De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

12 minuten leestijd

De overbekende ds. J. Overduin is op de leeftijd van 80 jaar overleden. We laten hier volgen een in-memoriam, dat ds. H. Jongerden, hervormd predikant te Veenendaal, waar ds. Overduin zoveel jaren predikant in de Gereformeerde Kerken was, schreef in het ‘Veens Kerkblad’.

‘Jacobus Overduin, dienaar des Woords, is op 4 juni door de God en Vader van onze Heere Jezus Christus Thuis gehaald. Voor zover ik kan nagaan was hij de laatste van de generatie oud-predikanten in de kerkelijke samenleving van Veenendaal. Een man van het Woord, daarom ook een man van het goede werk. Een man van het geloof, daarom ook een man van de liefde. Een man van de hoop, daarom ook een man van de blijdschap. Een christen, die de zalving van de Heilige had ontvangen. Een moedig man tot in concentratiekamp en gevangenis toe. Een man van Gods genade. Belezen en gelezen. Hij had de gave om het Woord te verkondigen en om ervan te schrijven. Vooral in zijn artikelen en boeken liet hij zich kennen. Gaf hij zich bloot. Op het kwetsbare af. Maar aldus bemoedigend al de worstelaars in de Grote Oecumene van Christus. Hij onderwees ons uit de Schriften hoe wij worden als een man Gods. Troostte zichzelf en ons uit Gods grote verrassing in de zaligsprekingen. Spelde ons eenvoudig het volmaakte gebed. Richtte ons op, wanneer het geloven heden moeilijker schijnt dan voorheen. Opende een profetisch vergezicht op het onaantastbare, de Hoop onzer heerlijkheid.

Nu mag hij zijn Koning en Heere in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met Diens goddelijk beeld. Nu is hetvoor hem altoos: "Niet ik, maar Hij!" In de Vrede Gods, in de vreze des Heeren. Om Hem eeuwig te loven en te prijzen.

Eens las ik van hem, hoevele broeders en zusters hij bezat in andere kerken dan de zijne. Dat bezit is geen éénrichtingsverkeer. Als christenen met de toenaam "hervormd", staan wij een broeder aan de hemelse Vader af. Lang voor "Samen op weg" waren wij al samen op De Weg, onderweg naar het betere Vaderland. De Heere zal naar Zijn belofte mevrouw en Greet Overduin troosten met Zijn nabijheid en bijstand.

Tenslotte, uit zijn boekje: "Een brief op hoog niveau", citeer ik naar aanleiding van Hebreeën 13:7: Op ons, voorgangers, rust de ontzaggelijke verantwoordelijkheid, dat onze wandel een aanbeveling is van het Woord dat wij prediken". Aldus gedenken wij deze voorganger: Jacobus Overduin.'

Nadat ds. Overduin uit het concentratiekamp in Dachau, waar hij als een van de weinigen, die met hem in het kamp kwamen, uitkwam, terugkeerde, schreef hij zijn overbekende boekje 'Hel en hemel van Dachau'. Uit dit boekje nog het volgende, als een gedachtenis aan een man, die van de Heere kracht ontving om staande te blijven in de grootste stormen.

'In een gereserveerde wagon derde klasse werden we vervoerd. We waren zeer in spanning of we in Utrecht moesten overstappen of blijven zitten. Het eerste betekende: het zo zeer gevreesde Amersfoort, het tweede Scheveningen. Utrecht bracht zekerheid in de onzekerheid en onrust. Het grootste gedeelte van het transport bleef zitten en ging naar Den Haag-Scheveningen. Het kleinste deel, waar o.a. ds. De Geus en ik toe behoorden, moest uitstappen. We werden ondergebracht in een klein vertrek van het stationsgebouw, waar ook Hollandse Rode Kruis-soldaten hun intrek hadden genomen om bij eventuele ongevallen op het station hulp te bieden. Onder hen was een oud-catechisant uit Kampen, die ik verzocht ten spoedigste mijn vrouw te berichten dat ik naar Amersfoort vervoerd werd.

