Globaal bekeken
Wij streven naar open en eerlijke voorlichting in ons blad. In het nummer van 27 januari II. hebben wij summier bericht over de moeilijkheden met betrekking tot kerkdiensten van G.B.-signatuur in Oostelijk Flevoland. De secretaris van het Overiegorgaan Samenwerkende Kerken (O.S.F.) in Flevoland, de heer B. T. Karreman, zond ons nu het volgende stuk in reactie daarop. We plaatsen het hier met een daaropvolgende kanttekening.
'Onder bovenstaand opschrift plaatste u in uw blad van 27 januari jl. een redactioneel artikel, met een naar onze mening nogal eenzijdige berichtgeving. Hetzij ons daarom vergund via dit ingezonden stuk aan uw lezers een waf breder beeld van de situatie in Flevoland te geven.
Bijna vanaf het begin dat er in de verschillende plaatsen in O.Flevoland kerkdiensten zijn gehouden uitgaande van de hervormde gemeente dan wel van de hervormde en de gereformeerde kerk samen, zijn in die diensten ook predikanten voorgegaan die behoren tot de modaliteit van de gereformeerde bond in de Ned. Herv. Kerk. In Flevoland woonden en wonen immers ook gemeenteleden die deze richting zijn toegedaan. Het aantal diensten met een voorganger van de G.B.-signatuur is geleidelijk verhoogd en bedroeg de laatste jaren minimaal 33 per jaar. De predikanten voor deze diensten werden aangezocht in overleg met het bestuur van de afdeling Oostelijk Flevoland van de gereformeerde bond.
In de loop der jaren kwam van dit bestuur meerdere keren het verzoek tot verdere uitbreiding van het aantal diensten, alsook het verzoek om een eigen bijstand voor het pastoraat voor Oostelijk Flevoland. Naar de mening van de kerkeraden wettigde echter het aantal gemeenteleden dat tot de gereformeerde bond behoort (enkele procenten), de inwilliging van die verzoeken niet.
Op advies van het college van Visitatoren-generaal is vanuit Lelystad getracht om met de andere gemeenten in O. Flevoland tot de volgende afspraak te komen: iedere zondag zal er in één van de plaatsen in O. Flevoland een dienst worden gehouden waarin een predikant voorgaat die tot de gereformeerde bond behoort. Niet in alle gemeenten bestond echter de bereidheid daaraan mee te werken. Hierbij dient te worden bedacht, dat niet in alle gemeenten het aantal g.b.-leden even groot is.
In 1980 kwam van de afdeling O. Flevoland van de gereformeerde bond het verzoek om de catechisaties die men van plan was in Lelystad te gaan geven, te laten vallen onder de verantwoordelijkheid van de Centraal Verenigde Kerkeraad in die plaats. De C.V.K. in Lelystad heeft dit verzoek afgewezen, omdat men die catechisaties in strijd vond met de "Samen op Weg"-gedachte. Desondanks is de afdeling O. Flevoland van de gereformeerde bond begonnen met het laten verzorgen van catechisaties in Lelystad door dr. G. J. van der Heide te Kampen.
Toen daarop door het bestuur van de afdeling O. Flevoland van de geref. bond als enige predikant voor de g.b.-diensten in 1981 werd opgegeven dr. G. J. van der Heide te Kampen, besloten alle kerkeraden dit niet te accepteren. Er werd om een gevarieerder voorstel gevraagd, terwijl Lelystad bovendien liet weten dhr. Van der Heide niet te zullen accepteren zolang hij voortging met het geven van catechisatie in die plaats. Voor de andere plaatsen kwam een nieuw voorstel, maar voor Lelystad niet. Als gevolg daarvan zijn in Lelystad geruime tijd geen g.b.-diensten gehouden. Om te trachten uit de ontstane impasse te komen heeft Lelystad het probleem naar ons orgaan gebracht. Dit mede omdat ook de g. b. - afdeling optreedt voor geheel Oostelijk Flevoland. Opnieuw is getracht te bereiken dat er iedere zondag in Oostelijk Flevoland een dienst zou zijn met een voorganger van g.b.-signatuur. Lelystad was bereid om van die 52 diensten er 26 aldaar te doen plaatsvinden. Ook was er de bereidheid gemeenteleden die tot de geref. bond behoren te laten meedoen in het catechese-team en 10% van de catechisatielessen die door de predikanten worden gegeven te laten verzorgen door een gastdocent van g.b.-signatuur. Voorwaarde was dat de g.b.-catechisaties in Lelystad zouden worden beëindigd. Het bestuur van de afdeling Oostelijk Flevoland van de geref. bond achtte dit niet acceptabel en ging door met de eigen catechisaties in Lelystad. Toen enige tijd later van dat bestuur het verzoek kwam om voor een jaar ruimte te mogen huren in een der Lelystadse kerkgebouwen op zondagavond voor het houden van eigen bijeenkomsten, heeft de federatieraad van Lelystad gemeend dat verzoek niet te mogen weigeren. Sindsdien zijn er op zondagavond in 't Lichtschip te Lelystad g.b.-diensten voor O. Flevoland. Dat de federatieraad van de hervormde gemeente en de gereformeerde kerk te Lelystad niet gelukkig is met deze situatie, moge blijken uit het feit dat is getracht om aldaar toch weer een aantal g.b.-diensten te doen plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van de federatieraad.
