyert uit 't Harde) en tot de gemeente. Er werden hierna nog enkele toespraken gehouden. Wethouder Y. Dijkstra sprak namens de burgerlijke gemeente Epe; ds. H. Roseboom namens de classis Harderwijk en de Ring Heerde. Tot slot sprak ouderling H. Vos namens de gemeente. Hij gaf onze herder en leraar de tekst mee uit Filippensen 4 : 6: weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God. Op zijn verzoek zong de gemeente daarna onze nieuwe predikant toe Psalm 113 : 1. Na het dankgebed en het zingen van Psalm 27 : 7, legde onze predikant voor het eerst de zegen op de gemeente, waarna we (gemeente, familie, vrienden en genodigden) dankbaar huiswaarts keerden. Er was een duidelijke eenheid te bespeuren wat de verkondiging van het Woord betreft in beide diensten. Zowel bij de bevestiging, als bij de intrede stond de Koning der Kerk centraal, wiens Kracht en Wijsheid wij als gemeente van Emst hebben ervaren in de achterliggende tijd! God geve dat wij in de toekomst een zullen zijn in Zijn Naam. God alleen de Eer, voor alles wat Hij ons gaf op deze dag des Heeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's