Na een uur wachten gingen we per trein verder en kwamen spoedig aan in Amersfoort. We waren maar ongeveer zes in getal, zodat wij geen aparte wagon hadden. Het publiek begreep direct waar we heengingen. In de doorlopende wagen zaten enige verpleegsters uit een der ziekenhuizen in Arnhem, die mij kenden van de ziekenbezoeken, die ik daar geregeld als predikant deed. Zij vertelden hun medereizigers, wie ik was en die verpleegsters vroegen hun of ze Psalm 42:5 kenden. Sommigen kenden het vers, anderen niet. Toen zeiden ze: dan zullen wij het u voorzeggen en het u ook leren. Vindt u dat geen prachtig vers om die gevangenen aanstonds toe te zingen, als ze het perron afgaan naar het kamp? En zo beleefden we het ontroerende moment, dat, toen wij met ons zessen op het perron stonden met wat Grüne Polizei-mannen, ineens enkele mensen om ons heen gingen staan en ons toezongen:

Maar de Heer zal uitkomst geven.
Hij, Die 's daags Zijn gunst gebiedt;
'k Zal in dit vertrouwen leven
En dat melden in mijn lied,
'k Zal Zijn lof, zelfs in de nacht
Zingen, daar ik Hem verwacht.
En mijn hart, wat mij moog' treffen.
Tot de God mijns levens heffen.

Dat ogenblik zullen we niet licht vergeten. Het was één van die vele onverwachte vriendelijkheden van onze hemelse Vader. Het is dan, alsof even het rijke zonlicht door de donkerste wolken heenbreekt. De Grüne Polizei-mannen waren er beduusd van, en bleven met ons rustig staan totdat ze uitgezongen waren.’

***

In het blad 'Opbouw' van de Nederlands Gereformeerde Kerken, troffen we een aardig stukje aan onder de titel 'De onuitspreekbare naam'. Hier volgt het.

'De mensen van Wales zijn er trots op, dat zij een plaats hebben met de langste naam ter wereld: tegenover Bangor op het eiland Anglesey. Die naam telt 58 letters, welke aan elkaar worden geschreven. U ziet hem hier afgebeeld op een stationsbord; let op, dat niet minder dan drie palen het bord overeind houden. In de naamlijst van de atlas van Groot-Brittanië worden alleen de eerste 16 letters vermeld - de rest kan veilig worden weggelaten, aangezien geen andere plaatsen met deze aanhef beginnen.

Als u uitgelachen bent om deze onuitspreekbare naam - bedenk dan, dat vroegere Kelten in hun taal het wezen van hun plaats hebben uitgedrukt; precies zo nauwkeurig als bijvoorbeeld Vriezenveen: het veengebied, waar zich een groep Friezen nederzette; of Nijverdal: een laagte, waarin geen luie mensen voorkwamen; of Amsterdam: gebouwd aan een dam in de Amstelrivier. En Llanfair-etcetera betekent... nee, daar komen we straks op terug. Het is een heel bloemrijke naam, met veel geschiedenis erin. Er zijn ongeveer 335 plaatsen, die met LIan beginnen. In het Keltisch betekent die aanhef LIan blijkbaar iets als kerk, of kerspel. (...) Een van onze kennissen, die het Welsh wel kan spreken maar niet schrijven, heeft het voor ons phonetisch opgeschreven, zodat u het kunt lezen alsof het Engels was:

schrijfwijze: LLan fair pwll gwyngyll go gery chwyrn drobwil llan

uitspraak: Chlan-vire-puch clu-in-dorbweth-chlan-gwingeth-go-gerith-

schrijfwijze: tysilio gogo goch uitspraak: Tisilio-gogo-goch.