Een o.m. in dit blad geplaatste ingezonden mededeling, waarin predikanten uit g.b.-kring werden uitgenodigd in deze diensten voor te gaan, leverde voldoende reacties op om in Lelystad in 1983 13 diensten te plannen met een voorganger van g.b.-signatuur.
Zeer teleurstellend is het dan om te moeten ervaren dat enkele predikanten hun toezegging terugtrekken na kennis te hebben genomen van de eenzijdige inhoud van uw artikel. Een der predikanten maakte in een telefoongesprek zelfs melding van uitgeoefende morele druk. Zeer teleurstellend ook omdat naar onze overtuiging in O. Flevoland voor de kleine groep gemeenteleden die behoren tot de gereformeerde bond veel meer is gedaan dan in welke g.b.-gemeente ook ooit is gedaan voor een zo kleine groep gemeenteleden behorende tot een andere modaliteit.'
Het is - zo is ons commentaar op dit stukje - altijd weer dezelfde kwestie. Wanneer het gaat om inpassing van hervormd-gereformeerde diensten wordt altijd gevraagd: hoeveel (bewuste) G.B.-leden zijn er? Alsof het daarom gaat. De vraag moet worden gesteld of er voor de hervormd-gereformeerde prediking plaats is en hoe daarop binnen de gemeente wordt gereageerd. Men moet niet G.B.-leden gaan tellen - zo bevordert men trouwens ledenwerfacties, die de G.B. vanaf het begin van het ontstaan echt niet heeft bevorderd - maar men moet nagaan hoe zich het aantal kerkgangers in hervormd-gereformeerde diensten verdraagt tot het aantal kerkgangers in de diensten van de plaatselijke gemeente. De Gereformeerde Bond wil er toch in de Hervormde kerk niet louter zijn omwille van de eigen leden maar voor het gehéél van de kerk. Dat zal ook plaatselijk (moeten) blijken. In alle hervormd-gereformeerde gemeenten draagt de kerkeraad verantwoordelijkheid voor de hele gemeente, met alle rand-en buitenkerkelijken daarbij, en niet alleen voor hen, die bewust tot de Gereformeerde Bond willen behoren. Hoeveel mensen doen dat trouwens in hervormd-gereformeerde gemeenten door lid te worden van de Gereformeerde Bond? Men herkent de prediking. Daar gaat het om.
Tenslotte nog twee kleine opmerkingen. Wat bedoeld wordt in de brief van de secretaris van O.S.F, met het 'onder morele druk zetten' van predikanten ontgaat ons.
En verder, als het beleid in de Flevopolder al helemaal wordt afgestemd op 'Samen op Weg', dan mag de vraag gesteld worden of hier niet sprake is van een zodanig vooruitgrijpen op wat nog komen moet (ook komen zal? ) in het geheel van de kerk, dat bij voorbaat reeds een deel van de Hervormde Kerk buiten de boot valt. Dat is reeds in meerdere gemeenten intussen wél het geval.
***
Het 'Hervormd Beraad Vredesvraagstukken' (HBV) heeft in een rondschrijven nog eens gewezen op wat het HBV bedoelt en doet. Hier volgt de tekst van de brief.
'Het HBV is bezorgd over de wijze, waarop onze kerk het evangelie "vertaalt" in politiek-ideologische programma's; over de vrijwel kritiekloze manier, waarop materiële en/of morele steun wordt gegeven aan het IKV, aan allerlei actiegroepen, aan bevrijdingsbewegingen en dergelijke.
Het HBV heeft aan zijn bezorgdheid de koers van de leiding onzer kerk op verschillende manieren uiting gegeven. Het heeft gepubliceerd; het heeft studieconferenties georganiseerd of daarin geparticipeerd; het heeft twee gesprekken gevoerd met het Moderamen en het heeft meermalen in woord en geschrift geprotesteerd tegen de eenzijdige manier, waarop onze kerk maar al te dikwijls stelling neemt, met name inzake het vraagstuk der kernwapens.
Emd januari van dit jaar hebben wij een bijeenkomst belegd met enkele tientallen sympathisanten om ons te bezinnen op de koers die het HBV verder moet volgen. Bij die gelegenheid zijn door dr. C. L Patijn en dr. P. A. Elderenbosch behartenswaardige dingen gezegd over de kerk en de politiek. Overdrukken van de betreffende lezingen zijn bij het secretariaat verkrijgbaar (kosten inclusief porti f 5, - ).
'Op die bijeenkomst kwam ook de verhouding met het ICTO ter sprake. Voor menigeen is het niet helemaal duidelijk, waarom twee kerkelijk georiënteerde, in vele opzichten gelijkgezinde organisaties werkzaam zijn op hetzelfde gebied. Inderdaad denken velen van ons op de wijze van het ICTO over het ontwapeningsvraagstuk. Voor het HBV is de ontwapeningskwestie echter slechts het "topje van de ijsberg", een facet van een verpolitiekte theologie, die vele hervormden, van vrijzinnig tot orthodox, de kerk doet verlaten.
Sedert maart van dit jaar zijn wij in gesprek met een Ad Hoc-commissie, ingesteld door de Generale Synode. Deze commissie heeft de opdracht rapport uitte brengen over de zienswijze van zowel ICTO als HVB aangaande de omstreden pastorale brief van november 1980. Aan de gesprekken van het ICTO met genoemde commissie namen ook vertegenwoordigers van het HBV deel. In aansluiting hierop hebben wij ons op 3 mei 1983 via de genoemde commissie per brief tot de Generale Synode van onze kerkgericht. Het HBV stelt hierin, dat het wil strijden voor het behoud van onze kerk. Hiervoor is een wezenlijk gesprek in alle geledingen van de kerk nodig. Tot nu toe is een dergelijke gedachtenwisseling geblokkeerd door de wijze, waarop de Synode het IKV-standpunt a priori tot het hare heeft verklaard. (Deze brief is eveneens te verkrijgen bij het secretariaat.)
Het HBV wil in onze kerk ruim baan voor de verschillende meningen, waarbij deze ook gelijke rechten en faciliteiten ontvangen. Zou die ruimte ons niet worden geboden, dan komt het ons voor, dat uitspraken als die van secretaris-generaal dr. R. Mooi in zijn jaarverslag, "dat... juist de hervormde kerk krachtens haar aard de roeping heeft om ruimte te bieden aan deze discussie, die in haar midden plaats vindt tussen tegenstanders op basis van verbondenheid" en "dat de toekomt zal leren of de hervormde kerk ook hier haar identiteit recht zal kunnen doen" niet meer dan frasen zijn.
Met min of meer gelijkgestemde organisatie als de Stichting Vredes Politiek (SVP) worden nauwe contacten onderhouden, die soms uitmonden in gezamenlijke acties. Een voorbeeld daarvan is de manifestatie, die in september 1982 in het Haagse Congresgebouw werd gehouden. Ook dit jaar vindt weer zo'n manifestatie plaats en wel op 24 september, wederom in het Congresgebouw te Den Haag. Wij roepen u op om op die dag van uw belangstelling blijk te geven. Nadere informatie zal u nog worden toegezonden, maar reserveert u die dag reeds in uw agenda!
Wij verwachten, dat in de komende maanden de politieke discussie zal oplaaien. Wij doen een beroep op u om daarbij de stem van het HBV te laten horen.
De bekende schrijfster Lize Stilma is doende met het samenstellen van een boek (paperback), waarin de meningen worden verwoord van een aantal hervormden, die de bezwaren van het HBV tegen het functioneren en opereren van de hervormde kerk delen. Het boekje zal in september ("vredesweek") verschijnen. Men kan nu reeds exemplaren bestellen bij uitgeverij Callenbach te Nijkerk, of bij uw boekhandel. Het boekje zal ongeveer f 12, 50 kosten en ca. 90 pagina's omvatten.
In de bestuurssamenstelling is de afgelopen maanden enige wijziging gekomen. Ds. Th. Pol, de "man van het eerste uur", zag zich wegens tijdgebrek helaas genoopt de voorzittershamer neer te leggen.
Tenslotte onze financiële positie. Wij zouden u, maar ook anderen graag beter op de hoogte houden van het reilen en zeilen van het HBV en onze plannen. Maar onze financiële middelen zijn wel uitermate beperkt: onze enige bron van inkomsten vormt nog altijd het geld, dat u ons doet toekomen. Er gaapt een enorme kloof tussen waf we zouden willen en wat we kunnen doen... en dat terwijl niemand onzer vergoeding ontvangt voor het werk, dat hij voor het HBV verricht. Het HBV heeft in de kerk duidelijk terrein gewonnen: er wordt nu met ons gerekend. Daarom menen wij andermaal een beroep op u te mogen doen om ons te steunen. Mocht u dat reeds in 1983 hebben gedaan, wilt u deze hartekreet wel als niet voor u bestemd beschouwen!