En de vertaling luidt: Kerk van de heilige Maria, in de laagte bij de witte hazelaar, vlak bij de snelle draaikolk aan de rode grot van de heilige Tysilio. Bent u ooit zo'n mooie plaatsnaam tegengekomen? '

***

De Utrechtse hoogleraar dr. H. M. de Lange, bepaald geen Calvinist maar behorend tot de Remonstrantse Broederschap en verder nauw betrokken bij de wereldvragen inzake de sociale kwestie, schrijft in Hervormd Nederland over een verschil tussen Luther en Calvijn inzake de maatschappelijke betekenis van het Evangelie, dat m.i. een duide­lijke kern van waarheid bevat. Het is mij de laatste jaren vaak opgevallen hoe Calvijn, met name in zijn Schriftcommentaar, bij Schriftplaatsen, die over ons intermenselijk handelen gaan, de sociale kwestie niet ontwijkt. Zoals in onderstaand betoog uit zijn commentaar op Habakuk 2 : 6 ook blijkt:

'Temidden van alle fanfares die op dit moment ter ere van Luther worden geblazen, is het wellicht goed in dit verband op Calvijn te wijzen. Hij had aanzienlijk meer oog voor de maatschappelijke betekenis van het Evangelie dan de Duitse kerkhervormer. Vooral door de studies van de Zwitserse theoloog André Bièler hebben we daarop een veel betere kijk gekregen. "Waar de arme wordt veracht, is sprake van sociale wanorde. Gods orde wordt op de fundamenten aangetast, waar de armen worden verworpen. Waarom is dat zo? Omdat God de armen eert". Zo keek Calvijn naar de samenleving. God wil dat er gelijkheid onder ons is: armen en verdrukten worden het oriëntatiepunt. Dit loopt uiteraard uit op een aanzienlijk bredere pólitiek-maatschappelijke visie dan die welke denkt dat de gelijkheid bij wet kan worden geproclameerd. Men dient niet alleen gelijkheid als fundamentele waarde te erkennen en te definiëren, maar tevens een scherp oog ervoor te hebben hoe machtophoping de verwerkelijking kan blokkeren. Nog vaak kan men buiten, maar ook in de kerk horen, dat Calvijn de vader zou zijn van het kapitalisme, het economisch stelsel, waarin de ongelijkheidskrachten zich onbelemmerd breed kunnen maken. Bièler laat een andere kant van Calvijn zien. Calvijn zag niet alleen de noodzaak de nooddruftigen te helpen. En hij was niet alleen van mening dat een regering beoordeeld moest worden naar het criterium of zij rechtvaardigheid betracht tegenover de armen. Hij verkondigde ook de stelling dat de opstandigheid die in de harten der verdrukten leefde, afkomstig is van God zelf. Zulke revolutionaire taal-zo schrijft Visser 't Hooft in zijn opstel over de rol van de christenen in de snel veranderde maatschappij - wordt door velen als communistisch beschouwd. Het commentaar van Calvijn op Habakuk 2:6 is: "Wanneer men ziet dat de armen het niet langer kunnen uithouden, maar zo verschrikkelijk worden onderdrukt, dan roept iedereen: hoe lang nog? En aangezien dat een natuurlijke kreet is, die zijn oorsprong en zijn recht heeft in de gelijkheid, wordt hij door God gehoord. Want wat ligt er achter het feit dat mensen in nood uitroepen: hoe lang nog? Dat zij weten dat zulk een verwarring en omkering van alle orde en gerechtigheid onmogelijk geduld kan worden. Welnu, dat gevoel en dat besef is ons door God gegeven”.’

***

Zomaar opgetekend in een vergadering, tot lering dunkt me van allen die vóór-of ontijdig kansels beklimmen.

'De profetenzonen mochten niet profeteren voor zij van de profetenschool kwamen. Zij mochten hooguit op eigen initiatief zoeken naar het lichaam van Elia.

***

Hier volgt een plaatselijk verhaal over 'Samen op Weg', zoals 'Hervormd Stadskanaal' dit geeft vanuit wijkgemeente I (voorganger ds. A. Kastelein). Het staat onder de titel 'Een samenwerking, die stagneert'. Reeds vele malen hebben we opgemerkt dat S.O.W. schipbreuk lijdt in de gemeenten. Dit stukje is er een illustratie van.

'Het is bekend, dat er in het verleden kontakten zijn geweest met de gemeente en de kerkeraad van de Gereformeerde Kerk-Zuid alhier. Nu dit kontakt stagneert, heeft de kerkeraad ook naar aanleiding van vragen uit de gemeente besloten enige opening van zaken te geven. Reeds onze voorganger ds. A. Tromp ging indertijd een enkele keer voor in een dienst van de Gereformeerde Kerk. Bij onze komst in juni 1976 werd ook ondergetekende al spoedig uitgenodigd dit te doen. Dit gebeurde voor 't eerst op zondag 1 augustus 1976. In de daarop volgende jaren viel de beslissing, dat we elkaar nader zouden moeten leren kennen. Dit betekende, dat ds. G. F. Hooijer en ik tweemaal per jaar een dienst met elkaar ruilden. Verder vergaderde onze kerkeraad ook éénmaal per jaar met de kerkeraad van de Gereformeerde kerk-Zuid. Aan deze vergaderingen werd eveneens deelgenomen door de kerkeraad van de Christ. Geref. Kerk alhier. Onze kerkeraad handelde zo in gehoorzaamheid aan onze roeping om een weg te zoeken, waarin we iets van het gemeenschappelijke geloof kunnen terugvinden. Nog in 1981 hadden we twee ruilbeurten met elkaar, al merkten we toen reeds dat het wat stroever ging. In plaats van de kleinschalige weg, die we bewandelden, wilde men blijkbaar dat we in een veel breder verband met elkaar zouden bezig zijn waarbij veelal de vragen van geloven en belijden bleven liggen. Dit zeggen wij achteraf, want toen was het ons allemaal nog niet zo duidelijk. Bij incidentele kontakten met de kerkeraad van de Gereformeerde kerk-Zuid was er inmiddels wél sprake van een zekere terughoudendheid. Wat zat daarachter? Blijkbaar strookten onze kontakten niet met het beleid van de Kerkeraad Algemene Zaken (de KAZ, d.w.z. het kerkelijk lichaam, dat in onze kerk wordt aangeduid met: Centrale Kerkeraad) van de Gereformeerde Kerk ter plaatse.

De zaak werd helemaal duidelijk toen we vorig jaar van genoemde KAZ een schrijven ontvingen, waarin gesteld werd dat het afgelopen moest zijn. Voor de kerkeraad van de Gereformeerde Kerk-Zuid werd de weg naar ons geblokkeerd. En omgekeerd gold dit ook. In dit verband werden genoemd onze uiteenlopende visies op het funktioneren van de vrouw in het ambt, alsook dat er landelijk een beweging als "Samen Op Weg" op gang gekomen is. Onze kerkeraad verzocht toen om een gesprek. Dit gesprek tussen ons moderamen en een delegatie van de KAZ had op 4 nov. jl. plaats. Er werden toen bepaalde misverstanden uit de weg geruimd, maar in een brief van 12 jan. jl. deelde de KAZ ons opnieuw mede dat men een andere samenwerking beoogde. Daarna bleef een schrijven onzerzijds d.d. 11 febr. onbeantwoord. Er is dus sprake van een impasse. Intussen hebben de synodes van de Ger. Kerk en onze Ned. Herv. Kerk weer gemeenschappelijk vergaderd. En in febr. jl. viel op een synodevergadering van onze kerk het principebesluit, dat beide kerken in 1986 beschouwd moeten worden als in staat van hereniging. Dit weten wij echter alleen uit de kranten. De kerkeraden zijn tot op dit moment nog niet op de hoogte gesteld van wat er precies besloten werd. Onze kerkeraad heeft dan ook besloten niet op de dingen vooruit te lopen. Voorlopig stellen wij ons voor dit najaar een gemeentevergadering te houden bij welke gelegenheid de zaken breder aan de orde kunnen komen. Reeds nu kunnen wij ons niet aan de indruk onttrekken dat de Ger. kerken zowel landelijk als plaatselijk een beleid volgen, waarbij hen een Samen-Op-Weg-kerk voor ogen staat waaraan de hele Ned. Herv. Kerk kan meedoen, behalve onze rechtse gemeenten. Wanneer dit waar is, dan is het niet best. Onze kerkeraad hoopt dat er zowel in onze gemeente als In de Ger. Kerk nog velen zijn voor wie dit onaanvaardbaar is. Velen, die daarmee ook in een gedurig gebed tot God gaan om het licht van Zijn Geest, opdat er voor ons een weg overblijft die begaanbaar is.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1983

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's