Het bestuur: Jhr. W. H. de Savornin Lohman (voorzitter); mr. G. A. Hamel (secretaris-penningmeester); W. Bakker; ds. C. B. Dekker; P. Hintzen; kol. W Muller; drs. D. NIjenhuis; ds. R. C. A. van Voorst Vader; ds. J. Windig.'
***
Ds. J. H. Cirkel, met wie ik een vraaggesprek had, dat opgenomen is in dit nummer van ons blad, bezocht, vóór hij ging studeren, het stedelijk gymnasium te Amersfoort, voordien de zogeheten Latijnsche School. Uit het 'Gedenkboek van het stedelijk gymnasium te Amersfoort, 1376-1926' nemen we het volgende over:
'Een duidelijke, ofschoon zeker niet volledige opgave der jongensstreken, vinden wij in eene "Memorie van de voornaamste moetwillicheden, die hedensdaeghs bij de jongens alhier binnen Amersfoort gepleeght worden" (25 juni 1649). "Het beclimmen ende berooven van de hoven. Het schenden van de boomen, soa op de wal als elders.
Groote insolentien, die onder de predicatien gepleeght worden.
Het dobbelen en kaertspelen op de wall ende andere publycque plaetsen. Het zwemmen in de stadsgrachten soo binnen als buyten.
Het vervolgen ende werpen op de swaenen. Het uytgaen met roers van half wasse jongens. Het naeroepen ende schelden op de Dienaars van Justitie als met woorden van hapscheer ende andere.
Als oock het naeroepen op sommige personen, die hier vremdt in de Stadt comen. Het koeckhouden soo in de huysen als op de straeten.'"
Er is niets nieuws onder de zon. Het 'kwaad' zit er niet vroeg in, het komt er vroeg uit, al is het maar in kwajongensstreken.
***
Hier volgt een brief, die voor zichzelf spreekt, gezonden door het bestuur van de 'Christelijke Gereformeerde Vereniging voor Jeugdwelzijn' aan de leden van de 2e Kamer der Staten Generaal:
'In verband met de op 20 juni a.s. te houden uitgebreide commissievergadering in de Tweede Kamer, willen wij u onze grote bezorgdheid kenbaar maken over de voorgestelde beleidsplannen van de Overheid op het terrein van de jeugdhulpverlening.
Uiteraard zal ook de jeugdhulpverlening niet ontkomen aan de noodzakelijke bezuinigingen. Evenwel de voorstellen van de regering zijn zo ingrijpend en omvangrijk dat de gevolgen er van desastreus zullen zijn. Bovendien zijn de plannen tot vervangende pleegzorg onvoldoende getoetst op hun uitvoerbaarheid in de praktijk.
Tevens maken wij ons ernstig zorgen, gezien de voortgaande regionalisering, om de positie van de landelijk werkende instellingen op levensbeschouwelijke basis, waartoe ook onze vereniging behoort. De Christelijke Gereformeerde Vereniging voor Jeugdwelzijn gaat immers uit van de diakonieën van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland. Zij geeft hulpverlening door middel van haar Jeugdhuis De Stuw in Utrecht (capaciteit 44 bedden), de voogdij-en gezinsvoogdijvereniging alsmede door haar adviesbureau De Brug. De Vereniging heeft een nauwe band met haar achterland, door wie dit werk reeds vele jaren ook financieel gesteund wordt Zij werkt ten behoeve van een bevolkingsgroep, die op grond van haar levensovertuiging vraagt om opvang in een tehuis. waar de opvoeding geschiedt vanuit deze christelijke geloofsovertuiging.
Ditzelfde geldt voor het ambulante werk van de landelijk werkende voogdij-en gezinsvoogdijvereniging alsmede van het adviesbureau.
Daar in het I.W.R.V. rapport de levensbeschouwing genoemd wordt als een uitzonderingsfactor op het plaatsen In de regio, verzoeken wij u er met de meeste klem op aan te dringen, dat voor deze keuze vrijheid op grond van levensbeschouwing voldoende waarborgen gegeven worden. Wij vrezen namelijk dat anders de in het I.W.R.V. rapport gedane uitspraak geen effect zal hebben, met alle verstrekkende gevolgen er van voor een deel van onze bevolking. Wij doen u dit verzoek met des te meer gewicht omdat In het Jeugdrecht met de levensbeschouwing rekening gehouden wordt Immers de rechter dienst bij de benoeming van een gezinsvoogd, bij de uithuisplaatsing van een kind en bij het opdragen van de voogdij aan een rechtspersoon, te letten op de godsdienstige gezindheid van het kind en van het gezin waartoe het kind behoort (art. 225, 263 en 302 Boek 1 B.W.).
Wij vertrouwen datu, gezien de grote belangen die op het spel staan, van het bovenstaande goede nota wilt nemen en het op 20 juni a.s. aan de orde zult stellen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1983
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's